35 research outputs found

    Textieltechniek en Vezeltechnologie in TH Delft Afdeling WSV

    No full text
    Tweeluik over geschiedenis en werkzaamheden van de vakgroep “Textieltechniek en Vezeltechnologie” van de afdeling der Werktuigbouwkunde en Scheepsbouwkunde (W&S, ook wel WSV) van de TH Delft. Het verscheen in de nieuwsbrief Hertz Newsletter van de huidige sectie 3Me/PME/Engineering Mechanics, edities maart-april 2020 en mei-juni 2020.Mechanical, Maritime and Materials Engineerin

    Comparing e-Learning tools’ success : the case of instructor–student interactive vs. self-paced tools

    No full text
    Author name used in the publication: Po-An J. HsiehAuthor name used in the publication: Vincent Cho2011-2012 > Academic research: refereed > Publication in refereed journalAccepted ManuscriptPublishedGreen (AAM

    Application Service Providers (ASP) adoption in core and non-core functions

    No full text
    Author name used in this publication: Vincent Cho2009-2010 > Academic research: refereed > Publication in refereed journalVersion of RecordPublishedC

    Toepassing KSENOS-TOX voor WSV*ANALYSE

    No full text

    Habitat karakterisering van de Nederlandse Kustwateren. Deel 2: Fysische doelvariabelen

    No full text
    Het project Watersysteemverkenningen (WSV) levert objectieve en kwantitatieve informatie over de fysische, chemische en biologische toestand en het gebruik van verschillende watersystemen in verleden, heden en toekomst. Met behulp van deze informatie ontstaat inzicht in het functioneren van de Nederlandse watersystemen. In dit WSV-rapport wordt de huidige situatie en, voor zover gegevens voorhanden waren, de historische ontwikkeling van relevante fysische doelvariabelen voor de Nederlandse zoute wateren in kaart gebracht: (1) ligging kustlijn ten opzichte van de basiskustlijn; (2) natuurvriendelijke oevers, met als onderdeel hiervan (4) lengte oever/kust; (5) getijvolume; en (6) oppervlakte intergetijdegebied. Aan het eind van dit rapport wordt voor de Westerschelde en het Grevelingenmeer een habitat-amoebe gepresenteerd, gericht op conditionerende fysisch-chemische parameters die voor het vóórkomen van habitats / ecotopen mede bepalend zijn. De huidige WSV-definitie, waarbij de ligging van de kustlijn wordt weergegeven in m ten opzichte van de basiskustlijn, blijkt geen juiste beoordeling van de kustveiligheid op te leveren. Als alternatieve definitie wordt voorgesteld: "Het relatief aantal raaien in een watersysteem waarvoor geldt: TKL - BKL > O", een maat voor het aantal overschrijdingen van de basiskustlijn. Momenteel liggen de waarden voor de Hollandse Kustzone, de Voordelta en de Westerschelde op respectievelijk 82 %, 80 % en 82 %. Bij verschillende studies waarbij getijde-oevers op hun natuurvriendelijkheid werden beoordeeld is geen eenduidige methodiek gehanteerd. Een vergelijking tussen watersystemen zou eenvoudiger en betrouwbaarder zijn indien dit wel het geval zou zijn geweest. Door het vervangen van ecologisch slecht functionerende dijkbeschermingsmaterialen door materialen met een hogere ecologische potentie kan het aandeel aan natuurvriendelijke oevers doen toenemen tot bijna 90 %. Er kan worden geconcludeerd dat de arealen aan intergetijdgebieden in de verschillende watersystemen in de loop der tijd door inpolderingen of de aanleg van waterbouwkundige werken erg is afgenomen. Het intergetijdegebied in de Hollandse kustzone en de Voordelta bestaat hoofdzakelijk uit strandvlakte. De arealen hiervan zijn in de afgelopen dertig jaar niet wezenlijk veranderd. Van de Westerschelde kan gezegd worden dat het getijvolume in de afgelopen eeuw niet aantoonbaar is veranderd. In de Oosterschelde is het getijvolume door de aanleg van de stormvloedkering met een derde verminderd.Watersysteemverkenningen (WSV) 199

