663 research outputs found
Rodney Van Meter
Current generations of hard disk drives use a technique known as zoned constant angular velocity (ZCAV), taking advantage of the geometry to increase total disk capacity by varying the number of disk sectors per track with the distance from the spindle. A side effect of this is that the transfer rate also varies with sector address. We analytically estimated and measured this effect on file system performance on a BSD Fast File System, showing a drop of roughly 25% in peak transfer rate depending on head position. We also show that, while ZCAV effects cannot be ignored, a simple linear model adequately estimates the performance from the few parameters normally available in disk drive spec sheets. 1 Introduction Many magnetic disk drives use a technique known as zoned constant angular velocity (ZCAV), taking advantage of the geometry to increase total disk capacity by varying the number of disk sectors per track with the distance from the spindle. A side effect of this is that the tr..
When entanglement meets classical communications: Quantum Teleportation for the Quantum Internet
Quantum Teleportation is the key communication functionality of the Quantum Internet, allowing the 'transmission' of qubits without the physical transfer of the particle storing the qubit. Quantum teleportation is facilitated by the action of quantum entanglement, a somewhat counter-intuitive physical phenomenon with no direct counterpart in the classical word. As a consequence, the very concept of the classical communication system model has to be redesigned to account for the peculiarities of quantum teleportation. This re-design is a crucial prerequisite for constructing any effective quantum communication protocol. The aim of this manuscript is to shed light on this key concept, with the objective of allowing the reader: i) to appreciate the fundamental differences between the transmission of classical information versus the teleportation of quantum information; ii) to understand the communications functionalities underlying quantum teleportation, and to grasp the challenges in the design and practical employment of these functionalities; iii) to acknowledge that quantum information is subject to the deleterious effects of a noise process termed as quantum decoherence. This imperfection has no direct counterpart in the classical world; iv) to recognize how to contribute to the design and employment of the Quantum Internet.</p
Het effect van kribverlaging op de afvoercapaciteit van de Waal ten tijde van hoogwater
Om in de toekomst de veiligheid rondom de Nederlandse rivieren tegen overstromen te waarborgen heeft het kabinet het standpunt "Ruimte voor de Rivier" ingenomen. Hierin staat beschreven dat in 2015 een pakket aan maatregelen ervoor moet zorgen dat een maatgevende Rijnafvoer van 16.000 m³/s binnen de gestelde veiligheidsnormen moet kunnen worden afgevoerd. Deze maatregelen betreffen naast extra dijkverbeteringen projecten die ervoor moeten zorgen dat de ruimte wordt teruggegeven aan de natuur. Een van deze maatregelen is het verlagen van de kribben in de Waal. Door het verlagen van de kribben zal de hydraulische weerstand van de rivier afnemen. Hierdoor wordt de afvoercapaciteit van de rivier vergroot. Het is echter onduidelijk hoeveel de afvoercapaciteit zal toenemen en of kribverlaging een effectieve maatregel tegen de hoogwaterproblematiek is. Doel van dit onderzoek is het bepalen van de toename van de afvoercapaciteit als gevolg van kribverlaging. Om deze doelstelling te verwezenlijken moet de bijdrage die de weerstand van de krib levert aan de hydraulische weerstand van de rivier worden geanalyseerd en gekwantificeerd. De bijdrage die de weerstand van de krib levert aan de hydraulische weerstand van de rivier is onderzocht met behulp van twee eenvoudige eendimensionale modellen. De onzekerheden in deze modellen zijn verkleind met behulp van een 2DV numeriek model. Naar aanleiding van de resultaten van het 2DV model kan geconcludeerd worden dat de beste benadering voor het beschrijven van de stroming over een krib is om te weerstand van de krib te beschouwen als een sleepweerstand. Omdat de stroming bij overstroomde kribben driedimensionaal is, is ook gebruik gemaakt van een numeriek 3D model. Hiermee is bepaald hoe de hydraulische weerstand van de gehele rivier verandert als de kribben worden verlaagd. Uit de modelresultaten kan een goede schatting worden gegeven van de toename van de afvoercapaciteit gerealiseerd door het verlagen van de kribben. Op grond van de resultaten van het model kan worden geconcludeerd dat wanneer de kribben aan weerszijde van de rivier worden verlaagd met 1 meter de afvoercapaciteit kan toenemen met 200-250 m³/s. Een verlaging van 2 meter levert een toename op van 350-400 m³/s. Dit komt overeen met een waterstandsdaling van respectievelijk 7 en 13 cm voor een maatgevende Rijnafvoer van 15.000 m³/s.Civil Engineering and Geoscience
