377 research outputs found

    Steenstabiliteit in een turbulente stroming achter een afstap

    No full text
    Het onderwerp van deze studie is een niet-uniforme stroming waarin sprake is van een plaatselijk verhoogde aanval op het bodemmateriaal door de lokaal hogere turbulentie. In een 15 m lange stroomgoot met een breedte van 40 cm is door middel van een backward-facing step ofwel afstap een niet-uniforme stroming gecreeerd. Om de schade aan de bodembescherming vast te stellen is gebruik gemaakt van een strokenpatroon van stenen met verschillende kleuren. Uit het verloop van het aantal verplaatste stenen bij een toenemend debiet is de kritieke snelheid voor het begin van bewegen bepaald. Dit is gedaan voor zowel een uniforme als de niet-uniforme stromingssituatie zodat door vergelijking van de twee situaties de invloed van een niet-uniforme stroming op de stabiliteit van bodemmateriaal bepaald kan worden. Het begin van bewegen kan eenduidig vast gelegd worden door een enkele losliggende steen in een gefixeerd bed te plaatsen; de steen wordt verplaatst of blijft liggen terwijl bij een los bed van stenen een schadekriterium moet worden vastgesteld. Door in deze situatie de snelheden en drukken simultaan te meten en tegelijkertijd video-opnamen van de losse steen te maken, zijn de optredende fluctuaties te relateren aan de verschillende bewegingen en het verplaatsen van de losse steen. Op deze manier is het mogelijk om de bewegingen van stenen te relateren aan specifieke turbulente stromingssituaties. Het blijkt dat het meeste transport van bodemmateriaal optreedt op ca. 6-2 maal de afstaphoogte achter de afstap, wat ook te verwachten was gezien de resultaten van eerder gedaan onderzoek naar stroming achter een backward-facing step (Nakagawa & Nezu, ] 987). De belastingsfaktor in het geval van een niet-uniforme stroming is goed te bepalen met behulp van de gemeten snelheden. Tevens levet1 de vergelijking om een waarde van deze belastingsfaktor te berekenen, waarin de turbulentie-intensiteit wordt meegenomen, goede resultaten op. Voor een eerste ontwerp van een bodembescherming is de nauwkeurigheid van de zo verkregen belastingsfaktor voldoende. Uit vergelijking van de verschillende snelheden in de verschillende situaties blijkt dat de kritieke snelheid in het geval met een afstap ca. 5-7% lager ligt dan in het geval zonder afstap. Dit geldt zowel voor het geval van een strokenpatroon als in het geval van een enkele losse steen. De kritieke snelheid waarbij verplaatsen optreedt in het geval van een enkele losse steen ligt ca. 30% hoger dan in het geval van schade aan het strokenpatroon. Dit geldt zowel voor het geval met de afstap als in het geval van een vlakke bodem. De verschillende bewegingen van de losse steen zijn niet zonder meer terug te vinden in het verloop van het patroon van de snelheids- en drukfluctuaties in de buurt van de steen. Tevens komt het verloop van de drukfluctuaties niet goed overeen met het verloop van de snelheidsfluctuaties. Dit kan betekenen dat het oplossend vermogen van de druksensoren niet voldoende is om de belangrijkste drukfluctuaties te meten, zeker als blijkt dat de hoogfrequente drukfluctuaties de belangrijkste fluctuaties zouden zijn voor het verplaatsen van een steen. Uitgaande van de verwachting dat ook structuren op een zekere afstand van de steen drukfluctuaties ter plaatse van de steen kunnen opleveren, welke kunnen leiden tot het verplaatsen van de steen, zijn kruiscorrelaties van snelheids- en drukfluctuaties bepaald. De kruiscorrelatie van de snelheids- en drukfluctuaties bij de bodem blijkt een kleine waarde op te leveren. De grootste correlatie wordt gevonden tussen de drukfluctuaties bij de bodem en de snelheidsfluctuaties gemeten op ]2 cm boven het bed op een horizontale afstand van 10 cm van de druksensor.Civil Engineering and Geoscience

    A non-Markovian model for cell population growth: speed of convergence and central limit theorem

