19 research outputs found
Reconciling information exchange and confidentiality. A formal approach
Het thema van de bescherming van persoonsgegevens is actueler dan ooit. Een paradoxale eigenschap van persoonsgegevens
is dat zowel het geheim houden, als het uitwisselen ervan gedaan kan worden onder het argument van `veiligheid'. Het
geheim houden van persoonsgegevens verhoogt veiligheid doordat deze gegevens niet misbruikt kunnen worden. Het
uitwisselen van persoonsgegevens verhoogt veiligheid omdat het opsporingsdiensten helpt criminelen en terroristen te
vangen. Zowel de argumenten voor het geheim houden van gegevens, als die voor het uitwisselen van gegevens zijn
valide.
Het probleem is helder: het uitwisselen van gegevens en het geheim houden van gegevens lijkt niet, of althans
moeilijk, samen te kunnen gaan.
Dit is niet alleen een probleem in de discussie tussen de voorvechters van privacy en de voorstanders van verregaande
opsporingsbevoegdheden. Ook opsporingsdiensten zelf worstelen met het spanningsveld van uitwisseling versus
geheimhouding: het
is makkelijker een subject (bijvoorbeeld een verdachte) in de gaten te houden als hij of zij daar niet op
beducht is. Wanneer het subject weet dat hij onderwerp van onderzoek is, kan hij of zij bijvoorbeeld mogelijk
bezwarende bewijzen
vernietigen. Hoe meer mensen binnen een opsporingsorganisatie weet hebben van een lopend onderzoek, hoe groter de kans
is dat er gelekt wordt naar het subject. Aan de andere kant, hoe meer mensen binnen opsporingsdienst weet hebben
van een lopend onderzoek, hoe meer mensen kunnen meehelpen met dat onderzoek.
Het hoofddoel van dit proefschift is om te onderzoeken of het mogelijk is om oplossingen voor dit spanningsveld te
vinden. De resultaten van het onderzoek zijn van fundamentele en praktische waarde. Aan de fundamentele kant
laten we zien, dat een een aantal problemen überhaupt oplosbaar is. Aan de praktische kant laten we zien dat deze
oplossingen niet slechts theoretisch zijn, maar ook zonder al te veel problemen kunnen worden toegepast om bestaande,
praktische problemen op te lossen. De oplossingen die gepresenteerd worden in dit proefschift bieden
beleidsmakers de ruimte om de bescherming van privacy enerzijds, en het uitwisselen van persoonsgegevens voor
terrorismebestrijding anderzijds, goed samen te laten gaan. In plaats van of/of, is er de mogelijkheid voor en/en,
als de beleidsmakers het willen.
Enige relativering is hierbij wel op zijn plaats. Niet *alle* problemen rondom privacy en uitwisseling van
persoonsgegevens kunnen worden opgelost, slechts *enkele*. Er is echter geen enkele reden om te veronderstellen
dat dit proefschrift de mogelijkheden om dit type problemen op te lossen, heeft uitgeput. Dit proefschift is slechts
een begin: we laten zien dat het überhaupt mogelijk is dit type problemen op te lossen; toekomstig onderzoek kan het
palet van oplossingen verder uitbreiden.
