126 research outputs found

    Onderzoek naar de mogelijkheid van afsluiting van de Oosterschelde met een gedeeltelijk geprefabriceerde stormvloedkering. Deelrapport 6: Caissons gefundeerd op putten

    No full text
    op de kering uitgeoefende belastingen door een puttenfundering afgeleid naar de draagkrachtige lagen van het pleistoceen. Bij het onderhavige ontwerp caissons op putten zjn de caissons op drie punten opgelegd: - aan de Oosterscheldezijde op twee putten voor het opnemen van horizontale krachten; - aan de zeezijde een centrale betonnen paal voor het opnemen van verticale belastingen. In hoofdstuk 3 van dit deelrapport zijn de resultaten van een gevoeligheidsonderzoek naar de afmetingen en opleggingen van een dergelijk ontwerp weergegeven. De lengte van de caissons varieerde van 32 tot 60 m en er werden twee oplegsystemen een 3 vlaks- en een 4-vlaksoplegging in beschouwing genomen. De sterkteberekeningen zijn verricht volgens de eindige elementen methode. Er is geen beoordeling ten aanzien van het bezwijkgedrag van de constructie gegeven, wel is gezocht naar maatgevende doorsneden. Stabiliteit en oplegreacties zijn vergeleken. De randvoorwaarden grondmechanische aspecten komen uit dit rapport slechts summier aan de orde. In de deelrapporten 3 en 4 Grondmechanische aspecten en Caissons op staal zijn die factoren uitgebreid geanaliseerd. De berekeningsresultaten van het gevoeligheidsonderzoek zijn in hoofdstuk 4 vermeld. In 4.5 wordt een overzicht van een aantal detailberekeningen van voorspanningen en wapenings hoeveelheden gegeven. In hoofdstuk 2 wordt het in nederland voorhanden heimateriaal getoetst op bruikbaarheid en vervolgens wordt een aantal plaatsingsmethodieken besproken. Er is ook een uitgebreide analyse gemaakt van mogelijke paalconstructies t.b.v. de fundering aan de noordzeezijde en aan de oosterscheldezijde. Hoofdstuk 6 geeft een beschouwing van mogelijke materialen voor de oplegconstructies tussen caissons en palen.Deltawerken, Oosterscheld

    Survey results: Values and care for remote environments

    No full text
    This repository includes survey data to accompany: Kaikkonen, L., van Putten, I. We may not know much about the deep say, but do we care about mining it? People and Nature The accompanying R scripts for data analysis may be accessed via github. Author: Laura Kaikkonen (2021) Correspondence: [email protected]

    Exploring responsible innovation of large technological systems in society

    No full text
    This introduction presents an overview of the key concepts discussed in the subsequent chapters of this book. The book describes responsible innovation in terms of both the innovation process and the innovation outcome, and in doing so it focuses on historical cases of innovation in large societally relevant technological systems. It illustrates how responsible innovation can be defined by discussing how it is applied or can be applied in specific cases of societally relevant large technological systems. The book focuses on large societally relevant, technological systems, most contributions take a systems perspective in which social and technological aspects are explored in combination. It explores how responsible the innovation process was during three episodes of wind power development: the American farm windmill between 1850 and 1880 in the USA, the direct current electricity wind turbine between 1890 and 1910 in Denmark, and the alternating current electricity wind turbine between 1940 and 1990 in the USA.Green Open Access added to TU Delft Institutional Repository ‘You share, we take care!’ – Taverne project https://www.openaccess.nl/en/you-share-we-take-care Otherwise as indicated in the copyright section: the publisher is the copyright holder of this work and the author uses the Dutch legislation to make this work public.Economics of Technology and InnovationValues Technology and InnovationEnergie and Industri

    Onderzoek naar de mogelijkheid van afsluiting van de Oosterschelde met een gedeeltelijk geprefabriceerde stormvloedkering. Deelrapport 3: Grondmechanische aspekten

