726 research outputs found
Sort by
An analysis of the meaning of the Lordship of Jesus Christ to believers in the C.C.A.P. Livingstonia Synod given their beliefs and practices about the power of ancestors and witchcraft of the African traditional religion
Masterthesis Intercultural Reformed Theolog
Existential anxiety in Egypt: an analytical en philosophical vision and a Reformed Christian view
Masterthesis Intercultural Reformed Theolog
Nec tamen consumebatur : een evaluerend onderzoek binnen de CGK naar de kerkrechtelijke mogelijkheden van meerdere vergaderingen als reactie op kerkenraden die afwijken van de besluiten van de meerdere vergaderingen
Wat is vanuit kerkrechtelijk oogpunt de beste reactie op het handelen van een kerkenraad die ingaat tegen besluiten van de meerdere vergaderingen?
Wanneer een meerderheid van de kerkenraad niet open staat voor vermaning, geeft de huidige kerkorde van de CGK weinig kerkrechtelijke mogelijkheden.
De eenheid en rust binnen de kerk van Christus is het centrale thema in de kerkorde. Deze eenheid van gemeenten binnen het kerkverband is gebaseerd op de eenheid in het belijden van het geloof, zoals verwoord is in de confessie.
De plaatselijke gemeente met haar kerkenraad is het uitgangspunt van de kerkorde. Dit heeft tot gevolg dat dat de meerdere vergaderingen geen hoger bestuur boven een kerkenraad zijn.
Deze scriptie heeft onderzocht welke kerkrechtelijke acties verantwoord kunnen worden. De (oudere redacties van de) kerkorde blijkt te weinig berekend te zijn op situaties waarin een kerkenraad ingaat tegen besluiten van de meerdere vergaderingen.
In de geschiedenis is hierom gehandeld vanuit verschillende vormen van noodkerkrecht. Te denken valt aan mogelijkheden tot gesprek, tolerantie van het afwijken, het afzetten van kerkenraden of het buiten het verband plaatsen van een gemeente. In het onderzoek zijn deze vormen van noodkerkrecht geanalyseerd op kerkrechtelijke fundering en toepasbaarheid.
Er is onderzocht welke verantwoordelijkheden de meerdere vergaderingen in deze kwestie hebben. Voor alles dient het onderlinge gesprek gevoerd te worden om wederzijds begrip voor ingenomen standpunten te verwerven. De eenheid van de kerk verplicht alle partijen tot bezinning op mogelijkheden om gemeenten met een afwijkende visie te hulp te komen en misschien wel te tolereren. Een kerkenraad is namelijk niet tuchtwaardig wanneer het besluit waarvan zij afwijken onvoldoende ernstig is. De maatstaf om dit te beoordelen, bevindt zich in artikel 79-80 KO. In ernstige gevallen, waarin (een meerderheid van) een kerkenraad afzettingswaardig blijkt te zijn, moet er ingegrepen worden.
Het verdient de voorkeur dat een betreffende kerkenraad wordt afgezet door de classis of door kerkenraden van enkele omliggende gemeenten. Wanneer het mogelijk is, wordt in dit proces de gemeente zelf ingeschakeld.
Het verbreken van het kerkverband met de betreffende gemeente kan alleen in zeer ernstige gevallen. Dit zijn situaties waarin vrijwel een volledige gemeente afwijkt van de confessie. In zo’n geval mag er niet gesproken worden over een ‘analogische excommunicatie’. De kerk van Christus is immers breder dan welk kerkverband ook.
Uiteindelijk zal vooral de christelijke liefde, zoals Jezus als voorbeeld gaf, en de gehoorzaamheid aan Gods Woord betreffende ambtsdragers en gemeenteleden tot inkeer moeten brengen
Dutch Reformed ordination and installation : the Dutch Reformed forms for the ordination and installation of ministers of the Word and for the ordination of elders and deacons in the context of the sixteenth century
Het werkt niet meer tussen ons : een onderzoek naar de theologisch-ethische evaluatie van echtscheidingen vanwege relationele problematiek
Masterthesis Ethie
Shir hashirim : achtergronden en lyrische vertolking van het Hooglied in de Noordelijke Nederlanden in de eerste helft van de zeventiende eeuw
Het onderzoek in deze dissertatie houdt verband met een verzameling teksten van 37 complete Nederlandse Hoogliedberijmingen. De eerste berijming is uit 1595 van de dichter-schilder Karel van Mander en de verzameling eindigt met een Hoogliedversificatie uit 1738 van de Arnhemse predikantsvrouw Francina van Westrem. Om pragmatische redenen richt deze studie zich op tien Hoogliedberijmingen uit de eerste helft van de zeventiende eeuw.
Het onderzoekdoel is om licht te werpen op het fenomeen Hoogliedversificaties in religieus, cultureel maatschappelijk perspectief. Deze studie bestaat uit drie delen: Deel I beschrijft het contextuele perspectief waarbij het onderwerp in een religieuze literaire historische context wordt geplaatst en in de context van de vocale traditie in de zeventiende eeuw. Deel II beschrijft de resultaten van de comparatieve analyse van negen Hoogliedversificaties. Deel III bestaat uit een casestudy als diepteboring naar het versificatieproces van de Hoogliedberijming van Johan de Brune. Met de resultaten uit het totale onderzoek wordt de vraagstelling beantwoord wat de religieus-maatschappelijke achtergrond van de auteurs is, welke bronnen zij gebruiken en welke informatie een analyse van verstechnische aspecten oplevert. Daarnaast is er zicht gekomen op de verhouding tussen dichterlijke vrijheid en schriftuurlijke gebondenheid, de relatie tussen de literaire presentatie en het sacrale karakter van het Hooglied en op de muzikale vormgeving. Er wordt ingegaan op de wijze waarop Hooglieddichters met hun versificaties deelnemen aan debatten of gebeurtenissen over kwesties in de religieus maatschappelijke context en op mogelijke functies van de Hoogliedberijmingen