342 research outputs found

    Old Bergen Church

    No full text
    History of the Bergen Reformed Church, from its founding in 1660 through the end of the 1800s. Begins with establishment of Dutch colony, rich in detail and anecdotes including economic details such as the list of burial expenses for a parishioner in 1690.Paper read before the Historical Society of Hudson County, January 192

    Re-Connecting Bergen op Zoom

    No full text
    Onderzoek en ontwerp voor een voormalig industrieel gebied in de stad Bergen op Zoom. Hoofdvraag welke wordt beantwoord is; Welk stedenbouwkundig ontwerp kan een bijdrage leveren aan de transformatie van een voormalig industrieel gebied, wat fragmentatie in de directe omgeving moet verminderen, in tijden van economische recessie?Urban regeneration in the european contextUrbanismArchitecture and The Built Environmen

    Annals of the Classis of Bergen, of the Reformed Dutch Church, and of the Churches Under its Care: Including the Civil History of the Ancient Township of Bergen, in New Jersey

    No full text
    History of the growth of the Reformed Dutch Church in New Jersey, from the colonial New Netherlands era up to 1857. Introductory chapter describes relations with church in Netherlands and the founding of the local Classis, and of Queens College (later renamed Rutgers). Detailed civil history of the Township of Bergen, which comprised most of what became Hudson County. Final chapters give histories of 23 specific churches throughout northeast New Jersey.Classes of Hackensack and Bergen; Town and Township of Bergen; Church histories: Bergen; Hackensack and Schraalenberg; English Neighborhood; Second River, now Belleville; Bergen Neck; First Jersey City; First Newark; Clintonville, or Irvington; New Durham; Van Vorst; Second Newark; Third Newark (German); First Hoboken; Third Jersey City; German Evangelical of North Bergen; Hudson; Bergen Point; Franklin; Second Hackensack; German Evangelical at Hoboken; German Evangelical of Jersey City; North Church of Newark; Concluding Remark

