91 research outputs found
2019-2020 Anne Newman Sutton Weeks Poetry Series - Don Bogen and Paisley Rekdal
Don Bogen is the author of five books of poetry, most recently "Immediate Song" from Milkweed Editions. His other two books are a critical study of Theodore Roethke and a translation of selected poems by the contemporary Spanish poet Julio Martínez Mesanza. He has collaborated with composers from the U.S. and abroad. His fellowships include the National Endowment for the Arts, the Camargo Foundation, and Fulbright positions in Spain and at the Seamus Heaney Centre for Poetry in Belfast. Nathaniel Ropes Professor Emeritus at the University of Cincinnati, he serves as Editor-at-Large of "The Cincinnati Review"
Night Sky
Night Sky presents a meditative sonic journey in response to James Turrell’s “Twilight Epiphany” Skyspace in Houston, Texas, and was composed for that space. The Skyspace communicates a vastness of space and the solidity of the earth, with its ceiling keyhole open to the sky and its pyramid-like structure containing the body of its form. Considering this, I found the poem “Night Sky” by Don Bogen, whose narrative that juxtaposes the starry, ever-expanding universe with the author\u27s fixed presence on earth reflects a similar duality. The poem “Night Sky” appears with permission of the poet. Katherine Pracht Phares and Steven Naylor narrated Bogen\u27s Night Sky, recorded by audio engineer Michael Laurello. Night Sky was commissioned through an Arts Initiative Grant from Rice University
Privileges and Immunities: a Reference Guide to the United States Constitution
The privileges and immunities clauses in the U.S. Constitution forbids one state from discriminating against citizens of another state with respect to privileges and immunities that state affords its own citizens. Of course, the history, interpretation, and rulings on Article IV and the Fourteenth Amendment are much more nuanced and controversial. Bogen details the origins and development of the concept of privileges and immunities, and provides an in-depth analysis of the symbiotic relationship between Article IV and the Fourteenth Amendment, detailing the current understanding of the clauses as reflected in the decisions of the Supreme Court. The author concludes by arguing that the tension between the Framers\u27 intent to protect fundamental human rights and the Court\u27s current confused and inappropriate use of rights language may be resolved by applying customary international human rights to the states. An extensive bibliographic essay and a table of cases are provided to guide further reading on the topic.https://digitalcommons.law.umaryland.edu/books/1026/thumbnail.jp
The 3D sketch slice: Precise 3D volume annotations in virtual environments
S.65-72In the oil and gas application domain, there is a need for 3D volume annotations to sketch out uncertainty regions in seismic data sets. Together with geo-science experts, we identified actual requirements for efficient annotations of volumetric areas. As a result, we introduce the 3D Sketch Slice, a novel system for volumetric annotations. Based on a 3D-tracked pen tablet, the 3D Sketch Slice works as a prop for a subsurface volume slice. Using pen input, a user can precisely sketch 3D points on a 2D volume slice while directly controlling the 3D position and orientation of that slice within a seismic volume. The points selected define 3D sketches through 3D alpha shape representations. Furthermore, we define clutching and mapping functions and we present a novel visual feedback method for multi-user annotations. Finally, we performed an informal evaluation with expert users. Despite some ergonomic concerns, they confirmed an increase in perceived precision. In general, the requirements identified had been met and it was proposed to apply the 3D Sketch Slice methodology to other scenarios
