1,720,989 research outputs found
Inventariserend Veldonderzoek - Proefsleuven (IVO-P) Horloseweg 36, Harderwijk: Lycens Archeologisch Rapport 15
In opdracht van EDOK-RO heeft Lycens BV een Inventariserend Veldonderzoek door middel van proefsleuven (IVO-P) uitgevoerd in het plangebied Horloseweg 36 te Harderwijk. Voor het plangebied aan de Horloseweg 36 wordt een nieuw bestemmingsplan opgesteld. Ten behoeve van deze voorgenomen bestemmingsplanwijziging zijn reeds diverse archeologische onderzoeken uitgevoerd. Daaruit is naar voren gekomen dat binnen onderhavig plangebied mogelijk een archeologische vindplaats aanwezig is. Hierop heeft de gemeente Harderwijk besloten dat een vervolgonderzoek in de vorm van een proefsleuvenonderzoek plaats dient te vinden. Het onderzoek heeft betrekking op het te verstoren deel van het plangebied.
De vraagstelling van het onderzoek was gericht op het vaststellen of er behoudenswaardige archeologische resten in het plangebied aanwezig zijn. Tijdens het veldonderzoek is één werkput aangelegd, waarbij vlaksgewijs werd verdiept tot het archeologisch relevante niveau.
Het veldonderzoek heeft behalve spitsporen in een akkerlaag onder het esdek geen sporen opgeleverd. De weinige vondsten die zijn aangetroffen dateren uit de Late Middeleeuwen t/m Nieuwe tijd en zijn allen afkomstig uit de bouwvoor. Het esdek en de akkerlaag met spitsporen zijn te relateren aan het agrarische landgebruik dat plaatsvond op de overgangszones tussen de hoger en lager gelegen landschappen in de regio vanaf de Volle - Late Middeleeuwen. Er zijn geen aanwijzingen voor de aanwezigheid van een archeologische vindplaats aangetroffen. Lycens adviseert dan ook vrijgave
Zijtaart, Pater Vervoortstraat ong. (Gemeente Meierijstad) Een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (IVO-O): Salisbury Archeologische Rapporten 274
In het plangebied is een bureau- en verkennend booronderzoek uitgevoerd. Op basis van het bureauonderzoek is een hoge archeologische verwachting opgesteld. Archeologische resten die verband houden met bewoning uit de perioden Paleolithicum – Mesolithicum worden in deze omgeving voornamelijk op de hoger gelegen delen verwacht. Echter, ook in de lagere delen van het landschap was menselijke activiteit mogelijk. Zowel uit het Neolithicum, de Bronstijd, de IJzertijd en Romeinse Tijd zijn archeologische resten aangetroffen in de omgeving van het plangebied. Ook deze resten bevinden zich op de dekzandruggen langs de Aa. Voor het aantreffen van archeologische resten uit deze perioden binnen het plangebied geldt daarom een hoge verwachting. Vanaf de Middeleeuwen werden de minder vruchtbare zandgronden geschikt gemaakt voor landbouw met behulp van plaggenbemesting. Uit het historisch onderzoek blijkt het plangebied in ieder geval in de Nieuwe tijd in gebruik te zijn geweest als ‘bouwgrond’ (landbouwgrond). Het is niet duidelijk wanneer deze vorm van gebruik van het plangebied is begonnen. De kans dat een plaggendek in de ondergrond aanwezig is wordt groot geacht. Voor het plangebied geldt derhalve een hoge verwachting voor het aantreffen van archeologische resten uit de Late Middeleeuwen t/m Nieuwe tijd. Het verkennend booronderzoek heeft uitgewezen dat in het plangebied een esdek op een grotendeels intacte top van pleistoceen dekzand aanwezig is. In vier van de boringen is een (deels intact) podzolprofiel aangetroffen onder het esdek. Bij het booronderzoek zijn geen archeologische indicatoren aangetroffen. In een van de boringen is onder het esdek een laag aangeboord die mogelijk geïnterpreteerd kan worden als akkerlaag of archeologisch spoor. Het archeologisch relevante niveau, de top van het dekzand, blijkt grotendeels intact in het plangebied aanwezig te zijn. Daarmee blijft de hoge archeologische verwachting die in het bureauonderzoek is opgesteld in stand
Loo 109 te Bergeijk (gem. Bergeijk) Een inventariserend veldonderzoek (IVO-O): Salisbury Archeologisch Rapport 382