Havens en simulatie - Kwalitatieve analyse en afweging van bestaande simulatiepakketten voor de havenlogistiek
Simulatie is in de laatste decennia met de opkomst van de computer een steeds belangrijkere plaats gaan innemen bij het oplossen van complexe problemen. Met de komst van steeds snellere computers met betere grafische mogelijkheden is naast het oplossen van problemen ook het uitbeelden van de problemen steeds belangrijker geworden. De animatie wordt steeds vaker gebruikt om de opdrachtgever of het grote publiek te overtuigen van de kracht van simulatie. Door de complexe vervoersstromen in de hedendaagse havens heeft simulatie ook in deze sector een belangrijke plaats ingenomen. De naam van het simulatiepakket dat hier vaak voor gebruikt wordt is Prosim, een pakket dat zeer geschikt is voor het simuleren van de havenlogistiek. Ondanks dat het pakket zeer geschikt is voor de simulatie van havens zitten er een aantal nadelen aan het pakket. Een van de nadelen is de beperkte mogelijkheid tot het maken van animatie. Hierdoor is de onderzoeksvraag ontstaan: Welk simulatiepakket is geschikt voor het simuleren van de vervoersstromen in hedendaagse havens en heeft dit pakket uitgebreide animatiemogelijkheden ? Om tot de oplossing te komen van de vraagstelling zijn vijf pakketten door middel van een multi criteria analyse (mca) met elkaar vergeleken. Tevens is er een testcase in de vorm van een model met het gekozen pakket gemaakt. De onderzochte pakketten zijn: * eM-Plant (Tecnomatix) * Arena (Rockwell simulation software automation) * Automod (Brooks automation) * Prosim (Prosim B.V.) * 4 Tomas (H.P.M. Veeke en J.A. Ottjes) De volgorde van geschiktheid op basis van de gestelde criteria en de gewichten van deze criteria is weergegeven op basis van de rangorde van de bovenstaande tabel. De grootste verschillen tussen de verschillende pakketten zijn te vinden in animatie, flexibiliteit en documentatie. Door middel van een casestudie is er volgens gekeken of het gekozen simulatiepakket daadwerkelijk geschikt is voor het maken van havensimulaties. De case studie betrof een haven waarin een aantal problemen spelen. Deze problemen worden vooral veroorzaakt door een gebrek een capaciteit en een te geringe diepte. Voor de haven zijn een aantal alternatieven opgesteld: * Behouden van de huidige situatie (0-alternatief). * De aanleg van een extra aanlegplaats in combinatie met een vergroting van de diepte naar CD -11 meter bij twee van de vier aanlegplaatsen. * De aanleg van een extra aanlegplaats in combinatie met een vergroting van de diepte naar CD -13 meter bij twee van de vier aanlegplaatsen. Deze alternatieven zijn vervolgens uitgewerkt in de vorm van simulatiemodellen.Civil Engineering and Geoscience
Maatschappelijke kosten-batenanalyse (MKBA): Planstudie Nieuwe Zeesluis IJmuiden, fase 1
In deze KBA worden dus de kosten en baten berekend van het eerder beschikbaar hebben van een grotere nieuwe sluis (projectalternatief) ten opzichte van de situatie waarin de bestaande Noordersluis in 2029 wordt vervangen door een sluis van vergelijkbare omvang (nulalternatief). In de KBA zijn drie groottes doorgerekend, de breedte is 60, 65 en 70 meter, de lengte 500 meter en de diepte 17 (70 meter sluis) en 18 meter (60 en 65 meter sluis). In de basisvarianten is aangenomen dat de huidige Noordersluis na aanleg van de nieuwe grotere sluis buiten gebruik gesteld wordt. De huidige Noordersluis is overigens 50 meter breed, 400 meter lang en 15 meter diep. De scope van de planstudie en de besluitvorming heeft betrekking op de omvang van de capaciteit van de zeetoegang zelf en daarmee op de transportfunctie van het havencomplex. De capaciteit van de zeetoegang groeit in het projectalternatief door de vergroting van de capaciteit van 95 tot ongeveer 125 miljoen ton. Parallel aan deze studie heeft de provincie een onderzoek gedaan naar de nog beschikbare fysieke en milieucapaciteit van de haventerreinen in het Noordzeekanaalgebied. Uit deze studie komt naar voren dat voor het creëren van extra ruimte voor overslag tot 125 miljoen ton enkele maatregelen