    Achtergrondnota Toekomst voor Water

    No full text
    Het eindrapport van het project Watersysteemverkenning (WSV), getiteld "Toekomst voor water". Het geeft de eindresultaten van de eerste nationale verkenning van de toekomst van de wateren in Nederland. Het project WSV is een wetenschappelijk project van het Rijksintituut voor Integraal Zoetwaterbeheer en Afvalwaterbehandeling (RIZA) en het Rijksinstituut voor Kust en Zee (RIKZ) dat zich richt op de toestand en het gebruik van water in Nederland; nu en in de toekomst. In de Watersteemverkenning (WSV) is een groot aantal analyses uitgevoerd naar mogelijke toekomstige ontwikkelingen in het waterbeleid. De resultaten kunnen worden gebruikt als bouwstenen voor de vier Nota waterhuishouding (NW4). Basis voor de verkenning in WSV is de analyse van de effecten van de vastgestelde maatregelen in het huidige beleid. Geanalyseerd is welke knelpunten zich voordoen en welke potenties er zijn in de huidige situatie en op een termijn tot 2015. Daarbij is getoetst aan de doelen en streefbeelden die in de derde Nota waterhuishouding (NW3), de Evaluatienota Water (ENW) en andere rijksnota's zijn geformuleerd. Vervolgens zijn mogelijke aanvullende maatregelen geanalyseerd. Daarbij gaat het om maatregelen die de kwaliteit van de watersystemen bevorderen en maatregelen die vanuit het waterbeleid ten behoeve van de ontwikkeling van gebruiksfuncties kunnen worden genomen. Dezelfde termijn, tot 2015, is daarbij gehanteerd. Voor de lange termijn (2045) is een meer kwalitatieve verkenning uitgevoerd, waarbij het halen van de streefbeelden uit de derde Nota waterhuishouding als uitgangspunt heeft gediend. In het informatiesysteem 'de Waterdialoog' zijn alle toetsresultaten uit WSV vastgelegd en kan in één oogopslag worden gezien in hoeverre de huidige en toekomstige situatie het doel benaderen. Conclusies in grote lijnen Geanalyseerd is wat er met de momenteel vastgestelde maatregelen in het kader van het huidige beleid kan worden bereikt. Op basis van deze analyse mag worden verwacht dat de vastgestelde maatregelen verbeteringen opleveren voor de toestand en het gebruik van de Nederlandse watersystemen. Wat ook blijkt is dat de maatregelen niet toereikend zullen zijn om alle doelstellingen te halen. Dit kan deels worden verklaard door het feit dat deze analyse uitging van de momenteel vastgestelde maatregelen, terwijl de druk op de watersystemen toeneemt als gevolg van de groei van de bevolking en de economie. In de tot nu toe vastgestelde maatregelen is met die groei nog niet overal rekening gehouden en zijn eventuele aanvullende maatregelen niet opgenomen. De verwachting is dat het huidige beleid de komende jaren zal inspelen op deze sociaal-economische en demografische ontwikkeling. Hierdoor kan het gat dat in 2015 bij de nu vastgestelde maatregelen dreigt te ontstaan, tussen beleidsdoelstellingen en de feitelijke toestand, kleiner worden gemaakt. Verwezenlijking van de streefbeelding is dan nog niet in beeld. Daar is een uitgebreid pakket van maatregelen voor nodig. Het waterbeheer heeft in verschillende sectoren een wezenlijke invloed op de economische situatie. Dit geldt bijvoorbeeld voor de landbouw, de scheepvaart en de recreatie. Daarnaast is water ook welzijn en volksgezonheid van wezenlijk belang. Dit laatste aspect is bijvoorbeeld terug te zien in de drinkwatervoorziening. Uit de analayse blijkt dat de waterhuishouding in de huidige situatie in behoorlijke mate is afgestemd op de gebruiksfuncties. Binnenvaart en recreatie kunnen groeien zonder dat dit in veel watersystemen tot grote knelpunten hoeft te leiden. Er zijn weinig aanvullende maatregelen te bedenken die de gebruiksfuncties bevorderen en waarvan de baten boven de kosten uitstijgen. Wel kan de visserij op termijn winst boeken door beperking van de visserij-inspanning. Er zijn enkele emissiereductiemaatregelen mogelijk, bij toepassing in nieuwbouw en renovatie, die het milieu minder belasten en niet meer kosten of zelfs goedkoper zijn. Door de uitvoering van het Rijnactieplan