104 research outputs found
Visie op de waarde van het gebouw van Bouwkunde voor de campus
De TU-campus is in de loop der tijd letterlijk en figuurlijk verschoven van universiteit in de stad, naar een ‘enigszins zelfstandige sector’ (Van de Broek, 1971) en vervolgens naar een letterlijk klassiek campusmodel (gebouwen in het veld) ten zuiden van de Kruithuisweg (fig. 1). Deze ruimtelijke visies volgden het veranderende programma, de ambities van de universiteit en invloeden van buiten. De sporen van deze ontwikkelingen zijn zichtbaar in de oude binnenstad tot aan de stadsrand in Zuid. In dit essay beschouwen we de positie van de faculteit Bouwkunde aan de Julianalaan binnen zijn stedenbouwkundige context.Urban StudiesTeachers of Practice /
Tien lessen van "BK City" voor de campus van de toekomst
Na de brand die het Bouwkundegebouw van de TU Delft in 2008 volledig verwoestte, kreeg een projectteam van specialisten, ontwerpers en managers de taak om meer dan 3000 studenten en meer dan 800 personeelsleden opnieuw te huisvesten. Binnen tien dagen werd besloten een nieuwe - tijdelijke - thuisbasis (genaamd “BK City”) te creëren in een leegstaand monumentaal pand: het voormalige hoofdgebouw van de TU Delft dat net was verkocht en op het punt stond om te worden getransformeerd tot appartementen. De crisis werd aangegrepen om diverse innovatieve concepten te testen en te experimenteren met nieuwe manieren van werken. BK City werd een ‘living lab’: de ultieme casestudy voor onderzoek. Dit essay is gebaseerd op een hoofdstuk dat Alexandra den Heijer, die het programmateam van BK-City leidde, in 2017 heeft geschreven voor een boek over campusontwikkeling (zie achtergrondinformatie). Het beschrijft tien lessen van BK City voor de campus van de toekomst. De basis voor deze evaluatie zijn de gebruikservaringen, campusonderzoek en het oorspronkelijke programma van eisen voor BK-City uit 2008*.Real Estate Managemen
Duurzaamheidsvisie voor Bouwkunde
De waarde van Bouwkunde vanuit duurzaamheidsperspectief.Climate Design and Sustainabilit
Bouwkunde, een brede waardering, een duurzame toekomst
Bouwkunde, ook bekend onder de naam ‘Rode Scheikunde’ aan de Julianalaan 132-134 in het TU-Noord gebied is gebouwd naar ontwerp van Gerard van Drecht (1879-1963) in de periode 1918 tot 1923. Het gebouw staat sinds 21 mei 2002 geregistreerd als rijksmonument onder nummer 525269 vanwege de uitzonderlijke culturele betekenis, waarbij met name zijn historische en esthetische waarden werden benadrukt. De culturele betekenis van Bouwkundeis echter breder voor de TU Delft en haar gemeenschap, vanwege haar groeiende sociale, economische, politieke, wetenschappelijke, ouderdoms- en ecologische waarden. Hierbij een korte inleiding op de culturele betekenis van Bouwkunde.Heritage & TechnologyArchitectural Engineering +Technolog
Bouwkunde vandaag
Na de verwoestende brand van het geliefde maar verouderde Bouwkundegebouw aan de Berlageweg in 2008, was de grootste uitdaging om de veelkleurige community weer een nieuw thuis te bieden. Een gebouw dat paste bij de identiteit van de faculteit, maar ook een gebouw dat groot genoeg was om te passen. Vanaf dag één hebben studenten en medewerkers - maar ook vaste gasten en eenmalige bezoekers - het gebouw aan de Julianalaan omarmd. Samen gaven zij nieuw leven aan academisch erfgoed dat nog maar net verlaten was door de universiteit. Generaties van BK-alumni en TU Delft-veteranen kwamen met grote groepen langs om ”BK City” te bewonderen en anekdotes tevertellen over de functies die het gebouw had gehad vanaf de bouw in de jaren 1920, nu honderd jaar geleden. Van opslag voor oorlogsmaterieel tot innovatief rekencentrum. Een plek waar iedere TU-student een collegekaart ophaalde, waar de struikelvakken van menig curriculum werden gedoceerd en waar het College van Bestuur de universiteit nog top-down bestuurde. Een gebouw met zoveel historie dwingt respect af en heeft al honderd jaar bewezen multifunctioneel te zijn.CRE Strategic Portfolio ManagementReal Estate Managemen
Housing Atlas - Europe 20th Century
In Housing Atlas, beautifully drawn plans, sections and elevations document 87 of
the most important European housing schemes of the 20th century. This was the
period when architects addressed the multiple challenges of modern urban living
and responded with an array of innovative solutions.
Today, architects are revisiting these designs as they seek answers to the
housing crisis.
