1,721,035 research outputs found

    Lean Leadership Health Care: enhancing peri-operative processes in a hospital

    Get PDF
    Widdershoven, G.A.M. [Promotor]Visse, M.A. [Copromotor

    Het goede in antroposofische zorg

    No full text
    De thesis ‘Het goede in de antroposofische zorg’ onderzoekt de zorgpraktijk van stichting Titurel, een kleinschalige zorgaanbieder voor langdurige zorg aan bewoners met een verstandelijke en/of psychiatrische problematiek. Stichting Titurel heeft van oorsprong een antroposofische identiteit, maar werkt nog maar beperkt vanuit de antroposofische methodieken. Dit onderzoek gaat op zoek naar ‘het goede’ in de zorgpraktijk en hoe dit zich verhoudt tot de antroposofische en zorgethische theorie. De onderliggende waarden en goederen die vanuit van de zorgpraktijk naar voor komen worden verkend vanuit het perspectief van medewerkers en bewoners. Het empirisch kwalitatief onderzoek past in de traditie van de institutionele etnografie. De data worden gevormd door vier diepte-interviews met medewerkers. Daarnaast wordt ingezoomd op drie critical events die door middel van gesprekken met betrokkenen (bewoners en medewerkers), observaties en documentonderzoek gereconstrueerd worden. Uit het onderzoek komen ‘verbinding in de gemeenschap’, ‘ontwikkeling’ en ‘ritme en bewust stilstaan bij de tijd’ als centrale thema’s naar voor. Zij vormen de basis van de zorgpraktijk. Als bepalende thema’s worden ‘werken’, ‘zorgen’, ‘wonen’, ‘culturele/religieuze dimensie’ en ‘levenshouding van de medewerker’ benoemd: deze thema’s zijn niet altijd duidelijk af te bakenen, maar vloeien in elkaar over. Het samengaan van de verschillende thema’s leidt tot een kenmerkende cultuur van werken en leven: binnen deze cultuur worden als onderscheidende aspecten ‘samen sturen’, ‘aandacht’ en ‘vertrouwen’ beschreven. In de discussie wordt ingezoomd op ‘de gemeenschap’(vormt deze een verrijking of juist ballast?), de primaire gerichtheid op ontwikkeling, en op de bijzondere aandacht voor het omgaan met ‘de tijd’. De door de medewerkers beschreven benaderingswijze, lijkt veel overlapping te hebben met de presentiebenadering. Binnen de zorgpraktijk van Titurel én binnen de antroposofie lijkt er –vanuit het ideaal van gelijkwaardigheid en wederkerigheid - weinig aandacht te zijn voor de asymmetrische relatie: tussen de begeleider en de bewoner, maar ook tussen bewoners onderling. In het verder uitwerken van deze symmetrie zitten dan ook de mogelijkheden tot ontwikkeling

    Ik voetbal mee, dus ik besta. Een onderzoek naar de invloed van sport voor de sociale inclusie van mensen

    Get PDF
    De doelstelling van dit onderzoek is om een bijdrage te leveren aan de wetenschappelijke en maatschappelijke discussie die er heerst over de rol die sport speelt bij de sociale inclusie van mensen met een verstandelijke beperking. Voor dit onderzoek is een voetbalteam met voetballers met een verstandelijke beperking gevolgd. Er is bij twee trainingen, één wedstrijd en één toernooi geobserveerd, waarbij de onderzoeker informele gesprekken had met spelers, begeleiders en andere mensen op de voetbalclub. De observaties zijn aangevuld met vier semi-gestructureerde interviews met de vier begeleiders van het voetbalteam en één begeleider en één speler hebben deelgenomen aan photovoice. Zij hebben foto’s gemaakt van hun beleving van het G-voetbal en deze besproken met de onderzoeker. Omdat in dit onderzoek het begrip sociale inclusie is opgevat in de breedste zin van het woord, kan geconcludeerd worden dat het lidmaatschap bij voetbalclub XXXX de sociale inclusie voor de spelers bevordert. Hun sociale kring breidt zich uit met oppervlakkige contacten met mensen zonder beperking op de voetbalclub en binnen het team worden met teamgenoten met een beperking diepere vriendschappen gesloten. Mensen die de spelers van de voetbalclub kennen, groeten hun in het dorp, bij de supermarkt of in het stadion bij de regionale profclub. Toch wordt hiermee niet bereikt wat de overheid graag ziet: een breder netwerk voor mensen met een verstandelijke beperking waarop ze kunnen terugvallen voor hulp en zorg. De contacten tussen mensen met en zonder beperking van de voetbalclub, reiken niet tot bij de verstandelijk beperkte spelers thuis. Degenen zonder beperking die het meeste voor de spelers doen, zijn de voorgesorteerde burgers die begeleider zijn geworden bij het G-voetbal en de doelgroep al kenden. Toch moet niet onderschat worden wat het G-voetbal betekent voor de spelers uit het team. Er is weliswaar niet expliciet gevraagd of voetbal hun kwaliteit van leven verbetert, maar in de observaties en gesprekken werd wel duidelijk dat zij met veel plezier voetballen en veel lol met elkaar hebben. De spelers bouwen hun netwerk uit met voetbalvrienden, ook al zijn dat hun teamgenoten en geen andere clubleden zonder beperking. Wel horen de spelers net als ieder ander bij de voetbalclub en worden zij gezien. Het is als cogito ergo sum: ik voetbal mee, dus ik besta. Het is een beperking dat vanwege het korte tijdsbestek waarbinnen dit onderzoek moest plaatsvinden, ervoor is gekozen om één voetbalteam bij één club te volgen. Daarnaast zijn er geen interviews gehouden met de spelers en andere mensen op de voetbalclub. Het is een aanbeveling om dat bij volgend onderzoek wel te doen en daarbij meerdere sportclubs te volgen

