1,720,989 research outputs found
Comprehensive assessment and interrelatedness of trunk, shoulder and upper limb function in Persons with Multiple Sclerosis Joke Raats
In ons leven reiken en grijpen we dagelijks meermaals naar een voorwerp. Denk
hierbij aan het nemen van een flesje bier uit de ijskast om vervolgens een glas
uit de kast nemen en finaal dit naar de mond te brengen. Al deze bewegingen
worden gestuurd vanuit het centrale zenuwstelsel waarbij de romp, de schouder
en de arm samen werken om een vloeiende beweging uit te voeren. De romp
brengt de schouder in de juiste positie, die op zijn beurt de arm en hand in de
juiste positie brengt om finaal een flesje te kunnen grijpen.
Bij personen met Multiple Sclerosis (MS) gaat het reiken en het grijpen echter
moeilijk. Ten gevolge van laesies en neurodegeneratie in het centrale zenuwstelsel
ervaren zij problemen in het reiken en grijpen naar bijvoorbeeld een flesje.
Ondanks de relevantie, werd tot op heden weinig onderzoek gedaan omtrent het
reikpatroon bij personen met MS. Tot op heden stellen we vast dat onderzoek
voornamelijk gericht is naar de verschillende, geïsoleerde lichaamsdelen die
bijdrage leveren aan een normaal reikpatroon.
Er bestaan verschillende testbatterijen die problemen met de arm en de hand op
een betrouwbare wijze in kaart brengen. Zo ervaart 60% van de personen met
MS problemen met arm- en handfunctie in het eerste jaar na het vast stellen van
de ziekte. Na 15 jaar rapporteert 4 op de 5 een probleem in het bovenste lidmaat
en hierbij kan gedacht worden aan bijvoorbeeld spierzwakte of een verminderde
tastzin. Wat betreft de revalidatie van het bovenste lidmaat (arm en hand) zijn er
zowel interventies die zich richten naar het verbeteren van een specifieke functie
(bv spierkracht) als ook naar het verbeteren van de volledige taak. Deze
verschillende programma’s hebben hun positief effect aangetoond.
Wat betreft de schouderfunctie stellen we vast dat er zeer beperkt onderzoek werd
uitgevoerd. Zowel naar het testen, in kaart brengen van de schouder als ook naar
de revalidatie hiervan.
Uit het bestaande onderzoek stellen we vast dat de rompfunctie bij personen met
MS gestoord is, namelijk een vertraagde en/of een verminderde spiercontractie
van de romp musculatuur. Een matige correlatie wordt vast gesteld tussen een
verminderde rompfunctie en de wijze waarop activiteiten van het dagelijks leven
worden uitgevoerd. De revalidatie van de romp richt zich voornamelijk naar de
effecten naar het onderste lidmaat (wandelen, evenwicht en balans). De effecten
op het bovenste lidmaat van een doorgedreven romprevalidatie is niet gekend.
Het hoofddoel van dit doctoraatsproject is om inzicht te krijgen in het
bewegingspatroon bij personen met MS tijdens het reiken. Hierbij zijn
verschillende doelstellingen geformuleerd, die antwoord krijgen in vijf
verschillende hoofdstukken:
In hoofdstuk 1 wordt de samenwerking toegelicht met Nord University, Bodo
(Noorwegen). Hierbij wordt de distributie van rompproblemen bij personen bij MS
getoond. Uit deze studie blijkt dat rompproblemen reeds aanwezig zijn bij
personen met een lage Expanded Disability Status Scale (EDSS), een lage graad
van algemene beperking. Het is aangewezen om reeds vroeg in de revalidatie
aandacht te hebben voor mogelijke rompproblemen.
In hoofdstuk 2 wordt de bruikbaarheid, betrouwbaarheid en validiteit van het
Clinical Scapular protocol voorgesteld. Dit protocol werd in oorsprong ontwikkeld
om de schouder te meten bij personen na een beroerte. Er werd onderzocht of dit protocol ook hanteerbaar is bij personen met MS. Hieruit blijkt dat de taken in een
liggende positie moeilijk uit te voeren zijn bij de ernstig aangedane personen. Het
meten van de schoudergordel en de actieve humerale elevatie zijn betrouwbare
aspecten om te meten. Specifieke aandacht is vereist bij personen met een
zwakke rompfunctie. Compensatoire bewegingen van de romp maken het meten
van het scapulo humeraal ritme namelijk minder betrouwbaar bij deze doelgroep.
