565 research outputs found

    35 jaar beheer Drentsche Aa:Evaluatie natuurontwikkeling en aanbevelingen voor verbetering

    No full text
    De ecologen Henk Everts, Ab Grootjans, Jan Bakker en Piet Schipper wijden zich al bijna een halve eeuw aan het in kaart brengen van de natuur in het Drentsche Aa-gebied. Ter afsluiting van hun werk hebben ze alle gegevens naast elkaar gezet en vergeleken. De gestelde doelen voor de Drentsche Aa worden in het onderzoek geëvalueerd door trends tussen 1980 en 2015 te relateren aan veranderingen in de waterhuishouding en het beheer. Hiervoor zijn vier vegetatiekarteringengebruikt uitgevoerd in de periode tussen 1982 en 2015. De interpretatie van de gegevens is zowel gericht op de vegetatie van de habitattypenals op die van Dotterbloemhooilanden en Grote zeggenmoerassen met tellingenvan broedvogels en tellingen van libellen en dagvlinders.Op basis van de resultaten worden aanbevelingen gedaan om maatregelen te treffen die op korte en lange termijn nodig zijn. Belangrijk zijn onder meer maatregelen ter bescherming van de laatste voedselarmeinfiltratiegebieden, en maatregelen om diffuse vervuiling verder terug te dringen en de effecten van klimaatverandering op te vangen

    35 jaar beheer Drentsche Aa:Evaluatie natuurontwikkeling en aanbevelingen voor verbetering

    No full text
    De ecologen Henk Everts, Ab Grootjans, Jan Bakker en Piet Schipper wijden zich al bijna een halve eeuw aan het in kaart brengen van de natuur in het Drentsche Aa-gebied. Ter afsluiting van hun werk hebben ze alle gegevens naast elkaar gezet en vergeleken. De gestelde doelen voor de Drentsche Aa worden in het onderzoek geëvalueerd door trends tussen 1980 en 2015 te relateren aan veranderingen in de waterhuishouding en het beheer. Hiervoor zijn vier vegetatiekarteringengebruikt uitgevoerd in de periode tussen 1982 en 2015. De interpretatie van de gegevens is zowel gericht op de vegetatie van de habitattypenals op die van Dotterbloemhooilanden en Grote zeggenmoerassen met tellingenvan broedvogels en tellingen van libellen en dagvlinders.Op basis van de resultaten worden aanbevelingen gedaan om maatregelen te treffen die op korte en lange termijn nodig zijn. Belangrijk zijn onder meer maatregelen ter bescherming van de laatste voedselarmeinfiltratiegebieden, en maatregelen om diffuse vervuiling verder terug te dringen en de effecten van klimaatverandering op te vangen

    A Conversation with Piet Groeneboom

    No full text
    Petrus (Piet) Groeneboom was born in Scheveningen in 1941 and grew up in Voorburg. Both villages are located near The Hague in The Netherlands; Scheveningen actually being part of The Hague. He attended the gymnasium of the Huygens lyceum. In 1959, he entered the University of Amsterdam, where he studied psychology. After his “candidate” exam (comparable to BSc) in 1963, he worked at the psychological laboratory of the University of Amsterdam until 1966. In 1965, he took up mathematics as a part-time study. After having obtained his master’s degree in 1971, he had a position at the psychological laboratory again until 1973, when he was appointed to the Mathematical Center in Amsterdam. There, he wrote between 1975 and 1979 his Ph.D. thesis with Kobus Oosterhoff as advisor, graduating in 1979. After a period of two years as visiting professor at the University of Washington (UW) in Seattle, Piet moved back to the Mathematical Center until he was appointed full professor of statistics at the University of Amsterdam in 1984. Four years later, he moved to Delft University of Technology where he became professor of statistics and stayed until his retirement in 2006. Between 2000 and 2006 he also held a part-time professorship at the Vrije Universiteit in Amsterdam. From 1999 till 2013 he was Affiliate Professor at the statistics department of UW, Seattle. Apart from being visiting professor at the UW in Seattle, he was also visiting professor at Stanford University, Université Paris 6 and ETH Zürich. Piet is well known for his work on shape constrained statistical inference. He worked on asymptotic theory for these problems, created algorithms to compute nonparametric estimates in such models and applied these models to real data. He also worked on interacting particle systems, extreme value analysis and efficiency theory for testing procedures. Piet (co-)authored four books and 64 papers and served as promotor of 13 students. He is the recipient of the 1985 Rollo Davidson prize, a fellow of the IMS and elected member of the ISI. In 2015, he delivered the Wald lecture at the Joint Statistical Meeting in Montreal. Piet and his wife Marijke live in Naarden. He has two sons, Thomas and Tim, and (since June 12, 2018) one grandson, Tarik. This conversation was held at Piet’s house in Naarden, on February 28 and April 24, 2018.Statistic

