529 research outputs found

    Distributie van een grootschalig oppervlaktewaterproject; gescheiden of gemengd?: Case-study project Infiltratie Maaskant

    No full text
    In het Beleidsplan Drink- en Industriewatervoorziening is voor de waterleidingbedrijven in Nederland een toekomstbeeld geformuleerd waarin de inpassing van oppervlaktewater als bron voor de (drink-)watervoorziening in Nederland centraal staat. Hierbij wordt gesproken over een 'stabilisatie en optimalisatie' van de inzet van grondwater, hetgeen gemotiveerd wordt op basis van de verdrogingsproblematiek. Enkele waterleidingbedrijven in Nederland zijn derhalve al enige tijd bezig grootschalige projecten te realiseren waarbij de grootste zorg uitgaat naar het bereiden van goed drinkwater uit veelal verontreinigd oppervlaktewater. De grootschaligheid van deze projecten is noodzakelijk vanwege de hoge kosten die gemoeid zijn bij de geavanceerde zuiveringstechnieken die hierbij nodig zijn. Deze technieken kunnen pas rendabel gemaakt worden bij grote te behandelen volumestromen. Hoe moeten echter deze grootschalige oppervlaktewaterprojecten ingepast worden in de distributiestructuur van de veelal van oudsher uit grondwater leverende drinkwaterbedrijven? Gescheiden of gemengde levering van drinkwater uit de twee bronnen, oppervlaktewater en grondwater, is een hierbij een belangrijke optredende vraag. In het kader van deze studie is deze problematiek voor de inpassing van het Project Infiltratie Maaskant in Oost-Brabant nader onderzocht. Op basis van een aantal alternatieven die ieder getypeerd worden door kenmerken van een bepaald 'distributieprincipe' (gescheiden of gemengd), is getracht een uitspraak te doen over de gewenste structuur voor de distributie van het oppervlaktewater. Naast kosten spelen hierin kwaliteit van het (meng)produkt, leveringszekerheid, inpasbaarheid in de bestaande infrastructuur en flexibiliteit ten aanzien van de fasering een belangrijke rol. Het blijkt dat een gemengde levering verschillende voordelen heeft. Hierin speelt de optimalisatie van de grondwateronttrekkingen (zoals gesteld in het BDIV) een belangrijke rol. Deze kunnen namelijk zonder concessies te doen aan de totale jaarlijkse onttrekking een grote rol vervullen in het optimaliseren van de in te passen oppervlaktewaterzuivering. Hierbij is een sleutelrol weggelegd voor het reduceren van de piekfactoren van de levering uit het oppervlaktewater. De pieken die slechts een aantal dagen per jaar voorkomen kunnen tegen lagere kosten door het grondwatersysteem opgevangen worden. Bij de inpassing van PIM blijkt een piekfactorreductie voor de levering vanuit het oppervlaktewater van 1,72 naar gemiddeld 1,32 mogelijk te zijn. Dit heeft zowel lagere investeringskosten voor de zuivering als voor het transportsysteem tot gevolg. Globaal berekend kan hierdoor op het Project Infiltratie Maaskant 80 miljoen gulden aan investeringskosten worden bespaard. Verder blijkt het gemengd inpassen van het PIM-water gunstige gevolgen te hebben op de leveringszekerheid, op de kwaliteit, op de aansluiting bij de bestaande infrastructuur en op de flexibiliteit ten aanzien van de gefaseerde inpassing.Water ManagementCivil Engineering and Geoscience

    Auditory and cognitive mechanisms of top-down restoration of degraded speech: Implications for cochlear implant users

