1,828 research outputs found

    Waterstof voor gebouwverwarming en het klimaatakkoord

    No full text
    De belangstelling voor waterstof als energiedrager voor de gebouwde omgevingontwikkelt zich snel. Veel indicatoren wijzen inmiddels in de richting dat waterstof een significante bijdrage gaat leveren in de verduurzamingsopgave, ook voor ruimteverwarming. Essentieel is de beschikbaarheid van een grootschalige infrastructuur voor waterstoftoelevering. De voorzichtige positiekeuze in het Nederlandse klimaatakkoord ten aanzien van waterstofbeschikbaarheid in 2030 is achterhaald met de Gasunieplannen voor een Nederlandse waterstofbackbone. De plannen richten zich weliswaar in eerste instantie op de waterstofvoorziening van de industrie, maar een inschatting laat zien dat ook belevering van honderdduizenden woningen in 2030 via deze waterstofbackbone mogelijk is. Gericht beleid om waterstof te integreren in de verduurzamingsrichtlijnen voor 2030 zou niet alleen het risico op de haalbaarheid van de CO2-emissiereductiedoelstellingen voor de gebouwde omgeving verlagen, maar legt ook een fundament voor de vergaande maatregelen die na 2030 nog nodig zijn. Een realistisch en haalbare doelstellingvoor 2030 is om 500.000 woningen te verwarmen op waterstof middels eenwaterstof CV-ketel of op een combinatie van waterstof en elektriciteit middels een hybride warmtepomp-waterstof CV-ketel.Energy Technolog

    Hijmans' boek over Wijk bij Duurstede uit 1951 in het Engels

    No full text
    Over de privé-uitgave door G.R. Peereboom-Chambers uit 1961 in opdracht van Philip van Wyck (Connecticut, USA), een afstammeling van Cornelis Barentse uit Wijk bij Duurstede en een vertaling van de oorspronkelijke uitgave van H. Hijmans uit 1951

    Food texture and food intake : the role of oral sensory exposure

    No full text
    Background and objective: In view of the growing epidemic of obesity, it is important to investigate factors which influence food intake. Food texture has been shown to play a role in food intake regulation but underlying explaining mechanisms are unknown. The aim of this thesis was to determine the effect of food texture on satiation (assessed as ad libitum food intake) and to investigate the mediating role of oral sensory exposure and gastro-intestinal physiology in this effect. Methods: We started by investigating the effect of food viscosity on ad libitum food intake (n=108). Next, we investigated whether the effect of viscosity could be related to eating effort and/or eating rate (n=49) or to the release of the gastro-intestinal hormones ghrelin, CCK and GLP-1 (n=33). To further explore the role of oral sensory exposure, we investigated the effect of changing bite size and oral processing time of a semi-solid food on satiation (n=22), and the effect of changing food texture of three pairs of solid foods on satiation (n=106). Finally, we observed eating behavior and retro-nasal aroma release in normal weight and overweight subjects (n=54). Results: Viscosity of food had a clear effect on food intake; increasing viscosity significantly decreased ad libitum food intake and the difference in intake between the liquid and semi-solid product ranged from 29% to 34% in different settings. Eating rate played an important role; the liquid product was consumed significantly faster than the semi-solid product and a standardized eating rate led to similar intakes of these products. The selected gastro-intestinal hormones could not explain the effect of viscosity on food intake; a fixed amount of the liquid and semi-solid test product resulted in a similar response of the hormones. Food intake of a semi-solid food was significantly less when oral processing time was fixed to 9 s compared to 3 s (on average a difference of 42 g) and when consumed with fixed small bite sizes (≈ 5 g) compared to large bite sizes (≈ 15 g) (on average a difference of 106 g). Differences in food texture of solid foods, aimed to change oral processing time, did not affect food intake. Texture differences were probably too subtle to lead to differences in eating rate and subsequently to differences in food intake. Significant positive associations between food intake and eating behaviors such as eating rate and bite size were observed. Small to no differences in eating behavior and retro-nasal aroma release were found between normal weight and overweight subjects. Conclusion: The results of this thesis show that food viscosity has a direct effect on food intake. Oral sensory exposure plays a major role in this since changing eating rate, oral processing time and bite size affected food intake. These factors contribute to the effect of food texture on food intake. In addition, eating rate and bite size were characteristics of the eating style of an individual. <br/