In hoofdstuk 3 wordt het onderzoek omtrent bewegingspatronen tijdens het
reiken geduid, en het daarbij horende meetinstrument: modified Reaching
Performance Scale (mRPS). In oorsprong is dit observatie instrument ontwikkeld
om het bewegingspatroon te onderzoeken bij personen na een beroerte. Een
aanpassing, specifiek omtrent compensatoire rompbewegingen, werd door
gevoerd om deze test bruikbaar te maken bij personen met MS. De aangepaste
versie is betrouwbaar overheen verschillende herhalingen op éénzelfde dag, als
ook tussen twee verschillende dagen. De mRPS correleert bovendien met andere
uitkomstmaten die de romp, schouder en het bovenste lidmaat in kaart brengen.
Hoofdstuk 4 onderzoekt het directe en indirecte effect van de romp, schouder
en bovenste lidmaat op reikbewegingen. Hierbij voorspellen de romp en bovenste
lidmaat performance de reikbeweging. De schouderfunctie lijkt geen essentiële
bijdrage te leveren aan de reikbeweging. Wanneer we, op basis van mediërende
analyses, kijken naar het indirecte effect dan lijkt de romp de determinerende
factor te zijn in het uitvoeren van een reikbeweging.
In hoofdstuk 5 wordt er finaal gekeken naar de effectiviteit van romp revalidatie
bij personen met MS. Op een systematische wijze werd de literatuur onderzocht.
Hierbij worden verschillende revalidatieprogramma’s geduid. Zowel Pilates en Ai
Chi zijn brede therapieprogramma’s waarbij zowel de romp als ook het bovenste
lidmaat wordt geïntegreerd. Verder worden ook specifiek ontwikkelde therapie
programma’s voor personen met MS geduid. Deze verschillende inhouden tonen
een positief effect op de performance van de romp, het effect op het bovenste
lidmaat is minder sterk uitgesproken, daar het zelden wordt geïncludeerd als
uitkomstmaat in de interventiestudies.
Met dit doctoraatsproject is er meer inzicht verworven in het reikpatroon van
personen met MS. Reiken komt tot stand door een samenspel van de romp, de
schouder en het bovenste lidmaat, waarbij de romp en het bovenste lidmaat de
meest determinerende factoren zijn. Op deze manier draagt dit project bij tot de
ontwikkeling van een betere revalidatie van personen met MS die problemen
ervaren met het reiken
Comprehensive assessment and interrelatedness of trunk, shoulder and upper limb function in Persons with Multiple Sclerosis Joke Raats
In ons leven reiken en grijpen we dagelijks meermaals naar een voorwerp. Denk
hierbij aan het nemen van een flesje bier uit de ijskast om vervolgens een glas
uit de kast nemen en finaal dit naar de mond te brengen. Al deze bewegingen
worden gestuurd vanuit het centrale zenuwstelsel waarbij de romp, de schouder
en de arm samen werken om een vloeiende beweging uit te voeren. De romp
brengt de schouder in de juiste positie, die op zijn beurt de arm en hand in de
juiste positie brengt om finaal een flesje te kunnen grijpen.
Bij personen met Multiple Sclerosis (MS) gaat het reiken en het grijpen echter
moeilijk. Ten gevolge van laesies en neurodegeneratie in het centrale zenuwstelsel
ervaren zij problemen in het reiken en grijpen naar bijvoorbeeld een flesje.
Ondanks de relevantie, werd tot op heden weinig onderzoek gedaan omtrent het
reikpatroon bij personen met MS. Tot op heden stellen we vast dat onderzoek
voornamelijk gericht is naar de verschillende, geïsoleerde lichaamsdelen die
bijdrage leveren aan een normaal reikpatroon.
