91 research outputs found
Profound Analysis and Development of Growth/No Growth Interface Models: Effect of Inimical Conditions on Listeria Monocytogenes in Various Contamination Levels
De groei/niet-groei interfase is de grens tussen condities die microbiële groei toelaten en condities die groei verhinderen. Modellen die deze interfase beschrijven, worden ontwikkeld in de discipline predictieve microbiologie om de veiligheid van levensmiddelen te voorspellen.De doeleinden van dit proefschrift zijn: (i) de grondige analyse en vergelijking van verschillende types van groei/niet-groei modellen voor een monocultuur en een cultuur bestaande uit meerdere stammen, en (ii) de studie en het modelleren van de invloed van de celdichtheid op de groei/niet-groei interfase. Meer bepaald wordt de interfase van de ziekteverwekker Listeria monocytogenes onder condities typisch voor mayonaise gebaseerde salades bestudeerd en gemodelleerd. Beide doelstellingen worden verwezenlijkt aan de hand van gedetailleerde datasets gegenereerd bij hoge celdichtheid en bij verschillende celdichtheden. Om een groot aantal celdichtheden tot op het niveau van de individuele cel te bekomen, wordt een verdunningsprotocol opgesteld. Een model dat dit protocol simuleert, wordt ontwikkeld om de celdichtheden te schatten.De logistische regressiemodellen blijken het meest geschikt om de data bij hoge dichtheid te beschrijven. Zij geven de geleidelijke verandering in groeikans geobserveerd in de interfasen, accuraat weer. Voor de monocultuur is het type afgeleid van een kinetiekmodel het meest geschikt aangezien zijn modelstructuur het minst beïnvloed wordt door anomaliën in de data. Er wordt onderzocht wat de beste methode is om de parameters van dit type te schatten. Voor de gemengde cultuur is het polynomiale type het beste. Alleen dit type is flexibel genoeg om de interfase van deze cultuur, die in een atypische richting buigt, te beschrijven.Om de invloed van de celdichtheid te modelleren, wordt de celdichtheid geïncorporeerd in de logistische regressiemodellen als extra verklarende variabele. Verschillende modellen die al dan niet gebaseerd zijn op de modellen voor hoge celdichtheid, worden opgesteld en uitgetest. De performantie van al deze modellen is quasi even goed. Zij voorspellen allen een sterke daling in groeikans bij dalende celdichtheid. Momenteel is er een voorkeur voor het model afgeleid van een kinetiekmodel omdat het het minst gevoelig is voor anomaliën.Tot besluit kan gezegd worden dat dit proefschrift belangrijke bijdragen levert tot het accuraat modelleren van de groei/niet-groei interfase en het eerste werk is dat grondig de celdichtheid in deze modellen incorporeert.status: Publishe
Data_Sheet_1_Non-Clinical Autistic Traits Correlate With Social and Ethical but Not With Financial and Recreational Risk-Taking.PDF
Previous research into uncertain and risky decision-making in autism spectrum disorder (ASD) has been inconclusive, with some studies reporting less uncertain and risky decisions by persons with ASD compared to neurotypicals, but other studies failing to find such effects. A possible explanation for these inconsistent findings is that aberrant decision-making in ASD is domain-specific, and only manifests itself in domains related to autism symptomatology. The present study examines this premise by correlating self-reported autistic traits to individuals’ intention to engage in risky behaviours, their perception of how risky these behaviours are, and the amount of benefit they expect to obtain from engaging in them; all for five separate domains of decision-making: social, ethical, recreational, health/safety, and financial. In line with the hypotheses, persons with higher autistic traits reported reduced intention to engage in risky social behaviours and increased intention to engage in risky ethical behaviours. Furthermore, a positive correlation was found between autistic traits and risk perception in the social domain, indicating that persons with higher autistic traits perceive social behaviours as riskier than do persons with lower autistic traits. Correlations between autistic traits and individuals’ intention to engage in risky recreational and financial behaviours were small, and supported the null hypothesis (as shown by Bayes Factors). Given that most studies on uncertain and risky decision-making take place in a financial context, the present results could explain previous inconsistent findings on decision-making in ASD. Therefore, future studies should also examine decision-making outside the financial realm.</p
Robust discriminant analysis.