    Hoe een cool waterstofstation te creëren?: Lessen uit het petroleumscape

    No full text
    History, Form & Aesthetic

    Reconstructie van de ontwikkeling van de Hollandse kust in de laatste 2500 jaar

    No full text
    Onderzoekskader In het kader van het KUST*2000 programma van Rijkswaterstaat wordt onder meer onderzoek gedaan naar de grootschalige en lange-termijn ontwikkeling van de Nederlandse kust. Een goed begrip van de lange-termijn ontwikkeling van onze huidige kust in het verleden is essentieel voor het inzicht in de gevolgen van grootschalige ingrepen in de kustzone. Het doel van het hier gerapporteerde onderzoek is het in detail vaststellen van de grootschalige en lange-termijn trend in de ontwikkeling van de Hollandse kust tussen Zandvoort en Den Haag gedurende de afgelopen 2500 jaar. De volgende vragen zijn hierbij van belang: 1. Wat is de natuurlijke lange-termijn ontwikkeling van de Hollandse kust gedurende de afgelopen 2500 jaar: netto aanzanding of netto erosie? Wat is de omvang in tijd van de fluctuaties rond deze grootschalige trend? 2. Wat zijn de sturende factoren en belangrijkste processen die hierin een rol spelen? 3. Kunnen we de conclusies met betrekking tot de lange-termijn ontwikkeling van de kust bij Haarlem extrapoleren naar de rest van de Hollandse kust? 4. Past de ontwikkelingstrend van de laatste 30 jaar in deze natuurlijke ontwikkeling of is het effect van menselijk ingrijpen hierin dominant? Activiteiten In het kader van dit project zijn de volgende activiteiten uitgevoerd: 1. Integratie van de kennis van de ontwikkeling van de strandwallenkust tussen Haarlem en Monster door middel van literatuurstudie; 2. Aanvulling en verfijning van het tijdsframe van de afzettingen van de uitbouwende Hollandse kust, met name voor de laatste 2500 jaar, door middel van nieuwe boringen en dateringen; 3. Aanvulling van deze gegevens met grondradaronderzoek waarmee de werkelijke opbouw van de ondergrond vast te stellen is. Resultaten -Lange termijn ontwikkeling Gedurende de laatse 2500 jaar komt er een einde aan de uitbouw (en dus netto aanzanding) van de kust van Holland. De kust moet in de Romeinse tijd of kort daarna zijn meest westelijke ligging bereikt hebben. Hierna begon de terugtrekking, waarbij zeewaarts uitstekende delen van de kust opgeruimd werden. Het begin van grootschalige duinvorming vanaf de 8e eeuw doet vermoeden dat de erosie van de Hollandse kust toen begonnen is of veel aanzienlijker geworden is dan daarvoor. De oorzaak voor deze erosie is niet duidelijk. Het Jonge Duinzand is rijk aan schelpgruis, hetgeen suggereert dat dit zand afkomstig moet zijn van de onderwateroever. Rond 1300 AD was de deha van de Oude Rijn bij Katwijk opgeruimd, hetgeen gepaard ging met een forse erosie. Ten zuiden van Katwijk was de terugtrekking minder, zij het niet verwaarloosbaar. Ten noorden van Katwijk was de afslag klein tot nihil. Het einde van de Jonge Duinvorming wordt rond 1600 AD geplaatst. Nadien zijn er slechts locale en kleinschalige veranderingen opgetreden. Registraties van de kustligging over ca. de afgelopen eeuw tonen een uitbouw van de gemiddeld laagwaterlijn tussen Egmond en Scheveningen. Gedurende deze periode trad er op de hele onderwateroever van de Hollandse kust beneden NAP- 8m zandverlies op, met uitzondering van de omgeving van IJmuiden en Scheveningen (effect havendammen). Het overgrote deel van dit verlies vindt plaats ten noorden van IJmuiden. Ten zuiden van IJmuiden zijn de zandverliezen gering en is de kust min of meer stabiel. Fluctuaties op de ontwikkelingstrend van de kust blijken onder meer uit afzettingen van zo'n 300 tot 400 jaar voor heden direct onder de huidige strandafzettingen. Rond die tijd heeft een aanzienlijk erosie van het strand plaatsgevonden (de hoogwaterlijn lag toen 100 tot 200 m verder zeewaarts), waarna er weer verticale opbouw plaatsvond. -Factoren en processen De erosie van de onderwateroever van de terugtrekkende kust was grotendeels voltooid vóór de uitbouw van de strandwallen. Dit houdt in dat de opbouw van de strandwallen gevoed moeten zijn met zand uit een andere bron. Waarschijnlijk speelt langstransport hierbij een belangrijke rol. In de afzettingen van de uitbouwende kust bij Haarlem neemt de omwerking van de afzettingen in met name de brandingszone toe in zeewaartse richting. Dit hangt waarschijnlijk samen met de afname in uitbouwsnelheid. De afwisseling van strandwallen en strandvlaktes tijdens de uitbouw van de kust kan wijzen op schommelingen in de aanvoer van sediment per tijdseenheid. Het voorkomen van transgressieve elementen in de uitbouwende serie, zoals bijv. washovers, duidt op schommelingen rond de trend van uitbouw. Het gaat hier waarschijnlijk echter om kleinschalige en kortdurende gebeurtenissen, veroorzaakt door bijvoorbeeld stormen. -Uniformiteit ontwikkeling Hollandse kust Uit vergelijking van de profielen bij Haarlem en Wassenaar blijkt dat de ontwikkeling van beide gebieden niet direct vergelijkbaar is. De ontwikkelingen bij Wassenaar staan onder invloed van de ontwikkeling van de monding van de Oude Rijn. De uitbouw ging hier aanzienlijk sneller. Nadien is hier een sterke erosie opgetreden, samenhangend met het opruimen van de Oude Rijn delta. De ontwikkeling van het gebied bij Haarlem verloopt langzamer. De uitbouw van de kust is hier aanzienlijk langer doorgegaan. Vervolgens is er veel minder erosie opgetreden dan bij Wassenaar. -Rol menselijke ingrijpen Gedurende de laatste 30 jaar is de kustnabije zone van het hier beschouwde deel van de Hollandse kust ten noorden van Katwijk min of meer stabiel of aanzandend, terwijl het deel ten zuiden van Katwijk eroderend is. Dit is in overeenstemming met het beeld dat naar voren komt uit de ontwikkeling over de laatste 2500 jaar. Lokaal verstoren de effecten van met name de aanleg van havendammen dit beeld. Daarnaast leidt het vasthouden van de waterlijn en de zeereep, door middel van respectievelijk strandsuppleties en beplanting, waarschijnlijk tot een verstoring van het natuurlijk kustprofïel.005.60044/01.03 Programma Kust 200

