158 research outputs found
Private Powers for Public Order: On the Protection of Personal Liberties When Private Actors Maintain Public Order at Public Events
Verbanning uit het semipublieke domein: Toegangsverboden in juridisch perspectief
Mandy van Rooij plaatst de verbanning uit het semipublieke domein in een juridisch perspectief. Zij legt uit welke soorten toegangsverboden te onderscheiden zijn en bespreekt hun juridische basis. Vervolgens komt aan de orde welke juridische waarborgen er zijn om willekeur en misbruik te voorkomen. Het is belangrijk dat een betrokkene toegang heeft tot een procedure waarin wordt vastgesteld wat er gebeurd is en of de sanctie proportioneel en rechtmatig is. Die controle kan plaatsvinden bij de burgerlijke rechter en bij klachtencommissies, mits deze transparent opereren en met inachtneming van hoor en wederhoor, zo concludeert de auteur
Particuliere handhaving van de openbare orde: Over schadevoorkoming, goed beheerderschap en de bescherming van de toegankelijkheid van het semipublieke domein
Bij de overlastbestrijding in winkels, horecagelegenheden en andere semipublieke plaatsen en evenementen staan verschillende private en publieke belangen in een complexe verhouding tot elkaar. Particuliere beheerders mengen zich met hun gedragsregels, toezicht en sancties in persoonlijke, fundamentele vrijheden van hun publiek. Toezicht met behulp van fouillering en cameratoezicht raakt bijvoorbeeld de privacy van bezoekers. Uitsluitingssancties hebben gevolgen voor de bewegingsvrijheid. Geldboetes worden als leedtoevoegend ervaren. Het publiek krijgt hier wel iets voor terug: de genoemde maatregelen moeten overlast voorkomen en dat draagt weer bij aan een groter genot van de goederen en diensten die daar worden aangeboden. Deze bijdrage gaat in op deze juridische belangen bij de private handhaving van de orde in het semipublieke domein. Zijn die particuliere beheerders bij de bestrijding van overlast nu te beschouwen als een verlengstuk van de overheid of handelen zij primair uit eigen belang? En blijft de toegankelijkheid van het semipublieke domein wel voldoende gewaarborgd
Toepassing van spoedeisende bestuursdwang en de vrijheid van meningsuiting. Annotatie bij ABRvS 7 maart 2018, ECLI:NL:RVS:2018:785.
Verwijdering van teksten die op het wegdek zijn aangebracht met toepassing van spoedeisende bestuursdwang is een geoorloofde beperking van de vrijheid van meningsuiting. Geen onmiddellijke handhaving van de openbare orde
De paspoortmaatregel in de gemeente: Analyse van ABRvS 9 mei 2018, ECLI:NL:RVS:2018:1551 en 1557
Sinds 2014 is met het Actieprogramma ‘Integrale Aanpak Jihadisme’ de inzet van de paspoortmaatregel geïntensiveerd en zijn van veel potentiële uitreizigers hun paspoort vervallen verklaard door de burgemeester. Het doel van deze bestuurlijke interventie is uitreis te voorkomen of te bemoeilijken. In mei 2018 sprak de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State zich voor het eerst uit over de toepassing van de zogenoemde paspoortmaatregel. Aan de hand van deze uitspraken bespreek ik de vergewisplicht van de burgemeester als zijn besluitvorming grotendeels gebaseerd is op bevindingen van een ander overheidsorgaan, in dit geval de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV). Ook wordt ingegaan op de mogelijke gevolgen van de uitspraken voor het nieuwe uitreisverbod, waarvan de uitvoering op landelijk niveau ligt
Case note: ABRvS (Oplegging collectieve horecaontzegging geen besluit in de zin van de Awb)
Uit het lokaalverbod volgt dat het is opgelegd door de horecaondernemers van de binnenstad van Sittard en niet door een bestuursorgaan. Het vorenbedoelde lokaalverbod is een waarschuwing van de horecaondernemers aan [appellant] dat hij, indien hij een van de horecagelegenheden betreedt die zijn genoemd in de bijlage bij het lokaalverbod, zich aldaar wederrechtelijk bevindt en aangifte wordt gedaan van huisvredebreuk als bedoeld in artikel 138 Wetboek van Strafrecht. Gelet op het voorgaande heeft de rechtbank terecht overwogen dat het lokaalverbod geen besluit is waartegen bezwaar openstond. Het college kon daarom met toepassing van artikel 7:3 , aanhef en onder a, Awb van het horen in bezwaar afzien. Aan de stelling dat het lokaalverbod tot stand is gekomen naar aanleiding