107 research outputs found
Optimalisatie van baggerwerkzaamheden op de Midden-Waal
De Waal is de meest bevaren rivier van Europa, jaarlijks wordt er zo'n 150 miljoen ton vracht over getransporteerd. Dit zal de komende 10 jaar met 40% toe nemen. Rijkswaterstaat heeft om de bevaarbaarheid en veiligheid te kunnen blijven waarborgen het Waalproject opgezet. Hoofddoelstelling van dit project is het vergroten van de vaargeul bij OLR (Overeengekomen Lage Rijnafvoer). Voor de Waal is OLR gelijk aan 777 m3/s en zijn de afmetingen van de vaargeul 2,50 m diep en 150 m breed. Voor de nieuwe eisen geldt een diepte van 2,80 m en een breedte van 170 m. Om aan deze eisen te voldoen is voor de Midden-Waal (tussen Nijmegen en Tiel) besloten om alle knelpunten weg te baggeren. Hierbij wordt het gebaggerde zand in diepere delen van de rivier teruggestort. Uit vooronderzoek is gebleken dat deze baggerwerkzaamheden kunnen worden geoptimaliseerd. Dit door gebruik te maken van de natuurlijke morfologische reactie van de rivier op ingrepen in het dwarsprofiel. Met name het nivelleren van bochten, waarbij zand vanuit de ondiepe binnenbocht in de diepe buitenbocht wordt gestort, en opeenvolgende zandvangen zijn veelbelovend. Het doel van dit onderzoek is een analyse van de mogelijkheden om de baggerhoeveelheden te minimaliseren via dergelijke ingrepen in het dwarsprofiel. De morfologische reacties op ingrepen zijn met Sobek-Sedredge berekend. Dit rekenpakket simuleert in een quasi twee-dimensionale omgeving de sedimentbeweging en morfologie in rivieren. Doordat niet eerder met dit pakket was gewerkt is veel tijd besteed aan het opzetten van het model. De optimalisatie van het nivelleren is gedaan door te varieren met de mate van nivellering, de lengte waarover de ingreep plaatsvindt en het tijdsinterval tussen onderhoudsbaggerwerkzaamheden. De resultaten van deze berekeningen zijn vergeleken met de door Rijkswaterstaat geplande werkzaamheden. Bij deze werkzaamheden wordt elk knelpunt weggebaggerd en wordt het vrijgekomen zand in diepe gedeeltes van de rivier teruggestort. Uit deze vergelijking bleek dat de jaarlijkse onderhoudsbaggerwerkzaamheden bij bochtnivellering groter zijn dan bij de huidige aanpak van knelpunten. Eveneens bleek dat door het snelle uitdempen van de morfologische reactie de breedte en diepte winst te gering te zijn om veel knelpunten op te lossen. Bij de berekeningen met zandvangen kon door beperkingen van het rekenmodel alleen worden gekeken naar de gevolgen van een enkele zandvang in plaats van opeenvolgende zandvangen. Hierbij bleek dat de morfologische reactie geYnduceerd door een zandvang snel uitdempt en dat onderhoudsbaggerwerkzaamheden groter zijn dan de geplande werkzaamheden. De hoofdconclusie van dit onderzoek is dat het onderzochte gebruik van de morfologische reactie op ingrepen in het dwarsprofiel om de baggervolumina te minimaliseren geen voordelen oplevert.Sectioin Hydraulic EngineeringCivil Engineering and Geoscience
Evaluation of a zinc chelate on clinical swine dysentery under field conditions
Background Brachyspira hyodysenteriae is the primary cause of swine dysentery, characterized by bloody to mucoid diarrhea due to mucohaemorhagic colitis in pigs and primarily affects pigs during the grow/finishing stage. Control and prevention of B. hyodysenteriae consists of administration of antimicrobial drugs, besides management and adapted feeding strategies. A worldwide re-emergence of the disease has recently been reported with an increasing number of isolates demonstrating decreased susceptibility to several crucially important antimicrobials in the control of swine dysentery. A novel non-antibiotic zinc chelate has been reported to demonstrate positive effects on fecal quality and consistency, general clinical signs, average daily weight gain and B. hyodysenteriae excretion during and after a 6-day oral treatment. The objective of the present study was to evaluate the zinc chelate (Intra Dysovinol(R) 499 mg/ml (ID); Elanco) on naturally occurring swine dysentery due to B. hyodysenteriae under