1,721,003 research outputs found

    Van apathie naar verbinding. Humanistische zingeving in relatie tot klimaatverandering

    Full text link
    Klimaatverandering veroorzaakt een uiterst bedreigende situatie voor alle levende wezens. Ondanks wetenschappelijke consensus over het bestaan van klimaatverandering, is een apathische (inactieve) houding de publieke norm. Dit onderzoek situeert apathie als een affectief proces waarin men een innerlijke conflict ervaart en door diverse emoties overweldigd wordt. Apathie is dan in de kern een crisis van betekenisgeving die diverse zinbehoeften bedreigt. Middels een conceptueel literatuuronderzoek wordt in deze thesis onderzocht hoe de narratieve & mythische en de emotionele & experiëntiële dimensies van humanisme als levensbeschouwing kunnen bijdragen aan het doorbreken van apathie. In dit onderzoek wordt beargumenteerd hoe klimaatverandering het humanisme confronteert met de noodzaak om tot een inhoudelijke perspectiefwisseling te komen waarin de mens wordt gesitueerd in een web van relaties met niet-menselijke, abstracte en toekomstige anderen. Humanisme als dialogische en pluralistische praktijk van levensbeschouwen kan dan ruimte bieden aan ervaringen en verhalen die een gedeelde kwetsbaarheid, scheppingskracht en weerbaarheid blootleggen, en die tegenstrijdige mens- en wereldbeelden behelzen die diverse praktijken van rechtvaardigheid, verbondenheid en innovatie motiveren. Dit onderzoek concludeert dat een zinvolle betekenisgeving van klimaatverandering voortdurend ontglipt, maar dat dit ontglippen leidt tot een verlangen, streven en kritisch onderzoek dat apathie ten op zicht van klimaatverandering kan openbreken

    Globalisering op de stoep. Studenten Humanistiek over de betekenis van globalisering voor hun toekomstig werkveld.

    No full text
    In deze scriptie is het begrip globalisering gebruikt als denkraam om nieuwe betekenissen voor het werkveld van de studenten van de Universiteit voor Humanistiek te ontwikkelen gebaseerd op de kernwaarde van de UvH om ernaar te streven dat mensen een zinvol leven in een rechtvaardige samenleving kunnen leiden. Er is gebruik gemaakt een innovatieve gesprekstechniek genaamd ‘concept mapping’ om via focusgroepgesprekken de betekenissen die studenten aan globaliseringsprocessen geven in kaart te brengen en deze te koppelen aan hun ambities m.b.t. het werkveld. Het blijkt dat studenten moeite hebben om een coherent beeld van het begrip globalisering te ontwikkelen en dat het daarom voor hen moeilijk is om betekenissen van globaliseringsprocessen te verbinden aan ontwikkelingen in het werkveld. Tegelijkertijd is het ideaal van het kosmopolitisme voor deze studenten nog steeds aantrekkelijk. Op basis van dit onderzoek kan geconcludeerd worden dat op de UvH niet alleen aandacht moet zijn voor ‘internationalisering’ het ontwikkelen van het internationale netwerk van de organisatie, maar vooral ook voor het doordenken van de manier waarop globalisering belangrijke ontwikkelingen voor de toekomst in gang zet. Door de betekenis van globaliseringsprocessen voor de toekomst van het werkveld te doordenken kunnen belangrijke nieuwe vragen worden gevonden waarop alumni zich kunnen richten en waarmee studenten een helder beeld van het werkveld kunnen ontwikkelen. Kernwoorden: globaliseringstheorie, capacity to aspire, rechtvaardige samenleving, zingevingskaders, kosmopolitism

    Burgerschap op scherp. De betekenis van burgerschap in de context van 'jihadgangers'