Robuuste discriminant analyse Discriminant analyse, en de bijhorende classificatieregels, wordt vaak g ebruikt in de praktijk. Denk bijvoorbeeld aan de marketing afdeling van een bank die tracht beleggingsfondsen te verkopen aan nieuwe klanten. Ve rmits men uiteraard niet onnodig nieuwe klanten wenst lastig te vallen, wil men ervoor zorgen dat de reclame alleen aan mogelijk geïnteresseerde n gegeven wordt. Discriminant analyse kan hier helpen, maar er moet reke ning mee gehouden worden dat de gegevensbank waarover de bank beschikt e rg groot kan zijn, en dat deze vele atypische observaties kan bevatten, ook wel uitschieters genaamd. In discrimin antanalyse tracht men een regel op te stellen die toelaat o m multivariate observaties aan verschillende groepen toe te wijzen. Deze regel wordt geconstrueerd op basis van een oefensteekproef, wat een ver zameling observaties is waarvan men reeds weet tot welke groep ze behore n. Als voorbeeld kan als oefensteekproef een verzameling cliënten bescho uwd worden. Een deel hiervan zijn mensen die reeds beleggingsfondsen heb ben en een ander deel niet. Voor al deze cliënten worden enkele relevant e karakteristieken gemeten, zoals het spaargeld, het gezinsinkomen, info rmatie over lopende leningen, het aantal kinderen, enz. Gebruikmakende v an deze informatie kan men dan een discriminant regel opstellen, die toe gepast kan worden op nieuwe cliënten waarvan men enkel de karakteristiek en kent, doch die niet in de oefensteekproef zaten. Deze cliënten kunnen dan toegekend worden aan één van de groepen. Enkel de nieuwe cliën ten die toegekend worden aan de groep van mensen geïnteresseerd in beleg gingsfondsen, zullen de reclame ontvangen. Vele andere toepassingen van discriminant analyse kunnen uiteraard gevonden worden in economie, biolo gie, geneeskunde, enz. De klassieke discriminant regels kunnen echter erg sterk beïnvloed worde n door aanwezigheid van enkele uitschieters in de oefensteekproef, waard oor de resultaten onbetrouwbaar kunnen worden. Daarom is er nood aan rob uuste alternatieven die zich stabieler gedragen in aanwezigheid van uits chieters in de data. In de literatuur werden reeds resultaten voor robuu ste discriminant analyse gegeven, doch dit was meestal beperkt tot linea ire discriminant analyse en in het geval van slechts twee groepen. In di t proefschrift worden ook robuuste niet-lineaire discriminant regels bes tudeerd, zoals kwadratische en logistische regels. Tevens wordt in dit p roefschrift een uitbreiding naar discriminant analyse voor meerdere groe pen voorzien. Het kan bijvoorbeeld zeer interessant zijn om groepen van beleggers te onderscheiden, afhankelijk van de karakteristieken van de p ersonen in die verschillende groepen. In dit proefschrift werden nieuwe discriminant procedures ontwikkeld, di e zich robuust gedragen in aanwezigheid van uitschieters en een zo klein mogelijke kans op foutieve classificatie geven. Statistische eigenschap pen werden afgeleid voor de verscheidene methodes en voorgesteld in de v erschillende artikels die reeds gepubliceerd werden of reeds ingestuurd werden voor publicatie. Ze situeren zich allemaal in het domein van robu uste statistiek. Naast robuuste discriminant analyse, werd o ok aandacht geschonken aan robuuste tijdreeksenanalyse.
Verminderen van de extract verliezen in de Belle Vue brouwerij
In elke brouwerij treden er verliezen op tijdens het brouwproces, ook bij brouwerij Belle-Vue. Deze brouwerij is één van de vier brouwerijen van Inbev België, dat een marktaandeel heeft van 56.3%. Wereldwijd is Ab Inbev grootste brouwerij keten ter wereld. Het doel van deze masterproef is om deze verliezen zoveel mogelijk te beperken door aanpassingen te doen in het productieproces.