    No full text
    Mede op grond van de resultaten van onderzoek en studie van de fundering van de kering is overgestapt van het oorspronkelijk ontwerp van caissons op staal naar pijlers op putten. De belangrijkste overwegingen daarvoor zijn geweest de factoren tijd en kosten, welke voortvloeiden uit de technische kanten van de verschillende ontwerpen. Bij de technische uitwerking van beide principe oplossingen bleek dat de toleranties, vertaald in een verschil in stand tussen 2 naastliggende caissons of pijlers, niet zo zeer bepaald werd door de deformatie van de ondergrond als wel door de vlakheid van de drempel. Aangezien ervan uitgegaan werd dat systematische onvlakheden van 0,35 m bij de drempel aanleg verwacht moesten worden werd een puttenfundering in dit opzicht gunstiger beoordeeld. Immers bij putten kan de bovenkant vlak afgewerkt worden alvorens de pijler of caisson erop te plaatsen. Bovendien was een fundering op putten minder deformatie-gevoelig dan een fundering op staal.Deltawerken, Oosterscheld

    Tussen Waterweg en Haringvliet 1953-1978

    No full text
    Beschrijving van de veranderingen in het gebied (Voorne-Putten, Rozenburg) door en direct na de watersnoodramp van 1953, de aanleg van de havens van Rotterdam (Botlek, Europoort), de opoffering van het natuurgebied “De Beer”, en de (nooit uitgevoerde) plannen om van heel Voorne-Putten een havengebied te maken

    Verbetering van verstaanbaarheid in teleconferenties door het gebruik van beamformen

    No full text
    De verstaanbaarheid van de aanwezigen bij teleconferenties is minder dan bij gesprekken waarbij beide partijen zich in \'e\'en ruimte bevinden, aangezien stoorsignalen net zo goed worden opgenomen en verder de ruimtelijke informatie van de spraak verloren gaat. Een systeem werd ontworpen dat real-time bepaalt uit welke richting iemand spreekt, geluid uit overige richtingen onderdrukt en het geluid daarna afspeelt alsof het uit de richting kwam waarvandaan gesproken werd om zo het probleem te verhelpen. Acht microfoons nemen het geluid op, waarna dit geluid in het frequentiedomein wordt verwerkt. Eerst wordt er in vijf richtingen gebeamformd, waarna van elk van deze vijf richtingen de energie wordt bepaald. De richting met de hoogste energie wordt dan gekozen uit als de gewenste. Convolutie met een `head-related transfer function' geeft dan geluid dat lijkt alsof het uit de bepaalde richting komt. Dan wordt door middel van de Overlap-Add-methode het signaal teruggetransformeerd naar het tijdsdomein, waarna het wordt afgespeeld via een koptelefoon. De ontworpen beamformer werkt het beste boven frequenties van 2000 Hz. De richtingbepaling werkt voldoende nauwkeurig en snel. Verder kunnen luisteraars herkennen uit welke richting oorspronkelijk gesproken werd. Aanbevolen wordt in een vervolg een frequentieonafhankelijk beamformalgoritme te gebruiken, een richtingbepaling op basis van kruiscorrelatie toe te passen en een manier te ontwerpen die het geluid ruimtelijk weergeeft door luidsprekers.Multimedia Signal ProcessingElectrical Engineering, Mathematics and Computer Scienc

