157,404 research outputs found

    Breaching of coastal dikes: State of the art

    No full text
    Coastal dikes are used as defence structures against flooding in lowland areas and where high tidal ranges occur. The development of a breach induced by wave overtopping has been one of the most frequent causes of dike failure and it is closely related both to the dynamics of a protected coast and to the flood risk assessment and management. At present however, the underlying processes, their simulation and prediction are still not well understood. Due to the urgent need of reliable simulations of the processes, the requirements for a new model were defined. This study, started in 2004 and taking 3 years, is supported by the Joined Doctoral Programme on \u93Risk Management on Built Environment\u94 (Study University of Florence, Italy and Technical University of Braunschweig, Germany)* and by the European Integrated Research Project FLOODsite (2002- 2006). In this report the processes associated with breaching and the present capability of breach modelling are reviewed. A detailed specification of the new model approach is then proposed.Floodsit

    Landscape Architecture at TU Delft 1973-2011: Ter gelegenheid afscheid Prof. Dr. Clemens Steenbergen

    No full text
    Het is haast onmogelijk om de werkzame jaren van Prof. Dr. Clemens Steenbergen hier op de TU Delft in het kort samen te vatten. Dit is een persoonlijk boek van collega's, medewerkers en studenten ter gelegenheid van zijn afscheid op 15. December 2011.UrbanismArchitectur

    Karakteristiek Duurzaam Erfgoed in Gelderland: KaDEr-stellingen: Ervaringen en stellingnames na een vierjarige samenwerking tussen de Provincie Gelderland en de TU Delft faculteit Bouwkunde 2017 - 2021