Comparison of interest rate models in life insurance
Mit der vorliegenden Arbeit habe ich mir eine eingehende Untersuchung von Zinsstrukturmodellen in der Lebensversicherung, insbesondere die marktkonsistente Bewertung der Zinsgarantie unter Solvency II, zum Ziel gesetzt. Der inhaltliche Bogen reicht dabei von der mathematischen Modellierung der Lebensversicherung über die konkrete Umsetzung eines Zinsstrukturmodells bis hin zu einer marktkonsistenten Bewertung. Darüber hinaus ist eine Analyse diverser Handlungsoptionen und daraus resultierender Auswirkungen erfolgt. Die wichtigsten Erkenntnisse meiner Arbeit sind Folgende: − Caplet-Swaption Parität im Abschnitt 1.6 − Kalibrierung unter Zuhilfenahme eines Optimierungsalgorithmus im Abschnitt 3.2 − Untersuchung der Veränderungen der Gewichte wm in den Abschnitten 4.2.2 und 4.3.2 − Implizite Schlussfolgerung aus Rebonatos Formel im Abschnitt 3.3.1 − Numerische Umsetzung der Kalibrierung mit Rebonatos Formel im Abschnitt 3.3.2 − Stabilität der Kalibrierung mit Rebonatos Formel in Anmerkung 3.3.2.4 − Auswirkungen verschiedener Kalibrierungsmethoden in den Anmerkungen 4.3.2.1 und 4.4.0.2 − Letzter Absatz zur marktkonsistenten Bewertung im Abschnitt 5With the present work, I have set myself the goal of an in-depth study of term structure models in life insurance, in particular the market-consistent pricing of the interest guarantee under Solvency II. The content ranges from the mathematical modeling of life insurance and the concrete implementation of a term structure model to a market-consistent valuation. In addition, an analysis of various options for action and resulting effects has taken place. The main findings of my work are the following: - Caplet-Swaption parity in section 1.6 - Calibration with the help of an optimization algorithm in Section 3.2 - Investigation of the changes of the weights wm in Sections 4.2.2 and 4.3.2 - Implicit conclusion from Rebonatos formula in Section 3.3.1 - Numerical implementation of calibration with Rebonatos formula in Section 3.3.2 - Stability of calibration with Rebonatos formula in Note 3.3.2.4 - Effects of different calibration methods in notes 4.3.2.1 and 4.4.0.2 - last paragraph on market consistent Rating in section
Bundelen van spoorwegen en autosnelwegen: Technische optimalisatie van de bundelingsvorm
Bij het ontwerpen van nieuwe tracés voor spoorwegen en autosnelwegen moet steeds vaker naar gebundelde altematieven worden gekeken. Hiervoor zijn echter geen standaard oplossingen voorhanden en ook een ontwerpmethodiek voor gebundelde tracés ontbreekt. In dit onderzoek is gezocht naar bundelingsconcepten. Dit zijn mogelijke oplossingen voor de bundeling, bestaande uit een dwarsprofiel met daarin aangegeven de bundelingsafstand en de elementen die zich in de bundeling bevinden. Tevens is een ontwerpmethodiek voor gebundelde tracés opgesteld. Het doel van het bundelen is het verkleinen van het ruimtegebruik en van de nadelige gevolgen voor de omgeving. Daarom is bundelen opgenomen in het regeringsbeleid. Om dit doel te bereiken is het wenselijk de spoorweg en de autosnelweg strak te bundelen. Wel dient altijd bekeken te worden of de negatieve effecten werkelijk kleiner zijn dan bij de niet-gebundelde tracés. Naast het verkleinen van de negatieve omgevingseffecten kan bundeling de volgende problemen met zich meebrengen: \u95 Restruimten en S-bogen in de infrastructuur om aansluitingen in te passen \u95 Restruimten of verlaging van de kwaliteit van het nieuwe tracé bij bogen in de bestaande infrastructuur met een kleinere boogstraal dan minimaal