Chronologically ordered, this is an essential survey of these key housing projects,
produced by a pan-European team of leading scholars. Complete with contextual
essays, the studies each include a history and analysis of the projects and the
drawings are presented in a way that makes them all readily comparable
Retraction notice to “Unveiling Iranian courtyard house: the example of Kuy-e Chaharsad-Dastgah (1946–1950)” [Journal of Architecture and Urbanism, 43(1), 91-111, 2019]
The following article is being retracted from publication in Journal of Architecture and Urbanism:
Unveiling Iranian courtyard house: the example of Kuy-e Chaharsad-Dastgah (1946–1950) authored by Mohamad Sedighi and Dick van Gameren, Volume 43, Issue 1, pp. 91–111, Journal of Architecture and Urbanism, 2019.
https://doi.org/10.3846/jau.2019.6046
https://journals.vgtu.lt/index.php/JAU/article/view/6046
Received 09 October 2018; accepted 04 April 2019
In the mentioned article, there are some overlaps with some of the ideas presented in the article by Rana Habib “ The institutionalization of modern middle class neighborhoods in 1940s Tehran – Case of Chaharsad Dastgah”. The authors accepted to withdrew their article, as the republication of their article with a new title and some changes in the structure was not to be considered minor revision by Journal of Architecture and Urbanism.
The Editors and publishers of the journal, Vilnius Gediminas Technical University, note that we received, peer-reviewed, accepted and published the article on the basis that the authors are presenting original results.
The retracted article will remain online to maintain the scholarly record, but it will be digitally watermarked on each page as “retracted”
Housing Bricolage, Tools for manipulating the post-war collective housing
Across Europe, the major transformation of mostly post-war residential neighborhoods has been set in motion. From a comparative analyses of typological interventions and different solutions, the essay provide a categorical overview as an example and inspiration for future challenges
Samen bouwen De architectuur van het collectief particulier opdrachtgeverschap
In the study Living in Space and Time. In Search of Sociocultural Trends in Housing (2009), one of the aspects the Council for Housing, Spatial Planning and the Environment drew attention to was the increasing interest in living with other like-minded people, in a privately managed residential domain or otherwise. According to the Council, this demand for smaller environments or microhabitats, where living, working, care and recreation are combined, will rise in the coming years. Now that house-building is stagnating in the Netherlands as a result of the economic crisis, some town and city councils are trying to jump start construction by encouraging future occupants to develop and design houses themselves, as a group. This method – ‘collective private commissioning’ or ‘CPC’ – bypasses the traditional developer, who is no longer able or prepared to run the risks of newbuild in the present climate. In this way, housing that is more demand-driven and concentrates on specific requirements can be developed.
Supporters of CPC often cite an increase in scale and the corresponding limitation of costs as an argument for choosing this development strategy. However, there are other motives besides economic for developing a housing block as a group. The opportunity to design a house and living environment entirely in line with one’s own wishes and ideas is the most important. As the examples show, CPC projects are eminently suitable for special programmes and also for experiments with house floor plans and the way dwellings are linked. In order to give the designing discipline its say in the topical debate about CPC as well, this DASH dives into the question of what CPC can mean for housing design. Which opportunities does collective private commissioning provide for the realization of special programmes, housing types and architectural expression?
In his article, Dick van Gameren discusses different historical and modern Dutch projects that were realized via CPC and investigates the historical and possible future role of small-scale collective private commissions for construction and architectural practice in the Netherlands.
In an article about Baugruppen (building groups), Vincent Kompier and Annet Ritsema relate how a strong CPS tradition in Germany has led to interesting and innovative housing architecture.
Pierijn van der Putt demonstrates that the direct collaboration between the future occupants of Eindhoven neighbourhood ’t Hool (1972) and the firm Van den Broek and Bakema was responsible for a unique design that represents the living requirements of a new middle class, at the level of both the neighbourhood and the individual house.
In the interviews, architect and CPC champion Hein de Haan, and Frank van Beek and Frank Veen from property developer Lingotto have their say.
Finally, the project documentation presents 11 model projects that demonstrate the ways in which a CPC construction can have an effect on the architectural design. With the help of analysis drawings, aspects such as how the houses are linked and the collective programme are made visible. By including examples from abroad as well as Dutch projects, the project documentation additionally sheds light on the differences between CPC traditions in the Netherlands, North America and West-European countries.In het onderzoek Wonen in ruimte en tijd. Een zoektocht naar sociaal-culturele trends in het wonen (2009) signaleert de VROM-raad onder andere een toenemende behoefte om te wonen met gelijkgestemden, al dan niet in een privaat beheerd woondomein. Volgens de VROM-raad zal deze vraag naar kleinere (micro-) milieus, waar wonen, werken, zorg en recreëren zijn gemengd, de komende tijd stijgen. Nu de woningbouw in Nederland als gevolg van de economische crisis stagneert, proberen sommige gemeenten de bouw een impuls te geven door toekomstige bewoners te stimuleren zelf (als groep) woningen te ontwikkelen en te (laten) ontwerpen. Deze werkwijze (‘ collectief particulier opdrachtgeverschap’ of ‘CPO’) omzeilt de traditionele ontwikkelaar, die in de huidige tijd de risico’s van nieuwbouw niet meer kan of wil dragen. Zo kan een meer vraaggestuurde, op specifieke wensen toegespitste woningbouw ontstaan.