    No full text
    AbstractIn De Gunst (1989) a stochastic model was developed for the growth of a batch culture of plant cells. In this paper the mathematical properties of the model are considered. We investigate the asymptotic behaviour of the population growth as predicted by the model when the initial cell number of population members tends to infinity. In particular it is shown that the total cell number, which is a non-Markovian counting process, converges almost surely, uniformly on the real line to a non-random function and the rate of convergence is established. Moreover, a central limit theorem is proved. Computer simulations illustrate the behaviour of the process. The model is graphically compared with experimental data

    3DTOP10 Integratie van TOP10vector en het AHN

    No full text
    GIS technologyCivil Engineering and Geoscience

    A non-Markovian model for cell population growth: speed of convergence and central limit theorem

    No full text
    In De Gunst (1989) a stochastic model was developed for the growth of a batch culture of plant cells. In this paper the mathematical properties of the model are considered. We investigate the asymptotic behaviour of the population growth as predicted by the model when the initial cell number of population members tends to infinity. In particular it is shown that the total cell number, which is a non-Markovian counting process, converges almost surely, uniformly on the real line to a non-random function and the rate of convergence is established. Moreover, a central limit theorem is proved. Computer simulations illustrate the behaviour of the process. The model is graphically compared with experimental data.stochastic model population growth non-Markovian counting process almost sure converegence rate of convergence central limit theorem

    Replication Data for: Tight blood-glucose control without early parenteral nutrition in the ICU.

    No full text
    This dataset contains the primary study results of the TGC-Fast RCT (Gunst J, Debaveye Y, Güiza F, Dubois J, De Bruyn A, Dauwe D, De Troy E, Casaer MP, De Vlieger G, Haghedooren R, Jacobs B, Meyfroidt G, Ingels C, Muller J, Vlasselaers D, Desmet L, Mebis L, Wouters PJ, Stessel B, Geebelen L, Vandenbrande J, Brands M, Gruyters I, Geerts E, De Pauw I, Vermassen J, Peperstraete H, Hoste E, De Waele JJ, Herck I, Depuydt P, Wilmer A, Hermans G, Benoit DD, Van den Berghe G. NEJM 2023). The purpose of the dataset is to analyze the impact of tight versus liberal blood glucose control in patients who do not receive early parenteral nutrition. The dataset contains the baseline characteristics of the 9230 TGC-Fast patients as well as the primary study results (including the length of time that ICU care was needed as the primary endpoint and 90-day mortality as the safety endpoint). The length of time that ICU care was needed was calculated on the basis of time to discharge alive from the ICU, or the time until readiness for discharge from the ICU, with readiness for discharge defined as the time at which patients were no longer at risk or in need of vital-organ support or the time they were actually discharged, whichever came first. Long-term follow-up is ongoing

    De gunst van het schone

    No full text

    Recommandations formalisées d'experts. Contrôle de la glycémie en réanimation et en anesthésie: une réactualisation nécessaire.

    No full text
    0GuidelineJournal ArticleReviewSociété française d'anesthésie et de réanimation (SFAR); Société de réanimation de langue française (SRLF)info:eu-repo/semantics/publishe

    Accumulatie van vertragingen op luchthavens

    No full text
    Lange tijd is de luchtvaart beschouwd als een bedrijfstak onder de hoede van de overheid. Marktwerking werd via strikte regulering (zoals bilaterale verdragen) tot een minimum beperkt. Toenemende passagiersaantallen en daarmee vluchtbewegingen hebben hier vanaf de tachtiger jaren verandering in gebracht. Eén van de belangrijkste factoren die ertoe heeft geleid dat het luchthavenbedrijf rendabel werd, was de liberalisering van de regelgeving in de luchtvaart. Deze liberalisering heeft voor meer economisch bewust handelen in de luchtvaart gezorgd en heeft de concurrentie tussen luchthavens verhevigd. Naarmate het aantal vliegbewegingen toenam, bleken luchthavens rendabeler te worden doordat er zich economische voordelen voordeden. Dit bewustzijn leidde tot een verhevigde concurrentie tussen luchthavens om de gunst van zowel de luchtvaartmaatschappijen als die van diens klanten, de passagiers. De basis waarop beide voor een luchthaven kiezen, zijn met name geld, tot uiting gebracht in lage tarieven, en tijd, tot uiting gebracht in korte wachttijden en een kleine kans op vertragingen. Daarnaast spelen bij deze keuze niet-economische factoren een rol, zoals ligging en historische rechten. Eén van de manieren om te concurreren, is het verhogen van de efficiency van de luchthaven teneinde luchthavenkosten te reduceren en deze niet door te hoeven berekenen aan de klant en diens klant. Veel luchtvaartmaatschappijen concurreren op mondiale schaal via het Hub and Spoke systeem. Dit systeem opent via transfers vele markten. Nadeel is de gevoeligheid van dit systeem voor verstoringen waardoor de kans op vertragingen toeneemt en het systeem veelal leidt tot onderbenutting van de aanwezige infrastructuur. Het door de luchthaven aanbieden van faciliteiten die verstoringen tegengaan of de capaciteit vergroten, zal derhalve de concurrentiepositie van de luchthaven verbeteren.Transport & PlanningCivil Engineering and Geoscience