Reconciling information exchange and confidentiality. A formal approach
Het thema van de bescherming van persoonsgegevens is actueler dan ooit. Een paradoxale eigenschap van persoonsgegevens is dat zowel het geheim houden, als het uitwisselen ervan gedaan kan worden onder het argument van `veiligheid'. Het geheim houden van persoonsgegevens verhoogt veiligheid doordat deze gegevens niet misbruikt kunnen worden. Het uitwisselen van persoonsgegevens verhoogt veiligheid omdat het opsporingsdiensten helpt criminelen en terroristen te vangen. Zowel de argumenten voor het geheim houden van gegevens, als die voor het uitwisselen van gegevens zijn valide. Het probleem is helder: het uitwisselen van gegevens en het geheim houden van gegevens lijkt niet, of althans moeilijk, samen te kunnen gaan. Dit is niet alleen een probleem in de discussie tussen de voorvechters van privacy en de voorstanders van verregaande opsporingsbevoegdheden. Ook opsporingsdiensten zelf worstelen met het spanningsveld van uitwisseling versus geheimhouding: het is makkelijker een subject (bijvoorbeeld een verdachte) in de gaten te houden als hij of zij daar niet op beducht is. Wanneer het subject weet dat hij onderwerp van onderzoek is, kan hij of zij bijvoorbeeld mogelijk bezwarende bewijzen vernietigen. Hoe meer mensen binnen een opsporingsorganisatie weet hebben van een lopend onderzoek, hoe groter de kans is dat er gelekt wordt naar het subject. Aan de andere kant, hoe meer mensen binnen opsporingsdienst weet hebben van een lopend onderzoek, hoe meer mensen kunnen meehelpen met dat onderzoek. Het hoofddoel van dit proefschift is om te onderzoeken of het mogelijk is om oplossingen voor dit spanningsveld te vinden. De resultaten van het onderzoek zijn van fundamentele en praktische waarde. Aan de fundamentele kant laten we zien, dat een een aantal problemen überhaupt oplosbaar is. Aan de praktische kant laten we zien dat deze oplossingen niet slechts theoretisch zijn, maar ook zonder al te veel problemen kunnen worden toegepast om bestaande, praktische problemen op te lossen. De oplossingen die gepresenteerd worden in dit proefschift bieden beleidsmakers de ruimte om de bescherming van privacy enerzijds, en het uitwisselen van persoonsgegevens voor terrorismebestrijding anderzijds, goed samen te laten gaan. In plaats van of/of, is er de mogelijkheid voor en/en, als de beleidsmakers het willen. Enige relativering is hierbij wel op zijn plaats. Niet *alle* problemen rondom privacy en uitwisseling van persoonsgegevens kunnen worden opgelost, slechts *enkele*. Er is echter geen enkele reden om te veronderstellen dat dit proefschrift de mogelijkheden om dit type problemen op te lossen, heeft uitgeput. Dit proefschift is slechts een begin: we laten zien dat het überhaupt mogelijk is dit type problemen op te lossen; toekomstig onderzoek kan het palet van oplossingen verder uitbreiden
Reconciling information exchange and confidentiality. A formal approach
Het thema van de bescherming van persoonsgegevens is actueler dan ooit. Een paradoxale eigenschap van persoonsgegevens is dat zowel het geheim houden, als het uitwisselen ervan gedaan kan worden onder het argument van `veiligheid'. Het geheim houden van persoonsgegevens verhoogt veiligheid doordat deze gegevens niet misbruikt kunnen worden. Het uitwisselen van persoonsgegevens verhoogt veiligheid omdat het opsporingsdiensten helpt criminelen en terroristen te vangen. Zowel de argumenten voor het geheim houden van gegevens, als die voor het uitwisselen van gegevens zijn valide. Het probleem is helder: het uitwisselen van gegevens en het geheim houden van gegevens lijkt niet, of althans moeilijk, samen te kunnen gaan. Dit is niet alleen een probleem in de discussie tussen de voorvechters van privacy en de voorstanders van verregaande opsporingsbevoegdheden. Ook opsporingsdiensten zelf worstelen met het spanningsveld van uitwisseling versus geheimhouding: het is makkelijker een subject (bijvoorbeeld een verdachte) in de gaten te houden als hij of zij daar niet op beducht is. Wanneer het subject weet dat hij onderwerp van onderzoek is, kan hij of zij bijvoorbeeld mogelijk bezwarende bewijzen vernietigen. Hoe meer mensen binnen een opsporingsorganisatie weet hebben van een lopend onderzoek, hoe groter de kans is dat er gelekt wordt naar het subject. Aan de andere kant, hoe meer mensen binnen opsporingsdienst weet hebben van een lopend onderzoek, hoe meer mensen kunnen meehelpen met dat onderzoek. Het hoofddoel van dit proefschift is om te onderzoeken of het mogelijk is om oplossingen voor dit spanningsveld te vinden. De resultaten van het onderzoek zijn van fundamentele en praktische waarde. Aan de fundamentele kant laten we zien, dat een een aantal problemen überhaupt oplosbaar is. Aan de praktische kant laten we zien dat deze oplossingen niet slechts theoretisch zijn, maar ook zonder al te veel problemen kunnen worden toegepast om bestaande, praktische problemen op te lossen. De oplossingen die gepresenteerd worden in dit proefschift bieden beleidsmakers de ruimte om de bescherming van privacy enerzijds, en het uitwisselen van persoonsgegevens voor terrorismebestrijding anderzijds, goed samen te laten gaan. In plaats van of/of, is er de mogelijkheid voor en/en, als de beleidsmakers het willen. Enige relativering is hierbij wel op zijn plaats. Niet *alle* problemen rondom privacy en uitwisseling van persoonsgegevens kunnen worden opgelost, slechts *enkele*. Er is echter geen enkele reden om te veronderstellen dat dit proefschrift de mogelijkheden om dit type problemen op te lossen, heeft uitgeput. Dit proefschift is slechts een begin: we laten zien dat het überhaupt mogelijk is dit type problemen op te lossen; toekomstig onderzoek kan het palet van oplossingen verder uitbreiden