    No full text
    Deze publicatie is een weerslag van de uitkomsten van het KaDEr-project (Karakteristiek Duurzaam Erfgoed) dat de TU Delft in opdracht van en in samenwerking met de Provincie Gelderland heeft uitgevoerd. De lezer wordt meegenomen in de zoektocht om invulling te geven aan de relatie wetenschap, praktijk en beleid rondom duurzaam erfgoed op verschillende schaalniveaus. Aan de hand van acht bijdragen wordt gereflecteerd op het proces en de uitkomsten. De auteurs gaan in op een thema dat gedurende de afgelopen vier jaar aan de orde is geweest. Ook nemen zij stelling in met betrekking tot het debat dat naar aanleiding van dit thema gevoerd is en in veel gevallen nog verder gevoerd kan worden. Daarnaast hebben we een aantal meer zijdelings betrokkenen gevraagd om stelling te nemen met een uitspraak naar aanleiding van hun ervaringen tijdens het project.Het KaDEr-project omvatte na een intensieve voorbereiding vier kalenderjaren. We denken dat op het onderdelen nog een vervolg behoeft. KaDEr staat dus voor Karakteristiek Duurzaam Erfgoed en in het project is gewerkt aan energetische duurzaamheid, financieel gezond perspectief, functioneel gebruik en het borgen kennis op lange termijn. Het project zelf werd opgebouwd rond vier Living Labs om theorie en praktijk aan elkaar te koppelen: Living Lab XL-Stad: Zutphen, Winterswijk en Elburg. Daarbij droegen we vanuit KaDEr bij aan een onderzoek naar Kerkenvisies en de Energietransitie voor diverse gemeenten; Living Lab L-Stad: Landgoederen, waar het Baaksebeek-gebied en Gelders Arcadië centraal stonden en het onderzoek resulteerde in de betreffende Ontwerpatlas; Living Lab M-Typologie: Kerken. Nationaal en regionaal een opgave die veel aandacht kreeg de afgelopen vier jaar. Specifiek keken wij vanuit KaDEr naar het functioneren van Energiescans en de Financiële Duurzaamheid aan de hand van de Eusebiuskerk in Arnhem en de Stevenskerk in Nijmegen; Living Lab S-Gebouw: Reuversweerd. Een (bouw)locatie die we vier jaar lang intensief hebben gevolgd en waar alle partijen veel van hebben geleerd. We hebben daarnaast onderzoek gedaan naar Afwegingsmodellen voor het verduurzamen van monumenten en de Gevolgen van het na-isoleren van monumenten met binnenisolatie. Er werden binnen de Living Labs en deelonderzoeken diverse overkoepelende thema’s aan de orde gesteld en beproefd en daar is lering uitgetrokken. Dit heeft zich ook vertaald in het gaandeweg aanpassen van de aanpak en in de voorbereiding van nieuw beleid. Het geeft ook aanleiding om op lange termijn zaken anders te gaan doen. Wat er is geleerd en waar bijgestuurd kan worden is in acht hoofdstukken samengevat. We reflecteren op het proces van het KaDEr-project. We geven adviezen voor het bijsturen van beleid. Een visie op de toekomst, vanuit de provincie zelf, komt vervolgens aan de orde. Tijdens de vier jaren van uitvoering van het project is er op diverse schaalgebieden geacteerd. Op het grote schaalgebied is met het Living Lab L-Gebied (Landgoederen), een koppeling met het Europese Innocastle project gemaakt. Daar hebben ook ontwerpprojecten met studenten plaatsgevonden en er is een Ontwerpatlas samengesteld. Het leren van elkaar stond van het begin af aan bij het KaDEr-project centraal Samen met het Gelders Restauratie Centrum en de Monumentenwacht Gelderland zijn er onderwerpen via kennisoverdracht en workshops uitgewerkt. Via de koppeling van onderwijs aan bijvoorbeeld de stad werd in het Living Lab XL-Stad tussen studenten, gemeenteambtenaren en gebouweigenaren samengewerkt om van elkaar te leren. Bijzonder is het kerkelijk erfgoed en de wijze waarop de Kerkenvisie als instrument een rol zal spelen bij de herontwikkeling van kerken. Dit is in de praktijk samen met drie gemeenten uit de Oost-Achterhoek uitgewerkt. In het KaDEr project komen zo theorie en praktijk mooi samen. Concreet kunnen en zullen beslissingen op het schaalgebied van gebouw en materiaalgebruik belangrijke gevolgen hebben voor opdrachtverlening, uitvoering, instandhouding en subsidieverstrekking aan erfgoed. Door alle schalen heen richtten we steeds de blik op de toekomst. Daarbij kunnen we aan de energietransitie, die steeds urgenter wordt, niet voorbijgaan. Daar ligt zeker voor historische binnensteden een uitdaging. In twee gemeenten is hiervoor een inspirerende driedaagse ‘roadshow’ gehouden en is een energietransitie roadmap uitgewerkt.Het KaDEr-project heeft geleid tot een veelheid aan leerzame ervaringen die nu in de nabije de toekomst kunnen inspireren en hun weerslag krijgen in provinciaal beleid dat een duurzame instandhouding van monumentaal erfgoed binnen de provincie Gelderland een stap verder brengt. Duurzame instandhouding biedt een visie op de lange termijn en is de basis voor een maatschappelijk verantwoorde werkwijze. Het KaDEr-project kon alleen tot stand komen door een goede samenwerking tussen en vele krachtsinspanningen van vele partijen en personen. Namens de TU Delft bedankt de redactie van de publicatie KaDEr-stellingen alle betrokken personen bij de provincie Gelderland, de gemeenteambtenaren in Zutphen, Elburg, Winterswijk, Aalten en Oost-Gelre, de partners van de Gelderse Erfgoed Alliantie, de monumenteneigenaren en hun architecten, adviseurs en projectleiders op locatie en met name die op Reuversweerd. Daarnaast was het succes van KaDEr niet mogelijk geweest zonder de inzet van docenten, onderzoekers vanuit drie afdelingen van de faculteit Bouwkunde van de TU Delft en de vele studenten die vier jaar lang aan het project hebben gewerkt en het tot een inspirerend en leerzaam geheel hebben gemaakt. Heritage & DesignLandscape ArchitectureHeritage & TechnologyReal Estate ManagementClimate Design and Sustainabilit

    Resultaten NCK workshop "Zeegaten en Getijbekkens", Ameland, 28 september 1996

    No full text
    Workshop inzake onderzoek naar zeegaten en getijbekkens

    Hydraulic performance, wave loading and response of Elastocoast revetments and their foundation - a large scale model study -

