1,721,063 research outputs found

    The GRU and Transformer explaining Human Behavioural Data represented by N400.

    No full text
    Recurrent Neural Networks (RNN) are a popular type of neural network which are effective at processing language. The Gated Recurrent Unit (GRU) is a well known network that often outperforms other RNNs. Recently, a new neural network architecture has been introduced; the Transformer. In this investigation, the GRU and the Transformer are compared in their ability in predicting human sentence processing. The human language processing data is provided by Electroencephalography (EEG) measuring brain activity. The language models compute surprisal values on a corpus of English sentences. These surprisal values are compared to the human data given by the EEG experiment on the same corpus. The findings show that the GRU and Transformer differ significantly in predicting human language processing data; the Transformer shows higher goodness-of-fit scores for the vast majority of the training. This implies that the Transformer outperforms the GRU as cognitive model

    Placement Testing in Computer-Assisted Language Testing: Validating Elicited Imitation as a measure of language proficiency

    No full text
    Advances in computer-assisted language testing is motivating the enhancement and variation in the testing of language skills. Especially tests for placement purposes have seen a major development. This paper uses an Elicited Imitation task intended as a computer-assisted placement module for NovoLanguage. NovoLanguage finds it important to correctly assess the level of their learners, in this case hotel staff, before they start using their application. The study aims to contribute to the knowledge base regarding the efficacy, validity and reliability of the use of Elicited Imitation (EI) as a way of language assessment. The paper describes the correlation between a multiple-choice placement test form, Elicited Imitation, and video interviews. The data were all gathered in three hotels located in Indonesia and Vietnam on the same day. To investigate the validity and reliability of the multiple-choice placement test, 59 participants from Indonesia and Vietnam were tested and the data was analysed with TIAPLUS ©. To evaluate the accuracy of the test, the results were then correlated with video interviews with 54 participants. Afterwards, the Elicited Imitation was also correlated with the video analysis. The data were analyzed using descriptive statistics, differential item functioning analysis, inter-rater reliability analysis, and correlational analysis. Most analyses indicated that there is a strong positive correlation between the three different types of assessment to assess the level of English as a foreign language. This might be an insufficient evidence that Elicited Imitation is the most suitable assessment for placement purposes. However, positive and strong correlations are important evidence for the close relationship between the tests and indicate that EI is sufficient to replace the other assessment formats

    De C-toets als plaatsingstoets voor NT2-cursussen van Radboud in'to Languages.

    No full text
    Voor taalinstituten is het moeilijk om het taalniveau van nieuw binnenkomende cursisten te bepalen. Radboud in’to Languages gebruikte tot nu toe een intaketoets en –gesprek die veel tijd en energie vragen van docent en cursist. Om die reden is in deze scriptie onderzocht of er een C-toets ontwikkeld kan worden die als intaketoets kan dienen voor de NT2-cursussen van Radboud in’to Languages. De C-toets heeft zich in het verleden bewezen als toets voor algemene taalvaardigheid en in deze scriptie werd een C-toets ontworpen die kan discrimineren tussen de CEFR-niveaus A1, A2 en B1. Er zijn twee toetsversies ontwikkeld met drie delen, elk bestaande uit twee teksten op niveau A1, A2 of B1. Het discriminatievermogen van de ontwikkelde C-toets blijkt niet op alle niveaus goed te zijn. Het onderscheid tussen cursisten op A1- en A2-niveau is significant op de meeste toetsonderdelen. Cursisten op A0-niveau verschillen ook s! ignifican t van cursisten op A1-niveau. Het onderscheid tussen A2- en B1-cursisten is ook significant, maar is gebaseerd op slechts één tekst uit elke toetsversie. De cesuren zijn moeilijk te bepalen en kan voor versie B niet geplaatst worden zonder een aanzienlijk deel van de cursisten verkeerd te plaatsen. De C-toets is in lijn met eerder onderzoek echter wel uitermate betrouwbaar en voldoende valide bevonden. Het advies aan Radboud in’to Languages is om toetsversie A aan nieuwe cursisten voor te leggen en de plaatsing in de cursus Beginners I, Beginners II of Halfgevorderd en hoger te bepalen aan de hand van de totaalscore. Om de C-toets geschikt te maken voor plaatsing op alles niveaus dient de C-toets aangepast en verbeterd te worden. Het lijkt erop dat het niveau van de toets omhoog moet om zo alle niveaus beter te kunnen onderscheiden. Dit heeft echter verder onderzoek nodig

    In hoeverre spelen de mate van concreetheid, details en framing een rol bij de beïnvloeding van consumenten bij online klantbeoordelingen (eWOM)?

