108 research outputs found

    Graded exposure in de praktijk: de behandeling bij volwassenen

    No full text
    Nadat met behulp van de phoda zowel een individuele hiërarchie van gevreesde activiteiten is verkregen als inzicht in irreële cognities ten aanzien van schadelijkheid van activiteiten, wordt de educatie gegeven. Na de educatie volgen de praktische sessies graded exposure. In deze sessies worden gedragsexperimenten vormgegeven. Het doel van deze experimenten is de patiënt bloot te stellen aan activiteiten waarover hij negatieve verwachtingen heeft en die daardoor angst opwekken. Elke sessie wordt gestart met het kiezen van een activiteit. Dit gebeurt door patiënt en behandelaar samen, waarbij het belangrijk is dat de activiteit spannend is, zodat een verassingseffect kan optreden. Nadat een activiteit is gekozen, worden de catastroferende cognities nagevraagd. Dan doet de behandelaar de activiteit voor, waarna de patiënt de activiteit zelf uitvoert. De patiënt dient de activiteit te blijven uitvoeren totdat hij de ervaring heeft opgedaan dat zijn negatieve verwachting niet is uitgekomen. In de rest van het hoofdstuk worden aanvullende adviezen gegeven voor het uitvoeren van de sessies

    Graded exposure bij chronische lage rugklachten

    No full text
    Lage rugklachten zijn een groot gezondheidsprobleem in de westerse samenleving waarbij vaak geen specifieke oorzaak kan worden achterhaald. Dit leidt tot enorme maatschappelijke kosten. Graded exposure is een effectieve behandeling voor patiënten met deze ‘aspecifieke’ rugklachten. Aangezien er bij veel patiënten misvattingen over rugklachten bestaan – bijvoorbeeld dat een hernia altijd moet worden geopereerd, dat op röntgenfoto’s, ct-scans en mri’s altijd de oorzaak van de pijn zichtbaar wordt en dat pijn altijd betekent dat er sprake is van letsel of schade – is het belangrijk hier uitleg over te geven gedurende het behandeltraject. Deze misvattingen kunnen namelijk het effect van een graded-exposurebehandeling negatief beïnvloeden. Ten slotte is het van belang uitkomstmaten te gebruiken voor behandeltrajecten. Voor rugklachten zijn enkele specifieke meetinstrumenten beschikbaar waarmee het effect van een behandeltraject inzichtelijk kan worden gemaakt

    Graded exposure bij complex regionaal pijnsyndroom type 1

    No full text
    Het complex regionaal pijn syndroom type 1 (crps-i) gaat gepaard met verschillende lichamelijke verschijnselen. Er bestaat geen sluitende medische verklaring voor het syndroom. Wel is duidelijk dat bij de instandhouding van de vaak enorme beperkingen die patiënten met crps-i ervaren, pijngerelateerde angst een rol kan spelen. Onderzoek laat inderdaad zien dat graded exposure betere resultaten geeft in het verminderen van beperkingen, pijngerelateerde angst, pijnintensiteit en kwaliteit van leven, dan pijncontingente fysiotherapie. Voor elke fase van de graded-exposurebehandeling worden specifieke aandachtspunten beschreven voor de toepassing bij patiënten met crps-i

    Graded exposure in de eerste lijn

    No full text
    Steeds vaker worden biopsychosociale behandelprogramma’s met elementen van graded exposure aangeboden in de eerste lijn. In tegenstelling tot tweede- of derdelijnsbehandelprogramma’s, worden eerstelijnsbehandelprogramma’s meestal monodisciplinair aangeboden. Om een biopsychosociale behandeling in de eerste lijn goed tot zijn recht te laten komen, dient rekening te worden gehouden met drie factoren: (1) de patiënt (biopsychosociaal profiel en verwachtingen ten aanzien van therapie); (2) de therapeut (kennis, attitude en vaardigheden) en; (3) de praktijk (faciliteiten, planning en organisatie). Tevens kan het zinvol zijn elementen van graded exposure te combineren met elementen van andere cognitief-gedragsmatige benaderingen zoals graded activity. Hierdoor krijgt de patiënt die wordt behandeld in de eerste lijn, en die vaak minder complexe psychosociale problemen ervaart dan patiënten in de tweede of derde lijn, de gelegenheid te achterhalen welke factoren (lichamelijk, cognitief en/of omgeving) het pijnprobleem (deels) onderhouden en op welke manieren hij hiermee kan omgaan