    Werken met MS. Een fenomenologisch onderzoek naar ervaringen van steun op de werkvloer

    Get PDF
    In deze masterthesis is op fenomenologische wijze onderzocht hoe mensen met Multipele Sclerose (MS) steun op het werk ervaren. Veel mensen met MS stoppen met werken, terwijl dit een belangrijk aspect van het leven is in de vorm van contact met collega’s, het kunnen inzetten en ontwikkelen van vaardigheden en kennis, het ervaren van zelfvertrouwen en kunnen functioneren in de maatschappij. Steun op het werk is een belangrijke factor in het al dan niet kunnen blijven werken en inzicht in hoe steun ervaren wordt is dan waardevol. In dit onderzoek zijn vijf interviews gehouden met mensen met MS die nog werkzaam zijn. Uit het onderzoek is gebleken dat steun wordt ervaren wanneer er praktische aanpassingen gemaakt kunnen worden in de werksituatie, zodat ervaren belemmeringen verminderen. Maar steun gaat eerst en vooral over opmerkzaamheid van collega’s en leidinggevenden. Opmerkzaamheid maakt het mogelijk om te zien waar iemand behoefte aan heeft of tegenaan loopt, maar maakt mensen ook gevoelig voor welke vorm van steun bij iemand past. Opmerkzaamheid gaat vaak samen met een houding van persoonlijke betrokkenheid en zorgzaamheid en wordt door mensen als waardevol ervaren. De ervaringen van steun zijn vergeleken met de vijf zorgenfasen die Tronto heeft geformuleerd. Er is gebleken dat de eerste fase van opmerkzaamheid een wezenlijk deel uitmaakt van (het tot stand komen van) alle volgende fasen van zorg. Uiteindelijk komen ervaringen van steun, of een gebrek hieraan, tot stand in de relatie waarbij wederzijds vertrouwen van belang is. De werknemer vervult in deze relatie ook een eigen rol door onder andere openheid te geven over ervaren beperkingen en grenzen aan te geven. Deze eigen rol is vrijwel niet terug te vinden in zorgethische theorie, de betekenis ervan wordt in deze thesis tevens nader verkend

    Carrying in kunst. Een ontmoeting tussen zorgethiek en theaterwetenschap in het analyseren van de kunstwerken van Pepe Espaliú.