Er is een verkennend booronderzoek uitgevoerd in het plangebied. Tijdens het booronderzoek is een bodemopbouw bestaande uit esdek op terrasafzettingen. In een van de boringen is een laag dekzand aangetroffen op de terrasafzettingen. De bodem is deels vestoord, tot 0,2 – 1,55 m beneden maaiveld (31,05 – 32,6 m +NAP). Het dekzand is waarschijnlijk opgenomen in het esdek of de bovenliggende verstoring. Er zijn geen aanwijzingen voor de aanwezigheid van een podzolprofiel in de top van de terrasafzettingen waargenomen. Vermoedelijk is de oorspronkelijke podzolbodem opgenomen in het esdek. Het aantreffen van een esdek bevestigt het gebruik van het plangebied als landbouwgrond vanaf in ieder geval de Nieuwe tijd, en mogelijk al vanaf de Late Middeleeuwen. Er zijn bij het booronderzoek geen archeologische indicatoren aangetroffen. Toch kan de aanwezigheid van een archeologische vindplaats op basis van de boringen niet worden uitgesloten. De aanwezigheid van het esdek kan ervoor gezorgd hebben dat een eventueel sporenniveau in de top van de terrasafzettingen nog intact in het plangebied aanwezig is. Ook indien de oorspronkelijke top van de afzettingen is aangetast, kunnen dieper insnijdende sporen zoals greppels of waterputten nog in de ondergrond aanwezig zijn. De in het bureauonderzoek opgestelde middelhoge archeologische verwachting voor het aantreffen van resten uit het Laat-Paleolithicum t/m de Nieuwe tijd blijft daarmee in stand
Kaatsheuvel, Prins Hendrikstraat 6 (Gemeente Loon op Zand) Een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (BO en IVO-O): Salisbury Archeologisch Rapport 307
Kaatsheuvel ligt op de flank van de Loonse en Drunense duinen in het zuidelijke zandgebied van Nederland, nabij de overgang in het noorden naar het westelijk rivierengebied. Naar het noorden helt het gebied dan ook af naar de lagergelegen gebieden langs de Maas. Het reliëf in de streek wordt voornamelijk bepaald door grote en kleine beekdalen en dekzandlaagten en - ruggen met plaatselijk jonge stuifzanden. Op basis van het bureauonderzoek is geconcludeerd dat in het plangebied een middelhoge archeologische verwachting geldt voor het aantreffen van archeologische resten uit het Laat-Paleolithicum indien afgedekt door Jong Dekzand en voor de periode Neolithicum – Bronstijd in de top van het Jong Dekzand. De laagopeenvolging in het plangebied bestaat uit verstoorde grond op dekzand. In slechts één boring is nog een (verstoord) esdek aanwezig, dat direct op het jong dekzand ligt. Omdat bodemhorizonten ontbreken blijkt de top hiervan niet meer intact te zijn. Deze kan verdwenen zijn bij de veenontginningen, in het esdek zijn opgenomen door verploeging, of later verstoord zijn door bouwwerkzaamheden. De archeologische verwachting voor de periodes Neolithicum t/m Bronstijd wordt daarom bijgesteld naar laag. Op basis van het bureauonderzoek geldt daarnaast een middelhoge verwachting voor de top van het oude dekzand, waarin resten uit het Laat-Paleolithicum aanwezig kunnen zijn. In twee boringen zijn dunne lagen met ingespoeld humus gezien. Deze zijn hoogstwaarschijnlijk het resultaat van stagnerend grondwater tussen twee relatief ondoorlatende leemlagen. Er is dus geen sprake van een archeologisch relevant niveau, en de verwachting voor de periode Laat-Paleolithicum kan worden bijgesteld naar laag
Beneden-Leeuwen, Retstraat 16 (Gemeente West Maas en Waal) Een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (BO en IVO-O): Salisbury Archeologische Rapporten 331
Salisbury Archeologie heeft een bureau- en karterend booronderzoek uitgevoerd aan de Retstraat 16 te Beneden-Leeuwen. Uit het karterende booronderzoek blijkt dat de ondergrond van het plangebied in het noordelijke deel bestaat uit een overslaggrond op oeverwal- op beddingafzettingen. In het zuidelijke deel is sprake van crevasse- op oeverwal- op kom- op beddingafzettingen. In de top van de overslaggrond en de crevasseafzettingen zijn archeologische indicatoren aangetroffen die wijzen op bewoning uit de Nieuwe tijd. Vermoedelijk houden de resten verband met de boerderij die in het zuidoostelijk deel van het plangebied heeft gestaan. De top van de oeverwal is niet meer intact in het plangebied aanwezig, de hoge archeologische verwachting voor de oeverwal is daarom bijgesteld naar laag. Onder de oeverwal zijn kom- en beddingafzettingen aangetroffen tot op 2,75 m beneden maaiveld. Gezien het natte afzettingsmilieu worden in deze afzettingen geen archeologische resten meer verwacht. Het is niet duidelijk of deze afzettingen behoren tot de Waal of Leeuwen stroomgordel, er kan zodoende op basis van dit onderzoek niet worden uitgesloten dat op een dieper niveau nog oever-, dan wel crevasseafzettingen van de Leeuwen stroomgordel aanwezig zijn.