    Intake revalidatiearts en screening

    No full text
    Het eerste contactmoment van een patiënt in het kader van een revalidatietraject vindt plaats met de revalidatiearts tijdens de intake. De revalidatiearts focust daarin op een inventarisatie van de onderliggende medische problematiek, en ook op de beperkingen die een patiënt met chronische pijn ervaart in zijn dagelijkse activiteiten en/of participatie. De screening in het kader van een mogelijk revalidatietraject wordt vervolgens uitgevoerd door een fysiotherapeut, een ergotherapeut en een psycholoog. Dat betekent dat de impact van alle (zowel biomedische, psychologische als sociale) factoren die bijdragend zijn aan het beperken van activiteiten en participatie van de individuele patiënt met pijn, in kaart wordt gebracht. Afhankelijk van de complexiteit van het pijnprobleem (de gezamenlijke impact van biomedische, psychologische en sociale factoren) wordt een passende behandeling gekozen en ook de daarvoor benodigde setting (eerste lijn, poliklinische of klinische revalidatie). Een gedegen inventarisatie of screening, waarin alle bijdragende factoren in kaart worden gebracht, is daarom van groot belang om tot de juiste behandelkeuze te kunnen komen

    Groepsbehandeling graded exposure

    No full text
    Patiënten blijken te leren van eigen ervaringen en door informatie van anderen, maar ook op basis van observatie. De groepsbehandeling werd ontwikkeld op basis van de verwachting dat het observeren van een medepatiënt een sterkere leerervaring kan geven dan het observeren van de behandelaar, en dat groepsdynamiek het herkennen van irreële cognities kan vergemakkelijken. De groepsbehandeling is gebaseerd op de individuele behandeling, recente literatuur en ervaringen van het behandelteam en bestaat uit een individuele sessie, negen groepssessies en een terugkomsessie. Naar aanleiding van evaluatie door groepsinterviews met behandelaars en patiënten kan worden geconcludeerd dat graded exposure in groepsvorm bruikbaar is. Patiënten geven aan dat het zien bewegen van andere patiënten ook henzelf stimuleert tot meer bewegen, wat hun zelfvertrouwen vergroot. Behandelaars observeren dat het zien bewegen van anderen patiënten helpt hun angst om te bewegen te overwinnen. Het herkennen van irreële cognities wordt vergemakkelijkt in de groep, mits er ten minste twee deelnemers met schadecognities zijn

    Graded exposure bij posttraumatische nekpijn en bij klachten van arm, nek en/of schouder

    No full text
    Pijngerelateerde angst en catastroferen over pijn blijken een rol te spelen bij posttraumatische nekpijn (ptnp) en klachten van arm, nek en/of schouder (kans). Graded exposure, het klinische equivalent van een typische extinctieprocedure, blijkt een succesvolle behandeling voor patiënten met ptnp of kans die een verhoogde mate van pijngerelateerde angst rapporteren. Wel blijken patiënten met ptnp meer exposuresessies nodig te hebben. Een mogelijke verklaring hiervoor kan zijn dat ptnp-patiënten naast pijn ook andere klachten rapporteren, zoals tinnitus en duizeligheid. Ook zijn ze het ‘slachtoffer’ van een foutieve actie van iemand anders, waarover nog vaak boosheid bestaat. Voor beide factoren dient tijdens de exposure aandacht te zijn. Een mogelijke klinische verklaring voor het snelle succes bij kans-patiënten kan zijn dat deze populatie die op de polikliniek revalidatie wordt gezien voor een groot deel bestaat uit hoogopgeleiden en dat de educatie hen sneller het inzicht biedt dat de aanzet is tot gedragsverandering. Hoewel graded exposure vaak wordt beschreven als een gedragsmatige procedure, lijken de gedragsexperimenten binnen de eerste exposuresessies er uiteindelijk voor te hebben gezorgd dat patiënten de veronderstelde schadelijkheid van gevreesde activiteiten opnieuw hebben kunnen evalueren. De ervaring deze activiteiten te kunnen uitvoeren, heeft de patiënten doen beseffen dat de gevreesde negatieve consequenties in feite een overschatting van de dreigwaarde zijn