    No full text
    Dit onderzoek beoogt meer inzicht te verschaffen in het effect van concreetheid op de beïnvloeding van consumenten bij online klantbeoordelingen (eWOM). Bestaand onderzoek vindt tegenstrijdige resultaten. Verschillende juridische onderzoeken die in het huidige onderzoek genoemd worden, wijzen grof gezegd dezelfde richting uit: concreetheid of details zouden het geloofwaardigheidsoordeel van een bericht positief kunnen beïnvloeden. Schellekens, Verlegh en Smidts (2010) vinden in een eWOM-context juist dat abstract taalgebruik tot betere attitudes en hogere koopintenties leidt. In het huidige onderzoek is nader onderzocht in hoeverre de stijl van het bericht (concreet of abstract) en framing (positieve of negatieve beoordeling) een rol spelen in de beïnvloeding van consumenten bij online klantbeoordelingen (eWOM). De mate van beïnvloeding is onderzocht aan de hand van drie afhankelijke variabelen: Geloofwaardigheid, Attitude en Koopintentie. In een experiment kregen respondenten een hoteladvertentie, gevolgd door twee positieve en twee negatieve klantbeoordelingen te zien. Groep A zag de positieve berichten in concrete vorm en de negatieve berichten in abstracte vorm. Groep B zag de positieve berichten in abstracte vorm en de negatieve berichten in concrete vorm. Allereerst is onderzocht of er verschil bestond tussen de concrete en abstracte klantbeoordelingen wat betreft hun geloofwaardigheid. Uit de resultaten bleek dat bij negatieve klantbeoordelingen, de concrete berichten als geloofwaardiger werden beoordeeld dan de abstracte berichten. Bij positieve klantbeoordelingen werd geen verschil tussen concrete en abstracte klantbeoordelingen gevonden. Verder bleek dat bij een vergelijking tussen de positieve en negatieve abstracte berichten, de positieve abstracte berichten als geloofwaardiger werden beoordeeld van de negatieve abstracte berichten. Bij de concrete berichten werd geen verschil in beoordeling van geloofwaardigheid gevonden. Vervolgens werd onderzocht of groep A een positievere attitude en koopintentie ten opzichte van het hotel had dan groep B. Er is geen verschil tussen de groepen gevonden voor attitude en koopintentie ten opzichte van het hotel

    De waarheid boven tafel - een onderzoek naar het taalgebruik van leugenaars en waarheidssprekers.

    No full text
    Een van de voornaamste bevindingen uit eerder onderzoek naar bedrog is dat leugenaars minder details weten te rapporteren en over het algemeen vager zijn dan waarheidssprekers. In het huidige onderzoek is gepoogd om te zien of er relatieve, meetbare taalverschillen bestaan tussen leugenaars en waarheidssprekers. Gepoogd werd deze vraag te beantwoorden door middel van een kwalitatief onderzoek, waarin proefpersonen werden uitgenodigd om zowel een leugen als een waar gebeurd verhaal te vertellen. De teksten die hieruit voortkwamen zijn geanalyseerd door middel van een analyseschema dat alle relevante elementen uit de literatuur bevatte (bijvoorbeeld jargongebruik en rapportage van ruimtelijke, temporele of zintuiglijke details). Daarnaast werd onderscheid gemaakt tussen specifieke en vage details. Ook zijn concreetheid en tekstlengte vergeleken. Uit de resultaten bleek dat waarheidsvertellers meer specifieke ruimtelijke details en meer specifieke overbodige details vermeldden, en dat zij vaker verwezen naar derden. Leugenaars, daarentegen, vertelden meer vage ruimtelijke details en gebruikten vaker het stopwoord gewoon. Wanneer de variabelen gegroepeerd werden bleek een groter, algemeen effect te bestaan. Waarheidsvertellers rapporteerden significant meer specifieke details, terwijl leugenaars juist meer vage details rapporteerden

    Hoe vergelijkbaar zijn de West-Europese taalexamens? Een ‘case study’ naar de B1-leesexamens van het Goethe Zertifikat en het Staatsexamen op basis van een vertaling.

    No full text
    In dit onderzoek is onderzocht in hoeverre de verschillende West-Europese (lees)examens met elkaar overeenkomen en wat deze overeenkomsten en verschillen tot gevolg hebben voor de vergelijkbaarheid van het niveau van deze examens. De examens zijn met elkaar vergeleken op algemene gegevens, waarna een diepere analyse is gemaakt van de leesexamens, met speciale aandacht voor de CEFR-descriptoren bij ‘lezen’. Uit de analyse kwam veel variatie naar voren in de gebruikte CEFR-descriptoren binnen en tussen examens. Om te testen of dit ook voor ongelijkheid zorgde in het niveau van de examens is het oefenexamen Goethe Zertifikat B1 vertaald naar het Nederlands. Als ‘case study’ zijn het vertaalde oefenexamen Goethe Zertifikat B1 en voorbeeldexamen Staatsexamen I afgenomen bij leerders van het Nederlands. Proefpersonen maakten beide examens, waarna de behaalde resultaten op deze examens vergeleken werden. Bij de 49 proefpersonen die voor minimaal één examen geslaagd waren, werd op het Goethe Zertifikat gemiddeld 2,16 punt hoger gescoord. Het verschil tussen proefpersonen bleek significant (p 0,001). 42 proefpersonen waren hierbij geslaagd voor het Goethe Zertifikat en 28 personen voor het Staatsexamen I. Wanneer deze 2,16 punt opgeteld worden bij de omgerekende Staatsexamen I- scores van de 21 proefpersonen die dit examen niet gehaald hadden, slagen 17 proefpersonen nu wél voor dit examen (81,0%). Het Staatsexamen I bleek moeilijker dan het Goethe Zertifikat

    Van schreeuw om aandacht, naar smeken om vergiffenis: Een experimenteel onderzoek naar het effect van strategie en emotiegebruik in crisiscommunicatie op de attitude, emotie, waargenomen verantwoordelijkheid en secundaire crisiscommunicatie van het publiek na een campagnecrisis.