en de afspraken van de derde Noordzeeministersconferentie zijn de emissies naar water sterk verminderd. Veel emissiedoelstellingen, waterkwaliteitsdoelstellingen en ook de doelstelling voor verdroging worden echter niet gehaald met de vastgestelde maatregelen, alhoewel de kwaliteit van de ecosystemen wel enige verbetering laat zien. Om de doelstellingen voor water- en ecosysteemkwaliteit te bereiken zal een zeer uitgebreid pakket van aanvullende maatregelen nodig zijn. Op korte termijn kan een grote stap voorwaarts worden gemaakt in de ontwikkeling van de meeste ecosystemen door het nemen van inrichtingsmaatregelen. Met betrekkelijk weinig kosten kan veel worden bereikt, mits de waterkwaliteit niet verslechtert. In WSV zijn, op basis van de ecologische doelstellingen van NW3, ecologische streefbeelden uitgewerkt. Voor het bereiken van die streefbeelden is naast inrichtingsmaatregelen een verdere verbetering van de waterkwaliteit gewenst. Het halen van alle grenswaarden voor 2015 brengt hogere kosten met zich mee dan de nu vastgestelde maatregelen. Binnen de huidige maatschappelijke context lijken de NW3-streefbeelden voor de verschillende watersystemen moeilijk te realiseren. Maatregelen met het karakter van een trendbreuk bieden wellicht meer perspectief. Het gaat daarbij vaak om structurele maatregelen met een lange implementatietermijn. Als dergelijke maatregelen op lange termijn voldoende effect moeten hebben, is het nodig er op tijd mee te beginen. Een belangrijke trendbreuk is bijvoorbeeld het aanpassen van het gebruik van de watersystemen aan de natuurlijke mogelijkheden in plaats van andersom, wat nu gebruikelijk is. Technologische ontwikkeling en kennisontwikkeling, maatschappelijk draagvlak en ontwikkelingen in het buitenland hebben grote invloed op wat uiteindelijk kan worden bereikt. Voor het bereiken van de streefbeelden is de ruimtelijke ordening een belangrijk instrument. In de beleidsvoorbereiding op nationaal niveau wordt tegenwoordig steeds meer aandacht gegeven aan het ontwikkelen van duurzame relaties tussen ruimtegebruik en watersysteemfuncties. In de ruimtelijke planvorming, bijvoorbeeld, maakt men in toenemende gebruik van hydrologische ordeningsprincipes. Bij de vastgestelde maatregelen zullen de meeste ruimtelijke knelpunten dan ook in omvang afnemen, maar nog lang niet zijn opgelost. Ook op het lokale niveau kunnen win-win situaties gecreëerd worden door kennis over de werking van watersystemen een duidelijke plaats te geven in de planontwikkeling. Verdere afstemming tussen waterbeleid en ruimtelijke ordening kan worden bereikt door gebruik te maken van gemeenschappelijke uitgangspunten in de planning voor water en ruimte. Hierdoor kunnen conflictsituaties worden opgelost en potenties worden benut. De totale kosten als gevolg van het huidige waterbeleid stijgen van in totaal 8,3 miljard gulden in 1995 naar 10,4 miljard gulden per jaar in 2015 (prijspeil 1995). Dit betekent voor de komende twintig jaar een gemiddelde stijging van de jaarlijkse kosten van ongeveer 1 procent per jaar. De jaarlijkse lasten voor de huishoudens nemen echter toe met bijna 3 procent per jaar. Dat is overigens een kleiner groeipercentage dan in de afgelopen 10 jaar. De huidig vastgestelde maatregelen gericht op emissiereductie nemen ongeveer de helft van de totale kosten van het huidige waterbeleid voor hun rekening. Bij toepassing van de technische mogelijke, aanvullende, systeemgerichte maatregelen moet er jaarlijks nog circa 7 miljard gulden extra worden uitgegeven aan het waterbeheer. Dit betreft zowel emissie- als inrichtingsmaatregelen. Toepassing van de vierde trap zuivering op alle rioolwaterzuiveringsinstallaties (RWZI's), waardoor de zuivering vergaand verbetert, leidt tot een extra kostenstijging van circa 17 miljard gulden per jaar. Inrichting en herstel hebben een betrekkelijk klein aandeel in de kosten. De lastenstijging voor de huishoudens bedraagt bij toepassing van dit vergaande maatregelenpakket 10 procent per jaar.Watersysteemverkenningen (WSV) 199