Voorstanders van CPO halen vaak schaalvergroting en de daarmee verbonden kostenbeperking als argument aan om voor deze ontwikkelstrategie te kiezen. Er zijn echter naast economische nog andere motieven om met een groep een woongebouw te ontwikkelen. De kans om woning en woonomgeving geheel naar eigen wens en inzicht vorm te geven, is daarvan de belangrijkste. Zoals de voorbeelden laten zien, lenen CPO-projecten zich bij uitstek voor bijzondere woonprogramma’s evenals voor experimenten met woningplattegronden en schakelingen. Om ook de ontwerpende discipline aan bod te laten komen in het hedendaagse debat over CPO, werpt deze DASH zich op de vraag wat CPO kan betekenen voor het woningontwerp. Welke mogelijkheden biedt collectief particulier opdrachtgeverschap voor het realiseren van bijzondere programma’s, woningtypen en architectonische expressie?
Dick van Gameren behandelt in zijn artikel verschillende historische en moderne Nederlandse projecten die via CPO tot stand zijn gekomen en onderzoekt de historische en mogelijk toekomstige rol van kleinschalig collectief particulier opdrachtgeverschap voor de bouw- en ontwikkelpraktijk in Nederland.
In een artikel over Baugruppen licht Vincent Kompier toe hoe een sterke CPO-traditie in Duitsland tot interessante en vernieuwende woningarchitectuur heeft geleid.
Pierijn van der Putt laat zien dat door de directe samenwerking tussen de toekomstige bewoners van de Eindhovense wijk ’t Hool (1972) en het bureau Van den Broek en Bakema, zowel op de schaal van de buurt als het individuele woonhuis, een uniek ontwerp is ontstaan dat de woonwensen van een nieuwe middenklasse vertolkt.
In de beide interviews komen aan het woord architect en CPO-voorvechter Hein de Haan, en Frank van Beek en Frank Veen van projectontwikkelaar Lingotto
De toekomst van het Nederlandse woon-werkproject
While preparing this issue of DASH, the editorial board noticed that it was hard to find recent projects that successfully combine living and working. Even though Dutch housing has a reputation of plan innovation, its projects rarely explicitly address the issue. To get a better understanding of why this is the case, and to discuss how workhome arrangements can be stimulated in the Netherlands, DASH organized a discussion. We invited a number of Dutch architects and planners who are involved in projects combining living and working to share their experiences and ideas at a round-table discussion.
The conversations are fed by two case studies: architects Jo Janssen and Wim van den Bergh present Piazza Ceramique, a successful workhome project, and Jeroen de Bok and Isabelle Vries, of the City of Rotterdam and the Port of Rotterdam respectively, will explain the joint strategy for the Merwe-Vierhavens (M4H), a harbour area that will be converted into a mixed living and working innovation district. The afternoon starts with a guest from London, architect and academic Frances Holliss, author of the publication Beyond Live/Work: The Architecture of Home-Based Work.2 She starts the round table with a brief analysis of the situation of the workhome in the United Kingdom and ends with a call for action. To open the discussion, she asks the participants about the current situation in the Netherlands. What are the conditions that facilitate or obstruct design for home-based work?’Tijdens de voorbereiding van dit nummer van DASH viel het de redactie op dat het niet eenvoudig was om in Nederland recente projecten te vinden waarin werken en wonen met succes waren gecombineerd. Ook al heeft de Nederlandse woningbouw de reputatie vernieuwend te zijn wat betreft typologieën en plattegronden, aan dit thema wordt in projecten zelden aandacht besteed. Om beter te begrijpen waarom dit zo is en om van gedachten te wisselen over manieren om het aantal woon-werkprojecten in Nederland te laten groeien, organiseerde DASH een discussie. Voor dit rondetafelgesprek werd een aantal Nederlandse architecten en stedenbouwkundigen uitgenodigd, die betrokken zijn bij projecten die wonen en werken combineren, met de bedoeling hun ervaringen en ideeën te delen.
De gesprekken vinden plaats op basis van twee casussen: de architecten Jo Janssen en Wim van den Bergh presenteren het succesvolle woon-werkproject Piazza Céramique in Maastricht, en Jeroen de Bok en Isabelle Vries van respectievelijk de gemeente en Havenbedrijf Rotterdam lichten de gezamenlijke strategie toe voor Merwe-Vierhavens (M4H), een voormalig havengebied dat wordt getransformeerd naar een gemengde woon- en werkomgeving. De middag begint met een gast uit Londen, architect en academicus Frances Holliss, de auteur van Beyond Live/Work: the Architecture of Home-based Work.2 Zij opent het rondetafelgesprek met een korte analyse van de positie van woon-werklocaties in Groot- Brittannië en eindigt met een oproep tot actie. Om de discussie te openen, vraagt ze de deelnemers naar de huidige situatie in Nederland. Welke condities faciliteren of belemmeren het ontwerpen van woon-werklocaties
- …
