2,198 research outputs found

    Het nieuwe gebouw van de Universiteitsbibliotheek Leiden /

    No full text
    Gedeeltelijk eerder verschenen in Open en Mare.Bevat: Woord vooraf / J.R. de Groot. Over boeken en structuralisme / Bart van Kasteel. Een nieuw gebouw voor de Universiteitsbibliotheek Leiden / J.L. de Vries. Universiteitsbibliotheek stelt bij verhuizing orde op zaken / M. van Lith

    Social Housing in Aruba: Transforming the social housing sector in Aruba, to make it feasible and sustainable for the future

    No full text
    Op Aruba is een woningcorporatie actief op het gebied van sociale woningbouw, de FCCA. Sociale woningbouw projecten worden steeds minder financieel haalbaar. Echter blijft de vraag naar deze woningen in verhouding groot. Dit onderzoek gaat op zoek naar een nieuw financiele systeem dat projecten in de toekomst weer haalbaar maakt.Real Estate & HousingArchitectur

    De invloed van coupling agents op de stijfheid en sterkte van poly(l-lactide)/hydroxyapatiet composieten

    No full text
    Het composiet van pofy(L-lactide) en hydroxyapatiet is een veelbelovend materiaal om te dienen als breukfixerend implantaat in de ortophaedische chirurgie. De mechanische eigenschappen laten echter nog te wensen over. Om inzicht te krijgen in de variabelen en fenomenen die de stijfheid en sterkte van dit composiet bepalen werden een groot aantal experimenteel bepaalde sterkten en moduli vergeleken met de theorie. Uit deze vergelijking bleken de trek- en buigsterkten van het composiet lineair toe te nemen met de molecuulmassa van het polymeer. Omdat de adhesie tussen de vulstof en het matrixmateriaal de oorzaak van de slechte mechanische eigenschappen bleek te zijn werd een onderzoek gedaan naar de invloed van coupling agents op deze hechting. Het hydroxyapatiet werd gecoat met methacryloxypropyltrimethoxysïlaan (MPS), met vinyltrimethoxysilaan (VTMS) en met aminopropyltriethoxysilaan (APS). De coating bestaat uit zowel covalent aan het oppervlak gebonden silaanmoleculen als fysisch gebonden lagen van siloxanen. Deze dikke laag silaan verbetert de adhesie niet. Wel beïnvloeden de silanen de polymerisatie. Het VTMS hindert de initiatie waardoor niet omgezet monomeer achterblijft dat de struktuur van het polymeer verzwakt. Het APS kan door omestering ketens aan elkaar koppelen waardoor de gewichtsgemiddelde molecuulmassa en de dispersiteit van het polymeer sterk toenemen. Het in dit onderzoek gebruikte hydroxyapatiet heeft een specifiek oppervlak van 1.34 m2/g en bestaat voor de helft uit grote clusters. Verder onderzoek moet zich daarom niet alleen richten op het beter beheersen van de silaanlaag maar ook op het oppervlak en de dispersiegraad van de hydroxyapatietdeeltjes in het polymeer.Applied SciencesScheikundige Technologie en der MateriaalkundeTechnologie van Macromoleculaire Stoffe

    De kracht van de verleiding - Natuurtransferia als investering in kwaliteit natuurgebieden

    No full text
    Natuurtransferia dragen bij aan de recreatieve kwaliteit van natuurgebieden, maar kunnen ook de natuurlijke kwaliteit ervan versterken. De 'Veluwetransferia' zijn nu al een groot succes. Alleen al vanwege de sociale veiligheid laten bezoekers hun auto graag op het parkeerterrein staa

    Clinical, electrophysiological and structural aspects of atrial remodeling: Lessons from thoracoscopic ablation of atrial fibrillation

    No full text
    Boezemfibrilleren is de meest voorkomende hartritmestoornis, die steeds meer voor zal komen door de vergrijzing van onze samenleving. Behandelingen voor boezemfibrilleren oefenen daardoor een toenemende druk uit op de zorg en de kosten van de zorg. Effectieve behandeling van boezemfibrilleren is daarom van groot belang. Echter, de mechanismes van boezemfibrilleren, en van recidieven van boezemfibrilleren na een behandeling worden nog niet volledig begrepen. Daarom beschrijf ik in dit proefschrift verschillende factoren die het succes van de behandeling kunnen bepalen. Daarvoor hebben we onderzoek gedaan naar patiënten die een zogenaamde thoracoscopische ablatie voor boezemfibrilleren krijgen. Dit stelde ons in staat om klinische factoren te onderzoeken die een relatie hebben met een succesvolle of niet succesvolle ablatie. Vervolgens hebben we deze karakteristieken gerelateerd aan structurele kenmerken van het hartspierweefsel, de elektrische geleiding van het hartspierweefsel, en de uitkomst na de behandeling. Deze combinatie van klinische, structurele en elektrofysiologische kenmerken geven belangrijke nieuwe inzichten in de mechanismes van boezemfibrilleren, en die van recidieven na een behandeling

