16,921 research outputs found

    Van de grond af opgebouwd

    No full text
    Bundeling van de lezingen ter gelegenheid van de 80e verjaardag van prof. Agema, naast de lezingen staan er twee interviews met prof. Agema in deze publicatie. De bijdragen van de overige sprekers zijn: Rijkswaterstaat: de (te) grote opdrachtgever in de GWW (Struik), De fundamenten onder het ontwerp (vd Meer), Buitenland en waterbouw (Zanetti), Uitvoeren met verstand (Beerda), Techniek en grote projecten (Korf)Hydraulic EngineeringCivil Engineering and Geoscience

    Nieuw OV voor Amsterdam: Ontwerp van een aangepast openbaar vervoer net naar aanleiding van de aanleg van de Noord/Zuidlijn

    No full text
    Recentelijk is\u95 besloten de Noord/Zuidlijn aan te leggen als uitbreiding van het Amsterdamse metronet. Deze metrolijn loopt van het Buikslotermeerplein in Amsterdam-Noord via het Centraal Station naar het station Zuid/WTC. Parallel aan dit tracé !open een aantal tramlijnen, waarvan het gebruik waarschijnlijk door de Noord/Zuidlijn beYnvloed zal worden. Tevens wordt het gebied rand de snelweg A10-zuid ontwikkeld in het kader van het Masterplan Zuidas. De aanleg van de Noord/Zuidlijn en de ontwikkeling van de Zuidas hebben een grote invloed op de vraag naar en het gebruik van openbaar vervoer in Amsterdam. Gezien deze ontwikkelingen is er behoefte aan meer informatie over de noodzakelijkheden en mogelijkheden tot het aanpassen van het lijnennet. In dit rapport worden drie alternatieven gemaakt om ideeën te genereren voor een nieuw openbaarvervoernet. Het eerste alternatief is een aanpassing van een door het projectbureau Noord/Zuidlijn ontwikkelde variant op het huidige netwerk. Dit alternatief wordt dan ook als referentie-alternatief gebruikt. De aanpassingen hebben vooral betrekking op de ontwikkeling van de Zuidas. Het tweede alternatief is gebaseerd op de stedelijke structuur van Amsterdam, dat voornamelijk uit radialen en tangenten bestaat. Ook bij dit alternatief liggen de belangrijkste veranderingen in het gebied rand de Zuidas. Het derde alternatief wordt ontworpen aan de hand van de door de TU Delft ontwikkelde Systed-methode voor het ontwerpen van stedelijk openbaar vervoer. Hierbij worden eigenschappen van het te onderzoeken stedelijk gebied vertaald naar een eenvoudig schema bestaande uit lijnen en knopen. De eigenschappen en route van deze lijnen bepalen de uiteindelijke vormgeving van het ontwerp. De evaluatie van de alternatieven op basis van reistijdvergelijkingen en materieelinzet Ievert een aantal opvallende conclusies op met betrekking tot delen van het netwerk. De belangrijkste conclusie is het verschijnsel dat de metrolijn een sterke wisselwerking heeft met kruisende tramlijnen. Er vinden dus vee! overstappen plaats tussen metro's en aan- en afvoerverzorgende tramlijnen. Daarentegen neemt de Noord/Zuidlijn het grootste gedeelte van de vervoersstroom van de parallel lopende tramlijnen over. Van de drie lijnen die in de huidige situatie volgens het tracé van de Noord/Zuidlijn !open hoeft er slechts een gehandhaafd te worden. Een hierop volgende conclusie is dat die ene lijn die overblijft wei degelijk een functie behoudt naast de metrolijn. Het toevoegen van een buslijn langs het tracé van de Oostlijn blijkt in de berekeningen voldoende gevuld te zijn. Hieruit wordt het verschil in functie tussen een verbindende en een ontsluitende lijn goed zichtbaar. De metrolijnen vervullen een belangrijke verbindende functie. Dit komt voornamelijk door de grote afstanden binnen Amsterdam in combinatie met de lage gemiddelde snelheden van het bus- en tramnet, waardoor het reizen met de bus of de tram over lange afstand vee! ongunstiger is dan het reizen met de metro, ondanks een eventuele omweg. De resultaten tonen ook aan dat het ontwerpen op zich, ook indien een specifieke methode wordt gebruikt, een iteratief proces is. Bij het ontwerpen van fijnmazige netwerken is er zoveel ontwerp­ vrijheid, dat slechts door het evalueren van tussentijdse stappen een goed functionerend antwerp kan worden gemaakt. Tenslotte kan geconcludeerd worden dat het bestaande lijnennet na een aantal aanpassingen geschikt is om de gevolgen van de hierboven genoemde ontwikkelingen op te vangen. Omdat het beheer van een lijnennet door de jaren heen ook een soort iteratief ontwerpproces is geworden, blijkt het bestaande netwerk goed opgebouwd te zijn en een goede basis te vormen voor het functioneren van het openbaar vervoer in de volgende eeuw. Het uitvoeren van uitgebreide vervoerswaardeonderzoeken wordt zeer nuttig geacht om het bestaande lijnennet te optimaliseren en aan te passen aan toekomstige ontwikkelingen. Hierbij kunnen bovenstaande conclusies van belang zijn om ideeën te genereren voor en richting te geven aan het ontwerpproces.Transport & PlanningCivil Engineering and Geoscience