    Alkmaar Bagijnenstraat 2: Architect Prof. Ir. Piet Hendricus Tauber

    No full text
    In het stadscentrum van Alkmaar ten westen van de Grote Kerk staat het regiokantoor van de ABN AMRO aan de Bagijnenstraat 2. Het gebied rondom de Grote Kerk omvat het oudste gedeelte van het centrum van Alkmaar en is een locatie omringd door monumentale en kenmerkende architectuur. Het grijs-roze natuurstenen bankgebouw is het resultaat van een ingrijpende transformatie van het oude postkantoor. In 1960 ontwierp de Alkmaarse professor en architect Piet Hendricus Tauber het postkantoor en in 1994 maakte hij voor hetzelfde pand een nieuw ontwerp in opdracht van ABN AMRO. Tauber groeide op in twee generaties van architectuurstromingen met aan de ene kant de opkomst van de modernisten, die zich tegen de traditionele vormen en opvatting over de architectuur verzetten, en aan de andere kant de traditionele architectuur waar vakmanschap centraal staat. Tauber kreeg van kinds af aan het vakmanschap van het bouwen mee doordat hij opgroeide in een ambachtsfamilie, waarbij zijn vader meester metselaar en bouwopzichter was. Echter tijdens zijn opleiding in Delft maakte hij kennis met de modernistische architectuur en het streven naar vernieuwing. In veel van Tauber zijn latere werken stelde hij vakmanschap boven alles en was hij zowel traditioneel qua vormgeving als modern omdat hij hierbij geen beroep deed op historische vormen. Het doel van dit onderzoek is om het ontwerp voor het postkantoor en het bankgebouw van Tauber in zijn tijd en locatie te plaatsen. Hierbij wordt voortgebouwd op bestaande literatuur over de geschiedenis van Alkmaar en de bibliografie over Piet Tauber. In dit onderzoek zal aanvullend worden ingegaan op het ontwerp en ontwerpkeuzes voor het postkantoor en het bankgebouw. Met behulp van interviews met Frans Tauber en Robert Koppes is er extra informatie verzameld over de beide projecten. Frans Tauber is de zoon van Piet Tauber en de interieurarchitect van de transformatie tot het ABN AMRO kantoor. Robert Koppes was de projectleider bij Tauber Architecten voor de transformatie van het postkantoor tot het ABN AMRO kantoor. Later, in 2015, heeft Robert in opdracht van ABN AMRO met Koppes Bouwkunde het interieur heringericht en het gehele pand verduurzaamd (energie- en CO2-neutraal). Het onderzoek begint met de achtergrond van Piet Tauber en de achtergrond van zijn vader Hendricus Tauber en wordt vervolgd met onderzoek naar de jeugd en studietijd van Piet, de start van zijn eigen bedrijf ‘Tauber Architecten’ en zijn theorie ‘Bouwen naar opdracht’. Verder wordt ingegaan op de Alkmaarse geschiedenis, in het kort de stedelijke groei en ontwikkeling van vanaf de 10e eeuw. Daarna worden de verschillende plannen voor de herontwikkeling van de historische binnenstad in de 20e eeuw beschreven. Na het literatuuronderzoek wordt er dieper ingegaan op de ontwerpen van het postkantoor en het ABN AMRO kantoor.AR2A011Architecture, Urbanism and Building Science

    Uitvoering DAW komt op stoom, maar effectmonitoring wordt gemist

    No full text
    34 IHet Deltaplan Agrarisch Waterbeheer (DAW) komt op stoom, maar tot dusverre is de monitoring alleen gericht op het registeren van de uitvoering. Of de maatregelen ook een significante verbetering van de oppervlaktewaterkwaliteit oplevert weten we niet, want specifieke monitoring ontbreekt. Een belangrijk gemis, stellen Peter Schipper, Joachim Rozemeijer, Arnaut van Loon, Piet Groenendijk en Saskia Lukacs in een speciale bijdrage als product van de Kennisimpuls Waterkwaliteit