    De aanleg van helmbegroeiing op zeewerende duinen

    No full text
    Krachtens de Deltawet dienen zeewerende duinen aan minimum eisen te voldoen. Hiertoe moet plaatselijk de zeereep kunstmatig worden verhoogd en verbreed en het zand door middel van begroeiing, vrijwel uitsluitend helm en noordse helm, worden vastgelegd. Deze planten worden als vanouds met de hand aangebracht. In een voorgaand onderzoek is op proefvelden aangetoond dat met het zaaien van helm en het ineggen van stengeldelen goede resultaten kunnen worden verkregen. Om tot een afweging van de verschillende poot-, zaai- en stengeldeelmethoden te komen, werd het noodzakelijk geacht de methoden onderling op praktijkschaal te vergelijken. Tijdens de duinverzwaring op Voorne zijn de drie methoden op grote schaal uitgevoerd. De ontwikkeling van de aanplant is met behulp van een speciaal ontwikkelde luchtfotografie techniek gevolgd en in dit rapport beschreven. Daarnaast worden de resultaten vermeld van veldproeven, waarin de effecten van zaaien stengeldichtheid en van bemesting werden onderzocht. Het blijkt dat bemesting met langzaam vrijkomende kunstmest meer bepalend is voor de totale helmgroei dan de zaai- of stengeldichtheid. Indien tijdens de aanleg wordt bemest met 80 kg stikstof (N), 20 kg fosfaat (P) en 20 kg kalium (K) per ha, van een type NPK-meststof dat 12 a 14 maanden werkzaam is, wordt een vergelijkbare helmgroei verkregen met 15 kg helmzaad (90% kiemkrachtig) per ha, 40 stengeldelen (van 15 cm lengte) per m2 en, aangepast naar de Algemene Voorwaarden voor de Uitvoering van Werken (UAV), (op 50 x 70 cm) gepote helm. Voorwaarde is dat, na het zaaien of ineggen van de stengeldelen, het zandoppervlak met stro wordt vastgelegd. In dit rapport worden de kosten en de baten van helm poten, zaaien en het ineggen van stengeldelen vergeleken. Het blijkt dat, indien deze drie methoden onder optimale omstandigheden worden uitgevoerd, er onderling weinig verschillen in helmgroei meetbaar zijn. Helm zaaien is goedkoper dan het ineggen van stengeldelen en helm poten is de duurste methode. Geconcludeerd wordt echter dat niet alleen de prijs, maar ook de overige omstandigheden moeten worden betrokken in de afweging van de drie methoden. De milieu-omstandigheden zijn namelijk sterk bepalend voor het eindresultaat. Gezaaide helm is erg gevoelig voor in en uitstuiving en het eindresultaat is heterogener. dan van stengeldelen en gepote helm. Ook is de kwaliteit van het plantmateriaal erg belangrijk. Helmplanten of stengeldelen afkomstig uit een oude, vergraste helmbegroeiing geven een slecht plantresultaat. Door de ontwikkeling van de vegetatie jaarlijks te vervolgen kan in de toekomst worden bepaald of en in hoeverre het resultaat van een bepaalde aanplantmethode afwijkt van de vegetatiesamenstelling in een natuurlijk helmduin. In een voorgaand onderzoek is de degeneratie van helm in verband gebracht met het voorkomen van schadelijke organismen in de bodem. Deze bodemorganismen ontwikkelen zich op de wortels van helmplanten. Aanplant van helm op zand waar reeds helm heeft gegroeid, leidt meestal tot slechte resultaten, zoals sterfte of trage hergroei van de planten. In dit rapport wordt aangetoond dat deze schadelijke organismen algemeen voorkomen in helmduinen en zelfs aanwezig zijn op plekken waar de begroeiing vitaal is. Deze schijnbare tegenstrijdigheid wordt verklaard door de voortdurende instuiving van strandzand in een vitaal helmbestand. Dit aangestoven zand, waarvan is aangetoond dat het nog geen schadelijke organismen bevat, biedt helm de mogelijkheid letterlijk te ontsnappen aan de negatieve invloed van deze bodemorganismen. Hoogstwaarschijnlijk is een combinatie van bodemschimmels en aaltjes verantwoordelijk voor de degeneratie van helm. Vergelijkende proeven wijzen uit dat noordse helm minder gevoelig is voor deze organismen dan helm. Op zand waar nog geen helm heeft gegroeid (nieuw zand) wordt de groei van jonge aanplant niet geremd. Met het aanbrengen van het plantmateriaal worden de schadelijke organismen echter geïntroduceerd in nieuw zand, waardoor dit binnen een jaar volgens de definitie is veranderd in oud zand.TAW/EN

