49 research outputs found
Seismic reservoir characterisation employing factual and simulated wells
Civil Engineering and Geoscience
Larch Status A
LARCH is a model that is used by the Netherlands Environmental Assessment Agency (PBL) for ex-ante and ex-post evaluations of Dutch nature policies. LARCH generates the potential habitat networks of a species. LARCH will not predict the actual distribution of a specie
Boekaankondigingen
R. Hansen und F. Stahl, Die Stauden und ihre Lebensbereiche, 2. Aufl., Ulmer, Stuttgart, 1984, 573 pag., DM 88. Een met kleurenfoto’s doorschoten boek voor de tuinliefhebber met vele oecologische bijzonderheden omtrent een groot aantal tuinplanten.
P.F.M. Opdam, J.T.R. Kalkhoven en J. Philippona, Verband tussen broedvogelgemeenschappen en begroeiing in een landschap bij Amerongen, Reeks Landschapsstudies 5, Pudoc, Wageningen, 1984, 117 pag. + kaartbijlagen, ƒ 29. Het resultaat van een studie die een onderdeel is van het vergelijkend onderzoek naar ruimtelijke relatie in het landschap, zoals dat door de afdeling landschapsecologie van het RIN (Leersum) wordt verricht
Validatie van het nutriënten-emissiemodel STONE met meetgegevens uit het Landelijk Meetnet effecten Mestbeleid (LMM) en de Landelijke Steekproef Kaarteenheden (LSK)
De uitkomsten van het model STONE zijn gevalideerd op gemeten concentraties in drains en grondwater uit LMM (Landelijk Meetnet effecten Mestbeleid) en gemeten fosfaatophoping volgens LSK (Landelijke Steekproef Kaarteenheden). Voor de validatie is gebruik gemaakt van een in 2008 ontwikkeld protocol. Uit de validatie komt naar voren dat op nationale schaal de gemiddelde door STONE gesimuleerde nitraatconcentraties in grondwater en drainwater goed overeenkomen met de metingen. De gesimuleerde DOC-concentraties in grondwater en drainwater en de fosfaatconcentraties in het grondwater wijken sterker af van de metingen. Tevens bleek uit de validatie op LSK dat de verdeling van P over boven- en ondergrond afwijkt van de metingen. Voor deze stoffen is dus een verdere verbetering van het model en/of de parameterisatie gewenst
Herstel van laaglandbeken door het herintroduceren van macrofauna
Nederland heeft circa 17.000 kilometer beken, waarvan een groot deel niet voldoet aan de ecologische kwaliteitsdoelen en normen gesteld vanuit de KaderRichtlijn Water (KRW). De kwaliteit laat sterk te wensen over: van de Europese landen neemt Nederland de tweede laatste positie in wat betreft de kwaliteit van de beken en rivieren. Op een groot aantal locaties zijn inmiddels beekherstelmaatregelen genomen. Het resultaat van beekherstel blijft biologisch gezien op veel plekken achter ten opzichte van de positieve ontwikkelingen met betrekking tot de waterkwaliteit. Een belangrijke reden hiervoor is dat veel voor laaglandbeken kenmerkende soorten maar een beperkt verspreidingsvermogen hebben. Door habitatvernietiging en vervuiling zijn deze typische soorten teruggedrongen in kleine, geïsoleerde populaties. De kans op terugkeer is hierdoor minimaal. In dit soort gevallen kan herintroductie een uitkomst zijn
Complexiteit van nutriëntenlimitaties in oppervlaktewateren
Voor het oplossen van eutrofiëringsproblemen is het van belang te weten welk nutriënt er sturend is voor het optreden van deze effecten. In aquatische systemen is de bepaling van het groeilimiterende (sturende) nutriënt lastig, doordat toename van dit nutriënt niet noodzakelijkerwijs gepaard gaat met biomassatoename vanwege interacties met lichtlimitatie. Uit literatuur blijkt dat fosfor, zoals werd aangenomen, het nutriënt is dat het vaakst limiterend is voor algenbloei. Ook limitering door stikstof, koolstof en silicium komen echter voor. Voor het behoud van karakteristieke soorten water- en oeverplanten en van de biodiveristeit, zoals wordt vereist door de Kaderrichtlijn Water, is stikstof echter ook van groot belang
Herstel van laaglandbeken door het herintroduceren van macrofauna
Nederland heeft circa 17.000 kilometer beken, waarvan een groot deel niet voldoet aan de ecologische kwaliteitsdoelen en normen gesteld vanuit de KaderRichtlijn Water (KRW). De kwaliteit laat sterk te wensen over: van de Europese landen neemt Nederland de tweede laatste positie in wat betreft de kwaliteit van de beken en rivieren. Op een groot aantal locaties zijn inmiddels beekherstelmaatregelen genomen. Het resultaat van beekherstel blijft biologisch gezien op veel plekken achter ten opzichte van de positieve ontwikkelingen met betrekking tot de waterkwaliteit. Een belangrijke reden hiervoor is dat veel voor laaglandbeken kenmerkende soorten maar een beperkt verspreidingsvermogen hebben. Door habitatvernietiging en vervuiling zijn deze typische soorten teruggedrongen in kleine, geïsoleerde populaties. De kans op terugkeer is hierdoor minimaal. In dit soort gevallen kan herintroductie een uitkomst zijn
Monitoring van aquatische natuur : KRW monitoring voor natuurdoelen in De Wieden
Het doel van deze studie is: (1) vaststellen of aan de hand van gegevens verzameld door waterbeheerders voor KRW-doeleinden uitspraken kunnen worden gedaan over de aanwezigheid van individuele typische soorten (Habitatrichtlijn), doelsoorten (Handboek Natuurdoeltypen) en AS-indicatoren (Aquatisch Supplement) en (2) bepalen hoe groot de monitoringsinspanning moet zijn om aan de hand van deze indicatoren veranderingen in natuurwaarden te kunnnen vastellen. In 2006, 2007 en 2008 zijn op 25 slootlocaties van Goed Ecologisch Potentieel in De Wieden monsters genomen van de macrofaunagemeenschap en opnames gemaakt van de watervegetatie. Ondanks de gunstige ecologische omstandigheden in De Wieden zijn typische soorten en doelsoorten niet of slechts in lage aantallen aangetroffen. Hieruit blijkt dat gegevens verzameld door waterbeheerders niet bruikbaar zijn om uitspraken te doen over de populatieontwikkeling van individuele typische soorten/doelsoorten of over veranderingen in het aantal typische soorten/doelsoorten in een gebied. Voor dit doel zullen nieuwe efficiëntere methoden van monitoring moeten worden ontwikkeld
