1,431 research outputs found
Modelling α-synuclein processing in primary patient cells for pharmacological intervention
Aim: Parkinson’s disease (PD) is a complex, chronic neurodegenerative disorder with predominately sporadic etiology. Intricate genetic-environmental interactions lead to the hallmarks of the disease: degeneration of dopaminergic neurons and the deposition of α-synuclein aggregates. The aim of this study was to establish a novel primary patient cell model as an in vitro screen to study α-synuclein processing for drug screening.
Methods: Primary patient olfactory neuroepithelial-derived cells (ONS) were exposed to α-synuclein and examined for cytotoxicity, processing, and solubility over 48 h. Epigallocatechin gallate (EGCG), which is known to destabilise α-synuclein fibrils, was used to investigate the solubilisation of α-synuclein in the model system.
Results: Exposure to 0.1 μmol/L α-synuclein preformed fibrils was not toxic to ONS over 48 h. ONS processing of α-synuclein was observed to be different in PD cells by their increased accumulation in the cytoplasm. Processing deficits in the PD ONS were confirmed by immunoblotting with an increase in sodium dodecyl sulfate (SDS)-insoluble α-synuclein after 48 h.
Conclusions: The data has illustrated the utility of primary patient ONS as a model system to understand the processing of α-synuclein. Considerable differences in α-synuclein processing were identified in PD ONS. Furthermore, the data suggests that primary patient ONS are a viable in vitro drug screening platform for α-synuclein pathology in PD.Full Tex
Toetsing ingegoten bekledingen, bestaande kennis en kennisleemten
In de periode 2001 tot 2003 zijn diverse onderzoeken uitgevoerd naar de stabiliteit van met gietasfalt ingegoten steenzettingen bij ontwerpomstandigheden. Het tot dusver uitgevoerde onderzoek bestond uit drie veldproeven en een aantal bureaustudies. Het uitgevoerde onderzoek heeft het inzicht in het gedrag van een ingegoten bekleding aanzienlijk vergroot. Een ingegoten bekleding blijkt zich gunstiger te gedragen dan tot dusver voar de toetsing op veiligheid werd aangenomen. Nader onderzoek is echter nodig om dit te vertalen in een realistische toetsmethodiek voor ingegoten bekledingen. In dit rapport worden de achtergrond van deze onderzoeken, de bereikte resultaten, de nog bestaande onzekerheden en mogelijk vervolgonderzoek om deze onzekerheden te verkleinen beschreven.Steenzettinge
Dichte bekleding op filter, wateraccumulatie onder bekleding bij een storm.
Een eenvoudig model is opgesteld om de waterstroming in een filterlaag onder een dichte bekleding tijdens golfaanval te beschrijven. In dit model is de mogelijkheid dat de bekleding lokaal los komt van de ondergrond tijdens golfbelasting meegenomen. Met dit model zijn berekeningen uitgevoerd, zowel met geschematiseerde golfdrukken als met gemeten golfdrukken op het talud. Doel van de berekeningen is na te gaan of tijdens een storm de bekleding, welke plaatselijk los komt van de ondergrond, weer gaat aanliggen of dat de waterstroming zodanig is dat dit niet gebeurd (de toestroming van water naar deze plek is gemiddeld groter dan de afstroming, er is dan sprake van een cumulatief effect van de waterstroming). Uit de berekeningen volgt dat dit cumulatief effect waarschijnlijk niet optreedt als de freatische lijn in de filterlaag op hetzelfde niveau of lager ligt dan de stilwaterlijn. Indien de freatische lijn in de filterlaag hoger ligt dan de stilwaterlijn kan dit verschijnsel wel optreden.TAW A4 Asfalttoepassinge
Triaxiale beproeving van asfaltbeton ten behoeve van een constititief model (concept-meetrapport).
