1,729 research outputs found
Staande oppervlaktegolven in bodembeluchte ondiepe vaten
Het vloeistofoppep/lak van een bodembelucht vat kan onder bepaalde omstandigheden instabiliteitsverschijnselen vertonen. Er kunnen staande golven met grote amplituden optreden. In dit onderzoek wordt het optreden van staande golven in een bodembelucht, verticaal staand cilindrisch vat behandeld. Het is toegespitst op twee onderv/erpen: \u95 Het ontwikkelen van een model, dat in staat is te voorspellen met welke golflengte staande golven optreden als functie van de beluchtingsgatenconfiguratie, het vloeistofniveau en het gasdebiet. \u95 Het in kaart brengen van niet-üneaire verschijnselen zoals roterende golven, golven oscillerend in een vlak met zwervende oriëntatie, amplitudemodulatie, chaotisch gedrag en hysteresis. Voor het eerste deel van het onderzoek zijn modellen uit de literatuur als uitgangspunt genomen. Deze modellen zijn min of meer in staat het optreden van staande golven in een vlakke geometrie met één centraal gepositioneerd beluchtingsgat te voorspellen als functie van het vloeistofniveau en het gasdebiet. In een aanvulling hierop is een voor een cilindrische geometrie aangepast model gemaakt, waarbij de beluchtingsgatenconfiguratie als extra parameter is beschouwd. Uit experimenten bleek, dat het nieuwe model het optreden van staande golven met een bepaalde golflengte goed kon voorspellen. De beluchtingsconfiguratie is de belangrijkste parameter, die in veel gevallen bepaalt welke golflengten al dan niet op kunnen treden. De verhouding van de belverblijftijd en de periode van een staande golf bepaalt in grote lijnen tussen welke vloeistofniveaus een staande golf met bepaalde golflengte aangeslagen kan worden. Het gasdebiet blijkt voomamelijk van invloed op de amplitude van de staande golf, maar niet op de golflengte. In het tweede deel van het onderzoek is getracht een analogie te leggen tussen de golfmanifestaties in een bodembelucht cilindrisch vat en de respons van een aangedreven gedempte vrije slinger. Uit experimenten is naar voren gekomen, dat voor bepaalde beluchtingsconfiguraties staande golven kwalitatief dezelfde manifestaties kunnen vertonen als de slinger. Ook is hysteresis aangetoond met het vloeistofniveau als variërende parameter. Het geven van een kwantitatieve benadering is echter veel complexer dan voor een slinger, omdat het bodembeluchte vat meerdere eigenfrequenties heeft en daarom door meer parameters beschreven wordt dan de slinger.Kramers Laboratorium voor Fysische TechnologieApplied Science
Invloed van de verwerkingsomstandigheden op de producteigenschappen van polyvinylchloride
Bij de fabricage van kunststofartikelen blijkt, dat een wisselende productkwaliteit optreedt, die sterk afhankelijk is van de, bij de fabricage gekozen, verwerkingsomstandigheden. Dit is in het bijzonder het geval bij artikelen van hard PVC, zoals onder andere buizen. Het doel van het onderzoek was inzicht te verkrijgen in de chemische en fysische processen, die aan dit verschijnsel ten grondslag liggen. Hiertoe is nagegaan, hoe een aantal eigenschappen worden beïnvloed door een behandeling op de mengwals gedurende verschillende tijden. Onderzocht werden: (A.) Chemische structuureigenschappen: 1. gemiddeld moleculairgewicht, 2. Huggins’ constante, 3. moleculairgewichtsverdeling, 4. vertakkingsgraad, 5. tacticiteit, 6. concentratie van radicalen in het walsvel, (B.) Fysische structuureigenschappen 1. specifiek volume 2.specifieke enthalpie, (C.) Producteigenschappen, 1. elasticiteitsmodulus 2. afschuivingsmodulus 3. rek bij breuk.Applied SciencesChemische WerkwijzenLaboratorium voor Chemische Technologi
Staande golven geinduceerd door inhomogene beluchting van een twee dimensionaal bad