    Get PDF
    Een van de hoofdredenen dat normaal horenden in staat zijn om een gesprek te voeren in achtergrondrumoer is dat ze gebruik kunnen maken van verschillende cognitieve herstelmechanismen die de gedegradeerde auditieve input herstellen tot betekenisvolle spraak. De hersenen zijn in staat om de door ruis onhoorbare stukken spraak te reconstrueren zodat het verstaanbaar wordt. Dit phonemic restoration effect kan gedemonstreerd worden doordat onderbroken spraak beter verstaanbaar wordt als de stilte intervallen opgevuld zijn met ruis. Een gesprek voeren in achtergrondrumoer is zeer lastig voor slechthorenden; het te verwerken auditieve signaal zo slecht is dat compensatiemechanismen niet altijd de problemen oplossen die ze dagelijks ondervinden. Dit onderzoek bestudeert onderliggende mechanismes van top-down herstel van spraak, een voorheen slecht begrepen fenomeen, als spraak gedegradeerd is zoals in cochleaire implantaten (CI, implanteerbaar hoorhulpmiddel voor ernstig slechthorenden). De resultaten geven weer dat het verstaan van onderbroken spraak geleerd kan worden door training, waarschijnlijk door mensen te leren beter gebruik te maken van hun cognitieve herstelmechanismen. We hebben aangetoond dat top-down ¬cognitieve herstelmechanismen minder effectief zijn als het bottom-up auditieve signaal van onvoldoende kwaliteit is (zoals in spraakbewerking in CI’s). Zowel cognitieve als auditieve processen spelen een belangrijke rol in het herstellen van onderbroken spraak. Met name high-level linguïstische mechanismen lijken erg belangrijk in het herstel van onderbroken spraak; woordenschat en verbaal begrip zijn significante voorspellers voor succesvol herstel van onderbroken spraak. Omdat linguïstische vaardigheden een belangrijke rol spelen in het herstel van gedegradeerde spraak, kunnen CI gebruikers mogelijk getraind worden deze vaardigheden te verbeteren

    Regional differences in productivity growth in The Netherlands: an industry-level growth accounting

    Get PDF
    It is well known that the productivity growth in Europe is slowing down, against an increasing growth rate in the US. The Netherlands is one of countries in Europe with the lowest growth rates of productivity. This paper presents the results of a growth accounting exercise applied to regional industry data of The Netherlands between 1995-2002. We find that low productivity growth in The Netherlands is particularly situated in the economic core regions of the west and south and is caused by slow growth of MFP. Compared to the more peripheral regions, MFP-growth is lower in all industries, except social and non-market services. The high level of traffic congestion and relatively low labour effort in the core regions can explain part of this slow MFP-growth.

    Characteristcs and mechanics of spontaneous otoacoustic emissions

    Get PDF
    Dit proefschrift beschrijft spontane otoakoestische emissies van mensen en kikkers. Met een gevoelige microfoon, aangesloten op een oor van b.v. een mens, kunnen in veel gevallen zachte fluittoontjes worden geregistreerd. De frequenties van deze spontane otoakoestische emissies liggen doorgaans tussen de 1 en 3 kHz, terwijl het geluidsniveau van emissies rond de gehoordrempel ligt. De meest gangbare opvatting over het ontstaan van een emissie is, dat deze gegenereerd wordt door een actief auditief fllter. Instabiliteit van een dergelijk filter zou de oorzaak zijn van een mechanische oscillatie in het binnenoor, die een akoestische emissie in de gehoorgang tot gevolg heeft. ... Zie: Samenvattin