    Full text link
    De laatste jaren is er maatschappelijke onrust ontstaan over jonge, religieus radicale/extremistische personen die afreizen naar Syrië en/of Irak om daar onder de vlag van bijvoorbeeld Islamitische Staat te vechten. Na aanleiding van die onrust is de centrale vraag van dit literatuuronderzoek: hoe zet het religieus radicalisme en extremisme van 'jihadgangers' de betekenis van burgerschap, begrepen als staatsburgerschap en wereldburgerschap, op scherp? Het eerste deel betreft een historische verkenning van de concepten staats- en wereldburgerschap. Het tweede deel bevat een verkenning van de begrippen religieus radicalisme en religieus extremisme en een verkenning van de situatie in de Nederlandse samenleving aan de hand van Scheffer (2010), Schinkel (2008), Boutellier (2013) en Finkielkraut (2014). In het laatste deel wordt het fenomeen 'jihadganger' besproken. Concluderend wordt gesteld dat het fenomeen 'jihadganger' de betekenis van burgerschap als staatsburgerschap op scherp zet, door de morele grond waarop staatsburgerschap gebaseerd is af te wijzen of in ieder geval daar geen loyaliteit naartoe te tonen. Tevens zet de 'jihadganger' de betekenis van burgerschap als wereldburgerschap op scherp, omdat het de morele gemeenschap van de mensheid als geheel niet als hoogste gemeenschap erkent en als zodanig het morele streven van het kosmopolitisme niet erkent

    Emulsifying Cultures

    Full text link
    The thesis covers a research project at AkzoNobel BU R&D Car Refinishes. BU R&D Car Refinishes has three global R&D locations: in Troy, Michigan (United States), Bangalore (India) and Sassenheim (The Netherlands). These global research centres work together on projects for the research and development of car paint. The objective of the research is to investigate the influence of culture on the cross-cultural cooperation between these three global R&D sites. The study of culture has recently taken a different turn. Instead of defining cultures and comparing them to each other (like in the studies of Geert Hofstede (2005)), the study of culture is now focused on the interface of cultures. An interface is a point of contact between two or more cultures. In the interface, cultural differences become visible, and are negotiated. In this approach the cultures will not be defined, but investigated through the perspectives and experiences of people from these cultures. This research aims to find how R&D employees experience cultural differences at work, and how this influences processes of cross-cultural cooperation

    Eenzaam of Alleen? Een kwalitatief empirisch onderoek naar de relatie tussen existentiële eenzaamheid en homoseksualiteit

    No full text
    Uit recent onderzoek is gebleken dat tweederde van de homoseksuelen wel eens eenzaam is (Keuzenkamp, 2012). Hiermee zijn homo's vele malen vaker eenzaam dan heteroseksuelen. Het onderzoeken van deze eenzaamheid is van belang, omdat eenzaamheid de katalysator is voor de slechtere psychische en fysieke gezondheid en de kans op suïcide en depressie vergroot (Movisie, 2015). Daarnaast geven homo’s zelf aan dat van alle negatieve gevoelens die ze ervaren, eenzaamheid het meest voorkomt (Keuzenkamp, 2010). Naar eenzaamheid en homoseksualiteit is al veel onderzoek gedaan. De eenzaamheidsdefinitie die gehanteerd werd binnen deze onderzoeken was vaak de definitie van 'sociale eenzaamheid'. Deze definitie richt zich op (het aantal) kwalitatieve contacten. Dit onderzoek richt zich op de leef- en ervaringswereld van homoseksuelen en op existentiële eenzaamheid: een ‘individueel ervaren diepe innerlijke eenzaamheid’ (Jorna & Voois, 2014, p.15). In deze kwalitatief empirische studie is de relatie tussen existentiële eenzaamheid en homoseksualiteit onderzocht. Hiermee vormt dit onderzoek een eerste exploratie naar existentiële eenzaamheid onder homoseksuelen. Het onderzoek levert kennis op over verschillende soorten eenzaamheid waarmee homoseksuelen te maken hebben, geeft inzicht in de leef- en ervaringswereld van homoseksuelen en de existentiële vragen die men zich stelt. Conclusie van dit onderzoek is dat, hoewel homoseksuelen niet noodzakelijkerwijs existentieel eenzaam zijn, zij wel existentiële vragen stellen rondom de geaardheid. Daarnaast ondervinden zij veelal andere vormen van eenzaamheid, die een sterke samenhang hebben met de eigen leefwereld, contacten en behoeften. Dit onderzoek biedt daarnaast zicht op hoe men omgaat met deze vormen van eenzaamheid. Hiermee vormt deze thesis een eerste noodzakelijke aanzet tot verder onderzoek naar eenzaamheid onder homoseksuelen

    Stille kracht: een participatief onderzoek naar ervaringen en handelingsperspectieven van adolescente meisjes in Zuid-India