Er wordt geadviseerd een proefsleuvenonderzoek uit te voeren binnen de bouwvlakken van de geplande nieuwbouw
Nieuwstraat 25-27, Alphen, Gemeente Alphen-Chaam Een verkennend booronderzoek (IVO-O): Salisbury Archeologisch Rapport 228
In het plangebied is een verkennend booronderzoek waarbij zes boringen zijn geplaatst. De resultaten van het booronderzoek wijzen uit dat het plangebied zich, conform de verwachting uit het bureauonderzoek, op een dekzandplateau bevindt. In drie boringen is een esdek aangetroffen. In boring 2 is sprake van een podzol onder het esdek. De drie zuidelijker gezette boringen, hebben aangetoond dat in dit deel van het plangebied geen intact archeologisch niveau meer in de ondergrond aanwezig is. In boring 6 is de recente verstoring diep genoeg om aan te nemen dat ook dieper insnijdende archeologische sporen hier niet meer zullen worden aangetroffen
Uden, Sint Janstraat 54 (Gemeente Uden) Een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (BO en IVO-O): Salisbury Archeologisch Rapport 368
In opdracht van Lidl Nederland heeft Salisbury Archeologie b.v. een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (BO en IVO-O, verkennende fase) uitgevoerd met betrekking tot het plangebied Sint Janstraat 54 in Uden.
Op basis van het bureauonderzoek is een gespecificeerde archeologische verwachting opgesteld. De ondergrond betreft een plateau-achtige horst, waarbij dekzand of rivierafzettingen de top van de natuurlijke ondergrond vormen. Hierin kunnen resten worden aangetroffen vanaf het Laat-Paleolithicum tot en met de Nieuwe tijd.
Uit het booronderzoek komt naar voren dat de bodemopbouw van boven naar beneden bestaat uit een 0,2 -1,45 m dikke verstoorde laag op een restant esdek op beddingzand. In het beddingzand is nog een restant van een podzolbodem waargenomen in de boringen 1 en 4. Tijdens het veldonderzoek is in twee boringen gestuit op ondoordringbaar puin. Mogelijk zijn hier nog restanten van historische bebouwing aanwezig. Deze restanten ondoordringbaar puin maakt dat de verwachting op het aantreffen van archeologische resten uit de Late Middeleeuwen – Nieuwe tijd hoog blijft. Aangezien op vrij grote diepte nog een deel van een podzolprofiel is aangetroffen in de top van het beddingzand is het ook mogelijk dat er nog oudere resten (Laat-Paleolithicum t/m Vroege Middeleeuwen) in het plangebied voorkomen. Hoewel uit de overige boringen in het plangebied blijkt dat de oorspronkelijke top van het beddingzand grotendeels is verdwenen, kunnen dieper insnijdende sporen zoals waterputten of greppels nog wel aanwezig zijn. Daarmee blijft de archeologische verwachting voor de periodes Laat-Paleolithicum t/m Vroege Middeleeuwen middelhoog.
Op basis van de resultaten van het hier gerapporteerde onderzoek adviseert Salisbury Archeologie b.v. om in het onbebouwde deel van het plangebied een vervolgonderzoek in de vorm van proefsleuven (IVO-P) uit te voeren
Eerde, Esdonkstraat 2 (gem. Meierijstad) Een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (BO en IVO-O): Salisbury Archeologisch Rapport 386
Uit het booronderzoek blijkt dat het diepste archeologische niveau, de top van het dekzand, in een groot deel van het plangebied niet meer intact is. In twee boringen is nog een restant van een podzolprofiel gezien, maar in de overige boringen is de top van het dekzand ofwel opgenomen in het esdek of verstoord door de sloop van voormalige bebouwing. Diep ingegraven sporen zoals greppels of kuilen kunnen wel nog in het dekzand aanwezig zijn. Het dekzand is aangetroffen op 1,15 – 1,95 m beneden maaiveld (8,33 - 9,41 m +NAP).