In beluchte vloeistof reservoirs zijn staande golven mogelijk onder invloed van de bellenstroom. Dit onderzoek aan een twee dimensionaal bad heeft zich bij de beschrijving van dergelijke oscillaties geconcentreerd op de dynamica van de wervels aan weerszijden van de bellenstroom. Initiatie en versterking van de staande golven kunnen volgens het dynamische gedrag van deze wervels worden beschreven. Er zijn twee modellen ontwikkeld na observatie van vertraagde opnamen van het stromingsveld. Op basis van deze beelden is de modellering van de wervels in het stromingsveld tot stand gekomen en is getracht de aannamen in de modellen aan te tonen met behulp van vloeistof snelheidsmetingen. In het initiatiemodel is de geopperde precessie van de wervel slechts ten dele aangetoond, maar de metingen hebben wel tot nieuwe inzichten geleid wat betreft de interactie tussen de wervels en de bellenstroom. In het oscillatiemodel vormt een verhoogde vloeistofaanstroom over de bodemplaat een beslissende grootheid voor de mate waarmee versterking van de staande golf plaatsvindt. Deze verhoogde vloeistofaanstroom is aantoonbaar aanwezig in het stromingsveld van de staande golf. De overgangen tussen de staande golven kunnen inzichtelijker worden gemaakt door het optreden van vierkantstructuren, waarin ronde wervels circuleren. Vanuit deze stabiele situatie kunnen zich weer nieuwe staande golven instellen. Het oscillatiemodel biedt voor de lagere watervulhoogten (vulhoogte/badbreedte verhouding 1/2) zijn de bestaande modellen beter toepasbaar ter beschrijving van het optreden van de staande golven in een inhomogeen belucht vloeistofreservoir.Kramers Laboratorium voor Fysische TechnologieApplied Science
Mandatory inspection for every PC
“How safe are we really?” was the question posed at TU Delft’s 172th Dies Natalis celebration. New technologies offer opportunities, but they also pose threats. This is certainly true with regard to internet safety, Cyber-Security Professor Jan van den Berg (EEMC/TPM) tells us. “The days of a happy-go-lucky attitude are in the past”.Delft University of Technolog
Het optimaliseren van gietsystemen voor het gieten van dunwandige, vlakke platen met behulp van Partiele Image Velocimetry
Het doel van dit onderzoek is liet optimaliseren van gietsystemen, die gebruikt worden voor het gieten van vlakke, dunwandige gietijzeren platen. Het gietproces is gesimuleerd door gebruik te maken van verschillende perspex gietvormen, waarbij het gietijzer vervangen is door water. Er zijn tijdens dit onderzoek drie systemen bestudeerd, die onderling verschiUen qua dimensies van het aansnijsysteem (de overgang van aanvoerbuis en gietholte). Geen van de systemen bleek te voldoen aan de vooraf gestelde eisen: bij een optimale gieting is a) de beweging van het vrije oppervlak verwaarloosbaar. b) de stroming in de gietholte uniform. Er is een gietsysteem voorgesteld, dat toegepast kan worden voor een vervolgonderzoek. Het stromingsveld, dat tijdens de vulting in de gietsystemen ontstaat, is bepaald met de meetmethode Digitale Partiele Image Velocimeü^ (PIV). Gebleken is dat de meetmethode de stroming redetijk kan beschrijven, maar dat de resultaten sterk afhanketijk zijn van externe omstandigheden. De vloeistofstroming in de gietholte kan met de methode duidelijk beschreven worden, mits de stroming geen circulatielussen vertoont. Van de aansnij systemen kan geen goed beeld gegeven worden. Om te bestuderen onder welke omstandigheden de methode optimale resultaten kan geven, is een parameteranalyse uitgevoerd. Hiertoe is een programma geschreven, dat PIVopnamen kan simuleren. Bestudeerd zijn de effecten van deeltjesdichtheid, aantal belichtingen, beUchtingsfrequentie en snelheidsgradiënten. Aan de hand van dit onderzoek en literatuurwaarden is bepaald bij welke parameterinstelling de PlV-analyse met het beste resultaat uitgevoerd kan worden.Kramers Laboratorium voor Fysische TechnologieApplied Science
Co-receptor CD8-mediated modulation of T-cell receptor functional sensitivity and epitope recognition degeneracy
The interaction between T-cell receptors (TCRs) and peptide epitopes is highly degenerate: a TCR is capable of interacting productively with a wide range of different peptide ligands, involving not only cross-reactivity proper (similar epitopes elicit strong responses), but also polyspecificity (ligands with distinct physicochemical properties are capable of interacting with the TCR). Degeneracy does not gainsay the fact that TCR recognition is fundamentally specific: for the vast majority of ligands, the functional sensitivity of a given TCR is virtually null whereas this TCR has an appreciable functional sensitivity only for a minute fraction of all possible ligands. Degeneracy can be described mathematically as the probability that the functional sensitivity, of a given TCR to a randomly selected ligand, exceeds a set value. Variation of this value generates a statistical