    Full text link
    In deze scriptie wordt het leven van adolescente meisjes uit Kerwadi en Jalihal, twee plattelandsdorpen in de deelstaat Maharastra in India, in beeld gebracht. Door armoede, sociale ongelijkheid en ongelijkwaardige genderverhoudingen in de Indiase samenleving leiden veel adolescente meisjes uit arme families een fysiek en mentaal onwaardig leven. Zij zijn het slachtoffer van ondervoeding, ziekte, vroege huwelijken en zwangerschappen, geweld en uitbuiting. Hun stem wordt niet gehoord en hun welzijn is ondergeschikt aan de wensen en ontwikkeling van de familie en de gemeenschap. In dit onderzoek wordt de stem van zeventien adolescente meisjes weergegeven. Hun ervaringen en percepties op de werkelijkheid geven inzicht in de bestaande genderongelijkheden op het Indiase platteland en de gevolgen die deze hebben voor de ontwikkeling van meisjes en vrouwen én de Indiase samenleving als geheel. Daarnaast biedt een persoonlijk en ervaringsgericht perspectief aanknopingspunten om na te denken over handelingsperspectieven die de levensomstandigheden van meisjes en vrouwen in India kunnen verbeteren. De empirische onderzoeksgegevens van deze studie zijn verzameld door middel van participatief handelingsonderzoek. Participatief handelingsonderzoek is het proces van verzamelen en analyseren van informatie over een ervaren en gevoeld probleem met als doel concrete acties te plannen om dit probleem aan te pakken. Empowerment vormt een belangrijke inspiratiebron van deze onderzoeksmethode: de methode gaat uit van de mens als actor en stimuleert het proces van reflectie, dialoog en de ontwikkeling van vertrouwen in de eigen capaciteiten en vermogens om het leven in handen te nemen. Perspectieven van hulpverleners en literatuur over genderverhoudingen in de Indiase samenleving zijn in dit onderzoek gebruikt om de sociale en culturele context van India te schetsen. De Capabilities Approach van Martha Nussbaum vormde een filosofisch kader om de ervaringen en situatie van adolescente meisjes te duiden vanuit een perspectief op menswaardig leven. Tot slot dienden theorieën over empowerment als theoretische kader voor de zoektocht naar handelingsperspectieven die een bijdrage kunnen leveren aan de verbetering van de positie en situatie van meisjes en vrouwen in Indiase samenleving

    Between closure and opennes. The notion of the self in humanist counselling and in Simone Weil, examined against the background of Charles Taylor's analyses of modern culture

    Full text link
    Objective: In humanist counselling the self takes a central place. Consequently one should expect a clear articulation of what this self entails in the theories of humanist counselling of two important authors in this field: Jan Hein Mooren and Ton Jorna. They thereby have to position their notions of the self in the continuous debate on the relationship of humanism to immanence and transcendence, that is to the question of whether humanism should include or exclude forces or states of being that rise above or surpass the self. To clarify their positions on this matter, three steps will be taken: (a) a thorough investigation of the notions of the self developed in the theories of humanist counselling by Mooren and Jorna, (b) a comparison of these notions with the mystical notion of the self of Weil, and (c) a framing of all three notions with reference to Taylor’s buffered and porous self. Method: A philosophical analysis of relevant literature. Analysis: Mooren, Jorna and Weil draft a notion of the self that has to work on itself to become itself, it is characterized by a paradox between being and becoming. Within these three notions we can see that immanence and transcendence are intrinsically intertwined. Taylor proves with his notion of the buffered and porous self this intertwining to be a typical feature of the modern self. Within different notions of the self however one side if often preferred: Mooren puts emphasis on immanence, whereas Jorna and Weil stress transcendence. Conclusions: Immanence and transcendence mustn't be understood as opposites but as constitutive of each other within the modern self. In their dynamic the self becomes manifest. Humanist counselling should therefore value both sides of the debate: immanence as well as transcendence to do justice to the human existential condition

    De oppervlakte paradox, een filosofische verkenning. Mede-zijn, processen van identificatie en performativiteit binnen een rizomatische werkelijkheid, met aandacht voor de mens, verschil en burgerschapspraktijken