    Oostelijke inrit van de Piet Heintunnel

    No full text
    In Amsterdam worden de voormalige havengebieden langs de zuidelijke U-oever herontwikkeld tot moderne woon- en werklocaties. De ontsluiting van deze zone zal gebeuren door de zogenaamde U-boulevard. Deze U-boulevard sluit aan de westkant van Amsterdam op de Ringweg (AIO) West aan, bij Sloterdijk. Aan de oostkant van Amsterdam sluit de U-boulevard aan op de Ringweg Oost, ter plaatse van het Zeeburgereiland. Een obstakel bij de aanleg van de U-boulevard is de verbinding tussen de Panamaweg en de Zuiderzeeweg. Hier wordt de Piet Heintunnel aangelegd. Deze tunnel kruist dan het Spoorwegbassin (een voormalig havenbekken) en het Amsterdam-Rijnkanaal. De tunnel wordt uitgevoerd als afgezonken tunnel. Van de 1900 m lange tunnel moet 1265 m onder water worden aangelegd. Op beide oevers sluit de tunnel aan op overgangsconstructies. Deze integrale onderdelen van de tunnel worden in een bouwput ter plaatse gebouwd en doen dienst als ondersteuning van de eerste tunnelelementen. Voor de beide toeritten is gekozen voor een polderoplossing. In het besteksontwerp van de Piet Heintunnel zijn in tunnelelementen en in de overgangsconstructies drie buizen ontworpen, twee voor het autoverkeer en één voor een geplande sneltramlijn. Achter de overgangsconstructies wordt ruimte gereserveerd voor de toekomstige toerit van de sneltramlijn. Dit afstudeerwerk wordt toegespitst op de oostelijke inrit van de tunnel, die men aan het bouwen was voor en gedurende dit afstudeerwerk. Tijdens de bouw van de overgangsconstructie van de oostelijke inrit kwam aan het licht dat de gesteldheid van de grondslag nog slechter was dan vooraf was vastgesteld. Hierdoor voldoet het eerste besteksontwerp niet meer volledig. Met name de afdracht van de horizontale krachten in deze slechte funderingsgrond vormt een groot probleem. De tunnelinrit wordt, om tot een correcte probleemanalyse te komen, opnieuw opgedeeld in bouwfasen. Deze bouwfasering is verricht uitgaande van het besteksontwerp en de laatste grondgegevens uit een aanvullend grondonderzoek. Belangrijke onderdelen van de verschillende bouwfasen en de eindfase zijn doorgerekend en gedimensioneerd. De bouwkuip voor de overgangsconstructie is ontworpen. Resultaat is een bouwkuip uitgevoerd met combiwanden. Deze combiwanden worden gestempeld met één stempellaag (verschillende buisdiameters) en een onderwaterbeton-vloer als stempel aan de onderzijde. Voor de combiwanden zijn buispalen berekend van 1320 mm diameter en 14 mm wanddikte. Tussen de buispalen zijn twee damwanden aangebracht, bijvoorbeeld Larssen 604-profiel. De toerit zal worden uitgevoerd met Hoesch-175 damwanden. Deze damwanden worden bovenaan gestempeld met ronde buizen en onderaan wederom met een onderwaterbeton-vloer als stempelvloer.Geo-engineeringHydraulic EngineeringCivil Engineering and Geoscience

    Piet Derksen und seine Medienarbeit: Stein der Weisen oder Stein des Anstoßes?

    No full text
    Am 27.06.1990 wurde im Zentrum der europäischen Hauptstadt Brüssel das \u27Institut deJournalisme- European Media Studies Robert Schuman\u27 (Robert Schuman-Institut) eröffnet und eingeweiht. Die Eröffnungszeremonie bestand aus der Enthüllung einer Tafel zum Andenken an Robert Schuman; sie wurde vollzogen von dem Mitglied des Europaparlaments und ehemaligen belgischen Ministerpräsidenten Leo Tindemans, zusammen mit dem niederländischen Unternehmer (i. R.) Piet Derksen. Msgr. De Hovre, Weihbischof von MechelenBrüssel, führte die Einweihung durch; er ist auch Kuratoriumsmitglied des neuen Brüsseler Instituts und Belgiens \u27Medienbischof. (...) EnglishA Dutch multimillionaire, Piet Derksen, has been endeavouring to missionize world-wide by using all the publishing and electronic media at his disposal. He contributed his fottune to a foundation which has since then supported with !arge sums of money the evangelisation organisation \u27Lumen 2000\u27 which has created a sensation internationally. The radio empire Lumen 2000 wishes to give ]esus Christ a special presentfor his two thousandth birthday: an evangelized world converted by television. Lumen 2000 is also supported by the Pope and the Vatican. Nevertheless the question arises how one has to evaluate this media work controlled by conservative forces; nominally in the light of creation of a Christian community full of life, and of the demand for a credible form of communication. Not only at an international Ievel but also in Holland Piet Derksen has tried to reverse the developments set in motion during the Second Vatican Council among Catholic people. The author explains this obdurate mobilization of the media in the service of conservative thought with the wide-spread uncertainty about standards and values. It offers fertile ground for efforts at regression. The author particularly criticizes as unhelpful Derksen\u27s deliberately encouraged strengtherring of conservative trends in the Dutch Catholic Church and does not expect much good to come from its effect at an international Ievel.

    Estimation in monotone single-index models

    No full text
    Single-index models are popular regression models that are more flexible than linear models and still maintain more structure than purely nonparametric models. We consider the problem of estimating the regression parameters under a monotonicity constraint on the unknown link function. In contrast to the standard approach of using smoothing techniques, we review different "non-smooth" estimators that avoid the difficult smoothing parameter selection. For about 30 years, one has had the conjecture that the profile least squares estimator is an n-consistent estimator of the regression parameter, but the only non-smooth argmin/argmax estimators that are actually known to achieve this n-rate are not based on the nonparametric least squares estimator of the link function. However, solving a score equation corresponding to the least squares approach results in n-consistent estimators. We illustrate the good behavior of the score approach via simulations. The connection with the binary choice and current status linear regression models is also discussed.Statistic

    A Stacked Segmented Adaptive Power Amplifier in 22nm FD-SOI

    No full text
    This work was supported by Soitec. (Corresponding author: Aritra Banerjee.
    corecore