Reconciling information exchange and confidentiality. A formal approach
Het thema van de bescherming van persoonsgegevens is actueler dan ooit. Een paradoxale eigenschap van persoonsgegevens is dat zowel het geheim houden, als het uitwisselen ervan gedaan kan worden onder het argument van `veiligheid'. Het geheim houden van persoonsgegevens verhoogt veiligheid doordat deze gegevens niet misbruikt kunnen worden. Het uitwisselen van persoonsgegevens verhoogt veiligheid omdat het opsporingsdiensten helpt criminelen en terroristen te vangen. Zowel de argumenten voor het geheim houden van gegevens, als die voor het uitwisselen van gegevens zijn valide. Het probleem is helder: het uitwisselen van gegevens en het geheim houden van gegevens lijkt niet, of althans moeilijk, samen te kunnen gaan. Dit is niet alleen een probleem in de discussie tussen de voorvechters van privacy en de voorstanders van verregaande opsporingsbevoegdheden. Ook opsporingsdiensten zelf worstelen met het spanningsveld van uitwisseling versus geheimhouding: het is makkelijker een subject (bijvoorbeeld een verdachte) in de gaten te houden als hij of zij daar niet op beducht is. Wanneer het subject weet dat hij onderwerp van onderzoek is, kan hij of zij bijvoorbeeld mogelijk bezwarende bewijzen vernietigen. Hoe meer mensen binnen een opsporingsorganisatie weet hebben van een lopend onderzoek, hoe groter de kans is dat er gelekt wordt naar het subject. Aan de andere kant, hoe meer mensen binnen opsporingsdienst weet hebben van een lopend onderzoek, hoe meer mensen kunnen meehelpen met dat onderzoek. Het hoofddoel van dit proefschift is om te onderzoeken of het mogelijk is om oplossingen voor dit spanningsveld te vinden. De resultaten van het onderzoek zijn van fundamentele en praktische waarde. Aan de fundamentele kant laten we zien, dat een een aantal problemen überhaupt oplosbaar is. Aan de praktische kant laten we zien dat deze oplossingen niet slechts theoretisch zijn, maar ook zonder al te veel problemen kunnen worden toegepast om bestaande, praktische problemen op te lossen. De oplossingen die gepresenteerd worden in dit proefschift bieden beleidsmakers de ruimte om de bescherming van privacy enerzijds, en het uitwisselen van persoonsgegevens voor terrorismebestrijding anderzijds, goed samen te laten gaan. In plaats van of/of, is er de mogelijkheid voor en/en, als de beleidsmakers het willen. Enige relativering is hierbij wel op zijn plaats. Niet *alle* problemen rondom privacy en uitwisseling van persoonsgegevens kunnen worden opgelost, slechts *enkele*. Er is echter geen enkele reden om te veronderstellen dat dit proefschrift de mogelijkheden om dit type problemen op te lossen, heeft uitgeput. Dit proefschift is slechts een begin: we laten zien dat het überhaupt mogelijk is dit type problemen op te lossen; toekomstig onderzoek kan het palet van oplossingen verder uitbreiden
Reconciling information exchange and confidentiality. A formal approach
Het thema van de bescherming van persoonsgegevens is actueler dan ooit. Een paradoxale eigenschap van persoonsgegevens is dat zowel het geheim houden, als het uitwisselen ervan gedaan kan worden onder het argument van `veiligheid'. Het geheim houden van persoonsgegevens verhoogt veiligheid doordat deze gegevens niet misbruikt kunnen worden. Het uitwisselen van persoonsgegevens verhoogt veiligheid omdat het opsporingsdiensten helpt criminelen en terroristen te vangen. Zowel de argumenten voor het geheim houden van gegevens, als die voor het uitwisselen van gegevens zijn valide. Het probleem is helder: het uitwisselen van gegevens en het geheim houden van gegevens lijkt niet, of althans moeilijk, samen te kunnen gaan. Dit is niet alleen een probleem in de discussie tussen de voorvechters van privacy en de voorstanders van verregaande opsporingsbevoegdheden. Ook opsporingsdiensten zelf worstelen met het spanningsveld van uitwisseling versus geheimhouding: het is makkelijker een subject (bijvoorbeeld een verdachte) in de gaten te houden als hij of zij daar niet op beducht is. Wanneer het subject weet dat hij onderwerp van onderzoek is, kan hij of zij bijvoorbeeld mogelijk bezwarende bewijzen vernietigen. Hoe meer mensen binnen een opsporingsorganisatie weet hebben van een lopend onderzoek, hoe groter de kans is dat er gelekt wordt naar het subject. Aan de andere kant, hoe meer mensen binnen opsporingsdienst weet hebben van een lopend onderzoek, hoe meer mensen kunnen meehelpen met dat onderzoek. Het hoofddoel van dit proefschift is om