    Full text link
    Dit verkennende onderzoek is ontstaan uit een persoonlijke en professionele interesse in de vraag hoe en of mensen beter om kunnen (leren) gaan met (onderlinge) verschillen? Deze vraag heeft zich sinds eind jaren negentig ontwikkeld tot een wetenschappelijk-filosofische zoektocht naar processen die bij identificatie een actieve rol spelen en de wijze waarop mensen omgaan met door hen ‘gekende’ identiteiten. In de aandacht voor burgerschap in Nederland kunnen we bijvoorbeeld zien dat ruimte voor andere ideeën door deze processen en gewenning aan het zicht worden ontrokken. Dit heeft consequenties voor de wijze waarop naar burgerschap en (onderlinge) verschillen wordt gekeken en daardoor wat we hiertoe weten te organiseren en te leren. Om zicht te krijgen op de processen die hierbij een actieve rol spelen, en de relevantie toe te lichten van de filosoof Jean-Luc Nancy zijn denken over mede-zijn en gemeenschappelijkheid, hebben we eerst gekeken naar enkele wetenschappelijke en filosofische stromingen die zich bezig (hebben ge)houden met identiteit, verschil en gemeenschappelijkheid. Constructies die hierbij in de analyse in meer of mindere mate aan bod komen zijn de ‘ik’ van de auteur, de humanistiek, de mens, het zelf, Nederland, burgerschap en de casussen burgerschapsvorming en inburgering. We zullen argumenteren dat we door ruimtelijk en meerdimensionaal te gaan denken enkele lessen kunnen trekken over ons begrensde (binaire) denken dat processen van zingeving en humanisering ten goede kan komen. Hierbij hebben we ons conceptueel en methodologisch laten inspireren door de filosoof Gilles Deleuze. Deze scriptie probeert daarbij in de oefening tegelijkertijd enkele aanknopingspunten te geven voor een ruimtelijke wijze van denken en analyse

    'Philip Morris was mijn leven, naast mijn gezin'. Een onderzoek naar ervaringen van masciluniteiten, autonomie en baanverlies van mannen van de Philip Morris-sigarettenfabriek in Bergen op Zoom

    Full text link
    Op 4 april 2014 kregen 1231 van de 1371 werknemers van sigarettenfabriek Philip Morris in Bergen op Zoom te horen dat ze hun baan gingen verliezen. Uit onderzoek blijkt dat baanverlies een grote impact kan hebben op de masculiniteiten van oudere mannen. Daarnaast kunnen mannen in tijden van baanverlies in conflict komen met hun autonomie. In deze casestudie is daarom onderzocht middels kwalitatieve diepte-interviews hoe twaalf mannelijke oud-medewerkers van Philip Morris in de leeftijdscategorie 46 tot en met 61 jaar hun masculiniteiten hebben ervaren na baanverlies, met hierbij speciale aandacht voor de rol van autonomie. Het onderzoek bevestigt dat ervaringen van masculiniteiten in deze groep oud-medewerkers verbonden zijn met hun ervaringen van baanverlies en autonomie. In hun ervaringen van baanverlies en autonomie proberen de meeste mannen zoveel mogelijk vast te houden aan masculiniteiten die zij voorafgaand aan hun baanverlies ervaarden. De belangrijkste factor in hun ervaringen van masculiniteiten, gekoppeld aan baanverlies en autonomie is dat ze ook in de nieuwe situatie kunnen blijven voldoen aan de financiële verantwoordelijkheid die ze ervaren voor hun gezin. De mannen hebben tientallen jaren voor Philip Morris gewerkt en op die manier bestaanszekerheid ervaren. Werk blijkt voor deze groep van centraal belang te zijn voor hun gevoel van eigenwaarde en identiteit. Het merendeel van de respondenten kiest voor een kleine aanpassing van hun masculiniteiten door het baanverlies. Dit onderzoek bevestigt dat masculiniteiten van mannen fluïde zijn. Hun ervaringen van autonomie zijn relationeel. De mannen zijn niet zelfgericht in hun autonomie. Ook hun masculiniteiten vertonen een sterke relationele oriëntatie. Hun ervaringen van masculiniteiten geven hen houvast in hun ervaring van autonomie. Hun ervaringen van autonomie liggen in het verlengde van hun masculiniteiten. In die zin kleuren masculiniteiten de ervaringen van autonomie van de respondenten na het baanverlies
    corecore