    Implementatie van systeemgerichte contractbeheersing binnen Rijkswaterstaat: Onderzoek naar de implementatie en de effectiviteit van SCB binnen Rijkswaterstaat Zuid-Holland

    No full text
    Doordat de kwaliteitsbeheersing hierdoor bij de opdrachtnemer komt te liggen is bij Rijkswaterstaat systeemgerichte contractbeheersing (SCB) ingevoerd. De vraag is nu hoe ver Rijkswaterstaat is met het invoeren van SCB en welke factoren bepalend zijn voor het succesvol toepassen van SCB. Om de implementatie en de effectiviteit van SCB te bepalen en/of te verbeteren worden de succesfactoren en de mate van implementatie bij verschillende projecten binnen Rijkswaterstaat Zuid-Holland bepaald.Design and Construction processesDesign and ConstructionCivil Engineering and Geoscience

    Het 'Rehandle' Werktuig: Onderzoek naar de inzet van een baggerwerktuig voor het winnen van zand uit een klapput, ten behoeve van het uitvoeren van zandsuppleties

    No full text
    Een goed alternatief voor een bij strandsuppleties naar de wal persende sleephopperzuiger is een gescheiden systeem, met een 'rehandle dumpput' . De sleephopperzuiger dumpt hierbij het gewonnen zand in een put, waarna een tweede werktuig dit zand verder richting het strand verpompt. Het doel van deze studie is de uitwerking en de inpassing van het in te zetten 'rehandle werktuig'. Gelet moet worden op een uitvoeringsmethode die minder gevoelig is voor wisselende weersomstandigheden dan de huidige uitvoeringsmethode. Bij het uitvoeren van een suppletie vanaf open zee wordt de werkbaarheid (het aantal operationele of draai-uren) bepaald door een aantal factoren: \u95 bewegingen door zeegang en deining \u95 het aantal (logistiek) werkbare uren \u95 de eigenschappen van de grond \u95 de wijze van verankering. De voor de Nederlandse kust geldende omgevingscondities worden uitgedrukt in onder meer statistische verdelingen van golven en wind. Met name de beschrijvingen van significante golfhoogten en -perioden (seastates) is goed bruikbaar. Door het combineren van de algemene werkbaarheidsgegevens van het in te zetten materieel met de. omgevingscondities valt de werkbaarheid van dat materieel op een specifieke locatie vast te stellen. Daaruit wordt gevonden dat door een grote sleephopperzuiger 7000 m' in 2 ~ uur aangevoerd kan worden. Dit komt neer op een gemiddelde aanvoer van ruim 3000 m' zand per uur, door te voeren door het 'rehandle werktuig'. Aan de hand van een aantal functionele eisen en randvoorwaarden is een lijst met voor deze situatie geschikte werktuigen opgesteld. Drie werktuigen opererend vanaf het wateroppervlak: \u95 cutterzuiger (snijkopzuiger) \u95 winzuiger (diepzuiger) \u95 semi-submersible dredge. Drie werktuigen opererend vanaf de zeebodem: \u95 de 'Punaise' \u95 systeem met ejecteurpompen \u95 een 'leegzuigkanaal ' . Deze verschillende werktuigen zijn afgewogen aan de hand van een aantal criteria: \u95 invloed van de golfwerking (boven en onder water) \u95 invloed van het stortproces (" " " " ) \u95 kosten van de uitvoering (de gehele suppletie) \u95 gevoeligheid voor kostenvariaties \u95 extra uit te voeren werkzaamheden \u95 de uitvoerbaarheid van een bepaalde methode. Het blijkt dat de vanaf de zeebodem opererende werktuigen het beste aan de gestelde criteria voldoen. Met name de gevoeligheid voor kostenvariaties speelt hierin een grote rol. Van de vanaf de zeebodem opererende werktuigen wordt bij de 'Punaise' en het systeem met GENFLO ejecteurpompen de uitvoerbaarheid niet mogelijk geacht. Het 'leegzuigkanaal' blijkt