field conditions in the Netherlands. Results Oral administration of zinc chelate resulted in improvement of general clinical signs from 3 days onwards in the ID-treated group combined with a significantly better total fecal score at 14 days post-treatment. Overall, average daily weight gain was better in the ID-treated group over the entire study period (0-14 days) and during the 8 days following the end of ID-treatment. A significant reduction (4.48 vs. 0.63 log(10) cfu/g feces; ID-treated vs. control) in B. hyodysenteriae excretion was observed during the 6-day treatment period with a high percentage of animals (58.3 vs. 12.3%; ID-treated vs. control) with no excretion of B. hyodysenteriae from their feces. No additional antimicrobial treatment was needed in the ID-treated group, whereas 35% of the pigs in the control group were treated with an antibiotic at least once. No mortality occurred in both groups. No adverse events were reported during and following the ID-treatment. Conclusions Zinc chelate - administered as a Zn-Na-2-EDTA complex - is a non-antibiotic treatment for swine dysentery that reduces B. hyodysenteriae shedding with 4.48 log(10) cfu/g feces within its 6-day treatment while improving general clinical signs (90.0 vs. 73.6% animals with normal score) and total fecal score within 2-4 days following administration in naturally infected pigs. The positive effects of ID treatment remain for at least 8 days after cessation of oral ID therapy. Pigs remaining in a highly contaminated environment may be re-infected following the end of ID treatment, however, this is not different to standard antimicrobial therapy. Therefore, control of swine dysentery should combine an efficacious treatment with additional management practices to reduce the environmental infection pressure in order to limit re-infection as much as possible. The ID treatment resulted in a higher growth rate and improved general health, whereas no mortality was observed and no additional therapeutic treatments were necessary in contrast to the control pigs.The study was funded by Elanco Animal Health, which facilitated the conduct of the field trial.Vangroenweghe, F (reprint author), Elanco, BU Food Anim, Plantijn Moretuslei 1-3rd Floor, B-2018 Antwerp, Belgium.
[email protected]
Toepassing van Spread Spectrum modulatie voor de transmissie van scribosoniesignalen door een communicatiesatelliet
Distributie van scribosonie-signalen over een groot gebied kan plaatsvinden vanuit o.a. een satelliet, waarbij ontvangst met kleine antennes wenselijk is. Daartoe wordt een smalbandig signaal in een zeer brede modulaatband overgedragen. Een zeer kleine C/N treedt op door beperkt zendvermogen en kleine antenne. Spreiding van de basisbandsignaalenergie over de modulaatband geeft,bij optimale codering volgens Shannon, minstens een signaal/ruis verbetering gelijk aan de bandbreedte spreidingsfaktor. Spread. Spectrum modulatie biedt de mogelijkheid, met een maximum-lengte reeks (PN-code) de signaalenergie te spreiden over de modulaatband. In de ontvanger is een replica van de PN-code beschikbaar, zodat na correlatie-detektie van het in de ruis verdronken modulaatsignaal, de basisbandinformatie wordt teruggevonden. Het correlatie-proces en synchronisatie van zender- en ontvangercode vindt plaats in de Delay-lock loop. Tenslotte wordt de invloed van fouten in de PN-code op de D.L.L. werking nagegaan.Electrical Engineering, Mathematics and Computer ScienceTransmissie van Informati
Hogedrukstralen op grote waterdiepten
