538 research outputs found

    Een witte- en een bandbegrensde-ruisgenerator voor simulaties van G.P.S.-signaalbewerkingen

    No full text
    In dit verslag worden twee mogelijke ruisgeneratoren beschreven voor simulaties van G.P.S.-signaalbewerkingen, namelijk voor bandbegrensde en witte ruis. In de literatuur is onder andere naar de volgende criteria gezocht: de amplitudeverdeling, het vermogensdichtheidsspectrum en de autocorrelatiefunctie. De twee generatoren worden aan de hand hiervan getest.Applied SciencesElectrotechniekTelecommunicatie- en Verkeersbegeleidingssysteme

    Een simulatiestudie naar verbetering van de congestieproblematiek in de Witte de Withstraat (Rotterdam)

    No full text
    De Witte de Withstraat is een belangrijke straat in Rotterdam. Er zijn veel winkels, galerieën en horecagelegenheden gevestigd. Deze ondernemers dienen allemaal bevoorraad te worden, wat veel logistieke handelingen oplevert in de straat. Naast de grote logistieke stroom rijdt er veel regulier verkeer door de straat. De combinatie van deze twee verkeersstromen zorgt vaak voor filevorming en vertraging. Naar aanleiding van een onderzoek van de HogeschoolRotterdam is het vermoeden versterkt dat de filevorming verband houdt met de enige aanwezige los-/laadplek in de straat.In dit artikel wordt de relatie tussen de enige los-/laadplek en de filevorming in de Witte de Withstraat op kwantitatieve wijze onderzocht. De methode die hiervoor wordt gebruikt, is discrete simulatie met modelvorming in het softwareprogramma Simio. Het huidige systeem van de straat wordt in dit programma gesimuleerd. Aan de hand van vier experimenten worden verscheidene scenario’s uitgevoerd om de relatie tussen de los-/laadplek en defilevorming nader te onderzoeken.Transport and Logistic

    Invulling witte vlekken acceptatie dijkvernageling (vastlegging ontwerp, uitvoering en monitoring Dijkvernageling Vianen): Voor toepassing in primaire waterkeringen

    No full text
    In dit document wordt ingegaan op een aantal witte vlekken die van belang zijn bij het toepassen van dijkvernageling als dijkversterkingstechniek in verband met het verhogen van de stabiliteit van de primaire waterkering.. Daarnaast worden in de bijlagen een overzicht gegeven van de vastlegging van het ontwerp, de uitvoering en de monitoring (inclusief beoordeling) van de dijkvernageling bij Vianen.TAW/EN

    Quantitative Indicators for Behaviour Drift Detection from Home Automation Data

    No full text
    Smart Homes diffusion provides an opportunity to implement elderly monitoring, extending seniors' independence and avoiding unnecessary assistance costs. Information concerning the inhabitant behaviour is contained in home automation data, and can be extracted by means of quantitative indicators. The application of such approach proves it can evidence behaviour changes

    Review of Translation in Second Language Learning and Teaching by Witte Arnd, Harden Theo and Ramos de Oliveira Harden Alessandra (eds.) Oxford: Peter Lang, 2009. 414 pp,ISBN 978-3-03911-897-7.

    No full text
    The revival of translation in communicative language teaching can be traced back to the late 1980s, when Alan Duff published the Duke of Edinburgh Award winning volume Translation, "a resource book for teachers who wish to use translation as a language learning activity, just as they might use literature, drama, project work, conversation, role play, writing, or class readers for language practice and improvement" (Duff 1989:8, author’s emphasis). Since then, the merits of translation as a language learning and testing tool have been carefully considered by language educators (e.g. Sewell and Higgins 1996), applied linguists (e.g. Campbell 1998) and translation studies scholars (e.g. Malmkjær 1998). However, it is fair to say that the widespread use of translation in foreign language pedagogy is a recent phenomenon, as testified by a variety of single-authored and collected volumes on the subject (Deller and Rinvolucri 2002; Gonzáles Davies 2004; Malmkjær 2004; Gavioli 2005; Cook 2010). These studies amply show that translation is currently regarded as a valuable learning resource for achieving lexical, terminological, phraseological and grammatical accuracy as well as stylistic fluency and intercultural competence. In the light of these important developments, the aim of this book review is to examine the link between pedagogic theory and practice in the studies contained in the volume edited by Witte et al. (2009). To this end, I will use the three-level model elaborated by Richards and Rodgers (2001) for the description, analysis and comparison of approaches and methods in language teaching