    Clinical, electrophysiological and structural aspects of atrial remodeling: Lessons from thoracoscopic ablation of atrial fibrillation

    No full text
    Boezemfibrilleren is de meest voorkomende hartritmestoornis, die steeds meer voor zal komen door de vergrijzing van onze samenleving. Behandelingen voor boezemfibrilleren oefenen daardoor een toenemende druk uit op de zorg en de kosten van de zorg. Effectieve behandeling van boezemfibrilleren is daarom van groot belang. Echter, de mechanismes van boezemfibrilleren, en van recidieven van boezemfibrilleren na een behandeling worden nog niet volledig begrepen. Daarom beschrijf ik in dit proefschrift verschillende factoren die het succes van de behandeling kunnen bepalen. Daarvoor hebben we onderzoek gedaan naar patiënten die een zogenaamde thoracoscopische ablatie voor boezemfibrilleren krijgen. Dit stelde ons in staat om klinische factoren te onderzoeken die een relatie hebben met een succesvolle of niet succesvolle ablatie. Vervolgens hebben we deze karakteristieken gerelateerd aan structurele kenmerken van het hartspierweefsel, de elektrische geleiding van het hartspierweefsel, en de uitkomst na de behandeling. Deze combinatie van klinische, structurele en elektrofysiologische kenmerken geven belangrijke nieuwe inzichten in de mechanismes van boezemfibrilleren, en die van recidieven na een behandeling

    The Dutch System of Long-term Care. ENEPRI Research Report No. 90, 15 June 2010

    No full text
    Launched in January 2009, ANCIEN is a research project that runs for a 44-month period and involves 20 partners from EU member states. The project principally concerns the future of long-term care (LTC) for the elderly in Europe and addresses two questions in particular: 1) How will need, demand, supply and use of LTC develop? 2) How do different systems of LTC perform? This case study on The Netherlands is part of the first stage in the project aimed at collecting the basic data and necessary information to portray long-term care in each country of the EU. It will be followed by analysis and projections of future scenarios on long-term care needs, use, quality assurance and system performance. State-of-the-art demographic, epidemiologic and econometric modelling will be used to interpret and project needs, supply and use of long-term care over future time periods for different LTC systems

    Verkeersonveiligheid Landbouwvoertuigen; verkeersongevallen met landbouwvoertuigen - Een analyse voor de periode 1987-2008

    No full text
    Landbouwvoertuigen wijken in meerdere opzichten af van andere verkeersdeelnemers. Vergeleken met personenauto's zijn ze langzamer en zwaar, vergeleken met fietsers groot en snel. Vanwege hun van het overige verkeer afwijkende afmetingen en bewegingskarakteristieken vormen ze een potentiële bron van gevaar. Doel van deze publicatie is het nader analyseren van omvang en aard van de verkeersongevallen, waarbij landbouwvoertuigen betrokken zijn

    Leven, werken en geloven in zeevarende gemeenschappen : Schiedam, Maassluis en Ter Heijde in de zeventiende eeuw

    No full text
    In veel dorpen en steden in de zeventiende-eeuwse Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden werd het leven bepaald door het ritme van de zeevaart. Een groot gedeelte van de mannelijke beroepsbevolking was in deze gemeenschappen bijna voortdurend afwezig. Tot nog toe is binnen de Nederlandse maritieme geschiedenis weinig aandacht besteed aan zeevarende gemeenschappen. Dit proefschrift geeft een gedetailleerd beeld van het leven in zeventiende-eeuws Schiedam, Maassluis en Ter Heijde. Historica Annette de Wit analyseert aan de hand van een grote diversiteit aan bronnenmateriaal op welke wijze de economische afhankelijkheid van de zeevaart het dagelijks bestaan beïnvloedde. Geanalyseerd wordt hoe (de dominantie van) de zeevaart invloed had op het werk dat mannen en vrouwen deden, op het huishouden en het gezin, op de sociale verhoudingen binnen de samenleving en op het godsdienstig leven van de inwoners van de drie gemeenschappen. Samenvattend kan gesteld worden dat de zeevaart invloed had op vrijwel alle aspecten van het dagelijks bestaan in Schiedam, Maassluis en Ter Heijde. In de havenstad Schiedam werd deze invloed aan het einde van de zeventiende eeuw minder als gevolg van het groeiende belang van de brandewijnindustrie. Anders was dat in de occupational communities Maassluis en Ter Heijde, waar de zeevaart bepalend bleef voor het leven van de inwoners van het dorp. De visserij bepaalde hier niet alleen de sociale en economische verhoudingen, maar was ook verweven met cultuur en geloof.LEI Universiteit LeidenColonial and Global Histor