    Get PDF
    De kunstenaar Pepe Espaliú (1955-1993) maakte kunstwerken over zijn leven als homoseksueel in een maatschappij waar homoseksuelen als groep gemarginaliseerd werden en over het hebben van aids. In het kader van zorgethisch onderzoek, worden de kunstwerken van Pepe Espaliú geanalyseerd aan de hand van een, voor zorgethiek, nieuwe onderzoeksmethode: performance analyse. Het is een arts-based onderzoeksmethode die binnen theaterwetenschap wordt gebruikt om alles wat binnen performancekunst valt, te analyseren. De hoofdvraag van het onderzoek is: Wat gebeurt er als de werken van Pepe Espaliú volgens een theaterwetenschappelijke methode, de performance analyse geanalyseerd worden in het kader van een zorgethisch onderzoek en wat betekent dit voor zorgethische analyse? De bevindingen worden gepresenteerd, als ware het een rondleiding in een museum, waar de kunstwerken speciaal voor deze gelegenheid (het zorgethisch onderzoek) zijn geëxposeerd. Op deze manier ontstaat er ruimte voor reflectie op de kunstwerken, de theoretische achtergrond en de verbindingen die worden gemaakt met de wereld van de toeschouwers. De theoretische achtergrond is gebaseerd op theorieën uit de theaterwetenschap, maar hangt altijd samen met de inhoud van de kunstwerken. Door eerst naar de kunstwerken te kijken, daar vervolgens passende theorieën bij te zoeken en vervolgens, met de toeschouwers te reflecteren op deze theorieën in verband met de kunstwerken, ontstaat er een voortvloeiende beweging van praktijk, naar theorie, terug naar praktijk, etc. Uit de bevindingen blijkt dat de kunstwerken van Pepe Espaliú volgens de performance analyse met alle ‘critical insights’ van zorgethiek te verbinden zijn. Hiermee toont de performance analyse aan dat theaterwetenschap en zorgethiek elkaar ontmoeten op verscheidene vlakken. Daarnaast blijkt dat een combinatie van beide onderzoeksvelden niet alleen maakt dat de ‘critical insight’s mee-, tegen- en omgedacht kunnen worden, maar dat er ook nieuwe concepten ontstaan die betekenis geven aan ervaringen van mensen in zorgpraktijken. De conclusies sporen aan tot het voortzetten van de methodologische discussie en het verder verdiepen van de bevindingen over de, voor zorgethiek al doordachte, ‘critical insights’, zoals lichamelijkheid en contextualiteit, en de voor zorgethiek ‘nieuwe’ concepten, zoals tijd en ruimte

    De dood in de coulissen. Een zorgethisch onderzoek naar zingeving in de laatste levensfase van dak- en thuislozen

    Get PDF
    Hoewel zingeving belangrijk is (in de zorg) voor dak- en thuislozen in de laatste levensfase, blijft het zowel in de zorgpraktijk als in de literatuur een onderbelichte dimensie. In deze zorgethische masterthesis werd gepoogd bij te dragen aan het opvullen van deze lacune, middels de volgende hoofdvraag: Hoe verloopt zingeving bij dak- en thuislozen in de laatste levensfase en welke inzichten levert het kijken naar deze (zorg)praktijk vanuit zorgethisch perspectief op met betrekking tot goede zorg voor deze specifieke doelgroep? Vanuit de (zorgethische) literatuur over zingeving verschenen vier thema’s met betrekking tot zingeving van dak- en thuislozen in de laatste levensfase: Betekenisvolle verbindingen, ertoe doen, onderlinge afhankelijkheid, en doen én laten. Naast een zoektocht in de literatuur werd binnen deze masterthesis ook empirisch onderzoek uitgevoerd middels narratieve analyse. In de conclusie werden vijf thema’s beschreven die helpend kunnen zijn voor (zorg aan) dak- en thuislozen in de laatste levensfase: “het levenseinde (laten) ondergaan”, “oog hebben voor bijzondere verbindingen”, “omarmen en vrijlaten”, “de ander echt zien”, en “bewustwording van maatschappelijke verhoudingen”. Deze inzichten kunnen mogelijk het startpunt vormen voor de verbetering van zorg aan dak- en thuislozen in de laatste levensfase

    Ik wandel, dus ik besta. Onderzoek naar praktijken van dagbesteding in de Wmo Masterthesis Zorgethiek en Beleid

    Get PDF
    In deze thesis wordt onderzoek gedaan naar praktijken van dagbesteding en de betekenis die kwetsbare Rotterdammers geven aan die praktijken van dagbesteding, na de transitie van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ) naar de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo). Met gebruik van de kwalitatieve onderzoeksmethoden practice theory en shadowing zijn drie respondenten een dag geobserveerd tijdens hun dagbesteding. Ook zijn er informele gesprekken met de respondenten gevoerd. Deze verkregen data is geanalyseerd en tegen bestaande literatuur aangehouden. Uit de analyse kwamen betekenis, erkenning en relationele autonomie als kernconcepten naar voren. De dagbestedingsplek is meer dan alleen tijdverdrijf. Mensen vinden hier betekenis van bestaan door zich nuttig te maken en zich gezien te voelen. Erkenning van zowel begeleiding als medebezoekers is hierin van groot belang. En de relaties met deze mensen vormt een spil in die betekenis. De respondenten geven allen aan zelfstandigheid hoog in het vaandel te hebben staan, maar deze zelfstandigheid sluit afhankelijkheid niet uit. In tegendeel: relaties worden aangeduid als één van de belangrijkste bronnen van betekenis. Echter, de relaties met begeleiders worden minder vanzelfsprekend, omdat begeleiders zich bekneld voelen in de structuur van marktwerking die in de zorg steeds vaker voorkomt. Dit terwijl duidelijk te zien is dat deze begeleiders hun werk doen vanuit een passie voor zorgverlening. Een alternatief voor de huidige zorgverlening zou de door de levenswereld geleide zorg zijn, welke oog heeft voor de existentiële betekenislaag en de begeleider leert een zorgbegrip te ontwikkelen welke de complexiteit van het menszijn, gezond zijn en ziek zijn in zich heeft De transitie naar de Wmo haalt bepaalde zekerheden, die eerder vanzelfsprekend waren, weg. Zo is er een respondent tegen haar zin verhuisd naar een nieuwe dagbestedingsplek waar zij haar draai niet kan vinden en veel minder groeimogelijkheden heeft, alleen omdat het criterium van een dagbesteding dicht bij huis boven de individuele perceptie van die dagbesteding staat. Verder worden velen belaagd door herindicaties die de onzekerheid van het voortbestaan van de het gaan naar de dagbesteding vergroten. Deze onzekerheid staat groei en ontwikkeling in de weg