    Vervanging van witte Belgische steen: Materiaalkeuze bij restauratie

    No full text
    Dit proefschrift gaat over de keuze van natuursteensoorten ter vervanging van witte Belgische zandige kalksteen bij de restauratie van Nederlandse monumenten in de periode die loopt van het einde van de negentiende tot het einde van de twintigste eeuw. De studie is gericht op het identificeren van de keuzeargumenten en de gevolgen hiervan. Bijzondere aandacht wordt geschonken aan duurzaamheid en compatibiliteit en aan de rol die deze begrippen spelen in het keuzeproces. Het belang van de studie is onder andere gelegen in het begrijpen van uitgevoerde restauraties om deze kennis in te zetten voor nieuwe restauraties: leren van onze ingrepen om te weten hoe in te grijpen. Door middel van literatuuronderzoek en casusonderzoek is een antwoord gezocht op de drie hoofdvragen van de studie: “Welke argumenten worden in het keuzeproces tijdens een restauratie gebruikt voor het kiezen van vervangende natuursteensoorten?”, “In hoeverre en in welke mate spelen compatibiliteit en duurzaamheid een rol in de overwegingen rond de keuze voor vervangende natuursteensoorten en welke lering valt te trekken met betrekking tot gebleken compatibiliteit en gebruiksduur uit waarnemingen in de praktijk?” en “Bestaan er trends in de toepassing van vervangende natuursteensoorten en zo ja, hoe verhouden deze trends zich tot duurzaamheid en compatibiliteit?” De kern van de studie wordt gevormd door vier casussen te weten de Onze-Lieve-Vrouwekerk te Breda, de Maria-Magdalenakerk te Goes, de Grote Kerk te Dordrecht en het Stadhuis te Gouda. Alle vier gebouwen hebben twee of drie restauratiecampagnes gekend in de beschouwde periode. Hierop volgt een reflectie aan de hand van de vervanging van mergel aan Limburgse monumenten omdat hiervan verondersteld wordt dat het proces van natuursteenvervanging anders verloopt in verband met de betere beschikbaarheid van vervangende natuursteen die nauw verwant is aan het originele materiaal. De casussen worden voorafgegaan door een aantal hoofdstukken waarin thema’s worden onderzocht die de context bepalen waar binnen de vervanging van witte Belgische steen plaats heeft gevonden en plaatsvindt. Tijdens het onderzoek naar de context van natuursteenvervanging en de casussen kwam een aantal argumenten voor het kiezen van vervangende natuursteensoorten naar voren die gegroepeerd kunnen worden tot een karakterisering van perioden zoals de wens tot toepassing van harde, homogene steensoorten in de periode tot de Eerste Wereldoorlog, een vroege vorm van het streven naar toepassing van duurzame steensoorten. Het is gebleken dat met name in deze periode, maar ook later, de veelheid aan indelingen en benamingen van typen Franse kalksteen geleid heeft tot spraakverwarring en wellicht tot keuze van natuursteen op basis van onjuiste argumenten. Deze periode werd gevolgd door een periode waarin de beschikbaarheid van steensoorten vanwege de oorlog richtinggevend was voor het keuzeproces. De twintiger en dertiger jaren werden gekenmerkt door keuzeargumenten gebaseerd op aspecten van esthetische en historische compatibiliteit die leidden tot de toepassing van steensoorten die bijdroegen aan een rustieke uitstraling. Hierbij was een belangrijke rol weggelegd voor de adviezen van mijningenieur A.L.W.E. van der Veen. In de periode na de Tweede Wereldoorlog werden duurzaamheidsargumenten steeds vaker gebruikt, in het begin gecombineerd met de gevolgen van beperkte beschikbaarheid en gecombineerd met onderdelen van esthetische compatibiliteit. Vanaf ongeveer 1960 werd het streven naar duurzame steensoorten sterker en kwamen uitgesproken compatibiliteitsargumenten nauwelijks meer voor. Tot slot kunnen de keuzeargumenten uit de periode 1980 tot 2000 worden samengevat met de wens tot ‘extreme’ duurzaamheid terwijl bij diverse restauraties de verschillende aspecten van compatibiliteit weer, zij het beperkt, aandacht krijgen. Hierbij moeten nog enkele kanttekeningen worden gemaakt: Het streven naar esthetische en historische compatibiliteit in het interbellum werd geïnitieerd door de Grondbeginselen en Voorschriften voor het behoud, de herstellingen de uitbreiding van oude bouwwerken uit 1917. De trend van toepassing van duurzame steensoorten, zoals