nodig zijn, zoals het samenvoegen van natte en droge kavels, het herontwikkelen van niet in gebruik zijnde terreinen of terreinen buiten Westpoort en het benutten van Hoogtij. Daarnaast zijn extra maatregelen in het havengebied nodig ten aanzien van geluid en luchtkwaliteit. Dit betreft onder meer de aanpassing van de geluidzonering in Westpoort. Bovengenoemde maatregelen of eventueel benodigde investeringen hebben betrekking op de op- en overslag van goederen in het havengebied en zijn gegeven de scope van de planstudie niet meegenomen in deze KBA. De impliciete aanname hierbij is dat eventuele investeringen gedekt kunnen worden uit de (grond) exploitatie. Wel is in de analyse gekeken naar effecten op de achterlandverbindingen, aangezien hier bij grote effecten wellicht publieke investeringen nodig zijn.Sluis IJmuide
Hydrodynamica en morfodynamica van de monding van het Haringvliet
Onder de rook van het Rotterdamse havengebied ligt het Haringvliet. Het Haringvliet is het bovenste estuarium van de Nederlandse rivierendelta en is in 1970 met een dam afgesloten. Deze Haringvlietdam is uitgevoerd met spuisluizen. Het gebied aan de zeezijde van de dam, de monding van het Haringvliet, is door deze ingreep sterk veranderd en is een interessant natuurgebied geworden. Door de steeds wisselende waterbewegingen is een dynamisch kustgebied ontstaan met geulen, platen, slikken en schorren. Tevens is het gebied een veel bezocht recreatiegebied. Duinen en strand langs de kust van Goeree, Rockanje en Voome dienen zowel voor recreatie, natuur als primaire waterkering. Door het Slijkgat en NoordPampus loopt de vaargeul waardoor de haven van Stellendam bereikbaar is. Met het huidige spuibeheer van de Haringvlietsluizen (LPH84) wordt tijdens laagwater zoet rivierwater in de monding van het Haringvliet geloosd. Momenteel worden plannen ontwikkeld om de Haringvlietsluizen voor een deel voortdurend open te zetten. De morfodynamische ontwikkelingen, die ten gevolge van het openen van de Haringvlietsluizen in de monding van het Haringvliet zullen plaatsvinden, zijn onderzocht met behulp van een computermodel. Met behulp van DELFT2D-MOR, dat door het Waterloopkundig Laboratorium ter beschikking is gesteld, is een 2D-morfodynamisch model van de monding van het Haringvliet ontwikkeld. Het Haringvliet-model heeft een voldoende toegesneden resolutie, zodat de processen in het gebied goed kunnen worden gesimuleerd. Hierbij zijn de handelingen, die nodig zijn bij de ontwikkeling van een model, als aanvulling op bestaande handleidingen, uitgebreid vastgelegd. Ten einde inzicht te verkrijgen in de mogelijkheden en de beperkingen van de modellering van een intergetijdebekken met DELFT2D-MOR, is het model kwalitatief aan een validatie en gevoeligheidsanalyse onderworpen. Hierbij zijn diverse variabelen zoals de korrelgrootte, de windopzet, het getijverschil en verschillende vormen van golf-stroominteractie onderzocht. Met name de korrelgrootte, die in het model uniform is verdeeld, en de golfstroominteractie bepalen de nauwkeurigheid van het resultaat. Met het ontwikkelde model zijn berekeningen met het huidige spuibeheer en het GETEMD GETIJ spuibeheer uitgevoerd. De berekeningen zijn getoetst aan metingen, aan een conceptueel model en aan de resultaten van het gevoeligheidsonderzoek. Het model laat onder gemiddelde omstandigheden een brede varieteit aan in de natuur geobserveerde bodemveranderingen zien. In de Bijker-transport formule, die in deze studie is toegepast, wordt dwarstransport van sediment door golfasymmetrie niet berekend. Het ontbreken van dwarstransport door golfasymmetrie en de uniform verdeelde korrelgrootte verklaren de grote verschillen met de metingen. Met behulp van de resultaten van de berekeningen en het validatie- en gevoeligheidsonderzoek zijn voorspellingen gedaan met betrekking tot de ontwikkeling van de monding van het Haringvliet onder invloed van het GETEMD GETIJ spuibeheer. Door het openen van de sluizen treedt er een verruiming van de geulen en een uitbouw van de Haringvlietdelta op. De veranderingen strekken zich tot de NAP -7.5 meter dieptelijn.Hydraulic EngineeringCivil Engineering and Geoscience
Water tegen de dijk 1993: De toestand van de rivierdijken tijdens het hoogwater van december 1993