INHOUD: 1. INLEIDING 1 2. PRINCIPE-OPZET VAN HET PROEFPROGRAMMA 3 2.1 Modelbepalende proeven 3 2.2 Verificatie proeven 6 2.3 Toegevoegd onderzoek 6 3. MONSTERPREPARATIE 8 4. DE MEETOPSTELLING 10 4.1 De belastingsmodule 10 4.2 De proefcel 10 4.3 De meetconfiguratie 10 4.4 Regeling en data-acquisitie 12 5. DATABEWERKING EN PRESENTATIE 15 6. PROEFBESCHRIJVINGEN 17 6.1 Druk-relaxatie proeven 17 6.2 Trek-relaxatie proeven 28 6.3 Impuls-kruip proeven 36 6.4 Verificatie proeven 43 7. CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN 45 8. REFERENTIES 46TAW A4 Asfalttoepassinge
The Queensland Parkinson’s project: An overview of 20 years of mortality from Parkinson’s disease
Objective The consensus is that life expectancy for individuals with Parkinson’s disease (PD) is reduced, but estimations vary. We aimed to provide an overview of 20 years of mortality and risk factor data from the Queensland Parkinson’s Project. Methods The analysis included 1,334 PD and 1,127 control participants. Preliminary analysis of baseline characteristics (sex, age at onset, family history, smoking status, pesticide exposure, depression and neurosurgery) was conducted, and Kaplan–Meier curves were generated for each potential risk factor. Standardized mortality ratios (SMRs) were calculated comparing this cohort to the general Australian population. Cox proportional hazards regression modeling was used to analyze potential predictors of mortality. Results In total, 625 (46.8%) PD and 237 (21.0%) control participants were deceased. Mean disease duration until death was 15.3 ± 7.84 years. Average ages at death were 78.0 ± 7.4 years and 80.4 ± 8.4 years for the deceased PD and control participants, respectively. Mortality was significantly increased for PD in general {SMR = 2.75 [95% confidence interval (CI): 2.53–2.96]; p = 0.001}. SMRs were slightly higher for women and those with an age of onset before 60 years. Multivariate analysis showed that deep brain stimulation (DBS) treatment was associated with lower mortality [hazard ratio (HR) = 0.76; 95% CI: 0.59–0.98], while occasional pesticide exposure increased mortality risk (HR = 1.48; 95% CI: 1.17–1.88). Family history of PD, smoking and depression were not independent predictors of mortality. Conclusion Mortality in PD is increased. Sex, age at onset and occasional pesticide exposure were independent determinants of increased mortality, while DBS treatment was associated with reduced mortality.Full Tex
Overlaging van een steenzetting op een filter \u96 versie 01.
De stabiliteit van een bekleding bestaande uit een dichte toplaag op een steenzetting op een filterlaag is beschouwd. Als maatgevend bezwijkmechanisme is het oplichten van de bekleding beschouwd. In het eerste deel van het rapport zijn de diverse belastingen en mogelijke bezwijkmechanismen beschreven. Het tweede deel bevat een kwantificering van de volgende aspecten: - gedrag van de bekleding bij lokale overdruk onder de bekleding - waterstroming in de filterlaag - stabiliteit van de filterlaag bij oplichten. Geconstateerd wordt dat oplichten zelf geen maatgevend bezwijkmechanisme is. Wel belangrijk is vervolgschade bij oplichten in de vorm van instabiliteit van de onderliggende filterlaag. Een eerste methode voor het kwantificeren van de benodigde laagdikte is gegeven. Voor gebruik als ontwerpmethode is een diepgaandere studie van het gedrag van de filterlaag wenselijk.TAW A4 Asfalttoepassinge
Taludbekleding van gezette steen. Band 1: Waterbeweging en golfbelasting op een glad talud
