813 research outputs found
(1) Verslag betreffende het visschen naar een gezonken mijn in de haven van IJmuiden, opgemaakt door den ingenieur van den Rijskwaterstaat W.G.C. Gelinck: (2) Verslag omtrent de lichting van het op 18 Juni 1917 in de Doorgraving te Hoek van Holland gezonken stoomschip "Turin", opgemaakt door den ingenieur van den Rijkswaerstaat A.T. de Groot
Berging van scheepswrakken uit de vaargeul van Hoek van Holland en bij IJmuiden
Evaluatie ontwerp havendammen Hoek van Holland
Deze studie bestaat uit een vooronderzoek, gevolgd door drie deelonderzoeken. Vooronderzoek (deel I): Van de Noorder- en Zuiderhavendam te Hoek van Holland wordt nagegaan wat de ontwerp- en uitvoeringsfilosofie geweest is. Dit onderzoek richt zich met name on: 1 - de ontwikkeling van het dwarsprofiel. 2 - de dimensionering van de bekledingslaag van betonkubussen. Deelonderzoeken (deel II, III en IV): II Schade-analyse: Teneinde tot een uitspraak te komen over de feitelijke stabiliteit van de gebouwde dammen wordt onderzocht: - of er schade aan de dammen is opgetreden en of deze gerelateerd is aan opgetreden stormen. - welke schademechanismen ten grondslag kunnen liggen aan een eventueel falen yan de dammen (foutenboom). - of de ontwerprandvoorwaarden aanleiding geven tot een reëele schadeverwachting. - of andere benaderingen tot meer inzicht in de stabiliteit leiden. III Toetsing kruinhoogten: Eén der belangrijkste ontwerpvariabelen: de kruinhoogte van de dammen, wordt getoetst aan de functies die de dammen vervullen. Deze variabele bepaalt in belangrijke mate de kosten van de dammen. IV Meten aan de dammen: Om effectief onderhoud te kunnen plegen moet schade waargenomen worden. De mogelijkheden en beperkingen van verschillende meetprincipes worden onderzocht teneinde een geschikt meetprogramma voor de dammen te verkrijgen.Hydraulic EngineeringCivil Engineering and Geoscience
Hydraulica C.R.F. Haven, Hoek van Holland
Dit rapport omvat de invloed van de getijbeweging op de stroming in de havenmonding. Daarnaast verschaft dit rapport informatie over de invloed van Buioscillaties bij Hoek van Holland op de stroming in de havenmonding.Hydraulic EngineeringCivil Engineering and Geoscience
Hylopetes magistri, new name for Hylopetes debruijni Reumer & Van den Hoek Ostende, 2003, preoccupied
In 2003, we published a new species of Hylopetes, H. debruijni,
from the early Pleistocene locality of Tegelen, The Netherlands
(Reumer and Van den Hoek Ostende, 2003). This publication
appeared in a special volume in honor of Hans de Bruijn, which
contained the proceedings of congress in Utrecht (17–19 May
2001) on the occasion of the 70th birthday of our esteemed
colleague. While still in press, our publication was overtaken
by a paper by Mein and Ginsburg (2002), who, unaware of our
manuscript, also named a species of Hylopetes in honor of Hans
de Bruijn. The type locality of H. debruijni Mein & Ginsburg,
2002, is the middle Miocene fissure filling La Grive M in France.
The French material clearly represents a different species than
the Dutch finds. Therefore, we conclude that, unfortunately, we
published a name that was already preoccupied.
Daxner-H¨ ock (2004) tentatively assigned the Dutch species to
her new genus Neopetes, creating the new combination N. debruijni
(Reumer and Van den Hoek Ostende, 2003). This, however,
is of no consequence to the homonomy of the two species,
as the ICZN specifically defines a primary homonym as identical
species-group names for different taxa originally combined
with the same generic name. As a primary homonym, H. debruijni
Reumer & Van den Hoek Ostende, 2003, is permanently invalid
(ICZN 1999:art 57.2). Therefore, we propose Hylopetes magistri
new name for Hylopetes debruijni Reumer & Van den Hoek Ostende,
2003, preoccupied by Hylopetes debruijni Mein & Ginsburg,
2002. We consider assignation of the species magistri to the
genus Neopetesas proposed by Daxner-H¨ ock (2004) premature,
as this would first require direct comparison of the Dutch material
to the type species of that genus. The specific name (magistri
*Corresponding author.
