684 research outputs found
Verticillium : Status quo van een miljoenenverslindende bodemziekte : Kansen en oplossingen bij bestrijding en beheer van verwelkingsziekte
Verwelkingsziekte bedreigt al jaren de boomkwekerij, m.n. in de teelt van laanbomen en rozen. Onderzoek naar deze bodemziekte is daarom hard nodig. Jelle Hiemstra en Bart van der Sluis geven in dit artikel een overview van de stand van zaken met betrekking tot onderzoek naar dit probleem
Verticillium : Status quo van een miljoenenverslindende bodemziekte : Kansen en oplossingen bij bestrijding en beheer van verwelkingsziekte
Verwelkingsziekte bedreigt al jaren de boomkwekerij, m.n. in de teelt van laanbomen en rozen. Onderzoek naar deze bodemziekte is daarom hard nodig. Jelle Hiemstra en Bart van der Sluis geven in dit artikel een overview van de stand van zaken met betrekking tot onderzoek naar dit probleem
Een praktijknetwerk is logisch vervolg op onderzoek
PPO gaat samen met DBN starten met een klein praktijknetwerk voor grasstroken in de laanbomenteelt. Afgelopen twee jaar deed PPO al onderzoek naar de effecten van grasstroken. 'In een praktijknetwerk kan de opgedane kennis met kwekers worden gedeeld en toegepast', aldus onderzoeker Bart van der Sluis
Een praktijknetwerk is logisch vervolg op onderzoek
PPO gaat samen met DBN starten met een klein praktijknetwerk voor grasstroken in de laanbomenteelt. Afgelopen twee jaar deed PPO al onderzoek naar de effecten van grasstroken. 'In een praktijknetwerk kan de opgedane kennis met kwekers worden gedeeld en toegepast', aldus onderzoeker Bart van der Sluis
Cellular senescence and inflammation in aging and age-related disease
Onze levensverwachting neemt alleen maar toe en helaas gaat dit niet altijd gepaard met gezond ouder worden. Veroudering is namelijk de grootste risicofactor voor de meerderheid van de huidige chronische ziekten zoals diabetes, hart- en vaatziekten en kanker. Het is daarom van belang om het verouderingsproces beter te begrijpen ten einde de levenskwaliteit van de ouderen te verbeteren. Cellulaire senescence is het proces waarin cellen het vermogen verliezen om te delen door een bepaalde stress of schade. Het wordt verondersteld dat deze cellen bijdragen aan veroudering door de stoffen die ze uitscheiden, maar dit was nog niet goed onderzocht. Onze studies tonen aan dat cellulaire senescence bijdraagt aan de ontwikkeling van bepaalde verouderings-gerelateerde ziekten en dat verwijdering van senescent cellen in snel verouderde muizen veroudering in weefsels kan vertragen en de levenskwaliteit kan verbeteren. Daarnaast hebben we aangetoond dat continue hoge BubR1 expressie in muizen de levensverwachting verlengt, de ontwikkeling van tumoren vermindert, en veroudering in bepaalde weefsels vertraagt. In tegenstelling, muizen met een laag BubR1 eiwit niveau hebben een kortere levensduur en ontwikkelen versneld een aantal verouderings-gerelateerde ziekten. Deze studies samen suggereren dat BubR1 een belangrijke regulator is in natuurlijke veroudering in zowel de mens als in de muis. Ten slotte hebben we een andere factor onderzocht die een cruciale speelt in ontstekingsreacties en die daarnaast ook toeneemt bij veroudering. We hebben aangetoond dat een kleine verandering van deze factor de activatie van genen die betrokken zijn bij ontstekingen kan verminderen
Mechanistic journeys into lipid metabolism
Het algemene doel van dit proefschrift betreft de functionele karakterisatie van nieuwe spelers (GPR146) dan wel het ontrafelen van nieuwe rollen van oude spelers (LRP1, ANGPTL3) die betrokken zijn bij dyslipidemie, een gestoorde glucosehuishouding (GALNT2) en/of atherosclerose (LPL, APOA5, LCAT). Er is in dit kader met name aandacht besteed aan moleculaire mechanismes die relevant zijn voor humane ziekebeelden. Hiertoe zijn verschillende benaderingen gebruikt waaronder het uitvoeren van onderzoek in prospectieve humane cohort studies, cellulaire en ook diermodellen
Het effect van een anisotropiecoëfficiënt in de Poissonvergelijking op de convergentie van de CG-methode en de ICCG(0)-methode