wenselijk voor het nieuwe tracé \u95 Onderlinge beïnvloeding: op elkaars baan geraken, verblinding, verandering van bereikbaarheid \u95 Noodzaak van dure kruisingen aan het begin en einde van de bundel \u95 Beperking van toekomstige uitbreidingsmogelijkheden \u95 Hinder tijdens de bouw voor het verkeer op de bestaande infrastructuur \u95 Noodzaak van (dure) faseringsplannen Het grootste probleem is de bundeling rondom aansluitingen in de autosnelweg. De oplossingen daarvoor bepalen het tracéontwerp voor een groot deel. Voor de op- en afritten is namelijk veel ruimte nodig, terwijl het wenselijk is om de spoorweg en de autosnelweg zeer dicht tegen elkaar aan te leggen. In de ontwikkelde ontwerpmethodiek wordt dan ook aangeraden om te beginnen met het ontwerp van de bundeling rondom aansluitingen. Het belang van de aansluitingen blijkt ook uit de case-studie HST-Oost/A12, waarin alternatieven zijn ontwikkeld voor de uitbreiding van de bundeling door Maarn-Maarsbergen. Bij de vier alternatieven met een zuidelijke omleiding om Maarn is de oplossing rondom de aansluitingen zelfs uitgangspunt voor het ontwerp geweest. In het algemeen is het belangrijk dat de oplossingen rondom aansluitingen en het gekozen bundelingsconcept voor de rest van het tracé goed op elkaar worden afgestemd. Om op de rest van het tracé wel strak te kunnen bundelen vormen S-bogen rondom aansluitingen een oplossing. Afhankelijk van de straal ervan en de afstand die opgeschoven moet worden, kunnen deze S-bogen zich over enkele honderden meters tot enkele kilometers van de aansluitingen uitstrekken. Wel leveren S-bogen moeilijk bruikbare restruimten op, zeker wanneer ze grote boogstralen hebben. Te kleine boogstralen zijn echter nadelig voor de kwaliteit van de infrastructuur. In plaats van S-bogen kan ook voor de volgende oplossingen gekozen worden: 1. Reconstructie van de aansluiting, zodat daar strakker kan worden gebundeld 2. Voortzetten van de mime bundelingsafstand van de aansluiting over het gehele tracé Bij een reconstructie kunnen de op- en afritten dichter tegen de autosnelweg aan worden gelegd, zoals in Nederland veel gebeurt. Dit kan echter nadelig zijn voor de situatie op de kruisende secundaire weg, indien de kruispunten met de op- en afritten te dicht bij elkaar komen te liggen of indien de vorm van de aansluiting verandert. In België worden de op- en afritten daarom over de sporen heen geleid, waarbij de rest van de aansluiting zoveel mogelijk zijn oude vorm behoudt. Hiermee worden de gewenste situatie op de secundaire weg èn een kleinere bundelingsafstand mogelijk gemaakt. Indien na een reconstructie nog steeds te grote S-bogen nodig zijn. kan de grotere bundelingsafstand rondom de aansluitingen ook daarbuiten worden voortgezet. Het ruimtegebruik neemt dan echter enorm toe. Uit de casestudie HST-Oost/A12 blijkt, dat ook bogen in het bestaande tracé problemen kunnen geven bij het ontwerp. Deze problemen treden op bij bogen die een hoek van 20° of meer maken en een boogstraal hebben die veel kleiner is dan gewenst voor het nieuwe tracé. Dit is het geval bij de vier alternatieven door Maarn op de plaats van de huidige bundeling. Om de gewenste boogstralen voor de HST daar mogelijk te maken moet de bestaande boog direct ten westen van Maarn worden 'afgesneden', waarbij de bebouwing wordt aangetast. Voor de vorm op de vrije baan. buiten de invloed van aansluitingen, haltes en dergelijke, zijn in dit onderzoek diverse bundelingsconcepten ontwikkeld. De keuze hiertussen hangt naast de voornoemde problemen grotendeels af van de eisen en wensen vanuit andere disciplines, zoals de inpassing in de omgeving en de kosten van constructies. Voor de bundelingsconcepten zijn drie manieren van bundelen mogelijk: 