    De haven van Rades (Tunesië)

    No full text
    Nabij Tunis, de hoofdstad van Tunesië (Noord-Afrika), bevinden zich drie haventerreinen die gezamenlijk het complex Tunis/La Goulette/Radès vormen. De haven van Tunis wordt binnenkort gesloten voor commercieel scheepvaartverkeer. De in 1986 geopende haven van Radès is opgebouwd uit twee aparte haventerreinen, een gespecialiseerd terrein voor de overslag van bulkgoederen en een general cargo-gedeelte voor de overslag van stukgoederen vervoerd door conventionele general cargo-schepen, ro-ro- en containerschepen. In 1993 bedroeg de hoeveelheid overgeslagen general cargo 1,1 miljoen ton. De vervoersprognoses voor de komende jaren duiden op een toename in transport over zee van goederen van en naar de haven van Radès. Met name op het gebied van ro-ro- en containeroverslag wordt een sterke toename verwacht, mede door de overname van een deel van de overslag van de haven van Tunis. In combinatie met de huidige lange wacht- en verblijftijden van schepen en goederen in deze haven, wordt aangenomen dat de haven dit aanbod in de toekomst niet meer zal kunnen verwerken. Om dit te voorkomen zal de haven van Radès zich verder moeten ontwikkelen en een aantal aanpassingen moeten ondergaan. In dit afstudeerwerk, dat wordt verricht in samenwerking met het ingenieursbureau DHV, wordt ingegaan op de ontwikkeling van het general cargo-deel van de haven van Radès. Aan de hand van de gesignaleerde huidige problemen en de verkeersprognose voor de komende jaren, wordt een masterplan opgesteld voor deze haven. Hierbij wordt gebruik gemaakt van een computersimulatiemodel, om op die wijze sneller en beter inzicht te krijgen in de gevolgen en effecten van bepaalde ingrepen.Hydraulic EngineeringCivil Engineering and Geoscience

    Verslag van de vierde Benelux-havenstudiedagen

    No full text
    Verslag met een welkomstwoord van D.J. Wansink en R. Burgert, een inleiding door prof. Kuiler, en presentaties over de samenwerking tussen havens en de scheepsbouw, de sleutels van het deltagebied, de problematiek van de mechanisatie van de overslag van goederen, de ontwikkelingen in de scheepsbouw en de economische consequenties van de ontwikkeling in de scheepsbouw voor de havens

    Op voorkeur gebaseerd ontwerpen van private huurwoningen

    No full text
    Een aanhoudend probleem in de vastgoedontwikkeling is het afstemmen van het aanbod van woningen door de ontwikkelende partij op de vraag naar woningen van woningzoekenden. In deze masterscriptie wordt een methode ontworpen om de voorkeuren van woningzoekenden om te zetten in concrete ontwerpeigenschappen van een woning. Uit de methode volgt een samenstelling van ontwerpeigenschappen die het beste voldoet aan de voorkeuren van de woningzoekende. Op deze manier kan het aanbod beter op de vraag worden afgestemd. Naast het genereren van samenstellingen van woningeigenschappen met de grootste voorkeur, maakt dit model het mogelijk een beschikbaar aanbod te rangschikken aan de hand van de voorkeur van de woningzoekende. Het resultaat hiervan helpt de woningzoekende vertrouwt te raken met de methode en de complexe materie van besluitvorming met meerdere criteria.Architecture and The Built EnvironmentManagement in the Built Environmen