    No full text
    ELASTOCOAST revetments are highly porous structures made of crushed stones which are durably and elastically bonded by Polyurethane (PU). To improve the understanding of the physical processes involved in the wave-structure-foundation interaction and to develop prediction formulae for both hydraulic performance and wave loading more than 75 large-scale model tests using both regular and irregular waves were performed. Three ELASTOCOAST revetment alternatives with the same slope (1:3) and the same revetment thickness (0.20 m) but with different thicknesses of the underlying filter layer (0.00 m, 0.10 m and 0.20 m for Model Alternatives A, B and C, respectively) were tested. More than 85 measuring devices synchronously connected to two video cameras were used. Prediction formulae are developed for wave reflection, wave run-up and run-down as a function of the surf similarity parameter which illustrate the advantage of ELASTOCOAST revetments as compared to conventional revetments. For instance, more than 25% less wave runup may result on comparison to smooth impermeable revetments. Using a surf similarity-based wave load classification as well as a systematic parametrization in both time and space, prediction formulae are also developed for both impact loads on and just beneath the revetment. These include the peak pressure pmax, its location in relation to still water level zpmax, the spatial pressure distribution and the time related parameters (rise time and total load duration). Prediction formulae for the wave-induced pore pressure in the sand core beneath the revetment are also provided, including the maximum pressure at the upper boundary of the sand layer and its development in deeper layers. Formulae are also proposed for the flexural displacement ä of the ELASTOCOAST revetment, showing that for impact load much smaller displacements would result than for non-impact load and that ä linearly increases with peak pressure pmax for a given revetment thickness. Finally, a stability analysis of Model Alternative A is performed on basis of the results of the measurements and the simultaneously recorded videos. The results illustrate why Model Alternative failed due to local transient soil liquefaction while Model Alternative B tested synchronously under the same wave conditions did not fail.LWI098

    Watertovenaars: Delftse ideeën voor nog 200 jaar Rijkswaterstaat

    No full text
    Een bundel artikelen met inspiratie voor Rijkswaterstaat voor de ontwikkeling in de volgende 200 jaar. Watertovenaar of tovenaarsleerling? (K. d'Angremond, P. Huisman en G.I. Schiereek) De oudste deltawerken: dammen en duikers uit het begin van de jaartelling (T. de Ridder) Een erfenis uit de Bataafse periode (W.M. de Jong) Wat eerst: wonen, water, wegen of welvaart? (T.M. de Jong) Een nieuwe rol voor de waterstaatsingenieur (F.M. Sanders) De terugkeer van de stedenbouwkundige discipline (V.J. Meyer Water (P. Huisman, K. d'Angremond en G.J. Schiereek) Dynamische buffers in autosnelwegen (D. Westland en P.H.L. Bovy) Op de automatische piloot door de Randstad? (R. van der Heijden, V. Marchau, E. Molin en K. van Wees) Niet bruggen bouwen, maar zelf brug zijn (B. Enserink, M.P.M. van der Ploeg, WAH. Thissen en G.J. de Vreede) Nederland als vervoersemplacement? (M.P.C. Weijnen, W.A.H. Thissen en E.F. ten Heuvelhof) Immobilisatie van gevaarlijk afval (Ch.F.Hendriks) Dubbel verduurzamen van wegconstructies (A.A.A. Molenaar) Innovatie van de geometrische infrastructuur (P.J.G.Teunissen) Radarhoogtemetingen en de (voorname) rol van Delft (M. Naeije) Een hoog(water)standje (T. Rientjes, C. van den Akker en P. van der Veer) Naar één beslismodel voor de veiligheid (J.K. Vrijling en J. Stoop) De betrouwbaarheid van dijken (A. Verruijt) Windgolven, een fascinerend fenomeen (L.H. Holthuijsen en J.A. Battjes) Mijn droom: het railvaartuig (B. Boon) Een waterfilm in plaats van wielen (A. van Beek) Uren worden minuten (E.A.H. Vollebregt, H. Jansen en M.R.T. Roest) Een kwestie van schuiven (R.Brouwer, A.Hof en J. Schuurmans) Energie door vergisting van slib (M.S.M. letten en M.C.M. van Loosdrecht) Nóg een poldermodel: hoge-sterkte beton (J.C. Walraven) Atollen voor de Noordzeekust (J. Kristinsson) Van maker naar regisseur (H.A.J. de Ridder

    Guesthouse TU Delft

    No full text
    The Guesthouse TU Delft is a project built upon the idea that a new institution to be built is able to provide the urban environment of Delft with a new variety of academic activities, which normally stay at the campus. These activities are to be participated by many people, whether he’s from the university or not. In the making of this institution I borrowed lessons and inspirations from some of the excellent precedents that fascinate me, and these ideas are applied at specific places of the project, with some variations to respond to the specific urban setting of Delft.Spaces of CollectionsArchitecture, Urbanism and Building Sciences | Interiors Buildings Citie

