174 research outputs found
Schoolse segregatie voor het EHRM: de positieve verplichting om maatregelen tot desegregatie te nemen, ook in Vlaanderen? Noot onder EHRM 31 mei 2022, X e.a. t. Albanië
1 Trefwoorden Discriminatie-Segregatie-Desegregatie-Inclusief onderwijs-Roma I. De feiten De lagere school 'Naim Frashëri' bevindt zich in de Albanese stad Korça en bestaat bijna uitsluitend uit kinderen van Roma of Egyptische afkomst. In de schooljaren 2012 t.e.m. 2019 bedroeg het aandeel kinderen van Roma of Egyptische afkomst in deze school 89 tot 100 %. In 2015 maakte het European Roma Rights Centre (ERRC), een internationale ngo, een klacht aanhangig bij de Commissaris voor Bescherming tegen Discriminatie, een onafhankelijk lokaal orgaan dat belast is met de taak om effectieve bescherming tegen discriminatie te verzorgen. Om deze taak uit te voeren, behandelt de Commissaris klachten over discriminatie, waarbij hij administratieve sancties kan opleggen en adviezen kan geven over discriminatie. Hij moet in zijn beslissingen geschikte maatregelen formuleren die genomen moeten worden en een deadline voor hun implementatie opleggen. Tot slot kan dit orgaan een boete opleggen aan de partij die nalaat zijn beslissingen te implementeren. De beslissing over de klacht van het ERRC luidt dat de oververtegenwoordiging van Roma en Egyptische * Merel Vrancken is assistent staatsrecht aan de UHasselt. kinderen in de Naim Frashëri-school indirecte discriminatie uitmaakt. Hoewel deze segregatie niet intentioneel was, kan discriminatie naar oordeel van de Commissaris bestaan uit zowel acties als omissies van de staat die aanleiding geven tot ongelijkheid. In beide gevallen ontstaat een positieve verplichting om maatregelen te nemen om deze discriminatie tegen te gaan. In een reactie kondigde het Ministerie van Onderwijs en Sport aan dat het desegregatiemaatregelen zou implementeren. Deze bestonden uit de fusie van de school met een andere school en het uitbreiden van het programma dat gratis maaltijden op school aanbiedt naar de andere scholen in de regio. Het liet echter na dit te doen. Tot minstens het schooljaar 2019-2020 bleef de schoolpopulatie bijna exclusief bestaan uit kinderen van Roma en Egyptische afkomst. De betrokkenen beargumenteren bij het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM of Hof) dat het gebrek aan snelle en effectieve actie door de overheid om de oververtegenwoordiging van kinderen van Roma en Egyptische afkomst tegen te gaan, aanleiding geeft tot discriminatie op basis van hun etniciteit in hun recht op inclusief onderwijs, zoals beschermd in artikel 1 van Protocol nr. 12 bij het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM). Dit artikel bevat een op zichzelf staand verbod van discriminatie, waarbij een mogelijke discriminatie kan voortkomen uit het nationaal recht-in dit geval het nationaal erkende recht op inclusief onderwijs. Schoolse segregatie voor het EHRM: de positieve verplichting om maatregelen tot desegregatie te nemen, ook in Vlaanderen? Noot onder EHRM 31 mei 2022, X e.a. t. Albanië Merel Vrancken* this Jurisquare copy is licenced to Universiteit Hassel
Zorgt de transitie van de persoonsvolgende budgetten in de zorg voor een transitie in de standstill-rechtspraak?
Zorgt de transitie van de persoonsvolgende budgetten in de zorg voor een transitie in de standstill-rechtspraak? Gepubliceerd door Tim Opgenhaffen en Merel Vrancken op 14 september 2022 Van aanbodgestuurde naar vraaggestuurde zorg In 2017 startte het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap (hierna: VAPH) met de uitrol van het persoonsvolgend budget voor meerderjarige personen met een handicap. Dit was een radicale hervorming: waar voorheen de zorgaanbieder (i.e. de aanbodzijde) rechtstreeks gefinancierd werd door het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap (hierna: VAPH), ontvangen vanaf nu de zorggebruikers (i.e. de vraagzijde) zelf een budget waarmee zij hun zorg en ondersteuning kunnen organiseren. Het persoonsvolgend budget kadert binnen een ruimere internationale tendens om de autonomie van zorggebruikers te bevorderen en valt niet los te koppelen van het recht om zelfstandig te leven en deel uit te maken van de samenleving zoals dat is opgenomen in artikel 19 van het VN-verdrag over de rechten van personen met een handicap. Het VN-comité beschouwt persoonsvolgende budgetten als een hefboom voor de verwezenlijking van dit recht (General Comment 5, §63). Het persoonsvolgend budget is niet onomstreden; de aandacht gaat daarbij meestal uit naar de lange wachtlijsten. Deze bijdrage gaat niet in op deze grote groep wachtenden, maar op een andere groep: personen die voor 2017 al gebruik maakten van niet-rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning bij een zorgaanbieder die voorheen rechtstreeks van het VAPH de middelen kreeg. De overgang naar een persoonsvolgend budget verliep voor deze groep niet zonder slag of stoot, zoals blijkt uit de twee hierna besproken arresten van het Arbeidshof van Gent. De overgang van het oude naar het nieuwe financieringsmodel maakte het voorwerp uit van een reeks transitiebesluiten. Op basis van een eerste transitiebesluit uit 2016 werden de middelen waarover een zorgaanbieder via het VAPH beschikte, herverdeeld over de individuele gebruikers van di
Zorgt de transitie van de persoonsvolgende budgetten in de zorg voor een transitie in de standstill-rechtspraak?