distribution that characterizes TCR degeneracy. This distribution can be modeled on the basis of a Gaussian distribution for the TCR/ligand dissociation energy. The kinetics of the TCR and the MHCI molecule can be used to transform this underlying Gaussian distribution into the observed distribution of functional sensitivity values. In the present paper, the model is extended by accounting explicitly for the kinetics of the interaction between the co-receptor and the MHCI molecule. We show that T-cells can modulate the level of degeneracy by varying the density of co-receptors on the cell surface. This could allow for an analog of avidity maturation during incipient T-cell responses
Criteria voor toepassing van bekledingen op waterkeringen: Hulpmiddel voor ontwikkeling van innovatieve dijkbekledingen
Traditioneel worden dijken bekleedt met steenzettingen, asfalt, gras of breuksteen. Echter, er worden steeds meer initiatieven voorgesteld waarbij innovatieve materialen worden toegepast als dijkbekleding. Deze initiatieven zul len in de toekomst leiden tot een efficienter of maatschappelijk beter geaccepteerde dijkbekleding. Tot nag toe is voor de ontwikkelaar van een innovatieve dijkbekleding en voor de dijkbe heerder nog geen goed kader waarbinnen de deze innovatieve dijkbekledingen beoordeeld kunnen worden. Dit leidt tot onduidelijkheid hetgeen de ontwikkelingen in de weg kan staan. Om innovaties met betrekking tot dijkbekledingen te stimuleren heeft de Waterdienst aan Deltares opdracht gegeven om een Technisch Rapport te ontwikkelen waarin aile relevante aspecten zijn beschreven met betrekking tot innovatieve dijkbekledingen. Met behulp van dit Technisch Rapport kunnen dijkbeheerders en ontwikkelaars van innovatieve dijkbekledingen inzicht verkrijgen in de eisen, wensen en aspecten die gepaard gaan met het antwerp en onderhoud van een dijkbekledingTAW/EN
The use of pulse-echo ultrasound in women with a recent non-vertebral fracture to identify those without osteoporosis and/or a subclinical vertebral fracture: a pilot study
A Summary A pilot study on the use of P-EU to identify patients without osteoporosis and/or a subclinical vertebral fracture after a recently sustained non-vertebral fracture (NVF). Introduction Screening with portable devices at emergency departments or plaster rooms could be of interest to limit referrals for dual X-ray absorptiometry (DXA) and vertebral fracture assessment (VFA). We calculated the number of negative tests for osteoporosis and/or subclinical vertebral fractures (VFs) using pulse-echo ultrasonometry (P-UE) at different thresholds. Patients and methods In this cross-sectional study, 209 consecutive women of 50-70 years with a recent non-vertebral fracture (NVF) were studied at the Fracture Liaison Service (FLS) of one hospital. All women received DXA/VFA and P-EU (Bindex (R)) assessments. Various P-EU thresholds (based on the density index (DI, g/cm(2))) were analyzed to calculate the best balance between true negative (indeed no osteoporosis and/or subclinical VF) and false negative tests (osteoporosis and/or subclinical VF according to DXA/VFA). Results Eighty-three women had osteoporosis (40%) and 17 women at least one VF (8%). Applying the manufacturer's recommended P-EU threshold (DI 0.844 g/cm(2)) being their proposed cut-off for not having hip osteoporosis resulted in 77 negative tests (37%, 31% true negative and 6% false negative tests). A DI of 0.896 g/cm(2) resulted in 40 negative tests (19.3%) (38 true negative (18.3%) and 2 false negative tests (1.0%)). Conclusion The application of P-EU enables the identification of a substantial proportion of women with recent non-vertebral fractures at the FLS who would not need a DXA/VFA referral because they had no osteoporosis and/or subclinical vertebral fractures. The most conservative P-EU threshold resulted in 18.3% true negative tests verified by DXA/VFA against 1% false negative test results.Acknowledgments
We are grateful to Mrs. Jeanette Kat for the P-EU measurements and to Mrs. Wil Aarssen and Mrs. Maria van Woerden for their excellent secretarial services. We thank Bindex® (Bone Index Finland Oy, Kuopio, Finland) for making the device available for the study.van den Berg, P (reprint author), Reiner Graaf Gasthuis, Dept Orthoped & Surg, Fracture Liaison Serv, Delft, Netherlands.