    Evaluatie onderwatersuppleties Egmond en Bergen

    No full text
    Het kustvak bij Egmond wordt, evenals dat bij Bergen, frequent gesuppleerd om de positie van de vastgestelde basiskustlijn (BKL) te handhaven. Deze BKL is ter plekke, vanwege de specifieke situatie aldaar, verder zeewaarts gekozen dan in aangrenzende vakken. Bij Egmond moet zo bijvoorbeeld gewaarborgd worden dat de strandboulevard in tact blijft. De suppleties werden tot voor kort uitgevoerd als strandsuppletie. Hun levensduur bleek relatief kort te zijn, zodat de suppleties regelmatig werden herhaald. Deze korte levensduur wordt geweten aan de vooruitgeschoven positie van de kustlijn, die de natuur relatief snel teniet wil doen (Boers, 1999). Als alternatief voor deze strandsuppleties is bij Egmond in 1999 een combinatie gerealiseerd van een (gebruikelijke) strandsuppletie met een zeewaarts daarvan aangebrachte onderwatersuppletie, terwijl hetzelfde bij Bergen in 2000 gebeurde. De hoop is dat een strandsuppletie door het toevoegen van een onderwatersuppletie een langer leven beschoren is dan zonder deze maatregel. Reden daarvoor zou zijn dat de onderwatersuppletie de golfaanval op de strandsuppletie reduceert. Verder wordt van een onderwatersuppletie sowieso een gunstige werking verwacht op de kustlijn, gezien eerdere ervaringen (bijv. Terschelling). Het is redelijk te verwachten dat dit effect ook op zal treden in de combinatie met een strandsuppletie. Met dergelijke combinaties is nog nauwelijks ervaring opgedaan. De onderwatersuppleties bij Terschelling, Delfland, Katwijk, Noordwijk, Ameland en Scheveningen, die redelijk gemonitord en bestudeerd worden, zijn alle uitgevoerd zonder aanvullende maatregelen als strandsuppletie. Combinatie-suppleties zullen in de toekomst vaker overwogen worden, als een strandsuppletie nodig is. Volgen of de combinatie bij Egmond en Bergen positief uitvalt is daarom gewenst. Hier worden enkele resultaten gegeven van onze bevindingen tot op heden. Bij de huidige analyses bleken het kustsysteem Bergen-Egmond en daarmee de onderwatersuppleties een complex gedrag te vertonen. Zowel bij Egmond als Bergen vervormt het zandlichaam van de onderwatersuppletie zich direct tot een bank/trogsysteem. Bij Egmond komt deze bank midden op het suppletielichaam te liggen, (en de trog landwaarts ervan, waarbij de oorspronkelijke buitenste bank landwaarts wordt gedrukt), bij Bergen vormt zich de bank daarentegen op de zeewaartse helft van het lichaam (met de trog in de landwaartse helft, en wordt de oorspronkelijke bank minder beïnvloed). Het ziet ernaar uit dat \u95 De kustdwarse breedte van een onderwatersuppletie (bij het huidige ontwerp: suppletie met horizontaal bovenvlak tegen buitenste bank, met een volume vergelijkbaar met dat van de bank) bepaalt of en in hoeverre de brekerbank landwaarts wordt gedrukt (nl. vooral bij een breedte kleiner dan de afstand tussen natuurlijke brekerbanken). \u95 Na/door de onderwatersuppletie is de buitenste bank ten zuiden van km 38 verder verlaagd, hetgeen gedeeltelijk verantwoordelijk is voor de teruggang (2000) in de zuidelijke helft van het suppletievak van de MKL na de strandsuppletie 1999. \u95 Door de onderwatersuppleties heeft deze bank een vorm aangenomen die eerder niet of nauwelijks is voorgekomen, met een naar het noorden steeds grotere afstand tot de kust. \u95 De excentriciteit van de ca. 2 km lange segmenten lijkt na de onderwatersuppleties groter dan ooit. Gezien vanuit de diverse kentallen als MKL etc. lijkt het effect van de onderwatersuppleties positief. Het ziet ernaar uit dat \u95 de onderwatersuppleties de levensduur van de strandsuppleties verlengen, in die zin dat de BKL langer gehandhaafd blijft (op een incidentele raai na) door de combinatie strand/onderwatersuppletie dan door enkel een strandsuppletie. Bij Bergen is er sedert de aanleg van de onderwatersuppletie + strandsuppletie geen noodzaak geweest voor verdere maatregelen, en vooralsnog lijken deze nog niet nodig. \u95 Het lijkt er dan ook op dat de doelstelling onderwatersuppletie Bergen (verlengen van de periode dat de BKL gehandhaafd blijft) fraai gehaald gaat worden. Bij Egmond is in 2000, het jaar na de strand- en onderwatersuppletie, een extra strandsuppletie rond km 38.5 uitgevoerd omdat de MKL lokaal onderschreden werd. De zuidelijke helft van het suppletievak lijkt zich ook daarna qua MKL slechter te gedragen dan de noordelijke helft, maar de waarden van de diverse parameters (MKL, duinvoetpositie, GHW) zijn anno 2003 nog redelijk tot goed. In de noordelijke helft zijn de waarden nog uitstekend, \u95 zodat de onderwatersupplete bij Egmond zich ook goed lijkt te gedragen. Het lijkt erop dat voor zowel Egmornd als Bergen het merendeel van het zand uit het suppletielichaam is verdwenen, Hierbij verdween alleen al in de winter 2001/2002 orde de helft van het resterende zand. We denken dat dit zand via de koppen van de suppleties is opgegaan in de buitenste bank ter plekke, en daarmee \u95 waarschijnlijk grotendeels zijwaarts uit de gesuppleerde kustvakken is verdwenen. Onduidelijk is in hoeverre het restant wan de suppleties lokaal nog een positieve invloed heeft op de kust. Bij Bergen zijn de reserves o.a. in MKL volumes momenteel redelijk. Daarom zijn \u95 bij Bergen vooralsnog geen maatregelen nodig. Bij Egmond lijken de reserves in de zuidelijke helft van het suppletievak minder. Een \u95 nieuwe (onderwater-) suppletie dient ontworpen (locatie, volume, etc.) te worden met gebruikmaking van de jongste inzichten. Met name dient de onderwatersuppletie zich verder zuidwaarts uit te strekken. Het ziet ernaar uit dat de BKL in dit kustvak gehandhaafd kan worden met enkel een onderwatersuppletie, door gebruik te maken van diens invloed op het bankensysteem en daarmee ook op het hogere deel van het profiel

    Plots and Inscriptions, Old Cemetery at Bergen Reformed Church

    No full text
    Plot of lots and list of lot owners of in old cemetery of Bergen Reformed Church. Transcriptions of inscriptions from headstones, most from early nineteenth century. History of lands granted to and purchased by church, and uses to which they were put, from 1658 to 1852

    Rurale telefonie in ontwikkelingslanden: Een signaleringsstelsel voor het rurale telefoonsysteem

    No full text
    Rurale telefonie wordt toegepast in gebieden met een zeer gering abonneedichtheid. In het eerste deel van dit verslag worden aanbevelingen gedaan voor een te ontwerpen ruraal telefoonsysteem voor toepassing in ontwikkelingslanden. Het tweede deel van dit verslag omvat de beschrijving van een signaleringsstelsel voor dit systeem. Het is een gedwongen link-by-link MFC-signaleringsstelsel. De frekwenties van de MFC-signalen zijn dezelfde als van de CCITT druktoetssignalering. Ook wordt een bouwbeschrijving gegeven van een signaleringseenheid, waarvan er twee gebouwd zijn. Het verslag besluit met een simulatieprogramma, dat een bepaalde informatie-overdracht tussen deze twee signaleringseenheden mogelijk maakt.Electrical Engineering, Mathematics and Computer ScienceAutomatische Verkeerssysteme