    Growth Strategies for New Technology-Based Firms: Selecting Growth Strategies by Combining The Resource-Based View, Transaction Cost Economics and Contingency

    No full text
    Over the past few decades, new technology-based firms (NTBFs) have been considered an important engine of economic development. Consequently, a better understanding of the characteristics and attributes of these firms has become a primary goal for researchers and policy makers. While numerous studies found evidence of the relation between growth performance and strategy, clear methods and strategy formulation tools for NTBF managers are lacking. The main objective of this research is to offer guidance in formulating growth strategies for NTBFs, while considering their specific characteristics and environment. This research designs a solution for a large and complex contemporary socio-technical problem. In this, several contributions to technology entrepreneurship literature are made. Firstly, internal and external variables are identified that influence strategy making for NTBFs. Secondly, strategies and tactics that are applicable for NTBFs in specific situations and environments are defined. Thirdly, a conceptual framework that enables to select growth strategies for NTBFs by using an extensive “matchmaking” process is build and validated. This conceptual framework was built around three strategy management theories: Transaction Cost Economics (TCE), the Resource-Based View (RBV) and Contingency. Accordingly, this research investigates and reveals some theoretical implications for applying these theories to NTBFs specifically. The designed framework suggests that a strategy is subject to the internal and external environment, where the interpretation of this environment and the final decision is made by the management team of a NTBF. Feasible growth strategies for NTBFs are built around four regimes: Vertical Integration, Inter-firm Cooperation, Technology Transfer and System Integration. Two important clusters divide NTBFs and their suitable growth strategies; the ones with a strong financial position and the ones with a suitable situation for collaboration. When having a strong financial position, NTBFs can choose to vertically integrate or become a system integrator. Collaborative strategies can be subdivided in backward and/or forward strategic alliances, exclusivity agreements, equity strategic alliances, joint ventures and an IP-based technology transfer. NTBF founders use similar strategic tactics to deal with shared challenges. This research did not strive for prediction and certainty but strived to reduce the complexity for managers of NTBFs in choosing their growth strategy. Empirical findings and theoretical knowledge were bundled to understand the phenomenon, where this understanding is located on a higher level than the empirics itself. Especially since there will always be exceptions. Accordingly, the complexity of the research problem was reduced by using abstraction instead of generalisation. Generalisation was minimised where it is assumed that generalisation in NTBF growth strategies has significant shortcomings where too many variables interact. The art is within the clustering of variables, where these clusters are matched with a specific, optimal growth strategy on an abstract level. The multi-disciplinary abstraction approach of this research enabled to bridge the gap between research and practical execution. The designed conceptual framework is based on flexible conceptual terms rather than rigid theoretical variables and causal relations and aims to help to understand phenomena rather than to predict them. The input for the conceptual framework was holistic, using interviews and theory. In-depth interviews with founders of NTBFs were used to review the object of study from different, practical perspectives. Moreover, four theoretical viewpoints were used complementary: contingency, strategy, transactions (TCE) and resources (RBV). No attempt was made for theoretical integration or synthesis of theories. Rather, theories were combined in such a way as to enhance the qualities of each other. TCE theory was used for the identification of strategies, where RBV theory was used for the identification (or a lack) of resources, for which specific strategies and tactics can be executed. Contingency theory served as the overarching theme of the framework, where strategy forms the common thread in this research. An in-depth case study could be used to validate the conceptual framework by reflecting on a real-life case. A single case study was used, while context-dependent knowledge was assumed to be more valuable than predictive theories.The framework as designed in this research can be used for NTBFs when selecting their growth strategy. Further research is needed to examine the suitability of the framework for different NTBFs, where this research only validated the framework with a single case study. This can be done by executing several in-depth single case studies that lead to a more complete and usable framework. Data should not only be gathered from NTBFs but should also be gathered from researchers when it comes to the critical assessment of the used theories (RBV and TCE) and possible extensions of the conceptual framework. Complex Systems Engineering and Management (CoSEM
    corecore