1. Ligging van de spoorweg en de autosnelweg naast elkaar 2. Middenbermligging 3. Gestapelde ligging. Voor bundeling met bestaande infrastructuur. zoals de HST-Oost/A12. moet in verband met faseringsproblemen meestal een ligging naast elkaar worden gekozen. In de casestudie NOV/Al 5 is gezocht naar een principeoplossing voor het gecombineerde ontwerp van de spoorweg en de autosnelweg. Aangezien beide nog niet bestaan is de middenbermligging zeer aantrekkelijk. Het belangrijkste voordeel ten opzichte van ligging naast elkaar is dat problemen met de aansluitingen worden voorkomen omdat deze aan de buitenzijde van de bundel liggen. Een nadeel van de middenbermligging is dat de spoorweg aan het begin en einde van de bundeling een flauwe kruising met (een helft van) de autosnelweg moet maken. Hiervoor zijn lange, dure kunstwerken nodig. De middenbermligging is daarom pas gunstig wanneer de bundeling langer dan ongeveer 25 km is. Dit is bijvoorbeeld het geval in de casestudie NOV/Al5. De gestapelde bundelingsconcepten komen alleen in beeld wanneer zeer weinig ruimte beschikbaar is. Het ruimtegebruik is ongeveer hetzelfde als bij één infrastructuurlijn. Omdat een tunnel of viaduct nodig is, zijn de gestapelde bundelingsconcepten verreweg het duurst. Eén van de alternatieven door Maarn bestaat uit een spoortunnel onder de autosnelweg. In verband met de fasering is dit alternatief echter nauwelijks uitvoerbaar. Tenslotte zijn er vele mogelijkheden om de ruimte tussen de spoorweg en de autosnelweg in te vullen. Zo kan een brede groenstrook of een aarden wal tussen de spoorweg en de autosnelweg worden gelegd. Maar meestal zal er alleen een sloot tussen de spoorweg en de autosnelweg in liggen, waarbij de bundelingsafstand circa 25 m is. Krappere dwarsprofielen zijn mogelijk door toepassing van geleiderails in plaats van botsveilige bermen of door geen onderhoudsweg voor het spoor aan te leggen. In verband met de kans dat voertuigen op elkaars baan geraken, wordt het weglaten van de sloot alleen aangeraden indien een barrière (keermuur) wordt gebouwd. Met een barrière kan de bundelingsafstand zelfs verkleind worden naar 5 m. Dat is vooral geschikt op plaatsen waar weinig ruimte beschikbaar is, zoals in stedelijke gebieden.Transport & PlanningCivil Engineering and Geoscience
De invloed van de kruip op gelijmde houten bogen
Stevin LaboratoryCivil Engineering and Geoscience
Die europäische Mindestlohn-Richtlinie – Paradigmenwechsel hin zu einem Sozialen Europa
Die Mindestlohn-Richtlinie gehört zu den wichtigsten arbeits- und sozialpolitischen Maßnahmen, die auf europäischer Ebene verabschiedet wurden. Sie kann zu einem Gamechanger im Kampf gegen Erwerbsarmut und soziale Ungleichheit werden. Sowohl durch Maßnahmen, die auf ein angemessenes (gesetzlichen) Mindestlohnniveaus abzielen, als auch jene die eine Stärkung der Tarifverhandlungen fördern.Der erhebliche Legitimationsverlust des europäischen Integrationsprojekts in der europäischen Bevölkerung hat dabei eine wichtige Rolle gespielt. Die Kommission hat erkannt, dass sie mit dem Krisenmanagement 2008/2009 den neoliberalen Bogen überspannt hat und dass maßgebliche Korrekturen notwendig sind, um der europakritischen Stimmung zu begegnen.Auch die Konstellation im Rat trug dazu bei; einerseits wollte die französische Regierung die Mindestlohn-Richtlinie noch während ihrer Ratspräsidentschaft abschließen, andererseits stellte der Regierungswechsel in Deutschland die Weichen dafür, dass die die Richtlinie sicher ins Ziel gelangte. Die konkrete Bedeutung der Mindestlohn-Richtlinie entscheidet sich letztlich in ihrer Umsetzung auf nationaler Ebene. Sowohl in Ländern mit gesetzlichen als auch in jenen mit tarifvertraglich festgelegten Mindestlöhnen
- …