Eerst werd een statistische analyse uitgevoerd om trends op te sporen in de verliezen. Vervolgens werd onderzocht hoe deze verliezen tot stand komen. De verliezen werden opgespoord met staalnamen op bepaalde plaatsen en tijdstippen tijdens het proces. Deze stalen werden geanalyseerd op de hoeveelheid droge stof door het labo in de brouwerij zelf. De grootste verliesposten zijn de dry hop installatie en de fermentatie.
Voor de dry hop installatie werden verschillende optimalisaties getest: een lager transferdebiet en een andere dry hop methode. Een lager transferdebiet vermindert de verliezen tijdens het dry hoppen maar zorgt voor een langere procestijd. Als de hop wordt toegevoegd tijdens de fermentatie zijn de verliezen hoger en ontstaat er een andere smaakaroma. Een groot deel van de verliezen van de fermentatie gaan verloren in de centrifuge. Voor verdere optimalisatie van de centrifuge is er aanvullend onderzoek nodig
Verminderen van de extract verliezen in de Belle Vue brouwerij
In elke brouwerij treden er verliezen op tijdens het brouwproces, ook bij brouwerij Belle-Vue. Deze brouwerij is één van de vier brouwerijen van Inbev België, dat een marktaandeel heeft van 56.3%. Wereldwijd is Ab Inbev grootste brouwerij keten ter wereld. Het doel van deze masterproef is om deze verliezen zoveel mogelijk te beperken door aanpassingen te doen in het productieproces.
Eerst werd een statistische analyse uitgevoerd om trends op te sporen in de verliezen. Vervolgens werd onderzocht hoe deze verliezen tot stand komen. De verliezen werden opgespoord met staalnamen op bepaalde plaatsen en tijdstippen tijdens het proces. Deze stalen werden geanalyseerd op de hoeveelheid droge stof door het labo in de brouwerij zelf. De grootste verliesposten zijn de dry hop installatie en de fermentatie.
Voor de dry hop installatie werden verschillende optimalisaties getest: een lager transferdebiet en een andere dry hop methode. Een lager transferdebiet vermindert de verliezen tijdens het dry hoppen maar zorgt voor een langere procestijd. Als de hop wordt toegevoegd tijdens de fermentatie zijn de verliezen hoger en ontstaat er een andere smaakaroma. Een groot deel van de verliezen van de fermentatie gaan verloren in de centrifuge. Voor verdere optimalisatie van de centrifuge is er aanvullend onderzoek nodig
Electrophysiological Evaluation of the Continuity and Transmurality of Surgical Ablation Lesions in Ex Vivo Perfused Porcine Hearts by Unipolar High-Resolution Mapping
Introduction: Currently, there is no method available for intra-operative evaluation of the completeness (transmurality and continuity) of surgical ablation lesions. This study aimed to investigate the changes in electrogram characteristics and activation patterns caused by different (non)transmural and (dis)continuous ablation lesions in ex vivo perfused porcine hearts. Methods: Donation after circulatory death porcine hearts ex vivo perfused in Langendorff mode were used to perform ablation experiments in a controlled setting. Three subsequent radiofrequency ablation lesions – with different degrees of transmurality and continuity - were created on the right ventricle using AtriCure’s Isolator Synergy Bipolar clamp. Electrograms of the lesion and surrounding tissue were recorded by unipolar high-resolution mapping. These measurements were executed during pacing perpendicular to the ablation lesion from two sides and during intrinsic cardiac rhythm. Electrograms were processed using custom-made software. The inter-electrode conduction time, potential voltage, potential slope, and R-to-S-amplitude ratio were analyzed.Results: The first radiofrequency application significantly affected all parameters in the lesion area. Conduction times increased, the potential voltage and slope decreased, and there was a loss of S-wave amplitude. The increase in conduction time and the decrease in voltage were less steep when there was a conduction gap in the ablation line. However, conduction time was less sensitive to lesion transmurality because it remained stable even when the lesion became more transmural. The potential voltage on the other hand, became significantly lower in transmural lesions, showing an overall decrease of 84% from baseline to the third (complete) lesion. The potential slope showed similar trends as the voltage, although it was less discriminative for (non)transmurality and (dis)continuity. The loss of the S-wave became significantly more pronounced with more radiofrequency delivery.Conclusions: Complete ablation lesions are characterized by a stable conduction time when applying subsequent ablation, a decrease in potential voltage of 84% on the lesion and its border zone, and loss of the contribution of S-wave amplitude. The combination of these parameters in one tool could help to detect incomplete surgical ablation lesions in the individual patient during Maze surgery. This could potentially reduce post-maze gap-related atrial tachyarrhythmias and thus improve long-term success rates. Technical Medicin