[email protected]
Omgaan met pieken en dalen in een make-to-order productieomgeving.
Royal Lemkes is een distributiecentrum dat planten levert aan totaal 13 retailers die planten verkopen. Deze klanten maken gebruik van 100 tot 500 winkels om de planten te kunnen verkopen aan de consumenten. Een aantal klanten van Royal Lemkes hebben aangegeven dat de performance van de leveringen beter moet. Onder performance verstaat de klant op tijd en compleet uitleveren van de klantorders. Bij Royal Lemkes worden klantorders op winkelniveau verdeeld. De klant heeft de keuze uit meer dan 5000 verschillende stock keeping units (SKU’s) en winkelorders bevatten doorgaans meer dan 100 verschillende SKU’s.
Royal Lemkes kweekt zelf geen kamer- of tuinplanten maar koopt deze in bij kwekers zowel nationaal als internationaal. De producten worden ingekocht bij 700+ leveranciers welke op hun beurt weer 5000+ unieke producten aanbieden. Royal Lemkes maakt gebruik van een relatief kleine voorraad wat voor een hoge omloopsnelheid zorgt. Producten die op voorraad staan zijn voornamelijk import producten welke in grote hoeveelheden worden ingekocht om de transportkosten te drukken
Characterization of fracture liaison service non-responders after invitation by home visits and questionnaires
This study aimed to gain insight in specific characteristics and beliefs of FLS non-responders. Introduction The proportion of non-responding fracture liaison service (FLS) invitees is high but characteristics of FLS non-responders are unknown. Methods We contacted FLS non-responders by telephone to consent with home visit (HV) and to fill in a questionnaire or, if HV was refused, to receive a questionnaire by post (Q), to gain insight in beliefs on fracture cause and subsequent fracture risk. Results Out of 716 FLS invitees, 510 attended, nine declined, and 197 did not respond. Of these non-responders, 181 patients were consecutively traced and phoned until 50 consented with HV. Forty-two declined HV but consented with Q. Excluded were eight Q-consenters in whom no choice was offered (either HV or Q) and 81 patients who declined any proposition (non-HV|Q). 62% HV and Q could recall the FLS invitation letter. The fracture cause was differently believed between HV and Q; the fall (96% versus 79%, p = .02), bad physical condition (36% versus 2%, p = .0001), dizziness or imbalance (24% versus Q 7%, p = .03), osteoporosis (16% versus 2%, p = .02), and increased fracture risk (26% versus 17%, NS). Age >= 70, woman, and major fracture were significantly associated with HV consent compared to Q (OR 2.7, 2.5, and 2.4, respectively) and HV compared to non-HV|Q (OR 16.8, 5.3, and 6.1). Conclusion FLS non-responders consider fracture risk as low. Note, 50 patients (about 25%) consented with a home visit after one telephone call, mainly older women with a major fracture. This non-responder subgroup with high subsequent fracture risk is therefore approachable for secondary fracture prevention.van den Berg, P (corresponding author), Reinier de Graaf Hosp, Dept Orthoped & Trauma Surg, Fracture Liaison Serv, Delft, Netherlands.
[email protected]
- …
