98 research outputs found

    Betrouwbaarheid van jetgroutlagen

    No full text
    In dit afstudeerverslag wordt een onderzoek naar de risico's en de faalkansen van jetgroutlagen uiteengezet. Eerst worden de voordelen van een jetgroutlaag ten opzichte van andere waterremmende lagen opgesomd waarna de verschillende soorten jetgroutlagen worden besproken. Na het onderzoeken van de optredende onnauwkeurigheden en afwijkingenis een risico-analyse model voor jetgroutlagen voor 2 rastertypen opgesteld. Om indicatiewaarden van veilige ontwerparameters te krijgen is vervolgens de relatie tussen enkele parameters onderzocht aan de hand waarvan een aantal simulaties voor jetgroutlagen is gedaan. De resultaten hiervan zijn in Hoofdtuk 4 en in de bijlagen terug te vinden. Jetgrouting is een techniek waarbij onder hoge druk grond los wordt gesneden en grotendeels vervangen door een water/cement-mengsel. Door dit proces trekkend en roterend tegelijk uit te voeren worden ronde groutkolommen verkregen. Door dit volgens een van te voren bepaald stramien uit te voeren wordt als het ware een ondergrondse vloer gerealiseerd, een zogenaamde jetgroutlaag. Jetgroutlagen kunnen worden toegepast bij de aanleg van verdiepte constructies. Het doel van een jetgroutlaag is te zorgen dat tijdens en na bemaling en afgraving van een bouwput geen grondwater zal toetreden. Tevens kan de jetgroutlaag dienen als stempeling na afgraving van de kuip.Hydraulic EngineeringCivil Engineering and Geoscience

    De ondergrond bindt ons: Verkennende studie naar de meerwaarde van onderlinge informatie-uitwisseling voor assetmanagement van netbeheerders