basalt en trachiet, ter vervanging van witte Belgische steen hangt nauw samen met het Zandsteenbesluit van 1951. In de jaren tachtig van de twintigste eeuw werd deze trend versterkt door de constatering van dikke gipskorsten op kalksteen ten gevolge van luchtverontreiniging en de voorspellingen dat de hieraan gerelateerde problematiek zich zou voortzetten. Voor wat betreft de gebruiksduur van vervangende steensoorten blijkt dat alle toegepaste steensoorten duurzaam genoeg zijn voor toepassing in parementwerk en dat dit, op enkele uitzonderingen na, ook geldt voor eenvoudig lijstwerk en beschut geprofileerd werk. Met betrekking tot de vensters is gebleken dat veel vervangende natuursteen nog steeds in gebruik is en dat veel vervangingen van vervangstenen vooral te wijten zijn aan roestende ijzeren brugstaven. Ettringer tufsteen vormt een negatieve uitzondering; dit materiaal, vooral waar toegepast als montant of tracering, kent vaak slechts een gebruiksduur van 60 tot 90 jaar. De grootste duurzaamheidsproblemen hebben zich voorgedaan bij slanke, geprofileerde en geornamenteerde onderdelen waaronder hoofdzakelijk pinakels en kruisbloemen en bij alzijdig blootgestelde onderdelen zoals balustraden. De meeste steensoorten, die werden toegepast voor vrijstaande pinakels hebben een gebruiksduur gekend van maximaal 115 jaar. Veel pinakels zijn echter slechts 50 tot 100 jaar in gebruik geweest, met diverse voorbeelden van een nog korte gebruiksduur. Uitzondering hierop vormen de Savonnières in Zuid-Limburg en de Udelfanger zandsteen aan de Grote Kerk te Dordrecht. Een gedifferentieerde keuze voor vervangende natuursteen, afhankelijk van expositieomstandigheden is mogelijk en zou kunnen leiden tot, in economische zin, aantrekkelijkere restauraties, met voldoende hoge levensduur. In het parement heeft het streven naar duurzaamheid minder nadruk nodig dan bij geprofileerd en alzijdig geëxposeerd werk; een grotere aandacht voor esthetische en historische compatibiliteit is hierbij overigens wenselijk. De compatibiliteit van toegepaste (voeg)mortelreparaties heeft nadrukkelijk meer aandacht nodig. Mede met het oog op een meer wetenschappelijke aanpak van het kiezen van vervangende steensoorten is het gewenst om nader onderzoek te doen naar de technische compatibiliteit van vervangende steensoorten met originele witte Belgische steen. Daar dient de mortel nadrukkelijk bij te worden betrokken. Met betrekking tot vervangreeksen blijkt dat er een opvallend grote diversiteit aan steensoorten is gebruikt ter vervanging van de originele witte Belgische steen. Er is geen patroon waaruit blijkt dat alle vervangreeksen dezelfde beweging maken, het blijkt dat vele combinaties voorkomen. Vulkanische gesteenten en sedimentaire gesteenten wisselen elkaar af. De tendens hierbij is dat de tweede vervanging meestal werd uitgevoerd in een duurzamer geachte steensoort dan de eerste vervanging. De veronderstelling dat mergel bij restauraties altijd door mergel werd en wordt vervangen blijkt onjuist, ook mergel is regelmatig vervangen door andere steensoorten en wijkt daarmee minder af van de vervanging van witte Belgische steen dan voorafgaand aan deze studie verondersteld. Voor wat betreft de inhoud van de diverse restauratierichtlijnen wordt geconcludeerd dat daarin weinig over materialen en materiaalkeuze wordt gezegd en dat deze veelal blijven steken bij algemene uitgangspunten zoals behouden gaat voor vernieuwen en minimale interventie. Door het ontbreken van bruikbare handvatten voor natuursteenkeuze bij restauraties blijkt vernieuwing en grootschalige interventie zeer veel voor te komen. Tijdens de studie is gebleken dat het zeer moeilijk te achterhalen is waarom gebouwen op een bepaalde manier gerestaureerd zijn. Ook het keuzeproces rond natuursteen blijkt nauwelijks gedocumenteerd. Dit gebrek aan documentatie is duidelijk in strijd met het veelal als richtlijn gehanteerde Charter van Venetië. Op basis van het onderzoek is een onderlegger ontwikkeld ten behoeve van het formuleren van uitgangspunten voor het kiezen van vervangende steensoorten. Naast de confrontatie met de diverse aspecten van compatibiliteit en duurzaamheid komt dit hulpmiddel ook tegemoet aan het geconstateerde probleem van onvolledige documentatie en verantwoording.RMITArchitectur