    Insider perspectives of ‘outsiders’. A phenomenological study on migrant care workers in Italy.

    Get PDF
    Objectives: This study aims to gain more insight in the perspectives of migrant elderly home care workers in Italy. In scrutinizing the experiences of these caregivers this research seeks to understand what these experiences mean in terms of good caring, to deliver a contribution to the care ethical field of inquiry. Background: As a consequence of an aging population and limited social services in Italy, the demand and supply of elderly care are out of balance. An increasing phenomenon is to hire a family assistant; these mainly immigrant women give daily home care and often live-in with the elderly. The family assistants are hired on an enormous scale, but their perspective is barely represented in public and political debates. How do they experience being a family assistant in Italy? Method: The data is collected by conducting in-depth interviews and participative observations. An Interpretative Phenomenological Analysis is used to analyse the data. Findings: Family assistants have dynamic positions towards their care recipient, they feel both dependent and in control. Within the caring relationship they try to build, they seem to constantly balance between proximity and distance. The family assistants fully commit themselves to the needs of the care recipient, and experience their own limits in doing so. Conclusion: It is not always taken into account the family assistants are dependent and vulnerable too. They are attuned with the care recipient but they do not always attune with themselves or receive care themselves. Therefore it is questioned whether this is good care, seen from a care ethical perspective

    Wachten als zorgpraktijk. Een zorgethische conceptuele analyse naar de betekenis van wachten voor goede zorg .

    Get PDF
    Wachten wordt meestal gezien als een fenomeen dat indien mogelijk vermeden moet worden. Leidend was mijn vraag of wachten niet meer dan dat zou kunnen zijn. De bestudering van het werk van Hartmut Rosa (2013) en Lisa Baraitser (2017) leiden tot de conceptualisering van wachten als synchronisatie en een transformatieve antwoordrelatie. De betekenis hiervan voor goede zorg werd geanalyseerd in het licht van zorgethici Joan Tronto (1993; 2013) en Annelies Van Heijst (2005). De relatie tussen wachten en goede zorg is doordacht op vijf terreinen. Ten eerste de sociaal-politieke, economische context waarin tijd geld is. In de institutionele context zoals een ziekenhuis verliest men hierdoor het oorspronkelijke doel uit het oog. Ten tweede wordt dieper ingegaan op het mensbeeld waarin onevenredig afhankelijke en kwetsbare of volgens Van Heijst beter gezegd: behoeftige mensen, geen of weinig stem hebben. Daarnaast wordt er op collectief als op individueel niveau geen plek toegekend aan het lijden. Dit maakt wachten of verduren schaamtevol en onzichtbaar. Als derde punt wordt getoond hoe wachten machtsverhoudingen binnen een institutionele context bloot legt. Wie bepaalt hoe lang wie moet wachten? Ook wordt de vraag naar de realiteit van de onoplosbaarheid van wachten gesteld. Wachten kan ook een zorgpraktijk zijn als mogelijkheid tot synchronisatie. De heilzaamheid van tijd wordt als vierde item besproken. Als laatste wordt aandacht besteed aan de onontbeerlijkheid van de relatie tijdens het verduren van de tijd. Conclusie is dat wachten de cesuur kan zijn waardoor de rijm kan klinken. Wachten als synchronisatie is ook het bewust afzien van interventie door het nemen van verantwoordelijkheid. Wachten kan de niet-wordende temporaliteit van verduren zijn. Zorg kan dan kleine transformaties veroorzaken waardoor men zijn historisch sociaal gegroeide situatie kan transformeren. Wonderbaarlijk genoeg lijkt juist hier ‘iets nieuws’ te kunnen aanvange
    corecore