    Nationaal kader Kust: Naar een veilige, sterke en mooie Noordzeekust

    No full text
    Het Deelprogramma Kust van het Deltaprogramma (verder aangeduid als Deltaprogramma Kust) heeft tot doel te verkennen wat nodig is voor een toekomstbestendige kust, die het aangrenzend binnenland duurzaam en (kosten)efficiënt verdedigt tegen overstroming vanuit zee en die tevens ruimte biedt aan behoud en ontwikkeling van functies in de kust. Het Deltaprogramma Kust doet dit door de lange termijn veiligheidsopgaven voor de kust optimaal te verbinden aan ruimtelijke opgaven. Een breed gedragen streefbeeld van de kust zal richting geven aan de op te stellen beleidstrategieën hoe op lange maar ook op de korte termijn gewerkt gaat worden aan een klimaatbestendige en mooi ingerichte kust. Dit vraagt om een wisselwerking met andere deelprogramma\u92s, met name Waddengebied, Zuidwestelijke Delta en Rijnmond/- Drechtsteden, waar deze raken aan de Noordzeekust. De tijdshorizon van 2100 en verder is daarbij een bijzondere uitdaging. Bij de provinciale en nationale kustvisies zal men moeten omgaan met onzekerheden door uit te gaan van verschillende scenario\u92s voor klimaatverandering en ruimtelijk-economische ontwikkeling (zie paragraaf 2.3). Verschillende klimaatscenario\u92s werken door in de snelheid van zeespiegelstijging, en leiden daarmee tot verschillende veiligheidsopgaven voor de kust. Ruimtelijk-economische scenario\u92s zullen gevolgen hebben voor de mate van ruimtedruk op de kust. Het Nationaal Kader Kust moet hierbij houvast bieden. Er is voor gekozen om hiertoe een aantal bouwstenen voor een Nationale Visie Kust te schetsen (hoofdstuk 2). Deze bouwstenen bevatten een aantal principes om opgaven voor veiligheid en ruimtelijke kwaliteit te vertalen in beleid en uitvoering. Op deze wijze wil dit Nationaal Kader een basis bieden voor de opstelling van integrale lange termijn kustvisies en/of strategische agenda\u92s per provincie en ook daarvoor een inspiratiebron zijn

    Appropriate Similarity Measures for Author Cocitation Analysis

    No full text
    We provide a number of new insights into the methodological discussion about author cocitation analysis. We first argue that the use of the Pearson correlation for measuring the similarity between authors’ cocitation profiles is not very satisfactory. We then discuss what kind of similarity measures may be used as an alternative to the Pearson correlation. We consider three similarity measures in particular. One is the well-known cosine. The other two similarity measures have not been used before in the bibliometric literature. Finally, we show by means of an example that our findings have a high practical relevance.information science;Pearson correlation;cosine;similarity measure;author cocitation analysis

    Morfologische effecten van de aanleg van de Kustlocatie

    No full text
    In deze studie zijn de effecten van de aanleg van de Kustlocatie op de waterbeweging en de morfologie bestudeerd. De studie is verkennend van aard omdat voor de Kustlocatie nog weinig onderzoek is verricht op het gebied van de morfologie. Om de effecten te bestuderen wordt gebruik gemaakt van het DELFT3D-systeem van het Waterloopkundig Laboratorium. Hiermee zijn een tweetal berekeningen uitgevoerd: - Initiele berekeningen, waarbij een keer een golf-, stromings- en transportberekening is uitgevoerd over de lengte van een getij. De berekening heeft plaatsgevonden voor de initiele bodem en levert resultaten van de bovengenoemde processen. - Morfodynamische berekeningen, waarbij de bovenbeschreven reeks meerdere malen wordt doorlopen tot een jaar is bereikt. Het resultaat van deze berekeningen is de bodemverandering na een jaar. De volgende drie gebiedsconfiguraties zijn bestudeerd: -TO Huidige situatie. Deze situatie dient als controle van de waterbeweging en het zandtransportmodel. -T1 MV2 inclusief verlengde Noorderdam + bijbehorende zandwinningen. Deze gebiedsconfiguratie dient als referentiesituatie. De MV2 wordt verondersteld aanwezig te zijn bij de aanleg van de Kustlocatie. -B MV2 + Kustlocatie met evenwichtsprofiel + bijbehorende zandwinningen. Er zijn verschillende randvoorwaarden toegepast: bij de TO-, T1 en T3-situatie gemiddeld getij, golven en wind uit 5 richtingen. Bij de B-situatie zijn tevens berekeningen uitgevoerd met springtij, extreme golven behorende bij ZW-storm en NW-storm met een windsnelheid van 15 m/s. Voor de jaargemiddelde conditie is bij de wind- en golfschematisatie een vijftal sectoren toegepast met voor iedere sector een representatieve golf en wind. De wind is hierbij geschematiseerd tot alleen kustlangse windsnelheden met een aangepaste windschuifspanning. De schematisatie van de golven is gebaseerd op het jaarlijks zandtransport bij de kust van Delfland, waarbij de vijf golfcondities tezamen een vergelijkbaar jaarlijks sedimenttransport geven als wanneer alle voorkomende golfcondities worden beschouwd. Het getij is voor de jaargemiddelde conditie geschematiseerd tot een morfologisch getij. Hierbij is het jaargemiddelde getij verhoogd met 10%. De getij-randvoorwaarden zijn omgezet van een tijdreeks naar harmonische componenten. De belangrijkste conclusies uit de studie zijn: De effecten van de Kustlocatie (met evenwichtsprofiel) op de morfologie en de waterbeweging beperken zich over een termijn van een jaar in langsrichting tot de directe omgeving van de Kustlocatie. Bij Wassenaar zijn de effecten nauwelijks meer merkbaar. Ter hoogte van de Kustlocatie treden buiten de NAP -10 m dieptelijn grotere sedimenttransporten op ten opzichte van de referentiesituatie. Uit de berekeningen is niet op te maken tot hoever deze effecten in zeewaartse richting reiken. In het kustvak tussen de kopdam en binnendam in het zuiden van de Kustlocatie treden grote zuidwaarts gerichte transporten op. Hierdoor treedt in dit kustvak herverdeling van het zand op. Bij Loswal Noord vindt in het zuidwesten jaarlijks over een groot gebied erosie (0,1 m) plaats, door de getijstroming die meer uit de kust wordt geduwd. Ten noorden van de noorddam treedt grote aanzanding op, buiten de vaargeul naar Scheveningen. Het zand dat hier bezinkt is voor een deel afkomstig van de vooroever van de Kustlocatie (buiten de NAP -10 m). Een ander deel is afkomstig van het brandingstransport van het centrale gedeelte van de Kustlocatie-kust. In de zone tot NAP -6 m wordt 50% van het brandingstransport door de noorddam effectief tegengehouden. Doordat aanzanding op diepere delen plaatsvindt is er ten noorden van Scheveningen een beperkte aanvoer van zand. Hierdoor treedt in dit gebied sterke erosie op ten opzichte van de referentiesituatie.Hydraulic EngineeringCivil Engineering and Geoscience