    Wellenüberlaufströmung bei Seedeichen - Experimentelle und theoretische Untersuchungen

    No full text
    Wave overtopping is one of the most important processes for the design of seadikes which was responsible for many severe dike failures in the past. Wave overtopping can not be avoided due to the random nature of the waves and the uncertainties associated with the determination of the design water level. The present design on wave overtopping is based on average overtopping rates. Nevertheless, average overtopping rates are not sufficient for the design of seadikes, because overtopping velocities and overtopping layer thicknesses are required to assess the infiltration and erosion on the landward side of seadikes by overtopping water. The objective of the present thesis is the determination of the velocities and layer thicknesses on the seaward slope, the dike crest and the landward slope as a function of the relevant wave and dike parameters by means of theoretical and experimental investigations. Small scale model tests have been carried out in a wave flume with typical dike profiles by using regular waves and wave spectra. Small scale model tests are influenced by scale effects and the transfer of the results to nature might be affected. Therefore, theoretical investigations on the influence of viscosity and surface tension on the model results are performed. It can be concluded that the results of the present study are not significantly influenced by scale effects and can be transfered to prototype scale. Wave overtopping is dependent on the processes associated to wave breaking and wave run-up on the seaward slope. Therefore, these processes are investigated first. Breaker type, breaking water depth, wave run-up height, wave run-down and the impact point of the breaking wave on the seaward slope are determined and described by means of empirical equations. The main part of this thesis is the determination of layer thicknesses and velocities on the seaward slope, the dike crest and the landward slope. Layer thickness and wave run-up velocities on the seaward slope are closely connected to the wave run-up height. Empirical formulae for layer thicknesses and a theoretical approach for overtopping velocities are derived for the dike crest. Overtopping velocities and layer thicknesses on the landward slope are derived on the basis of the two-dimensional momentum equation and the continuity equation. All derived formulae are calibrated by model tests with regular waves and verified by model tests with wave spectra

    Education for Adaptive Reuse The TU Delft Heritage and Architecture Experience

    No full text
    The Section for Heritage and Architecture of the Faculty of Architecture and the Built Environment at the Delft University of Technology specializes in architectural education for adaptive reuse of heritage buildings, with a specific focus on the built heritage of the 20th century. Our approach combines architectural design and technological knowledge with an approach that places values as central informants. Here we present our approach, explore the past and project a future evolution of our educational methodology. Finally, we reflect on the lasting relevance of the tangible and intangible heritage of the recent past as aim and source of our educational practice.Green Open Access added to TU Delft Institutional Repository 'You share, we take care!' - Taverne project https://www.openaccess.nl/en/you-share-we-take-care Otherwise as indicated in the copyright section: the publisher is the copyright holder of this work and the author uses the Dutch legislation to make this work public.Heritage & Desig

    Tuin Park Landschap: Documentatie Minor Landschapsarchitectuur 2009

    No full text
    Dit boek geeft een overzicht van analyses, ontwerpen en essays van studenten in de Minor Landschapsarchitectuur die aan de Faculteit Bouwkunde TU Delft in het najaar semester van 2009 voor de tweede keer werd gegeven onder begeleiding van de docenten Daniel Jauslin en Denise Piccinini. De minor is een nieuwe vorm van onderwijs waarin studenten uit verschillende faculteiten en universiteiten een totaal ander vak kunnen volgen buiten of binnen de grenzen van hun eigen faculteit. We hanteren voor de analyse- en ontwerpopgave drie landschaparchitectonische archetypes; tuin, park, landschap. De rivier de Rotte door Rotterdam is het verbindend landschappelijk element tussen stad en land en tussen de schalen - van klein naar groot. De driedelige thematieken, schalen en de keuze voor de Rotte als verbindend element waren de belangrijkste vernieuwingen in deze tweede lichting van de minor. De structuur tuin, park, landschap wordt daarom ook voor dit boek aangehouden met de Rotte als orientatie. Overal zijn we enthousiasme tegen gekomen voor ons vak maar ook voor het feit dat dit vak vanuit te TU Delft ontwikkeld wordt. Dit boek is daarom ook als dank aan velen bedoeld. Door de bestaande landschappen van de Faculteit Bouwkunde waait een vernieuwende wind. Wij hopen dat deze documentatie helpt om deze vernieuwing verder op te bouwen en velen ervan te overtuigen zich in de Landschapsarchitectuur te verdiepen.UrbanismArchitectur
    corecore