    The Van Houten Family of Bergen, New Jersey

    No full text
    Genealogical record of the Van Houten (or Van Houte) family, residents of the Village of Bergen, now part of Jersey City. Begins with the marriage records of four brothers in the late 1600s, and traces the family to the early 1800s. Includes details of property and some events in the lives of family members.Reprinted from the New York Genealogical and Biographical Record for October, 1896, and January, 1897

    Duinvoetverdediging Bergen aan Zee

    No full text
    In de zeereep bij Bergen aan Zee bevindt zich lokaal bebouwing waarvan de faalkans begin februari 1990 werd ingeschat op 1/20 à 1/50 per jaar. De Directie Noord Holland van Rijkswaterstaat is momenteel bezig met een vergelijkende studie van een aantal alternatieven om deze faalkans te verlagen tot 1/500 per jaar. De in behandeling zijnde alternatieven zijn: a) Uitvoeren van een lokale zandsuppletie op het strand voor de beschouwde objecten (lengte ca. 500 m). Hierbij wordt veel erosie aan de uiteinden van de suppletie verwacht (kopeffecten). b) Integratie van bovengenoemde suppletie in een grotere suppletie (van Petten tot Egmond) in het kader van het toekomstige beleid van kustlijnhandhaving. De kopeffecten zijn in deze situatie geringer dan onder a) c) Aanleg van een duinvoetverdediging voor de beschouwde objecten over een lengte van ca. 500 m. Door de Directie Noord-holland zijn aan de Dienst Weg- en Waterbouwkunde m.b.t. alternatief c) concreet de volgende vragen gesteld: 1. Welke globale liggingsdimensies dient een duinvoetverdediging in de situatie voor Bergen aan Zee te hebben, gegeven een faalkans van de objecten in de zeereep van 1/500 per jaar? 2. Welke materialen en constructietypen komen in aanmerking om in de duinvoetverdediging toe te passen? Aan bod dienen te komen: - materiaal en dikte-indikatie van de toplaag en van de evt. funderingslaag - constructieve beperkingen; ervaringen met bestaande constructies - kostenindikatie M.b.t. deze vragen wordt het volgende geconcludeerd: 1. Het ontgrondingsniveau wordt marginaal beïnvloed door de helling van het onderste deel van de constructie. Het model DUINVOET legt het niveau van de teen op niet lager dan NAP -5.0 m en DUROSTA legt dat niveau op NAP -2.0 m. De oploop wordt m.n. bepaald door de helling van het bovenste gedeelte. In de drie beschouwde gevallen treedt geen afslag meer op met de top op NAP + 12m. Als enige afslag geaccepteerd wordt kan dit niveau enige meters lager komen te liggen (bv. 5m afslag; top op NAP +9m). Uit economische overwegingen is een helling van 1:2 over de totale hoogte aan te bevelen. 2. Uit de kostenraming blijkt dat de meeste alternatieven in het interval f 100 a f 150 per m2 vallen. Uitschieter naar boven zijn de gezette betonzuilen; uitschieter naar onder is het zandzakken-alternatief. Bij dit laatste alternatief moet worden opgemerkt dat de ervaringen niet al te best zijn; tevens is het materiaal vandalisme- gevoelig. Kostenbesparend m.b.t. grondverzet kan zijn het toepassen van een damwandconstructie. Aan de randen van de verdediging (in langsrichting gezien) treedt bij afslag van de naastgelegen duinen een minder diepe ontgrondingskuil op dan in het midden van de verdediging. De lengte van dit invloedsgebied ligt in de orde van 100 a 150 meter

    Bergen op Zoom: De positie van de Geertruidapolder in het landschappelijk en stedelijk weefsel

    No full text
    Onze samenleving heeft ruimte nodig voor verstedelijking. Aangezien ruimte (nog) maar beperkt aanwezig is, vraagt dit, voor ruimteclaims in de ontwikkelingsuitgangspunten om een hoogwaardige, kwalitatieve en duurzame benadering met daarmee samenhangende vormen van gebruiksinvulling. In de afwegingen voor deze nieuwe occupatiestappen en keuzes speelt daarbij het leefmilieu een belangrijke rol. Dat was de reden, waarom Benegora, BElgisch NEderlands GrensOverleg Regio Antwerpen, vereniging voor Leefmilieu, bij het bestuderen van de Structuurvisie 2030 van Bergen op Zoom kritisch gekeken heeft naar nieuwe mogelijke woonlocaties.UrbanismArchitectur

    Genealogy of the Van Winkle Family, Account of its Origin and Settlement in this Country, with Data 1630-1913: Van Winkle Record

    No full text
    300 page genealogical listing of Van Winkle family in America, with name index, compiled by Jersey City historian David Van Winkle. Entries list only birth, death and marriage information, without locations, but narrative sections suggest bulk of entries are in Hudson and Bergen Counties, NJ, and later in Kentucky. Introductory sections describe history of Dutch settlement in America, and homes and customs in Bergen, the Dutch village that became a part of Jersey City. Narrative of Jacob Wallingen and his life in the village of Winkel, Netherlands and his settlement in New Netherlands where he married Trintje Jacobs. Their descendants make up the subsequent list
    corecore