483 research outputs found
Studio Dei Materiali Costitutivi E Di Restauro Di Un Dipinto Inconsueto: “S.Irene” Di Giuseppe Verrio
Chemical characterisation of spray paints by a multi-analytical (Py/GC-MS, FTIR, μ-Raman) approach
This study outlines the chemical characterisation of a large number of commercial spray paints as
used in street art, graffiti vandalism and for decoration purposes. The analyses were focused on the
identification of the synthetic binding media, pigments and additives such as plasticisers and fillers,
providing a database as well as a methodology which could remarkably help investigations in a
broad panorama of case studies, ranging from forensic science to cultural heritage. A protocol has
been developed based on a multi-technique approach. In particular, Fourier Transform Infrared
(FTIR) spectroscopy, Pyrolysis/Gas Chromatography-Mass Spectrometry (Py/GC-MS) and μ-
Raman spectroscopy were applied and their strength and weakness points as to the identification of
all spray paints components are outlined. Each sample was first examined with FTIR spectroscopy
as a preliminary screening step to obtain indications on the main binder, which could then be
confirmed and detailed using Py/GC-MS. Some pigments and extenders could be efficiently
identified by examination of the FTIR spectra and pyrolysis products. However, for most samples a
μ-Raman spectroscopy investigation was required in addition to the mentioned techniques in order
to achieve the complete chemical characterisation of organic and inorganic pigments, extenders and fillers. Differences and common features among brands/colours are highlighted and discussed
On plate graphite supported sample processing for simultaneous lipid and protein identification by matrix assisted laser desorption ionization mass spectrometry
Uiergezondheid biologisch melkvee
Door inventarisatie van managementmaatregelen en diergeneesmiddelengebruik in de biologische melkveehouderij is geprobeerd kansrijke strategieën op te sporen, om deze in de toekomst op effectiviteit te kunnen gaan toetsen. De inventarisatie is gebeurd door een enquête die op 83 van de ± 350 biologische melkveehouderijen in Nederland door de veehouder en een projectmedewerker is ingevuld. Om objectief inzicht te krijgen in de uiergezondheid, de mate van voorkomen van mastitis, de mate van voorkomen van paratuberculose en de paratbc-status van de bedrijven werd aanvullend onderzoek gedaan m.b.v. gegevens van de NRS melkproductiecontrole, 4-kwartierenmelkmonsters van koeien met een hoog celgetal en bloedmonsters van alle runderen ouder dan 3 jaar. In dit verslag staan de resultaten van het onderzoek op het gebied van uiergezondheid centraal. Op biologische melkveebedrijven worden gemiddeld 56 koeien en 37 stuks jongvee gehouden. Het zijn extensieve bedrijven met gemiddeld 1,3 GVE/ha. De melkveestapel heeft een gemiddelde leeftijd van 4 jaar en 10 maanden. Holstein Friesian heeft hierin een rasaandeel van 80%. De productie van de koeien ligt ongeveer 900 kg lager dan de gemiddelde 305dagen NRS-productie in 2002. Na de omschakeling naar een biologische bedrijfsvoering nemen meestal de problemen met subklinische mastitis/hoog celgetal toe. Het aantal gevallen van klinische mastitis blijft ongeveer gelijk. Het percentage koeien met hoog celgetal ligt gemiddeld op 28-29, wat bijna het dubbele is van de norm van 15% die hiervoor aangehouden wordt. De meest voorkomende mastitisverwekkers zijn STC (47% van de aangetroffen kiemen), SUB (18%) en SAU (16%). Als strategie voor een betere uiergezondheid moet er allereerst genoeg tijd en aandacht voor de melkveetak zijn. De drie bedrijven met het laagste percentage hoog celgetalkoeien hadden naast het melkvee nog één neventak. De drie bedrijven met het hoogste percentage hoog celgetalkoeien hadden meerdere neventakken en/of –activiteiten. Er moet op gelet worden dat dit niet ten koste gaat van de melkveestapel. Een goede hygiëne van de ligplaatsen voor de koeien is belangrijk. Vooral in potstallen kost dat arbeid en tijd, maar bij een schoner ligbed zijn er gemiddeld minder hoog celgetalkoeien. Ook de hygiëne van de melkstal en de melkmethode hebben invloed op de uiergezondheid. Het beste is een voorbehandeling van het uier met een droge of desinfecterende doek en een nabehandeling van de spenen door middel van dippen of sprayen met desinfectiemiddel. Voor de behandeling van mastitis geldt dat op de laag celgetalbedrijven eerder antibiotica worden ingezet dan op de hoog celgetalbedrijve
In de file zonder gestress: koeien blijven rustig ondanks wachttijd en gedrang voor melkrobot
Gedragsdeskundigen van ID Lelystad hebben het gedrag van een groep vaarzen rond een melkrobot bestudeerd, waarbij tevens de hartslag is geregistreerd, er bloedmonsters zijn verzameld en er melkstroomprofielen zijn vastgelegd. Dezelfde metingen zijn uitgevoerd aan een vergelijkbare groep vaarzen in een koppel dat in een 2x3-open tandemmelkstal werd gemolke
- …
