1,720,974 research outputs found

    Financial regulation: the relationship between internal governance and external supervision

    Full text link
    In dit boek worden de grondslagen en uitgangspunten van corporate governance en financieel toezicht geanalyseerd, vergeleken en toegelicht. Inmiddels is een duidelijke overlap tussen beide systemen ontstaan en dit levert juridische en praktische knelpunten op. Zowel corporate governance codes als het financieel toezichtrecht zijn na de financiële crisis van 2008-2012 ingrijpend veranderd. De voornaamste aanleidingen voor deze verschuivingen zijn: de Europeanisering van het financieel toezichtrecht; het verlies van vertrouwen in het zelfregulerend vermogen van de sector en de toegenomen rol van financiële toezichthouders in de regulering van interne governance aspecten van banken.Corporate governance codes zijn instrumenten van zelfregulering, zoals ook het bancaire tuchtrecht en de bankierseed. Deze bevatten normen die naar hun aard, inhoud en handhaafbaarheid grotendeels ongeschikt zijn om opgenomen te worden in wetgeving. Desondanks is sprake van een toegenomen gebruik van moraal-ethische normen in de financiële toezichtwet- en regelgeving, gericht op de regulering van gedrag en cultuur in banken. De regulering van gedrag en cultuur behoort traditioneel gezien echter in de sfeer van zelfregulering, voornamelijk uitgewerkt in corporate governance codes.Een meer principiële scheiding tussen interne governance en extern overheidstoezicht zal leiden tot een toegenomen effectiviteit en efficiency van beide systemen.<br/

    Beleggingsverlies, causaliteitsperikelen en een geschonden verduidelijkingsplicht.:Bespreking van Hoge Raad 10 januari 2020, ECLI:NL:HR:2020:28

    No full text
    Een belegger raakte gedupeerd door een frauduleus fonds dat zou beleggen in nieuwe tulpenrassen. De bank had de belegging geadviseerd, maar had geen onderzoek gedaan naar de betrouwbaarheid van de prospectus en brochure. Het hof verwijt de bank dat zij hierover, in de adviesfase, duidelijkheid had moeten verschaffen. Over een latere periode (na deelname in het fonds) wordt de bank een geschonden onderzoeksplicht verweten, toen zij volgens het hof had moeten vermoeden dat sprake was van fraude. Het hof neemt een causaal verband aan tussen het advies (en geschonden verduidelijkingsplicht) van de bank en de deelname van de belegger in het fonds. Er dient echter sprake te zijn van een causaal verband (condicio sine qua non) tussen de verweten gedraging en de schade. Het hof nam een geschonden onderzoeksplicht aan die betrekking had op een later stadium. In lijn met het Safe Haven-arrest en Ponzi-zwendel-arrest is voor aansprakelijkheid van de bank echter vereist dat zij een redelijk vermoeden of serieuze aanwijzingen had voor fraude.Een expliciet onderscheid tussen de vestigingsfase en omvangsfase is in bepaalde gevallen gewenst om te komen tot een oordeel over het condicio-sine-qua-non-verband en een zuivere toepassing van de toerekeningsmaatstaf van art. 6:98 BW

    Facilitators in financial institutions:the role of governance, compliance and ethics

    No full text
    Financiële instellingen vervullen per definitie een faciliterende rol voor de reële economie, wat de noodzaak voor een effectief ‘ken uw klant’ beleid onderstreept. Op grond van de Wft en Wwft gelden uitgebreide regels ten aanzien van screening en de meldplicht van ongebruikelijke transacties. Tegelijkertijd is het wettelijke kader ontoereikend om alle verschijningsvormen van verdachte en criminele cliënten en transacties te duiden. Financiële instellingen zijn wettelijk verplicht om een integere en beheerste bedrijfsvoering in te richten en deze te waarborgen. Daarnaast gelden uitgebreide eisen ten aanzien van risicomanagement, compliance en interne beheersing. De materiële normstelling is in veel gevallen ruim (principles-based) en dient door de instellingen en sector ingevuld te worden met normen die gestalte krijgen in gedragscodes en tuchtrecht. De complexiteit van financiële criminaliteit, zoals handel met voorwetenschap en witwassen, en de veelal onbedoelde betrokkenheid van financiële instellingen maakt dat naleving van wet- en regelgeving en corporate governance beginselen een cruciale aanvulling behoeft, een derde verdedigingslinie. Ethische compliance en de implementatie van financiële ethiek in de bedrijfsvoering en individuele taakuitoefening van werknemers vormt het onmisbare sluitstuk in de strijd tegen criminele facilitering in financiële instellingen

