2,283 research outputs found
Whose story is it anyway? The ethics of narration and the narration of ethics in Summertime and Die Sneeuslaper
Includes bibliographical references.This dissertation analyses and compares the narrative strategies in J.M. Coetzee’s Summertime and Marlene van Niekerk’s Die sneeuslaper and considers the implications of these strategies for the authors’ exploration of the ethics of writing. Much has been written about the literary oeuvres of both Coetzee and Van Niekerk, including studies of the translations of Van Niekerk’s Afrikaans novels into English. There are few “interlingual” comparative studies of contemporary works in Afrikaans and English, however, and certainly none to my knowledge which compares the work of Coetzee and Van Niekerk. My contribution to the conversation about Coetzee’s and Van Niekerk’s work, but also to an increasingly multilingual and interconnected South African literary criticism, will be a comparison of one recent work by each of these two authors, written in English and Afrikaans respectively. I draw on the theories of Bakhtin, Barthes and Levinas to consider the ethical dimension of texts in which “double-voicedness”, a questioning not only of existence, but of the self is fore grounded in the content and narrative structure; where there is a shift in focus from the author to the reader (“the birth of the reader”) and “utterances” are made with the response of “the other” in mind
Deformatie van elastische bolletjes in instationaire elongatie stroming: Deformatie van Elastische Bolletjes in Instationaire Elongatie Stroming
Bij de vakgroep TMS van de afdeling Scheikunde wordt op fundamentele wijze het menggedrag van twee polymeren bestudeerd. Als onderdeel hiervan is tijdens dit onderzoek de deformatie van elastische bolletjes in rekstroming bestudeerd. De continue fase daarbij was siliconen olie, een Newtonse vloeistof. Hoewel dit systeem ver van de praktijk afstaat kan het misschien inzicht verschaffen in de invloed van elastische componenten op het deformatie gedrag van complexere vloeistoffen…Applied SciencesScheikundeTechnologie van Macromoleculaire Stoffe
Versteiling van de Hollandse Kust
Deze afstudeeropdracht betreft het onderzoek naar het mogelijke versteilen van de Hollandse kust. Het versteilen van de kust is het verdiepingsverschijnsel waarbij de dieptelijnen kustwaarts verschuiven. Deze verschuivingen van de dieptelijnen gaan gepaard met zandverlies op dieper water waardoor het kustprofielletterlijk steiler wordt. Dit verdiepingsverschijnsel wordt in het onderzoek gedefmieerd als "versteiling van de kust". Uitspraken met betrekking tot het versteilen van het kustprofiel bepalen in grote mate het te hanteren handhavingsbeleid van de kustlijn. Verkeerde conclusies daarover kunnen ernstige gevolgen met zich meebrengen. Het verdiepen van het bodemprofiel op dieper water kan samen met het kustwaarts verschuiven van de dieptelijnen in de toekomst leiden tot toenemende erosie op de ondiepe oever en het strandgedeeite langs de gehele Hollandse kust. In hoeverre werkelijke verdieping optreedt is aan de hand van de beschikbare metingen van het diepe kustgedeeite onderzocht. De beschikbare metingen van het diepe kustgedeeite zijn de doorlodingen. Voor het afleiden van de verdiepingstrends is gebruik gemaakt van een lineaire trendanalyse, waarbij de trendlijnen zijn berekend uit de doorlodingen via de kleinste kwadraten methode. Dit zijn de oorspronkelijke trends die direct zijn afgeleid uit de doorlodingen. In dit onderzoek is een analyse gemaakt van de grootte en het karakter van de meetfouten in de doorlodingsgegevens. Op basis hiervan is vervolgens onderzocht wat de invloed van deze meetfouten is op de betrouwbaarheid van uitspraken over mogelijk optredende kustversteiling. Het onderzoek is gedaan op basis van doorlodingsgegevens, met 8 meetwaarnemingen over de periode van 1965 tot 1997. Met behulp van simulaties, gebaseerd op de statistische karakteristieken van de meetfouten in de doorlodingen, worden nieuwe meetwaarden gegenereerd. Door middel van de simulaties kunnen de verdiepingstrends opnieuw uit deze meetwaarden worden afgeleid. Bij het simuleren van nieuwe meetwaarden wordt rekening gehouden met de meetfout in de doorlodingen. De vraag hierbij is of de opnieuw berekende trends de oorspronkelijke trends benaderen.Hydraulic EngineeringCivil Engineering and Geoscience
Adapting the marconitorens
Master thesis project by Jeroen van LithHyperbodyArchitectureArchitecture and The Built Environmen
Verslag van het ontwerp van een tunnel-aquaduct in Rijksweg 12 nabij Gouda