Het onderhavige verslag geeft een gedetailleerde beschrijving van al het relevante onderzoek betreffende de kwasi-stationaire druk op het talud (op het moment vlak vóór de golfklap) dat tot en met 1989 is uitgevoerd bij het Waterloopkundig Laboratorium (WL) en Grondmechanica Delft (GD). Dit onderzoek is uitgevoerd in opdracht van de Dienst Weg- en Waterbouwkunde van Rijkswaterstaat in het kader van het meerjarige onderzoek naar de stabiliteit van taludbekledingen van gezette steen.Steenzettingen - TAW/EN
Physical properties of amorphous Al-Gd-transition metal alloys
Amorphous alloys of the composition Al65Gd15Cu20 and Al1Gd1Fe1 have been prepared by rapid quenching from the melt. The alloys have been studied by X-ray diffraction, thermal analysis and SQUID magnetization methods. Thermal analysis results show crystallization temperatures of 647 and 945 K for Al-Gd-Cu and Al-Gd-Fe, respectively. For Al-Gd-Cu, magnetization measurements show Curie-like behaviour with a localized Gd magnetic moment of 8.0mu(B). Magnetic measurements of Al-Gd-Fe show conventional ferromagnetic behaviour. The Curie temperature is found to be 275 K and a saturation magnetization of 124 emu/g is measured at 4.2 K in an applied magnetic field of 1 T.PT: J; CR: DUNLAP RA, 1989, PHYS REV B, V39, P4808 DUNLAP RA, 1990, J PHYS CONDENS MATT, V2, P4315 DUNLAP RA, 1990, UNPUB HE Y, 1988, SCIENCE, V241, P1640 INOUE A, 1981, J MATER SCI, V16, P1989 INOUE A, 1988, JPN J APPL PHYS, V27, P1796 INOUE A, 1988, JPN J APPL PHYS, V27, L1579 INOUE A, 1988, JPN J APPL PHYS, V27, L479 OHANDLEY RC, 1991, HDB MAGNETIC MATERIA, V6, P453 SRINIVAS V, 1990, J APPL PHYS, V67, P5879 SUZUKI RO, 1985, J MATER SCI, V18, P1195 YEWONDWOSSEN M, 1990, THESIS DALHOUSIE U YEWONDWOSSEN M, 1992, J PHYS-CONDENS MAT, V4, P461; NR: 13; TC: 1; J9: J NON-CRYST SOLIDS; PN: Part 1; PG: 3; GA: LC964Source type: Electronic(1
Phlegmacaritones A and B, a Pair of Serratane-Related Triterpenoid Epimers with an Unprecedented Carbon Skeleton from Phlegmariurus carinatus
A pair of novel serratane-related triterpenoid epimers, phlegmacaritones A (1) and B (2), possessing an unprecedented 15,30-lactone-14,15-seco skeleton, six new serratane-type triterpenoids, phlegmanols G-L (3-5 and 14-16), and 16 known compounds were isolated from the whole plant of Phlegmariurus carinatus. The structures of the new metabolites were established on the basis of comprehensive spectroscopic data analysis and electronic circular dichroism calculations. A possible biosynthetic pathway for phlegmacaritones A (1) and B (2) was proposed. All compounds were submitted to cytological profiling on a cell line derived from a patient with Parkinson's disease. Phlegmacaritone B (2) induced a distinct phenotypic profile with alterations in α-tubulin, mitochondria, and autophagosomal and early endosomal features.Full Tex
Taludbekledingen van gezette steen: Doorlatendheid van toplaag en filter en berekening van leklengte
Tijdens het onderzoek naar de stabiliteit van steenzettingen is reeds in een vroeg stadium het belang onderkend van de verhouding tussen de doorlatendheid van het filter en die van de toplaag. Een eerste aanzet voor het opstellen van formules voor deze doorlatendheden is gegeven in deel VII van deze verslagenreeks over steenzettingen. Het onderhavige verslag geeft een gedetailleerde beschrijving van al het relevante onderzoek betreffende de doorlatendheden dat tot en met 1989 is uitgevoerd bij het Waterloopkundig Laboratorium (WL) en Grondmechanica Delft (GD). Dit onderzoek is uitgevoerd in opdracht van de Dienst Weg- en Waterbouwkunde van Rijkswaterstaat in het kader van het meerjarige onderzoek naar de stabiliteit van taludbekledingen van gezette steen.Steenzettingen - TAW/EN
- …