het best inzetbare werktuig en is verder uitgewerkt.De werking van het 'leegzuigkanaal' is gebaseerd op het leegzuigproces zoals dat in het beun van de sleephopper wordt toegepast. Het zand wordt door het inspuiten van jetwater vloeibaar gemaakt (gefluïdiseerd) om vervolgens weggezogen te worden. Een fluïdisatiepijp wordt op de bodem van de dumpput aangebracht, waarop het zand door de sleephopper gestort wordt. Door de aan de pijp aangebrachte nozzles (spuitmondjes) wordt water horizontaal het zandpakket ingespoten. Boven de pijp ontstaan dan verticale kolommen van gefluïdiseerd zand. Deze kolommen sluiten aaneen tot een lang gerekt fluïdisatiekanaal. Door het wegzuigen van het zand-water-mengsel zal door een combinatie van bresgedrag (afschuiven van het zand in de dumpput) en fluïdisatie al het zand in de dumpput naar de zuigmond toestromen. Aan de hand van de zandeigenschappen, de diameter van de fluïdisatiepijp en de dikte van de bovenliggende zandlaag is het debiet voor de fluïdisatie van dit zand berekend. Dit is: 0,0065 m3/s per strekkende meter pijp. De nozzles komen aan beide kanten van de pijp, om de 1,93 meter. De diameter van de nozzles bedraagt ± 27 mm. Bij de zuigput is naar de volgende onderdelen gekeken: \u95 de vormgeving. Deze hangt onder meer af van het benodigde volume (minimaal één hopperlading) , benodigde laagdikte in de put, oploophoogte van het gestorte zand en de afmetingen van het beun van de sleephopper. Een put van 50 m lang, 10 m diep en taludhelling 1:2 wordt gevonden. \u95 de produktie van de put. Dit hangt af van de toestroming van zand naar de zuigmond. Analyse van het bresgedrag (walletjestheorie) in de put geeft een putproduktie van 2500 à 4800 m' per uur, wat voldoende moet zijn om het aangevoerde zand door te voeren. \u95 het aantal putten. Gebaseerd op de werkvolgorde van storten en leegzuigen, eventuele buffervoorraad en de mogelijkheden voor de aanleg van de putten wordt gevonden dat twee (aaneengesloten) dumpputten nodig zijn. Het totale zuigsysteem is vervolgens opgesteld. De putten worden om en om leeggezogen vanuit het midden van deze aaneengesloten putten. Het zand-water-mengsel wordt vervolgens via een zuigleiding naar een Self Elevating Platform gepompt. Op dit platform bevinden zich de baggerpomp, een boosterstation en de bedieningsruimten voor het gehele leegzuigsysteem. Vervolgens wordt het mengsel vanaf dit platform door een zinkerleiding richting het strand geperst. De zo opgestelde uitvoeringsmethode voor het uitvoeren van suppleties vanaf open zee blijkt beduidend goedkoper te zijn dan de 'huidige' methode en het systeem is ongevoelig voor ongunstige weersomstandigheden (bij ongunstige omstandigheden kan deze methode nog goedkoper uitvallen). Bijkomend voordeel is dat men hierdoor voor de uitvoering van suppleties minder aan de zomermaanden gebonden is.Hydraulic EngineeringCivil Engineering and Geoscience

    Correction to: An ethico-legal framework for social data science (International Journal of Data Science and Analytics, (2021), 11, 4, (377-390), 10.1007/s41060-020-00211-7)

    No full text
    The article ‘‘An ethico-legal framework for social data science’’, written by Nikolaus Forgó, Stefanie Hänold, Jeroen van den Hoven, Tina Krügel, Iryna Lishchuk, René Mahieu, Anna Monreale, Dino Pedreschi, Francesca Pratesi, David van Putten originally published electronically on the publisher’s internet portal (currently SpringerLink) on April 10, 2021 without open access. The copyright of the article changed t
    corecore