    Seneca Minor, de Banneling. Een onderzoek naar diens dualistische relatie met het stoïcisme tijdens zijn verbanning onder Claudius (41-54 n.Chr.).

    No full text
    Deze scriptie heeft als doel de filosofische tegenstrijdigheden van Seneca Minor binnen De Consolatione ad Helviam en De Consolatione ad Polybium en hoe deze gerelateerd zijn aan zijn verbanning onder keizer Claudius te verkennen. Hiervoor worden voorgenoemde en andere bronnen van Seneca geanalyseerd tezamen met veelal secundaire literatuur over dit onderwerp. Naar aanleiding van een aantal tekstfragmenten zal geconcludeerd worden dat Seneca zijn filosofie probeerde vast te houden in tijden van nood, maar in sommige opzichten toch gewoon een feilbaar mens was. Zijn pogingen om terug te keren toonden een slinks, politiek spel enerzijds, maar anderzijds was er de op een eigen manier troostende, stoïcijnse filosofie die hij gebruikte om de ontvangers van de Consolationes te helpen

    Plant remains from a native settlemet at the roman frontier: de horden near wijk bij duurstede. A numerical approach

    No full text
    This study deals with the outcome of the analysis of seeds, fruits and other macroscopic plant remains from the settlement site De Horden near Wijk bij Duurstede (provincie of Utrecht, the Netherlands). The remains generally date to the first and second century AD. From around 70 AD, De Horden, a native settlement, found itself just within the frontiers of the Roman Empire; in the early third century the site was abandoned. ... Zie: Summary
    corecore