Allerlei diffusieverschijnselen in de natuurkunde kunnen omschreven wordenmet de Poissonvergelijking op een gebied met te kiezen randvoorwaarden. Er zijn echter ook verschijnselen waarin er een gelaagdheid optreedt zodat er in verticalerichting minder makkelijk diffusie kan plaatsvinden. Dit leidt tot een vergelijkingmet toevoeging van een anisotropiecoëfficiënt epsilon, die dicht bij 0 ligt.Via (onder andere) de Finite Volume Method kunnen deze vergelijkingengediscretiseerd worden, wat leidt tot een stelsel Au = f. Hierbij is A symmetrischen positief deniet (alle eigenwaarden zijn positief). Er zijn tallozemethoden om dit stelsel op te lossen. Een hiervan is de CG-methode, eeniteratieve methode, met als uitbreiding de ICCG(0)-methode. De convergentievan de CG-methode blijkt af te hangen van de eigenwaarden van dematrix A. Hoe dichter de eigenwaarden bij elkaar liggen, hoe sneller deconvergentie. De geschaalde eigenwaarden1 van A liggen min of meer geconcentreerdrond 1. Het is voor een snelle convergentie van belang dat dekleinste eigenwaarden niet al te dicht bij 0 liggen. Dit leidt namelijk tottrage convergentie. Er zijn manieren om de eigenwaarden dichter bij elkaarte brengen. We noemen dat preconditionering. De ICCG(0)-methode is eenvorm van preconditionering en zorgt er (onder andere) voor dat de kleinsteeigenwaarden dichter bij 1 komen te liggen. In dit onderzoek wordt onderzochtwat er gebeurt met de eigenwaarden, zowel in de CG-methode als inde ICCG(0)-methode, als de anisotropiecoëfficiënt heel klein wordt. Hetblijkt dat de ondergrens voor de eigenwaarden van A lineair afhankelijk isvan epsilon. Dit leidt tot een zeer trage convergentie van de CG-methode in hetgeval epsilon klein is. Er blijkt echter ook dat preconditionering met behulp vande ICCG(0)-methode voldoende is om de ondergrens voor de eigenwaardenonafhankelijk te maken van epsilon. Dit betekent dat ook in situaties waarinanisotropie optreedt, ICCG(0) een geschikte methode is om de vergelijkingAu = f op te lossen
Fertilization: trade-offs between manure abatement and plant productivity
In 2005, 30% of the Flemish farms faced a manure excess, while at aggregated level still 9.7% of the emission rights were unused. This means that, despite the various possibilities, Flemish farmers do not succeed in an effective exchange of manure between farms. In current paper is shown how inorganic fertilizer use influences the use and exchange of organic nitrogen. Because of the mutual interdependency between organic and inorganic nitrogen emission rights (or quota), inorganic nitrogen use limits the emission rights for organic nitrogen. Utilisation of these emission rights are analysed as a trade-offs choice between plant productivity (use of inorganic nitrogen) and manure disposal, as the major abatement alternative of manure production. Farmers still prefer inorganic fertilizers because of their effect on plant productivity and income. However, by changing the quota rent of organic nitrogen, the fertilization behaviour can be influenced. A higher quota rent of organic nitrogen would increase the use of manure. This trade-off behaviour seriously influences effectiveness of policies. When the objective is to lower the total nitrogen use, a mere reduction of organic quota can partially be counteracted by a higher inorganic nitrogen use. When the objective is to better spread the manure, increasing the quota rent for deficit farms will increase their acceptance of manure.manure abatement, nutrient emission rights, Tobit model, Crop Production/Industries,
Benchmarking Burgerzaken: Een empirisch onderzoek naar de kostendoelmatigheid van burgerzaken
De noodzaak van productiviteitsgroei in de publieke sector is nu groter dan ooit. Aan deze noodzaak liggen twee ontwikkelingen ten grondslag. In de eerste plaats staan de financiën van de publieke sector onder druk als gevolg van bezuinigingen. In de tweede plaats worden er op de langere termijn knelpunten op de arbeidsmarkt verwacht als gevolg van vergrijzing en ontgroening van de bevolking. In de marksector dwingen concurrentieoverwegingen organisaties ertoe om voortdurend aandacht te hebben voor productiviteitsverbetering en deze waar mogelijk te realiseren. In de publieke sector ontbreken de prikkels van de markt en lijken productiviteitsverbeteringen moeizaam tot stand te komen.Innovation SystemsTechnology, Policy and Managemen
HRM bij Burgerzaken: Een empirisch onderzoek naar de effecten van HRM op de kostendoelmatigheid
HRM bij Burgerzaken is een studie naar de effecten van HRM op de kostendoelmatigheid. In de studie zijn ingezette HRM-instrumenten gerelateerd aan de kostendoelmatigheid van de afdeling Burgerzaken. De studie geeft allereerst inzicht in de stand van zaken ten aanzien van HRM. Vervolgens is de kostendoelmatigheid in kaart gebracht, de gemiddelde doelmatigheidsscore in 2010 is 86,3%. Wel bestaan er duidelijke verschillen in kostendoelmatigheid tussen gemeenten die deels verklaard worden door de ingezette HRM. De inzet van leeftijdsbewust personeelsbeleid en objectieve prestatiemeting gaan gepaard met een hogere kostendoelmatigheid. Verder blijkt de leiderschapsstijl van de manager sterk van invloed op de kostendoelmatigheid.Innovation SystemsTechnology, Policy and Managemen
- …
