16 research outputs found

    Betonnen dijk- en oeverbekledingen

    No full text
    Ontwerpprincipes en rekenmodellen voor bekledingen (Burger, Laboyrie en Bezuijen); Ontwerpaspecten van betonnen bekledingen (Klein Breteler, van der Knaap en Bezuijen); Toetsing ontwerpmethodieken (Burger, Klein Breteler); Blokkenmatten (de Groot, Dorr en Van den Berg); Basaltonbekledingen (Barendregt); Doorgaande betonplaten (Stuio); Constructieve ontwerpaspecten (Pilarczyk, Philipse); Collïdaalbeton (Hendriksma)Steenzettinge

    Simulatie van de zandconcentratie-gradient onder lopende golven

    No full text
    Het doel van dit onderzoek is na te gaan wat de invloed van een "convectief mechanisme" op een concentratieverticaal is. Hiertoe werd de invloed van de plaatselijke momentane snelheid op de concentratie onderzocht. Het is uiteindelijk de bedoeling om via terugkoppeling naar de hydraulische en geometrische randvoorwaarden een voorspelling te kunnen doen m.b.t. een concentratieverticaal.KustwaterbouwkundeHydraulic EngineeringCivil Engineering and Geoscience

    Bijdrage aan het onderzoek van het zandtransport in een oscillerende waterbeweging: Verslag concentratie- en snelheidsmetingen.

    No full text
    Onder invloed van een permanente stroom treedt er onder bepaalde condities zandtransport op. Bij golven treedt (naast het langstransport) ook zandtransport op tegen of in de golfrichting (dwarstransport). In tegenstelling tot permanente stroom verandert echter steeds de richting van beweging. In een halve periode wordt het zand in de ene richting getransporteerd. In de andere helft van de periode in de daaraan tegengestelde richting. Het netto zandtransport is het verschil tussen deze twee zandtransporten. Het gaat in het hier voor U liggende afstudeerwerk om het onderzoek naar de kwantificering van deze twee tegengestelde zandtransporten.KustwaterbouwkundeHydraulic EngineeringCivil Engineering and Geoscience

    Stormvloedkering te Antwerpen

    No full text
    Met de overstromingen van 1953 en 1976 is bewezen dat het Zeeschelde-bekken onvoldoende beveiligd is. Er moet een oplossing gevonden worden voor deze onveiligheid. Er zijn een tweetal factoren die aan deze oplossing een beperking geven: Deze factoren zijn de scheepvaart (zee- en binnenvaart) en de dichtbevolkte en industrieele gebieden langs de rivier. Uit studies die in België zijn uitgevoerd en uit de studie van L. de Bruyn komen aan de hand van een primaire functie-analyse enkele principiele oplossingsmogelijkheden naar voren: 1) Waterstand beheersen. - Bijvoorbeeld m.b.v. gecontroleerde overstromingen: Dit kan in zogenaamde potpolders plaatsvinden. - Het verbreden van de rivierarmen: Dit komt neer op het "naar achter verpláatsen van de bestaande dijken". Daar dit astronomisch hoge kosten met zich meebrengt, lijkt dit geen reële oplossing. - Permanente afsluiting: Met het oog op de scheepvaart is dit onmogelijk. - Een tijdelijke afsluiting: Een dergelijke afsluiting zou neerkomen op een stormvloedkering. 2) Dijkverbeteren. 3) Combinatie van bovengenoemden. 4) Gevolgen beperken In dit afstudeerwerp is een stormvloedkering van Antwerpen ontworpen.Constructieve WaterbouwkundeHydraulic EngineeringCivil Engineering and Geoscience