In december 1993 zijn in Rijn en Maas extreem hoge waterstanden voorgekomen. Bij Lobith steeg het water tot 16,39 meter boven NAP (25 december), bij Borgharen trad zelfs de hoogste afvoer van deze eeuw op met een bijbehorende waterstand van 45,90 meter boven NAP (22 december). Op de beide rivieren was tegelijkertijd sprake van een topafvoer. Dat kwam bijvoorbeeld bij het voorlaatste hoogwater in 1988 niet voor. Toen was er alleen sprake van een hoge Rijnafvoer. Door deze combinatie van topafvoeren werd van de rivierdijkbeheerders in het land van Maas en Waal in deze periode een zeer grote inspanning vereist. Het hoogwater heeft in het niet bedijkte gedeelte van Limburg voor veel wateroverlast gezorgd. In het bedijkte gedeelte van de Rijn, Waal, IJssel en Maas, waar zo'n 1500 kilometer dijk ligt, was er geen sprake van overstroming van de bandijken en schade op uitgebreide schaal achter of aan de dijk. Net als tijdens het hoogwater van maart 1988 is dit te danken aan de geringe windkracht en de gunstige windrichting die tijdens het hoogwater voorkwam. Daardoor is er geen golfoploop van betekenis geweest. Evenmin was er sprake van opstuwing vanuit de Noordzee en het IJsselmeer, hetgeen vooral van belang is geweest voor de waterstanden bij Kampen en Dordrecht.TAW/EN
De ontwikkeling en implementatie van een etherefficiëntie-meter
De laatste jaren is er sprake van een sterk groeiende vraag naar radiofrequenties. Alhoewel het frequentiespectrum theoretisch onbeperkt lijkt, kan praktisch slechts een deel van de hele frequentieruimte worden benut vanwege de propagatie-eigenschappen van elektromagnetische radiogolven. De minister van Verkeer en Waterstaat heeft de centrale verantwoordelijkheid ten aanzien van het beheer en de verdeling van het frequentiespectrum. Zij wil beschikken over een instrument waarmee het ethergebruik beoordeelt kan worden en aan de hand waarvan een beleid gevoerd kan worden dat een efficiënter ethergebruik stimuleert; een etherefficiëntiemeter. In opdracht van de Rijksdienst voor Radiocommunicatie is de etherefficiëntie gedefinieerd en uitgewerkt tot een aantal deelaspecten. Aangegeven wordt welke invoerparameters voor de efficiëntie berekeningen vereist zijn en hoé deze verkregen kunnen worden. De etherefficiëntie-meter is uitgevoerd als een gebruikersvriendelijk computerprogramma.Applied SciencesElectrotechniekTelecommunications and Traffic Control Systems Grou
Transformatiepotentiemeter
Om op een efficiënte en systematische manier te kunnen vaststellen of een leegstaand of leegkomend kantoorgebouw voldoende potentie heeft om te worden omgebouwd tot woningen, is de zogenaamde Transformatiepotentiemeter ontwikkeld (Geraedts en Van der Voordt, 2000, 2003). Kort gezegd is dit een checklist met vetocriteria en graduele criteria, waarmee kan worden bepaald welke kenmerken van de locatie en het gebouw gunstig of ongunstig zijn voor succesvolle transformatie. Snel en globaal (Quick Scan) of meer gedegen en gedetailleerd (Haalbaarheidscan). De meter is door verschillende marktpartijen in de praktijk toegepast. Ook afstuderende bouwkundestudenten hebben er veelvuldig gebruik van gemaakt. Zoals het goede studenten betaamt, hebben zij het instrument kritisch tegen het licht gehouden. Zie hiervoor onder meer de afstudeerscripties van Nicole de Vrij, Klaas Jan Boer, John Magielsen, Kawai Pang en Niels Jongeling. Op basis van de toetsing in de praktijk is de oorspronkelijke Transformatiepotentiemeter geëvalueerd en verbeterd. Toegevoegd zijn twee nieuwe stappen: Scan financiële haalbaarheid en Checklijst risico’s planvorming. Hiermee kan de haalbaarheid van een transformatieproject verder onderzocht worden. In dit hoofdstuk beschrijven we de nieuwe Transformatiepotentiemeter en positioneren we dit instrument in de besluitvorming over een GO/NO GO in de initiatieffase. Voor deze bijdrage zijn interviews gehouden met bij transformatie betrokken partijen in Nederland. Aan hen is onder meer de vraag voorgelegd, welke aspecten zij op locatie- en gebouwniveau het meest belangrijk vinden voor een kansrijke transformatie. Verder is gebruik gemaakt van uitkomsten uit onderzoek naar woonwensen in relatie tot locatie- en gebouwkenmerken.Accepted manuscriptDesign & Construction ManagementReal Estate Managemen
Ontwerp van een in diepwatergeplaatst betonnen oliereservoir
Indien oliewinning in zee plaats vindt, kan het voordelig zijn een in diepwater geplaatst oliereservoir bij de winplaats te gebruiken. In dit afstudeerwerk wordt een betonnen oliereservoir ontworpen met een inhoud van 50.000 kubieke meter. het reservoir dient als buffer opslag, van waaruit de voorgeraffineerde olie in een tanker wordt overgeslagen. De inhoud is gelijk aan de weekproductie van een normaal olieveldHydraulic EngineeringCivil Engineering and Geoscience
- …