Zorgt de transitie van de persoonsvolgende budgetten in de zorg voor een transitie in de standstill-rechtspraak? Gepubliceerd door Tim Opgenhaffen en Merel Vrancken op 14 september 2022 Van aanbodgestuurde naar vraaggestuurde zorg In 2017 startte het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap (hierna: VAPH) met de uitrol van het persoonsvolgend budget voor meerderjarige personen met een handicap. Dit was een radicale hervorming: waar voorheen de zorgaanbieder (i.e. de aanbodzijde) rechtstreeks gefinancierd werd door het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap (hierna: VAPH), ontvangen vanaf nu de zorggebruikers (i.e. de vraagzijde) zelf een budget waarmee zij hun zorg en ondersteuning kunnen organiseren. Het persoonsvolgend budget kadert binnen een ruimere internationale tendens om de autonomie van zorggebruikers te bevorderen en valt niet los te koppelen van het recht om zelfstandig te leven en deel uit te maken van de samenleving zoals dat is opgenomen in artikel 19 van het VN-verdrag over de rechten van personen met een handicap. Het VN-comité beschouwt persoonsvolgende budgetten als een hefboom voor de verwezenlijking van dit recht (General Comment 5, §63). Het persoonsvolgend budget is niet onomstreden; de aandacht gaat daarbij meestal uit naar de lange wachtlijsten. Deze bijdrage gaat niet in op deze grote groep wachtenden, maar op een andere groep: personen die voor 2017 al gebruik maakten van niet-rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning bij een zorgaanbieder die voorheen rechtstreeks van het VAPH de middelen kreeg. De overgang naar een persoonsvolgend budget verliep voor deze groep niet zonder slag of stoot, zoals blijkt uit de twee hierna besproken arresten van het Arbeidshof van Gent. De overgang van het oude naar het nieuwe financieringsmodel maakte het voorwerp uit van een reeks transitiebesluiten. Op basis van een eerste transitiebesluit uit 2016 werden de middelen waarover een zorgaanbieder via het VAPH beschikte, herverdeeld over de individuele gebruikers van di
De toetsing aan grondrechten door het Grondwettelijk Hof – Overzicht van rechtspraak 2022
Merel VRANCKEN Mandaatassistent Universiteit Hasselt 1. De rest zijn arresten waarin het beroep of de prejudiciële vraag onontvankelijk wordt verklaard of waarin het Hof zich onbevoegd verklaart, waarin wordt vastge-steld dat de prejudiciële vraag geen antwoord behoeft, waarin de prejudiciële vraag wordt teruggestuurd naar de verwijzende rechter, waarin wordt vastgesteld dat het beroep of de prejudiciële vraag zonder voorwerp is, waarin een vordering tot schorsing wordt verworpen zonder dat op de middelen wordt ingegaan, waarin enkel aan bevoegdheidsverdelende bepalingen wordt getoetst, waarin een vroeger arrest wordt uitgelegd of waarin de afstand van het beroep wordt aanvaard. Het Grondwettelijk Hof heeft in het besproken jaar 171 arresten gewezen. In 128 van die arresten wordt aan een grondrecht getoetst. 1 Een aanzienlijk deel van die arresten betreft een zuivere toetsing aan het gelijkheidsbeginsel (52), dus een toetsing aan de ar-tikelen 10 en 11 van de Grondwet zonder dat dit on-rechtstreeks tot een toetsing aan andere grondrech-ten leidt. Een nog ruimer deel (76) heeft betrekking op een ander grondrecht. Het zijn hoofdzakelijk die laatste arresten die in het hiernavolgende overzicht aan bod komen. Enkele in het oog springende arres-ten zijn de arresten 26/2022 en 134/2022 over de eu-thanasiewet, arrest 61/2022 over de boetes wegens zwartrijden, arrest 75/2022 over het Scheepvaart-wetboek, arrest 110/2022 over contactopsporing, arrest 147/2022 over de stookolieketels en arrest 155/2022 over de woonmaatschappijen. INHOU
De toetsing aan grondrechten door het Grondwettelijk Hof – Overzicht van rechtspraak 2022
