1,720,973 research outputs found

    Geschiedenis van het Nederlandse industriebeleid na 1945

    No full text
    Nederland heeft een lange traditie van stevig industriebeleid. Welke lessen leert de geschiedenis voor de vergroening van de basisindustrie

    Miljarden uit de innovatiebox kunnen nuttiger besteed worden

    No full text
    De generieke uitgaven aan de innovatiebox – een belasting­korting op winst uit innovaties – zijn niet in lijn met de gerichte missies die de Rijksoverheid voor ogen heeft. Ook komen de uitgaven slechts bij een klein deel van de bedrijven terecht, en stimuleren de overheidsmiddelen de innovatie niet als vanzelfsprekend

    Specifieke woorden, maar generieke daden

    No full text
    Uit het artikel: "Met een focus op specifieke topsectoren lijkt het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat een goede mix van ­generiek en specifiek innovatiebeleid te hebben. De uitgaven van het ­departement zijn evenwel niet in lijn met deze beleidsvisie en zijn ­merendeels op generiek beleid gericht.

    Agenda voor de Industrie: Op weg naar een Masterplan voor Innovatie, Arbeidsproductiviteit, Werkgelegenheid en Concurrentiekracht

    No full text
    Uit het boek: "De Stichting voor Industriebeleid en Communicatie (SIC) speelde de laatste 18 jaar een belangrijke rol in het industriebeleid. We zien al weer een aantal jaren dat dit heeft bijgedragen tot hernieuwde aandacht voor de industrie en het stimuleren van arbeidsproductiviteit middels innovatie. Deze aandacht voor de industrie is noodzakelijk en relevant vanwege de bijdrage van industriële sectoren aan toegevoegde waarde, export en werk. Een bijdrage die deels ook indirect is, omdat dienstverlenende sectoren sterk afhankelijk zijn van de industrie. Nu, vanaf 2018, beëindigt de vrijwilligersorganisatie SIC ook de laatste activiteiten. Het bestuur heft de eigen stichting op. Er komt een eind aan 18 jaar behartigen van industriebelangen, zowel voor bedrijven als voor werknemers. Een unieke periode waaraan velen bijdroegen, Willem van der Stokker in het bijzonder. Het resultaat is dat industriebeleid weer op de agenda staat. Maar, in de woorden van de SIC-voorzitter op het Nationaal Industriedebat van 2013: “Of dit een permanent karakter zal hebben zal de toekomt uitwijzen. De vraag is wat er gaat gebeuren als de economie weer aantrekt.” Bovendien is er reden om aandacht te hebben voor de bijdrage van de industrie aan maatschappelijke vraagstukken – gezondheid, onze leefomgeving en welvaart. Zo blijft er in de toekomst vanwege technologische veranderingen en vergrijzing aandacht nodig voor de arbeidsproductiviteit en voor innovatie die leidt tot een hogere arbeidsproductiviteit. Technologische veranderingen leiden tot andere producten, andere manieren van produceren en ander werk, wat kansen biedt voor de arbeidsproductiviteit. Vanwege de vergrijzing zullen we met minder mensen onze welvaart moeten zien te behouden. De welvaart en het welzijn van de bevolking is vervolgens nog wel afhankelijk van de omvang en kwaliteit van werkgelegenheid en van de verdeling van de revenuen van innovatie. Om deze thema’s het hoofd te kunnen bieden presenteren we namens de SIC deze aanzet voor een Agenda voor de Industrie. De boodschap van de SIC bouwt voort op de ervaring en het gedachtegoed van de afgelopen twee decennia. Op basis van deze ervaringen en met een scherp oog voor de huidige situatie omvat de Agenda voor de Industrie onderwerpen die nu en in de toekomst aandacht vragen van sociale partners, politiek en maatschappij. Een onafhankelijk Industrieplatform kan de Agenda voor de Industrie vaststellen, uitvoeren en monitoren.

    Building ‘solution ecosystems’ for circular economy endeavors: a case study of circular urban development in the Netherlands

    No full text
    Paper presented at EURAM 2019: Exploring the Future of Management, Lisbon. Solution ecosystems can help to solve or minimize societal problems. A wide range of different actors are involved in co-creating a solution. Together, they form a ‘solution ecosystem’. They co-create different forms of value for different stakeholder groups. They create value at the ecosystem level, for different stakeholder groups. Moreover, they create system-resources. Value capture and distribution among ecosystem actors can therefore be challenging. Moreover, little is known on the role of ecosystem orchestration and goal-alignment of ecosystem actors. In this paper, we shed light on these aspects with a case study of an emerging solution ecosystem that develops a circular urban area in the Netherlands, with the aim of tackling a number of societal problems. We explore the challenges this solution ecosystem faces with regards to value creation, value capture and distribution, ecosystem orchestration and goal alignment. We conclude with avenues for future research on solution ecosystems that enable sustainability transitions. Submission to track ST13_08 - The inner life of business ecosystems, http://www.euramonline.org/annual-conference-2019.htm

    Lessons From A Transition To Circular Use Of Wood In Utrecht: An in-depth study of two circular business models

    No full text
    In our in-depth case study on two circular business models we found important roles for material scouts and networks. These key partners are essential for establishing circular business models and circular flow of materials. Besides, we diagnose that companies are having difficulties to develop viable value propositions and circular strategies. The paper was presented at NBM Nijmegen 2020 and will be published at a later dat