Non-Clinical Autistic Traits Correlate With Social and Ethical but Not With Financial and Recreational Risk-Taking
Previous research into uncertain and risky decision-making in autism spectrum disorder (ASD) has been inconclusive, with some studies reporting less uncertain and risky decisions by persons with ASD compared to neurotypicals, but other studies failing to find such effects. A possible explanation for these inconsistent findings is that aberrant decision-making in ASD is domain-specific, and only manifests itself in domains related to autism symptomatology. The present study examines this premise by correlating self-reported autistic traits to individuals’ intention to engage in risky behaviours, their perception of how risky these behaviours are, and the amount of benefit they expect to obtain from engaging in them; all for five separate domains of decision-making: social, ethical, recreational, health/safety, and financial. In line with the hypotheses, persons with higher autistic traits reported reduced intention to engage in risky social behaviours and increased intention to engage in risky ethical behaviours. Furthermore, a positive correlation was found between autistic traits and risk perception in the social domain, indicating that persons with higher autistic traits perceive social behaviours as riskier than do persons with lower autistic traits. Correlations between autistic traits and individuals’ intention to engage in risky recreational and financial behaviours were small, and supported the null hypothesis (as shown by Bayes Factors). Given that most studies on uncertain and risky decision-making take place in a financial context, the present results could explain previous inconsistent findings on decision-making in ASD. Therefore, future studies should also examine decision-making outside the financial realm
Burst Beliefs – Methodological Problems in the Balloon Analogue Risk Task and Implications for Its Use
Studies in the field of psychology often employ (computerized) behavioral tasks, aimed at mimicking
real-world situations that elicit certain actions in participants. Such tasks are for example used to
study risk propensity, a trait-like tendency towards taking or avoiding risk. One of the most popular
tasks for gauging risk propensity is the Balloon Analogue Risk Task (BART; Lejuez et al., 2002), which
has been shown to relate well to self-reported risk-taking and to real-world risk behaviors. However,
despite its popularity and qualities, the BART has several methodological shortcomings, most of which
have been reported before, but none of which are widely known. In the present paper, four such
problems are explained and elaborated on: a lack of clarity as to whether decisions are characterized
by uncertainty or risk; censoring of observations; confounding of risk and expected value; and poor
decomposability into adaptive and maladaptive risk behavior. Furthermore, for every problem, a
range of possible solutions is discussed, which overall can be divided into three categories: using a
different, more informative outcome index than the standard average pump score; modifying one or
more task elements; or using a different task, either an alternative risk-taking task (sequential or
otherwise), or a custom-made instrument. It is important to make use of these solutions, as applying
the BART without accounting for its shortcomings may lead to interpretational problems, including
false-positive and false-negative results. Depending on the research aims of a given study, certain
shortcomings are more pressing than others, indicating the (type of) solutions most needed. By
combining solutions and openly discussing shortcomings, researchers may be able to modify the BART
in such a way that it can operationalize risk propensity without substantial methodological problems
Student mental health disparities
This project examines disparities in university students’ mental health based on gender, sexual orientation, ethnic background, internationality, disability, and parental education
The Relationship between ASD Symptomology, Performance, Experienced Problems and Benefits in Problem Based Learning (PBL) Curricula
The attention for supporting students with Autism Spectrum Disorders (ASDs) at university has recently grown. However, no research to date has looked into the fit between ASD and a specific form of education, Problem-Based Learning (PBL). The current study uses a newly developed questionnaire that focuses on the four elements of PBL: constructive, self-directed, collaborative, and contextual learning. The questionnaire showed to be highly reliable. Although higher ASD symptomology predicted reported experience of more problems and fewer benefits of PBL, these experiences were not accompanied by lower grades. This indicates that ASD students benefit from working in PBL
- …