Merel VRANCKEN Mandaatassistent Universiteit Hasselt 1. De rest zijn arresten waarin het beroep of de prejudiciële vraag onontvankelijk wordt verklaard of waarin het Hof zich onbevoegd verklaart, waarin wordt vastge-steld dat de prejudiciële vraag geen antwoord behoeft, waarin de prejudiciële vraag wordt teruggestuurd naar de verwijzende rechter, waarin wordt vastgesteld dat het beroep of de prejudiciële vraag zonder voorwerp is, waarin een vordering tot schorsing wordt verworpen zonder dat op de middelen wordt ingegaan, waarin enkel aan bevoegdheidsverdelende bepalingen wordt getoetst, waarin een vroeger arrest wordt uitgelegd of waarin de afstand van het beroep wordt aanvaard. Het Grondwettelijk Hof heeft in het besproken jaar 171 arresten gewezen. In 128 van die arresten wordt aan een grondrecht getoetst. 1 Een aanzienlijk deel van die arresten betreft een zuivere toetsing aan het gelijkheidsbeginsel (52), dus een toetsing aan de ar-tikelen 10 en 11 van de Grondwet zonder dat dit on-rechtstreeks tot een toetsing aan andere grondrech-ten leidt. Een nog ruimer deel (76) heeft betrekking op een ander grondrecht. Het zijn hoofdzakelijk die laatste arresten die in het hiernavolgende overzicht aan bod komen. Enkele in het oog springende arres-ten zijn de arresten 26/2022 en 134/2022 over de eu-thanasiewet, arrest 61/2022 over de boetes wegens zwartrijden, arrest 75/2022 over het Scheepvaart-wetboek, arrest 110/2022 over contactopsporing, arrest 147/2022 over de stookolieketels en arrest 155/2022 over de woonmaatschappijen. INHOU
Not the Court's Finest work: inclusive education and reasonable accommodations for pupils with disabilities in T.H. v. Bulgaria
Beating Brown v. Board of Education? Overrepresentation and desegregation measures in Elmazova and Others v. North Macedonia
Etnische profilering: hoe het vonnis in de zaak-Wa Baile t. Zwitserland (EHRM) rechtstreekse gevolgen heeft voor België
Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens oordeelde in de zaak-Wa Baile t. Zwitserland dat er in dat land een structureel probleem van etnische profilering door politieagenten heerst. Deze bijdrage wijst op de zeer gelijkaardige situaties in België en Zwitserland en argumenteert dat het vonnis ook de Belgische staat moet aanzetten tot actie
Segregation in Education and a Duty of Desegregation Under the ECHR
In recent case law on Roma segregation in education, the European Court of Human Rights (ECtHR) further develops its approach towards segregation in education and shifts its focus to desegregation. This evolution in the Court’s case law is important both for furthering the rights of Roma and equality in education. This article addresses two key questions concerning segregation in education on which the recent cases provide guidance. The first question concerns what situations of segregation can be considered “de facto discrimination”. The Court’s interpretation of this term has evolved from explaining the concept of indirect discrimination to an interpretation that has the potential to address systemic issues such as that of segregation in education. Secondly, this article addresses to what extent a duty of desegregation exists. In the case law on Roma segregation in education, the Court’s focus has recently shifted towards desegregation measures. It has ordered states to ensure the end of segregation in schools, where appropriate desegregation measures swiftly need to be implemented. In contrast to this detailed duty of collective desegregation, an approach towards a possible duty of individual desegregation is lacking. By shedding light on the prohibition of segregation in education and the duty of desegregation under the European Convention on Human Rights (ECHR), the paper aims to highlight evolutions and hiatuses in the ECtHR’s case law concerning Roma segregation in education and thereby contribute to strengthening the rights of Roma pupils to equality in education
Schools as the battlefield for enhancing national unity: curtailing minority language rights
Comments on Valiullina v Latvia (56928/19) (ECtHR) and Dzibuti v Latvia (225/20) (ECtHR) on complaints by school pupils in the Russian-speaking minority in Latvia that they were no longer allowed to attend classes in their own language
- …