    Financial regulation: the relationship between internal governance and external supervision

    Full text link
    In dit boek worden de grondslagen en uitgangspunten van corporate governance en financieel toezicht geanalyseerd, vergeleken en toegelicht. Inmiddels is een duidelijke overlap tussen beide systemen ontstaan en dit levert juridische en praktische knelpunten op. Zowel corporate governance codes als het financieel toezichtrecht zijn na de financiële crisis van 2008-2012 ingrijpend veranderd. De voornaamste aanleidingen voor deze verschuivingen zijn: de Europeanisering van het financieel toezichtrecht; het verlies van vertrouwen in het zelfregulerend vermogen van de sector en de toegenomen rol van financiële toezichthouders in de regulering van interne governance aspecten van banken.Corporate governance codes zijn instrumenten van zelfregulering, zoals ook het bancaire tuchtrecht en de bankierseed. Deze bevatten normen die naar hun aard, inhoud en handhaafbaarheid grotendeels ongeschikt zijn om opgenomen te worden in wetgeving. Desondanks is sprake van een toegenomen gebruik van moraal-ethische normen in de financiële toezichtwet- en regelgeving, gericht op de regulering van gedrag en cultuur in banken. De regulering van gedrag en cultuur behoort traditioneel gezien echter in de sfeer van zelfregulering, voornamelijk uitgewerkt in corporate governance codes.Een meer principiële scheiding tussen interne governance en extern overheidstoezicht zal leiden tot een toegenomen effectiviteit en efficiency van beide systemen.<br/

    Bestuurdersaansprakelijkheid in de financiële sector:Toezicht, handhaving, sancties en zorgplichten

    No full text
    De maatschappelijke rol en verantwoordelijkheid van banken en andere financiële dienstverleners vormt in toenemende mate een punt van discussie. De financiële crisis, die ontstond na de val van de Amerikaanse investeringsbank Lehman Brothers in 2008, vereist een grondige herbezinning op de waarden en normen in de financiële sector.Deze multidisciplinaire studie richt zich op de aansprakelijkheid van bestuurders van financiële instellingen, corporate governance en financiële ethiek. Vanuit deze invalshoeken worden de handel met voorwetenschap, marktmanipulatie, kartelvorming en misbruik van een economische machtspositie besproken.Ten aanzien van financiële instellingen en hun bestuurders is in de praktijk sprake van een dubbele normstelling: de bepalingen uit de financiële toezichtswetgeving enerzijds en de beginselen inzake goed ondernemingsbestuur uit de Nederlandse Corporate Governance Code en de Code Banken anderzijds. Hiernaast speelt financiële ethiek een belangrijke rol bij de behandeling van de integriteit, betrouwbaarheid en zorgplichten van bestuurders van financiële instellingen.De betrokkenheid van de Rabobank bij het Libor-schandaal en het daaropvolgend aftreden van de CEO zijn illustratief voor de misstanden in de financiële sector en tevens voor wie hier uiteindelijk de verantwoordelijkheid voor dragen. Bestuurders vormen de eerste en belangrijkste verdedigingslinie tegen integriteitsschendingen en wetsovertredingen. Zij dragen de eindverantwoordelijkheid voor het tot stand brengen en waarborgen van een integere en beheerste bedrijfsvoering
    corecore