    The role of the cerebellum in social and non-social action sequences : a preliminary LF-rTMS study

    No full text
    An increasing number of studies demonstrated the involvement of the cerebellum in (social) sequence processing. The current preliminary study is the first to investigate the causal involvement of the cerebellum in sequence generation, using low-frequency repetitive transcranial magnetic stimulation (LF-rTMS). By targeting the posterior cerebellum, we hypothesized that the induced neuro-excitability modulation would lead to altered performance on a Picture and Story sequencing task, which involve the generation of the correct chronological order of various social and non-social stories depicted in cartoons or sentences. Our results indicate that participants receiving LF-rTMS over the cerebellum, as compared to sham participants, showed a stronger learning effect from pre to post stimulation for both tasks and for all types of sequences (i.e. mechanical, social scripts, false belief, true belief). No differences between sequence types were observed. Our results suggest a positive effect of LF-rTMS on sequence generation. We conclude that the cerebellum is causally involved in the generation of sequences of social and nonsocial events. Our discussion focuses on recommendations for future studies

    On the moderating role of years of work experience in the Job Demand–Control model

    No full text
    © 2015, © The Author(s) 2015. The present study allows for a more flexible Job Demand–Control model by introducing years of work experience as a contextual factor (i.e. moderator). Building on the processes of adaptation and diminishing returns to learning-by-doing, the authors assumed that the relationships between job demands, job control and strain versus learning decrease with the number of years an individual has been working (i.e. years of work experience). Hypotheses were tested using data from Flemish workers during their first years on the labour market (N = 3158). The authors accounted for unobserved individual heterogeneity by means of panel data techniques. Results revealed that the impact of control on both strain and learning decreased with years of work experience (i.e. main effect). The authors also found a significant three-way interaction effect between demands, control and years of work experience for both strain and learning, in line with their expectations.sponsorship: Data collection within the framework of the SONAR research programme was financed by the Flemish Government. (Flemish Government)status: Publishe

    Erratum: Inflammation of the choroid plexus in progressive multiple sclerosis: Accumulation of granulocytes and T cells (Acta Neuropathologica Communications (2020) 8 (9) DOI: 10.1186/s40478-020-0885-1)

    No full text
    The original publication of this article [1] contained an incorrect author name. The correct and incorrect information is shown in this correction article. The original article has been updated. The incorrect author name was published as: Maarten Witte The correct author is: Maarten E Witte

    Big data and the measurement of public organizations’ performance and efficiency: The state-of-the-art

    No full text
    © 2017, © The Author(s) 2017. The increasing availability of statistical data raises opportunities for ‘big’ data and learning analytics. Here, we review the academic literature and research relating to the use of big data analytics in the public sector, and its contribution to public organizations’ performance and efficiency. We outline the advantages as well as the limitations of using big data in public sector organizations and identify research gaps in recent studies and interesting areas for future research.status: Publishe
    corecore