    No full text
    Door verouderende infrastructuren, aankomende vervangingsgolven, verandering in vraag en de steeds drukker wordende ondergrond staan netbeheerders van ondergrondse infrastructuren voor een gezamenlijke uitdaging, waarin de rol van beheer en informatie een prominente plaats heeft. Reageren op basis van storingen wordt hiervoor niet meer als voldoende gezien. Het gevolg hiervan is dat netbeheerders rationeler willen omgaan met het beheer van de netwerken. De manier waarop zij dit (willen) doen is aan de hand van assetmanagement. Assetmanagement is een nieuwe/andere naam voor beheer en zoekt een balans in prestatie, risico en kosten over de gehele levenscyclus van de bedrijfsmiddelen. Aan het nemen van effectieve stuurmaatregelen (beheeracties) zijn een aantal voorwaarden verbonden. Informatie van de omgeving en de infrastructuur is hiervoor cruciaal. Uitwisseling van informatie tussen netbeheerders is op dit moment wettelijk gedreven door de Wet Informatie-uitwisseling Ondergrondse Netwerken, maar dit beperkt zich tot de locatiegegevens voor graafwerkzaamheden. Een andere vorm van informatie-uitwisseling is het delen van de korte termijn planning. Door verdergaande informatie-uitwisseling, worden verdere mogelijkheden gezien voor het beperken van kosten en overlast voor de afnemers van de diensten. Om deze reden is het doel van dit onderzoek een verkenning te maken naar informatie die netbeheerders nu verzamelen en een potentiële meerwaarde te vinden in onderlinge uitwisseling van deze informatie. De meerwaarde is uitgedrukt in mogelijkheden om informatie te delen dat bijdraagt aan het beheer van de netwerken. De beschouwde netwerken in dit onderzoek zijn: drinkwater, riolering, gas, elektriciteit en telecom. Doordat er overeenkomsten worden verwacht in gebruikte materialen voor de netwerken en het feit dat de netwerken zich in dezelfde grondlaag bevinden, wordt in dit onderzoek eenzelfde vorm van informatiebehoefte verwacht voor het beheer van de beschouwde netwerken. De verkenning is uitgevoerd door middel van literatuuronderzoek en interviews. Het literatuuronderzoek geeft een theoretisch kader van de informatiebehoefte van de netwerken en in welke mate netbeheerders daar zichzelf nu in voorzien. In het literatuuronderzoek is een inventarisatie gemaakt van: ? de gebruikte materialen en het aandeel daarvan in de beschouwde infrastructuren. ? de beheerinstanties, de belangen en wettelijke verplichtingen. ? verscheidene benaderingswijzen van beheer en de rol van informatie daarin ? de faalmechanismen van de netwerken. ? de huidige informatie inwinning van de netbeheerders, zowel informatie die zij uit het netwerk halen als uit de omgeving van het netwerk. De interviews zijn voor: ? verdere verdieping van het literatuuronderzoek ? verkenning van de vraag in de praktijk De inventarisatie van de gebruikte materialen en de faalmechanismen van netwerken, laat een overeenkomst in informatiebehoefte zien. Naast graafschade zijn zaken als externe corrosie, belasting door verkeer en wortels, zettingen en druk op vrijwel alle beschouwde infrastructuren van invloed. Informatie over de omgeving is belangrijk voor zowel voor het bepalen van de conditie van de leidingen, de gevolgen van falen, als het afstemmen van werken. Hier worden mogelijkheden tot delen van informatie gezien. Informatie uit het systeem is onderverdeeld in algemene en netwerkspecifieke informatie. Algemeen verzamelde informatie is de registratie van de locatie en van storingen. Door registratie van storingen kunnen analyses uitgevoerd worden op het gedrag van het systeem. Ook kan het aandeel van een specifieke oorzaak van storingen aangetoond worden. Storingsregistratie geeft een objectief beeld van het gedrag van de netwerken. Delen van storingsgegevens kan leiden tot het vinden van relaties in faalgedrag. De ondergrond bindt ons Wouter Bosch © KWR & TU Delft - v - oktober 2012 Netwerkspecifieke informatie-inwinning is onderverdeeld naar: onderzoek naar materiaalgedrag, metingen in de openbare ruimte en bezoeken bij afnemers thuis. Uit de interviews is naar voren gekomen dat op deze drie gebieden naast het uitwisselen van informatie, ook het combineren van werkzaamheden is mogelijk en wenselijk. De interviews hadden een semigestructureerde vorm. Hierdoor kan het zijn dat enkele beschouwde onderdelen diepgang missen. Het resultaat van de interviews is een verkenning van de vraag naar informatie van andere netbeheerders en de aanwezige wil om verder samen te werken. Het resultaat van het onderzoek is een zevental suggesties voor mogelijkheden tot het uitwisselen van informatie, namelijk: 1. gezamenlijk onderzoek naar gemeenschappelijk gebruikte materialen 2. uitwisselen van storingsgegevens 3. verdergaande uitwisseling van basisgegevens 4. informatie over de lokale invloed van de omgeving op de kansen en gevolgen van falen 5. de lange termijn planning 6. het verder combineren van werk in het veld 7. uitwisselen van ervaringen rond de transitie van bouwen naar beheren Op deze gebieden is mogelijke meerwaarde te vinden dat uiteindelijk tot kostenbesparing kan leiden. Dit wordt bereikt doordat er meer informatie over de conditie van de netwerken en de omgeving aanwezig is bij de netbeheerders. Zo kunnen risico’s beter ingeschat worden. Verder worden er mogelijk kosten bespaard en wordt overlast verminderd door het combineren van beheeracties. De belangrijkste aanbeveling van dit onderzoek is om de strekking van dit onderzoek een ochtend of middag in de praktijk te brengen in een zogeheten “basale middag”. Tijdens dit dagdeel kunnen netbeheerders stap voor stap laten zien waar zij dagelijks mee bezig zijn in het besluitvormingsproces en welke informatie zij daarvoor gebruiken. Hierdoor kunnen eventueel nog meer mogelijkheden gevonden worden voor het uitwisselen van informatie. Dit dient op regionaal niveau plaats te vinden.Sanitary EngineeringWater ManagementCivil Engineering and Geoscience

    Someone // Somewhere: the European Union, a Home for so many differences

    No full text
    As of the 31st of January 2020, the United Kingdom separated from the European Union. This event caused an uproar in the preceding years throughout the Union, forcing everyone to consider what the benefits are (or not) of taking part in the European project. For us the benefits are clear. We can easily cross borders to experience and learn from others with whom we share many of the same historical, geographical and cultural values, yet have differences we can appreciate. We simply believe that the sum of the parts is bigger than the whole. So, the uproar made us wonder how we, as future architects, could contribute to the European project in a positive manner. Although we know the scope is ambitious, we have aimed for a project which works through scale by touching local places, while also setting out new lines for a route at the European level that connects the different places. By working from the local to the European scale we aim to expose how the European Union can be a home for its vast range of inhabitants. To execute our research, we organized a field trip over a period of 5 weeks that covered the ground from the Netherlands to Romania.Sophie van Riel (together with Willie Vogel and Italo de Vroom)Architecture, Urbanism and Building Sciences | Explorela

    Wanted! Investigating how elements from the personal usage context affect Gen Z consumers' value-in-use experience and engagement with mobile service