te onderzoeken of het mogelijk is om oplossingen voor dit spanningsveld te vinden. De resultaten van het onderzoek zijn van fundamentele en praktische waarde. Aan de fundamentele kant laten we zien, dat een een aantal problemen überhaupt oplosbaar is. Aan de praktische kant laten we zien dat deze oplossingen niet slechts theoretisch zijn, maar ook zonder al te veel problemen kunnen worden toegepast om bestaande, praktische problemen op te lossen. De oplossingen die gepresenteerd worden in dit proefschift bieden beleidsmakers de ruimte om de bescherming van privacy enerzijds, en het uitwisselen van persoonsgegevens voor terrorismebestrijding anderzijds, goed samen te laten gaan. In plaats van of/of, is er de mogelijkheid voor en/en, als de beleidsmakers het willen. Enige relativering is hierbij wel op zijn plaats. Niet *alle* problemen rondom privacy en uitwisseling van persoonsgegevens kunnen worden opgelost, slechts *enkele*. Er is echter geen enkele reden om te veronderstellen dat dit proefschrift de mogelijkheden om dit type problemen op te lossen, heeft uitgeput. Dit proefschift is slechts een begin: we laten zien dat het überhaupt mogelijk is dit type problemen op te lossen; toekomstig onderzoek kan het palet van oplossingen verder uitbreiden
Amplifier design for an implementation of motional feedback in a bass loudspeaker
The displacement of a loudspeaker cone is not linearly proportional to the voltage/current at its input provided. This is due to electrical and mechanical limitations. The distortion is more noticeable at lower frequencies. This report is one of two reports, that will explain how to minimize this distortion. The motion of the loudspeaker cone will be measured and compared with the input voltage. This way the error in the output can be found. Finally, a system will adjust the current through the voice coil to decrease this error. An accelerometer is used as a sensor and the ADAU1777 is used to compensate for the error in output displacement. Finally, a voltage to current converter is used to convert and amplify the output voltage from the ADAU1777 into a current signal to drive the loudspeaker. This report focuses on the voltage to current amplifier. To begin the design, a problem definition and program of requirements will be given. Usually, loudspeakers are voltage driven. This report begins by first explaining why a current-driven loudspeaker delivers less distortion. Then an attempt is made to build a single operational amplifier (opamp) design that meets the requirements for a real load. For the single opamp design, a simple version of the operational transconductance amplifier (OTA) will be compared against a Howland model based on noise performance and circuit analysis, where it will be shown that the simple OTA has a larger signal to noise ratio and does not need to meet any additional criteria to maintain a high output impedance. However, the simple OTA still does not meet the Signal to Noise (SNR) . The simple OTA also did not meet the maximum Total Harmonic Distortion (THD) at 800 Hz. Then, a two opamp design will be constructed using a composite configuration to increase the SNR and decrease the THD. This design does meet the requirements given, at least for a purely resistive load. Then an electrical model of a loudspeaker, which has a complex impedance, will replace the resistive load. Now the composite design for the resistive load needs to be adjusted for the inductive characteristic of a loudspeaker at higher frequencies. The resulting design has a THD of 0.000427\%, a PM of 51 and a SNR is 100.92 dB. All results will be given as simulations, because the current pandemic (COVID-19) does not make it possible to physically construct and measure this model. Micro-Cap 12 is used for circuit simulations and Slicap for circuit noise analysis
Unobtrusive Monitoring of Fluid Accumulation in the Body Using Ballistocardiography: A Feasibility Study
Fluid accumulation in the human body is, in many cases, a symptom of some underlying pathological condition. Most common examples include edema, ascites, pleural effusion, and internal bleeding. Currently available non-invasive methods to assess fluid accumulation in the body are mainly imaging-based (i.e. ultrasound, computed tomography). This means that monitoring is limited to spot-checks and is only performed when the presence of a particular condition is already suspected from prior clinical evaluation of the patient. There is high clinical interest in the development of a system allowing such monitoring to be performed automatically, continuously over a prolonged period of time, and independently of prior clinical evaluation. For instance, in the case of internal bleeding, hemorrhage indicators such as variation in heart rate and blood pressure are only observable after significant blood loss (up to more than 1 liter) has already taken place, therefore an early warning system can save lives, decrease hospital stay length and significantly reduce complication-related costs. In this thesis, a pioneer solution is proposed for development of such a monitoring system. The hypothesized