    Ontwerpfilosofie voor een baggerspeciedepot in het Hollandsch Diep

    No full text
    De waterbodems van de rivierrnondingen in Nederland zijn in de laatste decennia sterk vervuild geraakt. Deze vervuiling is schadelijk voor het milieu en de volksgezondheid. Vanwege de schadelijke gevolgen is het landelijk beleid erop gericht de waterbodem te saneren. Naast het saneren van de waterbodem in de rivierrnondingen komt vervuilde specie ook vrij bij het op diepte houden van havens en scheepvaartwegen. Aangezien het sterk vervuilde slib niet zomaar gestort kan worden en de bestaande reinigingstechnieken tot op heden niet economisch haalbaar zijn, is het bergen van specie in depots de enige oplossing. De Nederlandse regering heeft besloten een grootschalig depot te bouwen in het Hollandsch Diep voor de opslag van verontreinigde baggerspecie uit de zuidrand van het noordelijk deltabekken, waaronder de Haringvliet en Hollandsch Diep. De bouw van het depot wordt uitgevoerd in opdracht van de Directie Zuid-Holland van Rijkswaterstaat. Het voorontwerp voor dit depot is door de Directie Zuid-Holland uitgewerkt en in 1995 afgerond. De meeste vergunningen voor de bouw zijn reeds verleend. Momenteel is door de Directie Zuid-Holland de opdracht verstrekt aan de Bouwdienst van Rijkswaterstaat om het definitieve ontwerp en bestek te maken. De randvoorwaarden en uitgangspunten, beschreven in het Programma van Eisen, leiden tot ontwerpwaarden (kruinhoogte, levensduur, etc.), die binnen een bepaalde marge nog kunnen varieren. Het definitieve ontwerp en bestek dient binnen het kader van dit Programma van Eisen opgesteld te worden. De ontwerpwaarden moeten een vaste waarde toegekend krijgen in het definitieve ontwerp. Om een beargumenteerde keuze te kunnen maken, is het belangrijk om de ontwerpwaarden in het definitieve ontwerp te optimaliseren op basis van een aantal ontwerpaspecten. Ontwerpaspecten zijn belangrijke beoordelingscriteria, waarvan de invloed door het ontwerp van verschillende zijden wordt belicht. Voor de optimalisatie dient de "som" van de ontwerpaspecten het gunstigst te zijn. Om deze "som" te kunnen maken, is het echter weI essentieel om de verschillende ontwerpaspecten een identieke vergelijkingsbasis te geven. Hiertoe dient een hulpmiddel ontwikkeld te worden. Dit hulpmiddel wordt als volgt vormgegeven. Allereerst wordt een aantal ontwerpaspecten gedefinieerd die zijn afgeleid uit het kader waarbinnen het depot ontworpen dient te worden. Deze ontwerpaspecten vorrnen de steunpilaren van de ontwerpfilosofie. Vervolgens worden de betreffende ontwerpaspecten toegelicht. Daarna wordt de invloed van het ontwerp op de aspecten bepaald om een onderbouwde afweging voor de ontwerpwaarden te kunnen maken. Het vaststellen van de invloed van de ontwerpaspecten gebeurt met behulp van een rendementstheorie. Hierin wordt het totale bergingsproces beschouwd. Voor ieder procesonderdeel worden het milieurendement en de kosten berekend. In het hele bergingsproces dient het geld evenwichtig te worden uitgegeven. De verhouding voor de overige stappen (baggeren, transporteren en storten) is reeds bepaald. Het depot moet hieraan gerelateerd worden. Voor het depot zal de rendement-kosten verhouding beter dienen te zijn dan de "zwakste schakel" van de bergingsprocesonderdelen. Om de ontwerpaspecten van een baggerspeciedepot te kunnen bepalen is het belangrijk het kader van het depot te analyseren.Hydraulic EngineeringCivil Engineering and Geoscience

    Aantasting van dwarsprofielen in vaarwegen: Technische aanbevelingen voor oeververdedigingen van losgestorte en gezette steen