    Toepassen van graded exposure vergt training en oefening, ook voor de behandelaar

    No full text
    Hoewel er nog veel onbekend is over de oorzaak van chronische pijn en de daarmee gepaard gaande beperkingen, heeft dit boek laten zien dat pijngerelateerde angst een belangrijke factor is bij de instandhouding van de pijnklachten en beperkingen. Een graded-exposurebehandeling is ontwikkeld om (chronische) pijnpatiënten te helpen hun pijnklachten als minder catastrofaal en bedreigend te interpreteren, met als uiteindelijke doel het verminderen van de invloed van pijn op het dagelijks functioneren. Dit boek heeft ook laten zien dat er een uitstekende balans is gevonden tussen theorie en praktijk. Uiteindelijk is dit zowel het uitgangspunt als de voortdurende opdracht van de auteurs, de vakgroep revalidatiegeneeskunde van de universiteit maastricht en expertisecentrum pijn en revalidatie adelante/mumc+, die zorg hebben gedragen voor de totstandkoming van dit boek

    Intake revalidatiearts en screening

    No full text
    Chronische pijn bij jongeren komt veel voor en leidt tot beperkingen in het fysieke, sociale, familiaire en emotionele functioneren. Risicofactoren voor chronische pijnklachten zijn geslacht, hypermobiliteit en leefstijlfactoren. Daarnaast spelen ook catastroferen, pijnintensiteit, depressie en pijngerelateerde angst een grote rol als risicofactor maar ook als onderhoudende factor voor beperkingen bij pijn. De intake bij de revalidatiearts en de multidisciplinaire screening bij jongeren met chronische pijnklachten hebben als doel de indicatiestelling voor behandeling vast te stellen. Hiervoor wordt, naast medische diagnostiek, het functioneren van de jongere in kaart gebracht. De rol van psychosociale factoren (zoals catastroferen en angst) krijgt uiteraard extra aandacht. De impact van pijn op het gezin en vice versa wordt geïnventariseerd. Het gebruik van vragenlijsten kan de indicatiestelling ondersteunen. Graded exposure lijkt geïndiceerd als een jongere ernstig beperkt is in het uitvoeren van leeftijdsgebonden activiteiten, de klachten langer dan drie maanden bestaan en psychosociale factoren een grote rol spelen in de ervaren beperkingen

    Graded exposure: organisatorische aspecten

    No full text
    In adelante locatie mumc+ is de organisatie van de graded-exposurebehandeling veranderd volgens lean-principes, waardoor het behandelproces van de patiënt is verbeterd. Op één dag vinden screeningsgesprekken plaats met fysiotherapeut, ergotherapeut en gedragstherapeut. Vervolgens wordt de mate van pijngerelateerde angst in kaart gebracht met behulp van de phoda, gevolgd door een teambespreking waarbij de revalidatiearts aanwezig is. Hier worden de bevindingen uit de screeningsgesprekken besproken en wordt de mate van geschiktheid voor een behandeltraject bepaald. Tot slot geven de revalidatiearts en het behandelteam de patiënt medische educatie en educatie over de behandelrationale, waarna deze kan aangeven of hij akkoord gaat met het voorgestelde behandelplan. Is dat het geval, dan wordt een geprotocolleerde behandelmodule exposure gepland. Dat wil zeggen dat het proces is geprotocolleerd, maar dat de behandelingsinhoud nog steeds is gericht op begeleiding op basis van eigen individuele doelen. Om een exposurebehandeling adequaat te kunnen uitvoeren, is het volgen van specifieke scholing hierin door behandelaars essentieel. Ook is het belangrijk de kwaliteit van de behandeling en het proces objectief in kaart te brengen, onder meer door middel van door de patient ingevulde van vragenlijsten
    corecore