In de Arabische zee moet HAM (Hollandsche Aanneming Maatschappij) kabels en leidingen over de zeebodem leggen. Hierbij moet een richel van kleimateriaal op 3000 m waterdiepte gepasseerd worden. De steilheid van deze richel is zodanig dat de leidingen breken als deze over de richel gelegd worden. Door deze richel wordt een sleuf gebaggerd om de leidingen in te leggen. HAM is van plan deze sleuf te baggeren met behulp van hogedrukstralen. Bij HAM is tot op heden de kennis niet aanwezig over de invloed van grote waterdiepten op het stroombeeld en de ontgravingscapaciteit van een hogedrukstraal en welke parameters hier invloed op uitoefenen. De achtergrond van deze literatuurstudie is dat vooraf het vermoeden bestond dat de waterdiepte cavitatie onderdrukt en hierdoor de ontgravingscapaciteit van de straal afneemt. Een hogedrukstraal onder water heeft een hoge uitstroomsnelheid. Het omgevingswater heeft geen snelheid. Door dit snelheidsverschil ontstaat een grenslaag waarin wervelstructuren ontstaan. In deze wervels ontstaan drukdalingen als gevolg van plaatselijke snelheidsverschillen. De eerste vorm van cavitatie ontstaat door oververzadiging van de vloeistof met gas door een drukdaling. Een tweede vorm van cavitatie ontstaat als bij een drukdaling de druk in de vloeistof kleiner wordt dan de dampdruk van de vloeistof Hierbij ontstaan respectievelijk gasbellen of dampbellen. In het water bevinden zich volumes onopgelost gas, die zich in kleine krasjes van zwevende deeltjes in de vloeistofbevinden. Deze volumes gas worden cavitatiekernen genoemd. Cavitatie ontstaat door een drukdaling vlak bij deze volumes onopgelost gas. Cavitatie ontstaat bij een cavitatiekern en plant zich voort in de vloeistof Alle onopgeloste volumes gas bij elkaar worden het cavitatiekernenspectrum genoemd. Het cavitatiegetal (0) is de maatgevende parameter voor de hoeveelheid cavitatie die ntstaat in een straal. Bij een stijgend cavitatiegetal daalt de hoeveelheid cavitatie in en straal. Uit de literatuur is geen verband op te maken tussen het Reynoldsgetal, de bovenstroomse turbulentie, het cavitatiekernenspectrum en anderzijds de hoeveelheid cavitatie in een straal. Bij een stijgende hoeveelheid opgelost gas neemt de hoeveelheid cavitatie in een straal toe. Op welke manier de hoeveelheid opgelost gas het cavitatiekernenspectrum beïnvloed is niet bekend. Nadat een goed beeld was verkregen van cavitatie, is de theorie toegepast op de praktijksituatie zoals geschets in de inleiding van deze samnvatting. Bij gebruik van een nozzlediameter van 1 mm en een drukverschil over de nozzle van 180 bar kon niet met zekerheid vastgesteld worden of cavitatie optreedt. Het vermoeden dat de waterdiepte cavitatie onderdrukt werd bevestigd.Hydraulic EngineeringCivil Engineering and Geoscience
The University of Groningen in the world : a concise history /
The University of Groningen has been an international university since its foundation in 1614. The first professors formed a rich international community, and many students came from outside the Netherlands, especially from areas now belonging to Germany. Internationalization, a popular slogan nowadays, is therefore nothing new, but its meaning has changed over time. How did the University of Groningen grow from a provincial institution established for religious reasons into a top-100 university with 36,000 students, of whom 25% come from abroad and almost half of the academic staff is of foreign descent? What is the identity of this four-century-old university that is still strongly anchored in the northern part of the Netherlands but that also has a mind that is open to the world? The history of the university, as told by Klaas van Berkel and Guus Termeer, ends with a short paragraph on the impact of the corona crisis.Title from publisher's bibliographic system (viewed on 06 Dec 2022).The University of Groningen has been an international university since its foundation in 1614. The first professors formed a rich international community, and many students came from outside the Netherlands, especially from areas now belonging to Germany. Internationalization, a popular slogan nowadays, is therefore nothing new, but its meaning has changed over time. How did the University of Groningen grow from a provincial institution established for religious reasons into a top-100 university with 36,000 students, of whom 25% come from abroad and almost half of the academic staff is of foreign descent? What is the identity of this four-century-old university that is still strongly anchored in the northern part of the Netherlands but that also has a mind that is open to the world? The history of the university, as told by Klaas van Berkel and Guus Termeer, ends with a short paragraph on the impact of the corona crisis