from Latin = of the master) mirrors our original intent to name
the species after Hans de Bruijn, and stresses that the maestro
has been instrumental in shaping the career of many palaeontologists,
both in The Netherlands and abroa
Rapport evaluatie nautisch onderzoek havenmond van Hoek van Holland
Ten behoeve van de bouw van de nieuwe havenmond nabij Hoek van Holland, de definitieve toegang naar Europoort en de aanleg van de naderingsgeul voor diepstekende schepen, is in de periode van 1960 tot heden veel onderzoek verricht. Als onderdeel van de afsluiting van de werkzaamheden wordt een samenvattende rapportage én evaluatie gemaakt van alle "hiertoe verrichte nautische onderzoekingen. Het onderhavige rapport behandelt daartoe dat gedeelte van de uitgevoerde onderzoeken, dat verricht werd door/bij het Nederlands Scheepsbouwkundig Proefstation te Wageningen. Het onderzoek dat door het N.S.P. in de verschillende fasen van de realisatie van de nieuwe havenmonden werd uitgevoerd kan naar de aard van de toegepaste methodieken in twee groepen worden onderverdeeld. Eén groep bevat het onderzoek waarbij gekozen is voor metingen aan schaalmodellen van schepen in een fysisch model van de vaarsituatie. Een tweede groep omvat onderzoeken welke meer gericht zijn op de bestudering van het integrale gedrag van het "mens-schip-omgevings syteem", waarbij inschakeling van een scheepsmanoeuvreersimulator werd geprefereerd
Technische Hogeschool Delft - Laboratorium voor Metaalkunde
Beschrijving van het in 1961 gereed gekomen nieuwe gebouw voor Metaalkunde van de Technische Hogeschool Delft, op de hoek Jaffalaan / Rotterdamseweg te Delft. Het werd geopend op 4 oktober 1961. Het ontwerp is van het architectenbureau Van den Broek en Bakema. In het begin van de jaren 2000 werd het gesloopt. In het boekje ontbreekt helaas een afbeelding van het zeer kleurrijke wandmozaiek dat zich in de aankomsthal bevond.Technische Materiaalwetenschappen (MSE)Mechanical, Maritime and Materials Engineerin
Nieuw Zuiderdam Hoek van Holland: Golfoploop en golfoverslag: Rapport modelonderzoek
In opdracht van de Rijkswaterstaat, Arrondissement Rotterdamse Waterweg, is door het Waterloopkundig Laboratorium in de windgoot van het laboratorium "de Voorst" een modelonderzoek uitgevoerd naar de golfoploop en de golfoverslag voor een aantal ontwerpen van de Nieuwe Zuiderdam te Hoek van Holland. Deze havendam zal ter bescherming dienen van het geprojecteerde haventerrein aan de mond van de Nieuwe Waterweg (zie figuur 1) en dient te voldoen aan de volgende eisen: 1. Het verkeer langs de Zuiderdam mag niet meer dan gemiddeld een maal per jaar (F = 1 )gestremd zijn als gevolg van golfoverslag en/of spray. 2. De kruinconstructie mag niet worden vernield onder omstandigheden, die qua frequentie ongeveer overeenkomen met de eisen, die in de Deltawet worden gesteld voor dijken en havendammen. Bij het behandelen van de metingen zal dieper op de keuze van deze omstandigheden worden ingegaan. Aangezien het niet mogelijk is in het model na te gaan of de havendam onder de gekozen omstandigheden zal bezwijken, is het onderzoek beperkt tot het meten van de golfoploop en de golfoverslag.KWP-collectio
Verslag van de Staatscommissie met de opdracht een onderzoek in te stellen van de buitengewoon hooge waterstanden, tijdens den stormvloed van 13/14 januari 1916: voorgekomen op de in Zuidholland gelegen benedenrivieren, meer bepaaldelijk op den Rotterdamschen Waterweg