Ook het tweede archeologische niveau is grotendeels verstoord. Slechts in twee boringen is duidelijk nog sprake van een esdek. Hier zijn mogelijk nog sporen en vondsten uit de Late Middeleeuwen t/m Nieuwe tijd aanwezig maar in de rest van het plangebied is dit niveau volledig verstoord door de sloop van de bebouwing.
Op basis van de boringen is niet eenduidig of er nog sprake is van behoudenswaardige resten van de bebouwing uit de Nieuwe tijd. Uit het booronderzoek blijkt dat in vrijwel het gehele plangebied sprake is van verstoring door de sloop van de bebouwing, maar het is niet zeker of er nog intacte funderingsresten of aan de bebouwing gerelateerde sporen of vondsten aanwezig zijn in het plangebied. De puinresten in de verstoorde laag betreffen zowel relatief modern rood baksteen als oranje en gele baksteenspikkels die mogelijk ouder zijn. Één boring is gestuit op ondoordringbaar puin, mogelijk is hier een restant van een fundering geraakt
Beneden-Leeuwen, Retstraat 16 (Gemeente West Maas en Waal) Een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (BO en IVO-O): Salisbury Archeologische Rapporten 331
Salisbury Archeologie heeft een bureau- en karterend booronderzoek uitgevoerd aan de Retstraat 16 te Beneden-Leeuwen. Uit het karterende booronderzoek blijkt dat de ondergrond van het plangebied in het noordelijke deel bestaat uit een overslaggrond op oeverwal- op beddingafzettingen. In het zuidelijke deel is sprake van crevasse- op oeverwal- op kom- op beddingafzettingen. In de top van de overslaggrond en de crevasseafzettingen zijn archeologische indicatoren aangetroffen die wijzen op bewoning uit de Nieuwe tijd. Vermoedelijk houden de resten verband met de boerderij die in het zuidoostelijk deel van het plangebied heeft gestaan. De top van de oeverwal is niet meer intact in het plangebied aanwezig, de hoge archeologische verwachting voor de oeverwal is daarom bijgesteld naar laag. Onder de oeverwal zijn kom- en beddingafzettingen aangetroffen tot op 2,75 m beneden maaiveld. Gezien het natte afzettingsmilieu worden in deze afzettingen geen archeologische resten meer verwacht. Het is niet duidelijk of deze afzettingen behoren tot de Waal of Leeuwen stroomgordel, er kan zodoende op basis van dit onderzoek niet worden uitgesloten dat op een dieper niveau nog oever-, dan wel crevasseafzettingen van de Leeuwen stroomgordel aanwezig zijn.
Er wordt geadviseerd een proefsleuvenonderzoek uit te voeren binnen de bouwvlakken van de geplande nieuwbouw
Rosmalen, Seringenstraat 2 (Gemeente 's-Hertogenbosch) Een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (BO en IVO-O): Salisbury Archeologisch Rapport 317
Op basis van het bureauonderzoek wordt geconcludeerd dat in het plangebied een middelhoge tot hoge archeologische verwachting geldt voor de top van het Pleistocene dekzand. Hierin kunnen resten worden aangetroffen vanaf het Laat-Paleolithicum tot en met de Vroege Middeleeuwen. Resten uit de periode Middeleeuwen – Nieuwe tijd kunnen vanaf het maaiveld voorkomen, in en/of onder een eventueel aanwezig esdek. Er geldt een specifieke hoge verwachting voor resten die verband houden met de Stelling uit 1629.
Bij het verkennend booronderzoek is een bodemopbouw aangetroffen van esdek op dekzand. In één boring is een recente verstoring tot 0,35 m beneden maaiveld aangetroffen. De top van het dekzand is aangetroffen op 0,35 – 1 m beneden maaiveld. In twee boringen is een deels intact podzolprofiel aangetroffen. In drie boringen is onder het esdek een 10 – 30 cm dikke laag aangetroffen waarvan nog geen eenduidige interpretatie gegeven kan worden. Aangezien het archeologisch relevante niveau voor de periode Laat-Paleolithicum – Vroege Middeleeuwen deels intact in het plangebied aanwezig blijkt te zijn, blijft de middelhoge archeologische verwachting voor deze periode in stand. Omdat er een esdek is aangetroffen blijft ook de hoge archeologische verwachting voor het aantreffen van (agrarische) resten uit de Middeleeuwen – Nieuwe tijd in stand
- …