Transarterial chemoembolization for hepatocellular carcinoma:improved drug delivery from intrinsically radiopaque microspheres
Ondertunneling van NS-sporen door een metrotunnel te Rotterdam
Om de toekomstige groei van het autoverkeer in de stad in te dammen heeft gemeente Rotterdam besloten om het openbaar vervoer in de stad uit te breiden. Daarnaast moeten de verschillende vormen van openbaar vervoer beter op elkaar worden aangesloten. Een van de plannen om dit te realiseren is het metronet van de stad in noordelijke richting uit te breiden via Berkel en Rodenrijs naar Zoetermeer. In deze plaatsen moet een aansluiting komen op het NS-net. Het noordelijk deel van de huidige noord-zuidlijn in het Rotterdamse metronet eindigt in een tunnel onder het stationsplein bij het Centraal Station. Op die plaats moet een aansluiting worden gemaakt tussen de nieuwe en de bestaande tunnel. Vanaf deze plaats kruist het geplande tracé het NS-spooremplacement waarna de lijn in noordelijke richting zijn weg vervolgt. In dit rapport wordt verslag gedaan van een onderzoek naar de meest geschikte methode voor de realisatie van de metrotunnel ter plaatse van de kruising met het NS-spoor . Uitgangspunt daarbij is dat de aanleg geen problemen zal opleveren voor het NS treinverkeer. Tevens wordt het verschil in uitvoering tussen een 2- en een 3-sporentunnel met elkaar vergeleken. Belangrijkste conclusies: Het kruisen van het NS-spoor met een metrotunnel is met de openbouwkuipmethode goed mogelijk maar gaat gepaard met partiële buitendienststelling van de sporen, wat in zeer goed overleg met de NS moet gebeuren. Zodra de wanden van de kuip zijn aangebracht kan door een goede planning van de uitvoering gezorgd worden dat de NS geen verdere overlast ondervindt. Het aanleggen van een 3-sporenkuip geeft in vergelijking een 2-sporenkuip geen grote extra problemen. De werkzaamheden voor de aanleg van de kuip moeten allemaal onder de sporen door plaatsvinden zodat het treinverkeer zo min mogelijk wordt verstoord. Hier kan niet zoals gebruikelijk vanaf het maaiveld naast de kuip worden gewerkt, maar moet vanuit de kop worden gewerkt. Bij de kuip waarbij onderwaterbeton wordt toegepast geeft de uitvoering meer problemen omdat niet vanaf het maaiveld in de natte kuip kan worden gewerkt. Door gebruik te maken van een hulpmiddel die onder de stempels door beweegt, de zogenaamde "negatieve brugconstructie" , kunnen een aantal moeilijke handelingen tijdens de uitvoering veel makkelijker worden uitgevoerd. Met een dergelijke hulpconstructie neemt de kans toe dat een vloer van gewapend onderwaterbeton kan worden aangebracht die aan de eisen voldoet. Bij het maken van een keuze tussen een ongewapende vloer en een gewapende vloer wordt dan ook gekozen voor het gewapende alternatief. Om echter op deze plaats geen onnodige risico' s te nemen krijgt de vloer slechts een gedeeltelijke constructieve functie.WaterbouwHydraulic EngineeringCivil Engineering and Geoscience
Data and script for Van Berkel et al: Can starlings use a reliable cue of future food deprivation to adaptively modify foraging and fat reserves?
Supporting materials for:
Can starlings use a reliable cue of future food deprivation to adaptively modify foraging and fat reserves?
Menno van Berkela, Melissa Batesona, Daniel Nettlea and Jonathon Dunna*
aCentre for Behaviour and Evolution & Institute of Neuroscience, Newcastle University, Newcastle, UK
*Author for correspondence (email: [email protected]; telephone: (+44)7730015855; postal address: Institute of Neuroscience, Henry Wellcome Building, The Medical School, Framlington Place, Newcastle University, Newcastle upon Tyne, UK, NE2 4HH).
R script and 3 .csv files.</p
Een Onbekookte Niewigheid? - Invoering, omvang, inhoud en betekenis van het wiskundeonderwijs op de Franse en Latijnse scholen 1815-1863
Electrical Engineering, Mathematics and Computer Scienc
- …