    Ecologisch profiel van de Strandgaper (Mya arenaria)

    No full text
    (See below for English summary. Content of rapport is in Dutch) De Strandgaper (Mya arenaria) is een in de ondiepe kustwateren van Nederland algemeen tweekleppig schelpdier dat tot 40 cm diep ingegraven in de bodem leeft. Vooral op de bij laag water droog vallende platen in het Waddenzeegebied en in Ooster- en Westerschelde is het een belangrijke soort. In de ondiepe kustzone is de soort aanzienlijk minder talrijk. De soort voedt zich met partikeltjes van uiteenlopende aard (vooral flagellaten en detritus) die uit het water worden gefiltreerd. De Strandgaper is in het project Watersysteemverkenningen (WSV) gekozen als doelvariabele om de milieukwaliteit van de Nederlandse zoute wateren te toetsen. In het Ecoprofiel komt naar voren dat het voorkomen van de Strandgaper negatief beïnvloed wordt door diverse verontreinigingen en het storten van baggerspecie. Organische microverontreinigingen kunnen het ontstaan van tumorcellen induceren. Het geringe voorkomen van de Strandgaper in het oostelijk deel van de Westerschelde moet in verband worden gebracht met daar voorkomende concentraties microverontreinigingen. Storten van baggerspecie heeft pas dan negatief effect op lokaal aanwezige Strandgapers als meer dan 8 cm slib wordt afgezet. -English- The soft shell clam (Mya arenaria) is a common bivalve mollusc in shallow Dutch coastal waters. It lives in the sediment at depths down to 40 cm. It is especially abundant at intertidal flats in the Wadden Sea, Ems estuary, Westerschelde and Oosterschelde. In coastal waters the species is far less abundant. The species is a suspension feeder utilising various particles, such as phytoplankton and detritus, from the water column. In the 'Aquatic Outlook' project Mya arenaria has been chosen as a sentinel organism for measuring environmental quality of coastal waters. The occurrence of Mya arenaria can be negatively influenced by various pollutants as well as by dumping of dredged material. Organic micropollutants are considered as a cause of prevalence of tumor cells in these animals. The low numbers of Mya arenaria that are present in the eastern part of the Westerschelde are related to the concentrations of micropollutants in that part of the estuary. Dumping of dredged material will affect local populations of this species only if more than 8 cm of mud is deposited.Watersysteemverkenningen (WSV) 199

    A multi agent based model for airport service planning

    No full text
    Author name used in this publication: Vincent ChoAuthor name used in this publication: George Ho2010-2011 > Academic research: refereed > Publication in refereed journalVersion of RecordPublishedC

    Ecologisch profiel van het Nonnetje (<i>Macoma balthica</i>)

    No full text
    (See below for English summary) Het Nonnetje (Macoma balthica) is een voor de ondiepe kustwateren van Nederland karakteristiel tweekleppig schelpdier dat ondiep ingegraven in de bodem leeft. Vooral op de bij laag water droog vallende platen in het Waddenzeegebied en in Ooster- en Westerschelde is het een belangrijke soort. Het Nonnetje is in het project Watersysteemverkenningen (WSV) gekozen als doelvariabele om de milieukwaliteit van de Nederlandse zoute wateren te toetsen. In het Ecoprofiel komt naar voren dat dichtheid en biomassa van het Nonnetje beïnvloedbaar zijn door de mate van eutrofiëring van onze kustwateren. Zo wordt de in de laatste decennia toegenomen dichtheid en biomassa in de westelijke Waddenzee in verband gebracht met eutrofiëring door afvoer van voedingsstoffen (o.a. vanuit het IJsselmeer). In het oostelijk deel van de Westerschelde heeft verontreiniging een nadelige invloed gehad op de ontwikkeling van populaties van het Nonnetje. Oudere dieren ontbreken hier nagenoeg. Storten van baggerspecie heeft pas dan negatief effect op lokaal aanwezige Nonnetjes als meer dan 10 cm slib wordt afgezet. Ze raken dan definitief begraven en overleven niet. -English- The Baltic Tellin (Macoma balthica) is a characteristic and common bivalve mollusc in Dutch coastal waters. It lives shallowly buried in the sediment, and is especially abundant at intertidal flats in Wadden Sea, Oosterschelde and Westerschelde. In the 'Aquatic Outlook' project the species was chosen as a sentinel organism for measuring environmental quality of coastal waters. The data compiled in this document suggest that abundance and biomass of Macoma balthica may be dependent of the degree of eutrophication of our coastal waters. In fact, the increase in abundance and biomass during the last t w o decades observed in the western Dutch Wadden Sea has been related to the discharge of nutrients f r om lake IJsselmeer. In the eastern part of the Westerschelde pollution had a negative effect on the development of populations of Macoma balthica. Older specimens are hardly present here. Dumping of dredged material will affect local populations of Macoma balthica only if more than ca. 10 cm of fine sediment is deposited. The animals then get buried and do not survive.Watersysteemverkenningen (WSV) 199
    corecore