Rapport met een analyse van het extreme hoogwater in Rotterdam op 13 januari 1916 waardoor een dijk bij het Mallegat was doorgebroken terwijl de waterhoogte op zee bij Hoek van Holland net zo hoog was als bij de stormvloed tien jaar daarvoor. De concrete vraag was wat de oorzaak was, en of dit vaker kon voorkomen. De leden van de commissie waren deskundigen van Rijkswaterstaat en van het KNMI, maar het ministerie (minister Lely) wilde een ter zake deskundige buitenstaander als voorzitter. De commissie concludeerde dat dit specifieke hoogwater werd veroorzaakt door hoge rivierafvoer en een samenloop van diverse factoren, waaronder de lange duur van de storm. En dat er in principe geen bovengrens aan de waterstand is, maar dat bij geometrie van de waterlopen van dat moment een maximale ontwerpwaterstand van 3,55 m boven N.A.P. te adviseren was. De commissie heeft zeer uitgebreid gerapporteerd, en daarbij onderzoek gedaan naar de wiskunde van de doordringing van stormvloeden in de benedenrivieren. Het rapport bevat tevens een bijlage van 62 blz met een Historisch Overzicht van de hoge vloeden en overstromingen tot en met 1868
Ontwerp van een jachthaven bij Hoek van Holland in Plan Waterman
De basis voor dit verslag is het principe "Bouwen met de Natuur" van ir. Svasek. Dit principe is later verder uitgewerkt door Dhr R.E. Waterman. Bouwen met de natuur houdt in dat bij het bouwen in de kustzone hoofdzakelijk gebruik wordt gemaakt van de in de natuur aanwezige materialen en krachten. Het gebruik van harde constructies wordt zoveel mogelijk vermeden, in plaats daarvan worden nieuwe stranden en duinen aangelegd ter bescherming van het achterland. Gebaseerd op bovengenoemd principe is het plan voor de kustuitbreiding tussen Hoek van Holland en Scheveningen. Een project waarbij het doel is om bij benadering de kustlijn van Nederland in de 16e/17e eeuw te herstellen. Gestreefd wordt naar een kustlijn die zich redelijk zelf in stand houdt, een dynamische evenwichtskust met een beperkte benodigde periodieke zandsuppletie. Helaas kan met voorkomen worden dat toch twee harde elementen in het ontwerp zijn opgenomen: de Noorderhavenpier bij Hoek van Holland en de havenpier van Scheveningen. In januari 1999 is het "Ontwikkelingsplan Waterwegcentrum Hoek van Holland aan Zee"verschenen van het projectteam waterwegcentrum Hoek van Holland. In dit plan wordt een nieuwe inrichting gemaakt voor Hoek van Holland met als doel: vergroten van de toeristische waarde van het gebied. Het ontwikkelingsplan stelt twee eisen aan de kustuitbreiding: \u95 De hoofdbestemming moet zijn toerisme, recreatie en woningen \u95 Een jachthaven met een open verbinding naar zee. De doelstelling van dit afstudeerproject is het ontwerpen van een jachthaven met een open verbinding naar zee. Deze jachthaven wordt aangelegd in de lagune die opgenomen is in het Plan Waterman. De jachthaven zal worden ontworpen voor 750 ligplaatsen, omdat dit aantalligplaatsen waarschijnlijk met meteen nodig is, wordt het aantalligplaatsen in twee fasen aangelegd. In de eerste fase worden 500 ligplaatsen aangelegd en wanneer nodig de overige 250. De toegang tot de lagune is geplaatst vlak ten noorden van de Noorderhavenpier, Door het drukke gebruik door de zeeschepen van de Nieuwe Waterweg is het onmogelijk de ingang in de Nieuwe Waterweg te leggen. Gekozen is om de ingang vlak ten noorden van de Noorderhavenpier te plaatsen om deze ook te gebruiken in het ontwerp voor de monding van de lagune.Hydraulic EngineeringCivil Engineering and Geoscience
Kustuitbreiding tussen Scheveningen en Hoek van Holland
Voor de Delflandse kust zijn vele plannen ontwikkeld ten behoeve van kustuitbreiding, gedacht moet worden aan "Nieuwduinen" van de Stevingroep, "Dorp in Zee" van Polyzathe en "Westduinen" van Cadèl en Ten Velden. Het Zuid-Hollandse Statenlid R.E. Waterman lanceerde een plan dat alle voorgaande plannen omvat. Dit is de gedachte van een "integraal kustbeleid". Dit plan valt in 2 stukken uiteen. Deelplan I Dit behelst een wigvormige uitbreiding tussen Scheveningen en Hoek van Holland. Deelplan II: Hiermee wordt een schiereiland voor de Maasvlakte bedoeld, dat gebruikt wordt voor het opslaan van verontreinigde baggerspecie dat afkomstig is uit de Rotterdamse havens. Dit rapport beschrijft de kustmorfologie van de huidige kust en is bedoeld als onderbouw voor een eventuele kustuitbreiding zoals beschreven is in Deelplan I.KustwaterbouwkundeHydraulic EngineeringCivil Engineering and Geoscience
- …