solution is based on the observation of specific energy-describing features of the Ballistocardiogram (BCG) signal, a measure of the periodic displacements generated on the body as a result of ballistic forces produced by the heart during each cardiac cycle. Because of additional damping generated by the presence of internally accumulated fluid, the energy of this signal is expected to decrease compared to its baseline value. The BCG can be recorded unobtrusively with different sensing modalities on the surface of the body. In order to validate the research hypothesis and assess the feasibility of this novel technique, a custom experimental set-up exploiting several different BCG sensing options has been used to carry out a study on 15 human volunteers. Localized fluid accumulation along the GI tract was induced in a controlled, safe and simple fashion, by means of water intake by the participants, and the BCG signal was recorded before and after intake. Signal feature exploration and performance analysis has been used to develop an optimized feature able to accurately capture the decrease in signal energy due to fluid accumulation, as well as to identify the most suitable sensor type and monitoring body location for the present application. The developed energy-describing feature shows a significant decrease in energy value from baseline to after-intake condition with a p-value<0.001. Moreover, the selected feature was able to correctly identify presence of fluid accumulation with high sensitivity (90% in bed-based, and 100% in standing-position monitoring). Given the promising results of the present study, further research towards improvement and development of the proposed technique is highly encouraged
The role of the international patent system in the transfer of technology to West Africa : case studies : Ghana and Nigeria
The principal aim of this thesis is to undertake a critical
examination of the role of the international patent system in the
transfer of technology to West Africa, particularly Ghana and Nigeria.
It focuses mainly on the patent systans and technology regulatory
regimes of the two countries. The study is intended to identify and
evaluate the impact of the international patent system on the transfer
and development of technology in this area.
The first chapter provides a theoretical foundation to some of
the more practical issues to be discussed in the subsequent chapters.
The Paris Convention and the diplomatic revision exercise thereof, as
well as other efforts and policies regarding patents and technology
transfer at various levels are discussed in Chapter Two. Chapters
Three to Eight consider the two case-studies undertaken in this
thesis. Chapter Three begins with the historical development of the
patent system in both Ghana and Nigeria, and the remaining chapters
continue with a discussion of the present patent and technology
regulatory regimes of both countries. Based on facts and figures the
two case-studies examine critically the patent law and systems and
technology transfer laws of these two countries including other
related institutional measures highlighting their strengths and
weaknesses.
The study argues that if the patent systems of both countries
are to play a meaningful role in the transfer and developnent of
technology they nust be utilized as a tool of economic policy and also
be related to the technology transfer regimes which nust necessarily
be integrated into the national technology policy which should, in
turn, be made an integral part of the entire national developnent
plan. It is concluded that it is only in this way that the patent
system can effectively contribute to the transfer of technology and
the development of indigenous technological capabilities in the two countries
Inkjet printing of flexible, stretchable and transparent resistance based sensor using innovative and low curing inkjet inks
Drop-On-Demand inkjet printing is a fully digitized technology that can print conductive layers on a heat sensitive substrate. We develop a PEDOT:PSS ink that can be used as a resistor ink. Additionally, we develop metal organic decomposition (MOD) based silver (Ag) ink that can be used to print conductive pads. Both of these inks have comparable sinter temperatures of 60 to 70 degree Celsius.The author would like to thank the financial contribution from the SIM Soppom+ program and the support from BOF (Bijzonder Onderzoeks Fonds) of Hasselt University
Inkjet printing of flexible, stretchable and transparent resistance based sensor using innovative and low curing inkjet inks
Drop-On-Demand inkjet printing is a fully digitized technology that can print conductive layers on a heat sensitive substrate. We develop a PEDOT:PSS ink that can be used as a resistor ink. Additionally, we develop metal organic decomposition (MOD) based silver (Ag) ink that can be used to print conductive pads. Both of these inks have comparable sinter temperatures of 60 to 70 degree Celsius.The author would like to thank the financial contribution from the SIM Soppom+ program and the support from BOF (Bijzonder Onderzoeks Fonds) of Hasselt University
