434 research outputs found
Veiligheid in verbondenheid: een christelijk-sociale visie op burgerparticipatie bij het tegengaan van overlast en criminaliteit
Doe meer voor je buurt en je medeburger! Dat is het credo van onze participatiesamenleving. Maar geldt dat ook als het gaat om het waarborgen van veiligheid in de buurt? Whatsapp-preventiegroepen schieten als paddenstoelen uit de grond. In diverse Nederlandse gemeenten lopen buurwachten rond. Is dat een goede ontwikkeling? In dit essay betoogt Ronald van Steden dat het mooi is wanneer burgers in lokale veiligheidsprojecten participeren, maar dat we niet naïef moeten zijn. Burgerparticipatie op het vlak van criminaliteits- en overlast bestrijding kan samengaan met een te grote focus op controle, handhaving en repressie. Dit kan leiden tot discriminatie, uitsluiting en eigenrichting. Meer ruimte voor burgers in lokale veiligheidsprojecten moet worden gekoppeld aan een hechte samenwerking met professionals, zoals wijkagenten en gemeentelijke opbouwwerkers. ‘Veiligheid in verbondenheid’ is een uniek essay waarin actualiteit en praktische voorbeelden worden gekoppeld en biedt op dit thema een grondige bezinning op de overheidstaak vanuit christelijk-sociaal perspectie
De kracht van gebiedsgebonden politiewerk: Een internationale literatuurstudie
Ronald van Steden (NSCR/VU), Rosanne Anholt en Rein Koetsier (VU) hebben een internationale literatuurstudie naar gebiedsgebonden politiewerk uitgevoerd. Ze hebben in kaart gebracht welke inzichten de wetenschappelijke literatuur biedt over de organisatie, uitvoering en werking van lokaal politiewerk, waar leemtes zitten en waar nader onderzoek nodig is. De onderzoekers voerden de studie uit in het kader van de strategische onderzoeksagenda van de politie
Van Spoorwegpolitie naar Service & Veiligheidsteams: tussen publieke en private orde op de trein
Het nationaliseren van de Nederlandse politie en alle problemen die daarmee gepaard gaan, staat volop in de belangstelling. Binnen discussies die momenteel woeden is het wegvallen van de Spoorwegpolitie belangrijk voor de organisatie van veiligheid op stations en in treinen. Dit artikel stelt zicht de vraag welke consequenties het ‘responsabiliseren’ – dat wil zeggen: het verantwoordelijk maken – van de Nederlandse Spoorwegen (NS) voor veiligheid heeft. Kunnen politie- en veiligheidstaken zomaar aan de NS worden uitbesteed? In antwoord op deze vraag komt de geschiedenis van de Spoorwegpolitie aan bod en kijken we naar het functioneren van Service- en Veiligheidsteams bij de NS, en hun relatie met de politie. De conclusie luidt dat het thans gemaakte onderscheid tussen ‘openbare orde’ en ‘bedrijfsorde’ geen stand kan houden. De NS heeft van oudsher een dermate grote maatschappelijke functie dat blijvende steun van een gespecialiseerde, op het spoor gerichte, publieke politiedienst aanbevelingswaardig is
De locatiekeuze van R&D-afdelingen:
Samenvatting
De aanleiding tot deze scriptie is dat autofabrikanten in het bijzonder en grote multinationals in het algemeen veel belang hechten aan het blijven ontwikkelen van nieuwe concepten, technieken etc., en dat daarvoor veel geld nodig is. Het is dus belangrijk dat regionale R&D-afdelingen in steden en/of gebieden worden gevestigd waar ze het meest efficiënt kunnen functioneren. Het doel van deze scriptie was te onderzoeken in hoeverre agglomeration economies en clustering een rol spelen in het besluit van autofabrikanten om in bepaalde steden hun R&D afdelingen te vestigen.
Agglomeration economies zijn locatie-specifieke schaalvoordelen en clustering wordt door van den Berg, Braun en van Winden omschreven als: ‘een gelokaliseerd netwerk van gespecialiseerde organisaties, wiens productieprocessen nauw verbonden zijn door de uitwisseling van goederen, diensten en kennis (2001:187).‘ Deze twee concepten vertonen op bepaalde punten overeenkomsten en uit deze overeenkomsten hebben we vier criteria gefilterd, waarop we elke stad of elk gebied in onze analyse testen. De vier criteria zijn: de aanwezigheid van information spillovers, aanwezigheid van een local skilled labor pool, de aanwezigheid van economies of localization en de aanwezigheid van economies of urbanisation.