    No full text
    sponsorship: The research underlying this article has benefitted from a China Scholarship Council grant (No. 201508320285) to the first author. (China Scholarship Council|201508320285)status: Publishe

    Nieuw stelsel agrarisch natuurbeheer : criteria voor leefgebieden en beheertypen

    No full text
    In het nieuwe stelsel Agrarisch Natuur en Landschapsbeheer (ANLb-2016) worden vier agrarisch leefgebieden onderscheiden en daarbinnen 10 beheertypen. Deze eenheden vormen de basiseenheden van het stelsel waarvan het beheer in zogenaamde gebiedsplannen zal worden uitgewerkt. Voor deze eenheden zijn op basis van ecologische kennis kwalitatieve en kwantitatieve criteria uitgewerkt. De criteria zijn bedoeld als hulpmiddel voor het opstellen en beoordelen van gebiedsplannen. De soortenfiches, soortenmaatregelen en de eerder genoemde leefgebiedenbeschrijving, opgesteld door Wouter van Heusden, zijn gebruikt als uitgangspunt

    Nieuw stelsel agrarisch natuurbeheer : criteria voor leefgebieden en beheertypen

    No full text
    In het nieuwe stelsel Agrarisch Natuur en Landschapsbeheer (ANLb-2016) worden vier agrarisch leefgebieden onderscheiden en daarbinnen 10 beheertypen. Deze eenheden vormen de basiseenheden van het stelsel waarvan het beheer in zogenaamde gebiedsplannen zal worden uitgewerkt. Voor deze eenheden zijn op basis van ecologische kennis kwalitatieve en kwantitatieve criteria uitgewerkt. De criteria zijn bedoeld als hulpmiddel voor het opstellen en beoordelen van gebiedsplannen. De soortenfiches, soortenmaatregelen en de eerder genoemde leefgebiedenbeschrijving, opgesteld door Wouter van Heusden, zijn gebruikt als uitgangspunt

    La conservazione sostenibile del Patrimonio Culturale Italiano. Roma e il suo suburbio sud occidentale.

    No full text
    The work describes a scientific and educational initiative developed by Author in the “Roma Tre” University to study the way of planning valorization of Cultural Heritage by means of didactic and scientific sustainable activities. The project entails preparing and executing together research and training program for the safeguarding and fruition of Roman Ostia’s archaeological heritage. The scheme aims at setting up a sustainable system for documenting, conserving and managing environmental, natural and anthropic context of the archaeological site and for improving and developing it to promote tourism by identifying and characterizing potential tangible and intangible attractions. The system above is based on a devoted university course of study in which both architects and archaeologists are involved in documenting the site and projecting its valorization. The data’s organization will be carried out by means of a digital platform, a novel experimental tool functional for programming suitable interventions to manage the ancient city’s museum. So far, the safeguarding and restoration measures, both traditional and innovative, allow Ostia’s ancient architectural manufactures to survive and enhance the gift of eloquence and vocation for use that the site can propose for the valorization of the local territory

    The bicycle metro: Feasibility study for continuous urban cycling infrastructure

    No full text
    Engineering and Policy Analysi

    Modelonderzoek van de nabla-ligger

    No full text
    Civil Engineering and Geoscience

    Het goede universum en het universeel goede. De kosmologische ethiek van Plutarchus

    No full text
    The good universe and the universal good. Cosmology and its ethical implications in the Platonic tradition: the case of Plutarch of Chaeronea. The idea that the cosmos is intrinsically good pervades the history of Western thought. It was the standard view until the 17th century and still it plays a role in some religious or metaphysical contexts or is felt, e contrario, in accounts on the precarious role of humankind in a mechanistic universe. An important consequence of this teleological view (i.e. the view that the cosmos has a goal, the good) are its ethical implications: if the cosmos is good, people can learn about the good in their own lives by studying it. This corollary was elaborated for the first time by Plato, esp. in his main cosmological text, Timaeus, which for its enormous influence has been called 'the teleologists' bible' (Sedley 1998: 152). Yet, the ethics of Platonic cosmology have rarely been studied. Therefore, this research will turn to Plutarch of Chaeronea (c. 45-120 AD), the main representative of Platonism in the 1st and 2nd centuries. Not only is Plutarch the most prolific ethicist in the Platonic tradition, he is also the author of the first extant treatise on Platonic cosmology. I will provide an analysis of this text (On the generation of the soul), focussing on Plutarch's conception of the connection between cosmology and ethics. On this basis, the theme will be explored in the rest of Plutarch's multifaceted oeuvre, in order to present, for the first time, a case-study of how cosmological ethics functioned in Platonism and, more generally, in the history of science and philosophy.status: Publishe
    corecore