Er bestaan verschillende testbatterijen die problemen met de arm en de hand op
een betrouwbare wijze in kaart brengen. Zo ervaart 60% van de personen met
MS problemen met arm- en handfunctie in het eerste jaar na het vast stellen van
de ziekte. Na 15 jaar rapporteert 4 op de 5 een probleem in het bovenste lidmaat
en hierbij kan gedacht worden aan bijvoorbeeld spierzwakte of een verminderde
tastzin. Wat betreft de revalidatie van het bovenste lidmaat (arm en hand) zijn er
zowel interventies die zich richten naar het verbeteren van een specifieke functie
(bv spierkracht) als ook naar het verbeteren van de volledige taak. Deze
verschillende programma’s hebben hun positief effect aangetoond.
Wat betreft de schouderfunctie stellen we vast dat er zeer beperkt onderzoek werd
uitgevoerd. Zowel naar het testen, in kaart brengen van de schouder als ook naar
de revalidatie hiervan.
Uit het bestaande onderzoek stellen we vast dat de rompfunctie bij personen met
MS gestoord is, namelijk een vertraagde en/of een verminderde spiercontractie
van de romp musculatuur. Een matige correlatie wordt vast gesteld tussen een
verminderde rompfunctie en de wijze waarop activiteiten van het dagelijks leven
worden uitgevoerd. De revalidatie van de romp richt zich voornamelijk naar de
effecten naar het onderste lidmaat (wandelen, evenwicht en balans). De effecten
op het bovenste lidmaat van een doorgedreven romprevalidatie is niet gekend.
Het hoofddoel van dit doctoraatsproject is om inzicht te krijgen in het
bewegingspatroon bij personen met MS tijdens het reiken. Hierbij zijn
verschillende doelstellingen geformuleerd, die antwoord krijgen in vijf
verschillende hoofdstukken:
In hoofdstuk 1 wordt de samenwerking toegelicht met Nord University, Bodo
(Noorwegen). Hierbij wordt de distributie van rompproblemen bij personen bij MS
getoond. Uit deze studie blijkt dat rompproblemen reeds aanwezig zijn bij
personen met een lage Expanded Disability Status Scale (EDSS), een lage graad
van algemene beperking. Het is aangewezen om reeds vroeg in de revalidatie
aandacht te hebben voor mogelijke rompproblemen.
In hoofdstuk 2 wordt de bruikbaarheid, betrouwbaarheid en validiteit van het
Clinical Scapular protocol voorgesteld. Dit protocol werd in oorsprong ontwikkeld
om de schouder te meten bij personen na een beroerte. Er werd onderzocht of dit protocol ook hanteerbaar is bij personen met MS. Hieruit blijkt dat de taken in een
liggende positie moeilijk uit te voeren zijn bij de ernstig aangedane personen. Het
meten van de schoudergordel en de actieve humerale elevatie zijn betrouwbare
aspecten om te meten. Specifieke aandacht is vereist bij personen met een
zwakke rompfunctie. Compensatoire bewegingen van de romp maken het meten
van het scapulo humeraal ritme namelijk minder betrouwbaar bij deze doelgroep.
In hoofdstuk 3 wordt het onderzoek omtrent bewegingspatronen tijdens het
reiken geduid, en het daarbij horende meetinstrument: modified Reaching
Performance Scale (mRPS). In oorsprong is dit observatie instrument ontwikkeld
om het bewegingspatroon te onderzoeken bij personen na een beroerte. Een
aanpassing, specifiek omtrent compensatoire rompbewegingen, werd door
gevoerd om deze test bruikbaar te maken bij personen met MS. De aangepaste
versie is betrouwbaar overheen verschillende herhalingen op éénzelfde dag, als
ook tussen twee verschillende dagen. De mRPS correleert bovendien met andere
uitkomstmaten die de romp, schouder en het bovenste lidmaat in kaart brengen.
Hoofdstuk 4 onderzoekt het directe en indirecte effect van de romp, schouder
en bovenste lidmaat op reikbewegingen. Hierbij voorspellen de romp en bovenste
lidmaat performance de reikbeweging. De schouderfunctie lijkt geen essentiële
bijdrage te leveren aan de reikbeweging. Wanneer we, op basis van mediërende
analyses, kijken naar het indirecte effect dan lijkt de romp de determinerende
factor te zijn in het uitvoeren van een reikbeweging.