Bij het concept agglomeration economies kijken we naar de benadering van Marshall en die van Hoover. Marshall benoemde de bronnen die voor lokatie-specifieke schaalvoordelen kunnen zorgen namelijk information spillovers, non-traded local inputs en de local skilled labor pool. Hoover benoemde de typen agglomeration economies namelijk internal returns to scale, economies of localization en economies of urbanisation.
Porter is wat betreft clustering van mening dat de concurrentiepositie van bedrijven onderling vooral bepaald word door hun productiviteit. Een hoge productiviteit kan bereikt worden door gebruik te maken van geavanceerde technologie en het aanbieden van unieke producten en/of diensten. In dit laatste ligt een link met het concept van Marshall en dan specifiek met één van de bronnen voor agglomeration economies, namelijk de local skilled labor pool.
Maskell en Malmberg richten zich meer op de ‘historische’ benadering van clusters. Zij ondervonden dat voor de locatiekeuze voor de vestiging van een bedrijf, vaak om historische redenen voor een bepaalde plaats is gekozen en niet zozeer vanwege een economische reden.
Tot slot keken we naar de Rotterdamse benadering van clustering. Één van de elementen van clustering die niet naar voren komt in de benaderingen van Porter en Maskell en Malmberg, maar wel in de ‘Rotterdamse’ benadering is dat clusters als potentieel nadeel hebben dat teveel samenwerking tussen bedrijven binnen een cluster kan leiden tot kartels met onderlinge prijsafspraken. Hier word door de overheid streng tegen opgetreden.
Agglomeration economies en clustering hebben zowel overeenkomsten als verschillen. De overeenkomsten liggen in de elementen information spillovers, local skilled labor pool, economies of localization en economies of urbanisation. De verschillen liggen in de elementen local skilled labor pool (heeft zowel overeenkomsten als verschillen), internal returns to scale en tenslotte dat teveel samenwerken tot prijsafspraken kan leiden.
Door middel van twee case-studies analyseren we aan de hand van de vier criteria die zowel bij agglomeration economies als bij clustering voorkomen, in hoeverre de criteria een rol spelen bij het besluit van BMW en Mercedes om in een bepaalde stad een R&D-afdeling te vestigen. Uit de analyse blijkt dat BMW slechts in 2 van de 10 steden of gebieden een R&D- afdeling heeft gevestigd die aan alle vier de criteria voldoen. Mercedes heeft in 5 van de 7 steden of gebieden R&D-afdelingen die aan alle criteria voldoen. Dit is zowel absoluut als procentueel een hogere score dan in het geval van BMW. Wij zijn van mening dat voor Mercedes de door ons opgestelde criteria een belangrijkere rol spelen in het besluitvormingsproces omtrent de locatiekeuze voor een R&D-afdeling, dan de rol die de criteria spelen bij BMW.
Tot slot zullen we de probleemstelling waar deze scriptie om draait, beantwoorden. De probleemstelling luidt als volgt:
In hoeverre spelen agglomeration economies en clustering een rol bij het besluit van autofabrikanten om in bepaalde steden hun R&D-afdelingen te vestigen?
Agglomeration economies en clustering spelen zeker een belangrijke rol bij het besluit van autofabrikanten om in bepaalde steden hun R&D-afdelingen te vestigen. Uit onze analyse blijkt dat van de door ons opgestelde criteria, information spillovers de belangrijkste rol speelde in de besluitvorming over de locatiekeuze, aangezien zowel BMW als Mercedes de meeste van hun R&D-afdelingen hebben gevestigd in steden waar information spillovers te behalen zijn.
Wat betreft de local skilled labor pool en economies of localization/urbanisation is dat niet het geval. Deze laatstgenoemde factoren spelen dus een beduidend minder belangrijke rol in de besluiten over de de vestiging van een R&D-afdeling in een bepaalde stad door een autofabrikant
- …
