1,721,214 research outputs found
Van de brug af gezien : Kroniek van wetgeving, jurisprudentie en literatuur 2013: II. Auteursrecht
The Inventor's New Tool: Artificial Intelligence : how does it fit in the European Patent System?
Artificial intelligence plays an increasingly important role in the development of new products and processes. This development raises the question how inventions made by means of artificial intelligence fit in the European patent system. This article argues that an artificial intelligence application should be seen as a tool, and that inventions made with that tool are patentable as long as the artificial intelligence application is not a tool the average skilled person would use routinely
Wetgever, pas op! De (vrijwel) autonome auto komt eraan
In de technologiesector en in de autobranche wordt hard gewerkt aan de ontwikkeling van zelfrijdende auto’s. Het zal niet lang meer duren voordat zeer vergaand zelfrijdende auto’s hun intrede doen in het verkeer. Die zullen de verkeersveiligheid bevorderen, zeker op lange termijn, maar ze zullen ook weer nieuwe schaderisico’s introduceren. Dat roept vragen op over de juridische consequenties indien een ongeval plaatsvindt waarbij de zelfrijdende auto is betrokken. Wie is dan aansprakelijk voor de schade? De gebruiker van de auto? De autobranche? Softwareleveranciers? Worden die risico’s wel voldoende ondervangen door het aansprakelijkheidsrecht
Relativiteitsperikelen: Wet wapens en munitie geen schild tegen concrete (vermogens)schade?
Op 4 februari 2015 heeft de Rechtbank Den Haag vonnis gewezen in de procedure die was aangespannen door slachtoffers van het schietincident in Alphen aan den Rijn tegen de politieregio Hollands Midden. De rechtbank oordeelde dat de politieregio in strijd handelde met de Wet wapens en munitie maar niet aansprakelijk is jegens de slachtoffers omdat niet aan het relativiteitsvereiste is voldaan. In deze bijdrage wordt het vonnis van de rechtbank besproken en worden er enkele kanttekeningen geplaatst bij het (relativiteits)oordeel van de rechtbank
Asbestos Exposure at the Workplace, Smoking Habits & Lung Cancer: Dutch Reflections on Employer Liability
Grensoverschrijdend contracteren binnen de Europese Unie: de erkenning en tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken gebaseerd op het beginsel van wederzijds vertrouwen, getoetst aan het EVRM
Voor een rechtsgeding tussen contractspartijen afkomstig uit twee of meer EU-lidstaten is in de Brussel I Verordening herschikking bepaald welke rechter in de zaak bevoegd is, en ook dat de erkenning en tenuitvoerlegging van de door het gerecht van herkomst gegeven ‘beslissing’ automatisch dient te geschieden. Die automatische erkenning en tenuitvoerlegging is gebaseerd op het Unierechtelijke beginsel van ‘wederzijds vertrouwen in de rechtsbedeling in de Unie’. Het is de balans tussen deze eenvoudige erkenning en tenuitvoerlegging enerzijds en de weigering om dat te doen vanwege dringende redenen anderzijds die in dit artikel naar aanleiding van de recente zaak Avotiņš/Letland centraal staat
Uitleg in commerciële verhoudingen naar Nederlands en Engels recht: de betekenis van ‘business common sense’ als gezichtspunt
In deze bijdrage bespreekt de auteur de Nederlandse uitspraak Parkking Ontwikkeling B.V. c.s./Alberts q.q. en de Engelse uitspraak Wood v Capita Insurance Services, respectievelijk gewezen door de Hoge Raad en het Supreme Court. Daarbij wordt specifiek ingegaan op de vraag of, en zo ja in welke mate, in uitlegkwesties in professionele, commerciële verhoudingen rekening gehouden wordt met ‘zakelijke logica’, ofwel ‘business common sense’. Met andere woorden: kent de rechter gewicht toe aan het argument dat het vanuit commercieel oogpunt onwaarschijnlijk is dat een van beide partijen een bepaalde uitleg heeft voorgestaan
The Interaction Between Mutual Trust, Mutual Recognition and Fundamental Rights in Private International Law in Relation to the EU’s Aspirations Relating to Contractual Relations
This contribution aims to provide an analysis of the interrelationship between the principles of mutual trust, mutual recognition and fundamental rights in the field of private international law and to consider the interaction between these principles in relation to the European Union’s aspirations with regard to contractual relations. These aspirations involve both harmonization and unification of substantive private-law rules and far-reaching private international law measures, e.g. of mutual recognition of foreign judgments. After an introduction of the rule of mutual recognition under Brussels I Recast and its underlying mutual trust principle, first the role of fundamental rights will be discussed, which may be an important reason for limiting the rule. Secondly, it will be argued that the development of this rule should not only be seen in the light of the aspirations to build an area of freedom, security and justice, but also in the light of the aspirations to harmonize and unify substantive contract-law rules
Annotatie bij arrest over eenzijdig verkeersongeval, HR 7 oktober 2016
In Vennemans-Kropmans/Gemeente Nijmegen oordeelt de Hoge Raad dat voorwerpen die niet behoren tot de weg in de zin van artikel 6:174 BW een weg niet gebrekkig kunnen maken. Hij bevestigt daarmee de lijn in lagere rechtspraak. In de literatuur werd echter door sommigen verdedigd dat ieder voorwerp een weg gebrekkig kan maken, mits de weg daardoor niet meer voldoet aan de eisten van redelijk onderhoud. Die opvatting volgt de Hoge Raad niet, maar de vraag is of – met de komst van een directe verkeersverzekering – dat criterium niet toch weer aan betekenis zal gaan winnen
- …