van samenwerkingsverbanden tussen de plaatselijke horeca, politie en de gemeente en het college een leidende dan wel essentiële rol in deze samenwerkingsverbanden heeft, kan voorts niet die betekenis worden gehecht die [appellant] hieraan verbindt, nu het college blijkens deze samenwerkingsverbanden, zoals het convenant ‘Veilig Uitgaan in Sittard-Geleen 2012-2014’, niet bepaalt wie een lokaalverbod wordt opgelegd. Zoals ter zitting bij de Afdeling is bevestigd, is dit aan de horecaondernemers. De Afdeling neemt hierbij voorts in aanmerking dat het lokaalverbod zijn grondslag vindt in artikel 138 Wetboek van Strafrecht en niet in een bestuursrechtelijke regeling. Het gegeven dat het lokaalverbod is ondertekend en uitgereikt door wijkagenten kan evenmin tot een ander oordeel leiden, aangezien deze handelingen niet worden verricht onder verantwoordelijkheid van een bestuursorgaan van de gemeente
Case note: ABRvS (Betoging in de vorm van kampement mag in beginsel niet op voorhand verboden worden)
Deze uitspraak gaat over een aangekondigde betoging in de vorm van een kampement. In de onderhavige zaak staat de Afdeling bestuursrechtspraak voor de beoordeling van de rechtmatigheid van een aantal voorschriften die de burgemeester van Den Haag op voorhand heeft verbonden aan een betoging gemeld door de Buitenkerk. Uit de melding op 8 december 2012 blijkt dat sprake zal zijn van een kampement. Vervolgens heeft de burgemeester een aantal voorschriften gesteld aan die betoging, die neerkomen op een verbod op het kampement. Er zijn twee interessante punten in deze uitspraak. Ten eerste komt aan de orde of er nog steeds sprake is van procesbelang bij een uitspraak over een betoging die bijna een jaar eerder zou plaatsvinden en waarbij mogelijk de actualiteitswaarde is vergaan. Ten tweede biedt de uitspraak inzicht in de toelaatbaarheid van voorschriften die op voorhand worden gesteld aan betogingen
Moskeeën onder vuur, grondrechten onder druk
Sinds 2001 is herhaaldelijk de politieke oproep gedaan tot de sluiting van moskeeën door de overheid. Die oproep vond aanvankelijk plaats in de oppositionele marge van het politieke strijdtoneel, maar zou voortdurend terugkeren. Voorts zou die oproep ook de marge verlaten. Dit artikel stelt als kernvraag wat geoorloofd is met betrekking tot de sluiting van gebedshuizen en waarom sluiting van overheidswege en de politiek gemotiveerde (selectieve) oproep daartoe een kritische benadering behoeft. Om deze vraag te beantwoorden wordt allereerst ingegaan op het constitutioneel kader omtrent godsdienstvrijheid, waarbij tevens wordt ingegaan op de verhouding tussen kerk en staat (paragraaf 2). Vervolgens komen enkele wettelijke grondslagen aan bod die in beeld (kunnen) komen bij de sluiting van moskeeën en andere gebedshuizen, alsmede de pogingen die zijn gedaan om zulke grondslagen te creëren, maar op niets zijn uitgelopen (paragraaf 3). Daarna volgt een korte contextuele analyse van het politieke discours dat relevant is voor de herhaalde oproep voor de sluiting van met name moskeeën (paragraaf 4). Het artikel sluit af met een slotwoord
Moskeeën onder vuur, grondrechten onder druk
Sinds 2001 is herhaaldelijk de politieke oproep gedaan tot de sluiting van moskeeën door de overheid. Die oproep vond aanvankelijk plaats in de oppositionele marge van het politieke strijdtoneel, maar zou voortdurend terugkeren. Voorts zou die oproep ook de marge verlaten. Dit artikel stelt als kernvraag wat geoorloofd is met betrekking tot de sluiting van gebedshuizen en waarom sluiting van overheidswege en de politiek gemotiveerde (selectieve) oproep daartoe een kritische benadering behoeft. Om deze vraag te beantwoorden wordt allereerst ingegaan op het constitutioneel kader omtrent godsdienstvrijheid, waarbij tevens wordt ingegaan op de verhouding tussen kerk en staat (paragraaf 2). Vervolgens komen enkele wettelijke grondslagen aan bod die in beeld (kunnen) komen bij de sluiting van moskeeën en andere gebedshuizen, alsmede de pogingen die zijn gedaan om zulke grondslagen te creëren, maar op niets zijn uitgelopen (paragraaf 3). Daarna volgt een korte contextuele analyse van het politieke discours dat relevant is voor de herhaalde oproep voor de sluiting van met name moskeeën (paragraaf 4). Het artikel sluit af met een slotwoord
- …