    Learning communities voor MMIP's: een schakel voor versnelling en opschaling

    No full text
    Uitgegeven dor QEAM (Verkenning op verzoek van Topsector Energie (Human Capital Agenda) en in opdracht van Rijksdienst voor Ondernemend Nederland. Learning communities is als denkmodel verder ontwikkeld door de topsectoren om in een veranderende context (samenleving, technologie, arbeidsmarkt, etc.) een nieuw perspectief te geven op een ‘leven lang leren en ontwikkelen’. De gedachte achter learning communities is dat leren, werken en innoveren in onderlinge interactie plaatsvinden met betrokkenheid van alle relevante partijen. Hierdoor ontstaan mogelijkheden om niet alleen de noodzakelijke vorderingen te maken met opbouw van kennis, maar ook het grootschalig verspreiden van kennis en kunde – onder andere via het opleiden van professionals – te stimuleren

    Praktijkgericht onderzoek voor urban energy: De rol van lectoraten en hogeschoolonderzoek bezien vanuit het perspectief van het innovatief mkb

    No full text
    Uit de samenvatting: "Sinds medio 2017 is het Nationaal Lectorenplatform Urban Energy actief. De betrokken lectoren beogen het praktijkgericht onderzoek rond de gebouwde omgeving op hogescholen te verbinden en te stroomlijnen. Dit doen ze teneinde bij te dragen aan de energietransitie: met duurzame bronnen voorzien in onze energievoorziening. Een belangrijk instrument om de expertise van de lectoren te delen is een digitale onderzoekskaart, die beschikbaar is via: http://www.nlurbanenergy.nl. Daarnaast is er behoefte aan meer inzicht als het gaat om termen als vraagarticulatie en onderzoekssamenwerking. Meer precies wilden we achterhalen wat de behoefte is van het mkb aan praktijkgericht onderzoek van hogescholen in het domein Urban Energy. Daartoe hebben we een verkennende studie uitgevoerd naar praktijkgericht onderzoek binnen het domein Urban Energy. Hiervoor interviewden we de betrokken lectoren en ondernemers uit het innovatief MKB. Daarnaast maakten we gebruik van een enquête die we via verschillende kanalen onder de aandacht brachten bij het innovatief mkb.

    Old School, New School: Onderzoeksrapportage van het KIEM-VANG 2-project

    No full text
    Het rapport beschrijft onderzoek medegefinancierd door Regieorgaan SIA onderdeel van de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO). Onderzoekpartners: Fieke Grooters (Inbo Architectenbureau), Kees Boot (Ingenieursbureau BOOT), Ruben Vrijhoef (Hogeschool Utrecht). Uit de inleiding: Onze grondstoffenvoorraad is eindig en toch worden nog steeds kostbare materialen afgedankt. Dat kan beter: door het sluiten van kringlopen en de realisatie van een circulaire economie. Met name de bouwsector is een grote materiaal- en grondstoffenverslinder (CE, 2014; en CBS, PBL & WUR, 2017), materialen en grondstoffen waar bovendien veel fossiele energie voor nodig is (Chuchí et al, 2014). Circulaire toepassingen kunnen dus juist in de bouw een groot verschil maken. Alleen al in de regio Utrecht zijn er de komende jaren (2018-2022) ruim 200 bouw- en sloopprojecten (Metabolic & SGS Search, 2018). In opdracht van de Utrechtse gemeenten schatten Metabolic en SGS Search (2018) in dat er tussen 2018 en 2022 in de regio Utrecht ruim 5 miljoen ton materiaal nodig is, terwijl er in die periode 250 duizend ton beschikbaar komt. Kortom, er wordt in Utrecht meer gebouwd dan gesloopt. Tegelijk is het met het oog op de toekomst relevant om na te gaan hoe nu gebouwen kunnen worden ontworpen die passen in een circulaire economie. In dit project – Old School, New School – is de vraag dan ook hoe we materialen en producten kunnen hergebruiken door ze een tweede leven te geven. Dit project is een samenwerking van de Hogeschool Utrecht met ingenieursbureau BOOT en architectenbureau Inbo, waarbij tevens een aantal partners uit het Cirkelstadnetwerk en studenten van de Hogeschool Utrecht zijn betrokken

    Assessing the multi-layered value of urban development policy: The case of developing a ‘creative’ and ‘circular’ district in the city of Utrecht

    No full text
    Abstract. In recent years circular economy has become more important for the development of many places including cities. Traditionally, urban development policies have mainly been aiming to improve the socio-economic wellbeing of neighbourhoods. However, technical and ecologic aspects have their effects too and need to go hand in hand. This paper is based on an urban area experiment in the Dutch city of Utrecht. In order to assess urban area developments, typically rather straight-forward quantitative indicators have been used. However, it has proved more complicated to assess multifaceted developments of the area studied in this paper. With the City Model Canvas a multi-layered model is being used to better assess the impact of the urban development being studied. Key findings include that the project studied resulted in more space for companies from the creative industry and the settlement of local ‘circular’ entrepreneurs and start-ups, although it remains unclear to what extent these benefit from each other’s presence. The increase in business activity resulted in more jobs, but it is again unclear whether this led to more social inclusion. From an environmental point of view the project activities resulted in less raw materials being used, although activities and public events bring nuisance to the surrounding neighbourhoods
    corecore