    No full text
    Voor het ontwerp van een oeververdediging in een vaarweg is kennis van de mogelijke belastingen en de sterkte van de constructieonderdelen nodig. De belasting wordt voornamelijk veroorzaakt door de scheepsgeinduceerde waterbeweging. In figuur 3 is een overzicht gegeven van de relaties tussen de verschillende aspecten die van belang zijn bij het ontwerp van een oeververdediging in een vaarweg. In hoofdstuk 2 wordt de scheepsgeinduceerde waterbeweging behandeld. De hoofdstukken 3 en 4 hebben betrekking op het ontwerp van oeververdedigingsconstructies van losgestorte en gezette steen. In hoofdstuk 5 wordt de probabilistische rekenmethodiek ui teengezet. Aan de hand van enkele case-studies zullen de formules worden toegelicht in hoofdstuk 6. Hierbij zal gebruik worden gemaakt van een zogenaamde checklist (appendix III) en een stroomschema (appendix IV), die een overzicht geven van de noodzakelijke berekeningen en rekenregels. De eigenlijke formules en rekenmethodieken zijn bijeengezet in appendix II, terwijl de symbolen in appendix I worden verklaard

    Sedimentation in reservoirs: Investigating reservoir preservation options and the possibility of implementing Water Injection Dredging in reservoirs

    No full text
    Sedimentation in reservoirs is a consequence of constructing a barrier in a flowing river, which results in a decrease of the transport capacity of the river. The storage capacity of the reservoir decreases due to the accumulation of sediments and the river downstream starts to erode due to the disturbance of the sediment balance. Water Injection Dredging can be an interesting option in order to counteract these processes. This method injects water in the bottom of the reservoir, creating hereby density currents which are capable of transporting large amounts of sediment. The sediment can in this way be transported towards the dead storage of the reservoir or be sluiced out of the reservoir through the bottom outlets of a dam, which will increase the storage capacity of a reservoir considerably. Because the density current uses gravitation and the natural slope of the reservoir, this method is a relative cheap and quick way to transport sediments. The dredging installation is also relatively simple and basic. If the sediments are sluiced through the dam, the disturbance of the sediment balance in the river can be counteracted. It is however necessary to investigate whether or not the river is capable of dealing with the increased sediment load in the river downstream of the dam. The high production rates of Water Injection Dredging results in high sediments peaks, which the river should be able to transport. Case studies done in the scope of this thesis show that the method can be a competitive and feasible method that can be used to counteract sedimentation problems in reservoirs, if some specifications of the investigated reservoirs were different. If these specific requirements for Water Injection Dredging in reservoir are met, the method can restore the reservoir capacity in a cheap and effective way. More research and testing the method in practice will be necessary however.Dredging EngineeringHydraulic EngineeringCivil Engineering and Geoscience

    Erosie door open taludbekledingen. Samenvattend verslag + Bijlage A t/m D

    No full text
    Open taludbekledingen die bestaan uit in verband geplaatste betonblokken met gaten, bieden de mogelijkheid vegetatie te doen groeien, waardoor mogelijk een milieuvriendelijke oever kan worden verkregen. In het pioniersstadium van de vegetatie is het evenwel ongewenst dat de gatvulling uitspoelt. Teneinde de relatie tussen waterbeweging en erosie van de gatvulling vast te stellen, is door de Dienst Weg- en Waterbouwkunde van Rijkswaterstaat per brief d.d. 16 maart 1987 (kenmerk WB 570), opdracht verleend aan het Waterloopkundig Laboratorium tot het uitvoeren van onderzoek naar de erosie door open taludbekledingen. Het doel van het onderzoek is het ontwikkelen van ontwerprichtlijnen voor taludbekledingen met gaten die groter zijn dan de zand- of filterkorrels eronder. Hiertoe dient de kritieke waterbeweging bij een oever- of dijkbekleding te worden vastgesteld, waarbij nog toelaatbare erosie is te verwachten. De toelaatbare erosie mag daarbij maximaal gelijk zijn aan de hoeveelheid sediment in de gaten. Filter- of basismateriaal gelegen onder de elementen mag dus niet uitspoelen. Bij oeverbekledingen waar vegetatie een rol moet gaan spelen, is de toelaatbare erosie kleiner, dat wil zeggen in de gaten dient sediment achter te blijven.Steenzettingen - TAW/EN
    corecore