    Tinnitus: from cortex to cochlea

    Get PDF
    Het medische woord voor oorsuizen is tinnitus. Tinnitus is het waarnemen van geluid, waar geen bron voor is. Het kan dus alleen worden waargenomen door de persoon zelf en niet door anderen. De meeste volwassenen hebben wel eens last gehad van tijdelijke tinnitus. Tinnitus kan echter ook blijvend zijn. Geschat wordt dat permanente tinnitus bij 8-20% van de mensen in de algemene bevolking voorkomt, waarbij de meeste mensen goed met deze klacht kunnen omgaan. Echter, 1-3% van de mensen met tinnitus heeft zoveel klachten dat ze medische hulp zoeken. De oorzaak van tinnitus is nog niet bekend. Momenteel gaat men ervan uit dat bij tinnitus veranderingen in de centrale hersengebieden, inclusief de hersengebieden die betrokken zijn bij horen, een bepalende rol spelen bij het ontstaan van tinnitus. Het ontstaan wordt waarschijnlijk vooraf gegaan door een vorm van schade aan het gehoor of gehoororgaan. Deze schade zorgt dan voor de veranderingen in het brein. Dit proefschrift beschrijft het onderzoek dat is gedaan naar de oorzaak van tinnitus. Hierbij is extra nadruk gelegd op de zenuwbanen van hersengebieden die bij horen betrokken zijn. De oorzaak van tinnitus is helaas nog steeds niet ontrafeld. Wel is duidelijk geworden dat links-rechts verschillen in het brein die eerder aan tinnitus werden toegeschreven, ook bij gezonde proefpersonen voorkomen. We hebben geen afwijkingen in functioneren kunnen vinden in specifieke zenuwbanen die van de hersenstam naar het oor lopen. Om dit ingewikkelde systeem van zenuwbanen verder te onderzoeken, doen we meerdere suggesties voor nieuwe onderzoeken. Tinnitus is known as “ringing in the ears”. Tinnitus is the perception of a meaningless sound without an external source. Tinnitus cannot be heard by others. Transient tinnitus is experienced by almost all adults at some point in their life. Tinnitus can also be permanent, which is the case in 8-20% of the general population. Up to 1-3% of the people with tinnitus are severely affected by it and seek medical attention. The pathophysiology of tinnitus is not known. Tinnitus is currently considered to involve central phenomenon in the brain including auditory areas, although some form of cochlear or hearing damage probably initiates the neuroplastic changes in the brain, that results in tinnitus. This thesis concerns the pathophysiology of tinnitus, with special emphasis on the efferent part of the central auditory system. The efferent auditory system runs from the auditory cortex to the cochlea, connecting all auditory regions along its path. Unfortunately, we did not discover the cause of tinnitus. However, we did find that the previously reported asymmetries in metabolism of auditory brain areas is also present in healthy people and that this is not associated with tinnitus. We tested the efferent auditory system at the level of the brain stem and did not find abnormalities in its functioning. To explore the complex system of the entire efferent auditory system we made several suggestions for future research to investigate the role of the efferent auditory system in the pathophysiology of tinnitus.

    van Dijk, Pim

    No full text

    Characteristcs and mechanics of spontaneous otoacoustic emissions

    Get PDF
    Dit proefschrift beschrijft spontane otoakoestische emissies van mensen en kikkers. Met een gevoelige microfoon, aangesloten op een oor van b.v. een mens, kunnen in veel gevallen zachte fluittoontjes worden geregistreerd. De frequenties van deze spontane otoakoestische emissies liggen doorgaans tussen de 1 en 3 kHz, terwijl het geluidsniveau van emissies rond de gehoordrempel ligt. De meest gangbare opvatting over het ontstaan van een emissie is, dat deze gegenereerd wordt door een actief auditief fllter. Instabiliteit van een dergelijk filter zou de oorzaak zijn van een mechanische oscillatie in het binnenoor, die een akoestische emissie in de gehoorgang tot gevolg heeft. ... Zie: Samenvattin

    Characteristics and mechanisms of spontaneous otocoustic emission

    No full text
    Dit proefschrift beschrijft spontane otoakoestische emissies van mensen en kikkers. Met een gevoelige microfoon, aangesloten op een oor van b.v. een mens, kunnen in veel gevallen zachte fluittoontjes worden geregistreerd. De frequenties van deze spontane otoakoestische emissies liggen doorgaans tussen de 1 en 3 kHz, terwijl het geluidsniveau van emissies rond de gehoordrempel ligt. De meest gangbare opvatting over het ontstaan van een emissie is, dat deze gegenereerd wordt door een actief auditief fllter. Instabiliteit van een dergelijk filter zou de oorzaak zijn van een mechanische oscillatie in het binnenoor, die een akoestische emissie in de gehoorgang tot gevolg heeft. ... Zie: Samenvatting

    Characteristcs and mechanics of spontaneous otoacoustic emissions

    Get PDF
    Dit proefschrift beschrijft spontane otoakoestische emissies van mensen en kikkers. Met een gevoelige microfoon, aangesloten op een oor van b.v. een mens, kunnen in veel gevallen zachte fluittoontjes worden geregistreerd. De frequenties van deze spontane otoakoestische emissies liggen doorgaans tussen de 1 en 3 kHz, terwijl het geluidsniveau van emissies rond de gehoordrempel ligt. De meest gangbare opvatting over het ontstaan van een emissie is, dat deze gegenereerd wordt door een actief auditief fllter. Instabiliteit van een dergelijk filter zou de oorzaak zijn van een mechanische oscillatie in het binnenoor, die een akoestische emissie in de gehoorgang tot gevolg heeft. ... Zie: Samenvattin
    corecore