In hoofdstuk 5 wordt er finaal gekeken naar de effectiviteit van romp revalidatie
bij personen met MS. Op een systematische wijze werd de literatuur onderzocht.
Hierbij worden verschillende revalidatieprogramma’s geduid. Zowel Pilates en Ai
Chi zijn brede therapieprogramma’s waarbij zowel de romp als ook het bovenste
lidmaat wordt geïntegreerd. Verder worden ook specifiek ontwikkelde therapie
programma’s voor personen met MS geduid. Deze verschillende inhouden tonen
een positief effect op de performance van de romp, het effect op het bovenste
lidmaat is minder sterk uitgesproken, daar het zelden wordt geïncludeerd als
uitkomstmaat in de interventiestudies.
Met dit doctoraatsproject is er meer inzicht verworven in het reikpatroon van
personen met MS. Reiken komt tot stand door een samenspel van de romp, de
schouder en het bovenste lidmaat, waarbij de romp en het bovenste lidmaat de
meest determinerende factoren zijn. Op deze manier draagt dit project bij tot de
ontwikkeling van een betere revalidatie van personen met MS die problemen
ervaren met het reiken
Clinical effects of an individualised technology-supported task-oriented upper limb training program in MS
Perceived and actual arm performance in multiple sclerosis: relationship with clinical tests according to hand dominance
BACKGROUND: The real-life relevance of frequently applied clinical arm tests is not well known in multiple sclerosis (MS). OBJECTIVE: This study aimed to determine the relation between real-life arm performance and clinical tests in MS. METHODS: Thirty wheelchair-bound MS patients and 30 healthy controls were included. Actual and perceived real-life arm performance was measured by using accelerometry and a self-reported measure (Motor Activity Log). Clinical tests on 'body functions & structures' (JAMAR handgrip strength, Motricity Index (MI), Fugl Meyer (FM)) and 'activity' level (Nine Hole Peg Test (NHPT), Action Research Arm test) of the International Classification of Functioning were conducted. Statistical analyses were performed separately for current dominant and non-dominant arm. RESULTS: For all outcome measures, MS patients scored with both arms significantly lower than the control group. Higher correlations between actual arm performance and clinical tests were found for the non-dominant arm (0.63-0.80). The FM (55%) was a good predictor of actual arm performance, while the MI (46%) and NHPT (55%) were good predictors of perceived arm performance. CONCLUSIONS: Real-life arm performance is decreased in wheelchair-bound MS patients and can be best predicted by measures on 'body functions & structures' level and fine motor control. Hand dominance influenced the magnitude of relationships.sponsorship: Ilse Lamers is supported by a PhD fellowship from the Research council of Hasselt University (BOF-grant). The equipment (accelerometers) were funded by WOMS (Wetenschappelijk Onderzoek in Multiple Sclerosis) and by a Belgian Charcot Foundation equipment grant. (Research council of Hasselt University (BOF-grant), WOMS (Wetenschappelijk Onderzoek in Multiple Sclerosis), Belgian Charcot Foundation)status: Publishe
Clinical effects of an individualised technology-supported task-oriented upper limb training program in MS
The content and effects of trunk rehabilitation on trunk and upper limb performance in people with Multiple Sclerosis: a systematic review
Psychometric properties of the modified reaching performance scale in persons with multiple sclerosis
Psychometric properties of the modified reaching performance scale in persons with multiple sclerosis
A valid and reliable assessment tool to describe the quality of the movement pattern of reaching can provide valuable insights into motor performance deficits in persons with MS (pwMS). The Reaching Performance Scale, developed for stroke, is a promising scale to assess movement patterns in pwMS. However, psychometric properties of the scale are lacking in pwMS
Psychometric properties of the modified reaching performance scale in persons with multiple sclerosis
The content and effects of trunk rehabilitation on trunk and upper limb performance in people with Multiple Sclerosis: a systematic review
- …