    No full text
    Van schreeuw om aandacht, naar smeken om vergiffenis: Een experimenteel onderzoek naar het effect van strategie en emotiegebruik in crisiscommunicatie op de attitude, emotie, waargenomen verantwoordelijkheid en secundaire crisiscommunicatie van het publiek na een campagnecrisis

    De kracht van counterspeech bij online discriminatie.

    No full text
    De huidige studie onderzoekt de relatie tussen online discriminatie en counterspeech op het medium Twitter. Discriminatie is al jarenlang een probleem en de afgelopen jaren is er toename “grove negatieve houding tegenover minderheden”. Door de opkomst van sociale media is dit probleem nog groter geworden. De (Nederlandse) overheid zet talloze preventieve werkwijzen in om discriminatie tegen te gaan, maar door de anonimiteit van personen op het internet zijn deze lastig online in te zetten. Op sociale media komt de vrijheid van meningsuiting en de geformuleerde wetten betreffende discriminatie vaak in conflict. Daarom is het van belang dat online discriminatie op een kleinschalige manier tegengegaan wordt. Personen die discriminerende uitingen signaleren kunnen counterspeech inzetten om deze uitingen tegen te gaan. Dit onderzoek is uitgevoerd door gebruik te maken van een corpusanalyse van het platform Twitter. Hiervoor zijn 4.000 tweets vergaard en zijn de tweets verzameld op specifieke sleutelwoorden en hashtags. Resultaten van dit onderzoek tonen aan dat er geen significant verband is tussen de grond en zwaarte van discriminatie en het wel/niet inzetten van counterspeech. Hiermee worden alle hypotheses verworpen. Discriminerende tweets worden veelal “genegeerd” en slechts in 13,6% van de gevallen werd counterspeech ingezet. De heftigheid van een discriminerende tweet heeft geen invloed op het ontvangen van counterspeech. Wanneer er wel gebruik werd gemaakt van counterspeech, werd er voornamelijk gebruik gemaakt van de vorm ‘feiten presenteren’. Het inzetten van counterspeech heeft vooral te maken met het contextuele aspect van tweets. Er is meer onderzoek nodig naar het fenomeen counterspeech om hier meer inzicht over te verkrijgen en gegronde uitspraken over te doen

    Aantrekkelijke Aanpassingen of Verschrikkelijke Veranderingen?

    No full text
    In dit onderzoek is middels een 3 (geen vs. matige vs. grote logoverandering) x 3 (blootstelling: 1 vs. 3 vs. 6 keer) tussenproefpersoonsontwerp met merkbewustzijn en risicoperceptie als covariaten en logoattitude, merkattitude en koopintentie als afhankelijke variabelen onderzocht welke mate van logoverandering het meest positieve effect heeft op consumentresponses en welke factoren van invloed zijn. Uit de resultaten is gebleken dat de matige logoverandering een gelijke of zelfs minder positieve invloed had op consumentresponses dan het originele logo en een grote logoverandering had geen of een negatievere invloed. Een toename in aantal blootstellingen had tot een bepaalde hoogte een positiever effect op consumentresponses. De eigenschap ‘merkbewustzijn’ had geen of een positievere invloed op consumentresponses en de ‘risicoperceptie’ had geen invloed op de koopintentie. Indien bedrijven een logoverandering overwegen, is het aan te bevelen dat zij de verandering niet te groot maken om afkeer tegen de stimuli te voorkomen

    THE EFFECTS OF DUTCH-ENGLISH ACCENTEDNESS ON DUTCH LISTENERS IN THE HIRING PROCESS.

    No full text
    English is increasingly used as a corporate language in Dutch businesses, meaning non-native speakers communicate with each other in English. The purpose of this study was to analyse the effects of Dutch-accented English on Dutch listeners in the employment context. In an experiment, participants were asked to evaluate speech samples of moderate, slight Dutch-accented and British English speakers who applied for either an IT or HR position. Thereby, the influences of accentedness and communicative demands of the job position were investigated. The results are not completely in line with findings of previous studies in which moderately accented speakers were perceived more negatively compared to slightly accented and British English speakers, and no significant differences between slight Dutch-accented and British English speakers were found. The present study found that British English speakers were perceived as superior to moderately accented and slightly accented speakers..
    corecore