    Tight Blood-Glucose Control without Early Parenteral Nutrition in the ICU

    No full text
    BackgroundRandomized, controlled trials have shown both benefit and harm from tight blood-glucose control in patients in the intensive care unit (ICU). Variation in the use of early parenteral nutrition and in insulin-induced severe hypoglycemia might explain this inconsistency.MethodsWe randomly assigned patients, on ICU admission, to liberal glucose control (insulin initiated only when the blood-glucose level was >215 mg per deciliter [>11.9 mmol per liter]) or to tight glucose control (blood-glucose level targeted with the use of the LOGIC-Insulin algorithm at 80 to 110 mg per deciliter [4.4 to 6.1 mmol per liter]); parenteral nutrition was withheld in both groups for 1 week. Protocol adherence was determined according to glucose metrics. The primary outcome was the length of time that ICU care was needed, calculated on the basis of time to discharge alive from the ICU, with death accounted for as a competing risk; 90-day mortality was the safety outcome.ResultsOf 9230 patients who underwent randomization, 4622 were assigned to liberal glucose control and 4608 to tight glucose control. The median morning blood-glucose level was 140 mg per deciliter (interquartile range, 122 to 161) with liberal glucose control and 107 mg per deciliter (interquartile range, 98 to 117) with tight glucose control. Severe hypoglycemia occurred in 31 patients (0.7%) in the liberal-control group and 47 patients (1.0%) in the tight-control group. The length of time that ICU care was needed was similar in the two groups (hazard ratio for earlier discharge alive with tight glucose control, 1.00; 95% confidence interval, 0.96 to 1.04; P=0.94). Mortality at 90 days was also similar (10.1% with liberal glucose control and 10.5% with tight glucose control, P=0.51). Analyses of eight prespecified secondary outcomes suggested that the incidence of new infections, the duration of respiratory and hemodynamic support, the time to discharge alive from the hospital, and mortality in the ICU and hospital were similar in the two groups, whereas severe acute kidney injury and cholestatic liver dysfunction appeared less prevalent with tight glucose control.ConclusionsIn critically ill patients who were not receiving early parenteral nutrition, tight glucose control did not affect the length of time that ICU care was needed or mortality. (Funded by the Research Foundation-Flanders and others; TGC-Fast ClinicalTrials.gov number, NCT03665207.)Supported by the Research Foundation–Flanders (TBM [Toegepast Biomedisch Onderzoek met een Primair Maatschappelijke Finaliteit] grant T003617N, to Drs. Van den Berghe, Gunst, and Benoit, and a senior clinical investigator fellowship to Drs. Casaer, Meyfroidt, Hoste, and Hermans); the Methusalem program of the Flemish government (grant METH14/06 through KU Leuven, to Dr. Van den Berghe); the European Research Councilof the European Union (advanced grant from the Horizon 2020 Program, AdvG-2017-785809, to Dr. Van den Berghe); the Clinical Research and Education Council of theUniversity Hospitals Leuven, Belgium (doctoral fellowship to Dr. De Troy and postdoctoral fellowships to Drs. Gunst and Dauwe); the Ghent University Hospital, Belgium (Type II Project Fund for Innovation and Clinical Research, to Dr. Peperstraete); and an anonymous donation from a Dutch family, through the University Hospitals Leuven, to Dr. Van den Berghe’s research laboratory. We thank all the patients who participated in the trial and their family members; the clinical research teams at the participating centers; the attending physicians, nurses, physiotherapists, and other health care professionals at the participating centers for providing patient care and for compliance with the trial protocol; the members of the data and safety monitoring board; the information technology specialists for the maintenance of the patient data management system and the LOGIC-Insulin software; and the secretarial team for administrative support
    corecore