    Optimalisatie van de sturing van pompstations: Case studie: snelfiltratie pompstation Loosdrecht

    No full text
    Door wijzigingen in de inrichting van de drinkwatersector en veranderde eisen van de consument is de wens ontstaan de drinkwaterproductie verder te optimaliseren. Anderzijds zijn onder invloed van de ontwikkelingen van de computer, modellen ontwikkeld die de verschillende facetten van de productie beter beschrijven. Gebruik van deze modellen in de sturing van de productie is één van de mogelijkheden om optimalisatie te realiseren. Ten aanzien van de hoeveelheid water (kwantiteit) zijn dergelijke modellen inmiddels met succes opgenomen in de sturing van de productie. Zo wordt de werkelijke productie bepaald op basis van een gemodelleerde voorspelling van de vraag. Inmiddels zijn voor de beschrijving van het waterkwaliteitsverloop in de verschillende zuiveringsstappen modellen aanwezig of in ontwikkeling. Deze modellen geven een beter inzicht in de werking van de installatie. Gebruik hiervan in de sturing (als Model Predictive Control) kan leiden tot kwalitatief beter drinkwater en minimalisatie van de kosten. Daarnaast ontstaat door middel van continue monitoring een betere informatievoorziening met betrekking tot de noodzaak van onderhoud. Invoering van een dergelijke Model Predictive Control houdt een ingrijpende wijziging in de bedrijfsvoering in. In dit onderzoek zijn de mogelijkheden voor optimalisatie van de snelfiltratie van pompstation [PS] Loosdrecht beschreven. Daartoe zijn in het pompstation metingen verricht om de zuiveringsprestaties en de variaties daarin in kaart te brengen en is het programma “Stimela” gebruikt om het gevonden gedrag te simuleren. Aan de hand hiervan worden de mogelijkheden tot verbetering en de beperkingen nader uitgewerkt. PS Loosdrecht zuivert grondwater door middel van achtereenvolgens versproeiing, droogfiltratie, torenbeluchting, vlokmiddeldosering en natfiltratie. Hoge ijzergehaltes in het rein water en een daarbij behorende hoge vuillast worden als de belangrijkste problemen van deze zuivering gezien.Civil Engineering and GeosciencesWater Managemen

    Een signaleringsmultiplex voor "channel associated signalling" (CAS) ten behoeve van de koppeling van PCM-kanalen aan de PRX 205

    No full text
    Na een korte beschrijving van multiplex-methoden voor telefonie en in het bijzonder van pulscodemodulatie (PCM) wordt dieper ingegaan op de daarbij toegepaste s ignaleringsmethoden. Vervolgens wordt de problematiek besproken die zich voordoet wanneer een processor-gestuurde telefooncentrale, ten behoeve van PCM-verbindingen met klassieke centrales, hieraan kanaalgebonden signalering (CAS) moet kunnen leveren. Tenslotte wordt het ontwerp beschreven van een signaleringsmultiplex voor kanaalgebonden signalering ten behoeve van de koppeling van PCM-kanalen aan de PRX 205.Electrical Engineering, Mathematics and Computer ScienceAutomatische Verkeerssysteme
    corecore