Door de grote verkeersdrukte op rijksweg 12 (Den Haag- Utrecht). is het noodzakelijk geworden deze te herprofileren. Dit zal een aanzienlijke verbreding van deze weg tot gevolg hebben. Er zal een nieuwe kruising met de Gouwe nodig zijn. In dit verslag wordt gedacht aan vervanging van de huidige smalle brug door een tunnel in de vorm van een tunnel-aquaduct. Behandeld zullen worden de voornaamste technische aspecten. welke van invloed zijn op de vorm en de uitvoering van het ontwerp De nadruk wordt hierbij gelegd op de constructief-waterbouwkundige aspecten van het ontwerp.Hydraulic EngineeringCivil Engineering and Geoscience
Karakterisering van een styreen-butylacrylaat-acrylonitrilterpolymeer
In samenwerking met Rank Xerox is onderzoek gedaan naar de microstruktuur en de morf ologie van een styreen-butylacrylaat-acrylonitrilterpolymeer met de mechanische eigenschappen van een vernet polymeer (S103C). Er is getracht de hypothese te verifieren dat de vernetting veroorzaakt wordt door paarsgewijze intermoleculaire associatie van nitrilgroepen. Daarnaast is er getracht terpolymeren te synthetiseren met lang acrylonitrilsequenties om daarin netwerkvorming door intermoleculaire dipoolinteracties van acrylonitrilsequenties aan te tonen. De in dit onderzoek gesynthetiseerde polymeren lijken in samenstelling en microstruktuur overeen te komen met in voorgaand onderzoek gesynthetiseerde polymeren. De dynamische mechanische eigenschappen zijn identiek en er is dus geen sprake van vernetting. Analyse van S103C met infraroodspectroscopie duidt op de aanwezigheid van paarsgewijs geassocieerde nitrilgroepen. Deze interactie wordt opgeheven door langdurig zwellen in dimethylformamide. Interactie van nitrilgroepen is in veel kleinere mate ook aanwezig in de in voorgaand onderzoek gesynthetiseerde terpolymeren. Er zijn met behulp van sequentieanalyse aan de hand van 13C-NMR geen sequentielengteverdelingen in S103C bepaald die specifiek geschikt kunnen zijn voor netwerkvorming. Sequentie-analyse kan verder worden uitgevoerd aan de hand van de pyrolyseprodukten van het polymeer, waarvan de identiteiten grotendeels zijn bepaald in dit onderzoek. Het rontgendiffractogram van S103C vertoont geen aanwezigheid van voor kristallijne polyacrilonitrilgebieden representatieve diffracties. Het is mogelijk dat geassocieerde nitrilgroepen verantwoordelijk ziJn voor de netwerkvorming in S103C maar het is niet aangetoond dat deze nitrilgroepen zich in homogene sequenties bevinden. Er dient te worden onderzocht of netwerkvorming ook mogelijk is door intermoleculair geassocieerde geïsoleerd ingebouwde acrylonitrileenheden. Andere mogelijke oorzaken van netwerkvorming worden voorgesteld, waarnaar verder onderzoek zou kunnen worden gedaan.Applied SciencesScheikundige Technologie en der MateriaalkundeTechnologie van Macromoleculaire stoffe
Geluidsproductie van tandwielkasten
Van tandwielkasten voor de maritieme sector worden over het algemeen slechts enkele identieke aantallen gebouwd. Mede gezien het feit dat het een kapitaalintensief produkt is, is het niet mogelijk een bepaald ontwerp ten aanzien van de geluidsproductie te testen en vervolgens te verbeteren. Het 'is dus wenselijk een voorspelling van de ,geluidsproductie vooraf te maken op basis van het .ontwerp. Met behulp van een mathematisch model van een tandwielkast kan de genoemde voorspelling gemaakt worden. In dit rapport wordt de voorspelling van 2eluid in twee delen opgesplitst. De tandwielkast als geheel bestaat uit een kastconstructie met daarin de draaiende delen. Verondersteld wordt dat het geluid wordt opgewekt door de draaiende delen die bestaan uit assen,, tandwielen en 'lagers. Daarnaast wordt verondersteld dat de kastconstructie het geluid doorleidt van de lagers naar de fundatie van het schip. Volgens deze -fysieke onderverdeling wordt tevens de probleemstelling opgesplitst.Mechanical, Maritime and Materials EngineeringMarine and Transport TechnologyShip Design, Production and OperationOEMO 95/1
Deformatie van niet-Newtonse druppels in een tijdsafhankelijke elongatiestroming
De deformatie van niet-Newtonse druppels in een tijdsafhankelijke elongatiestroming is bestudeerd. Als disperse fase zijn hiervoor polymeeroplossingen gebruikt. Het effect dat een niet constante viscositeit op de deformatie heeft is gemeten. Tevens is aandacht geschonken aan elastische effecten. Het doel van het onderzoek was het verkrijgen van meer inzicht in het dispersie mechanisme in dispersies van gesmolten polymeren. Teneinde de verschillende eigenschappen van gesmolten polymeren apart te kunnen bestuderen is gebruik gemaakt van modelvloeistoffen. De meetresultaten zijn getoetst aan de theorie van Cox [3] voor Newtonse systemen en daarvan afgeleide modellen. Het blijkt mogelijk het gedrag van vloeistoffen met een niet constante viscositeit met een aangepaste versie van het model van Cox te beschrijven. Het model voor shearthinning vloeistoffen is over het algemeen voor grotere deformatie geldig dan het oorspronkelijke model van Cox. Het effect van de elastische eigenschappen van de disperse fase is minder goed te beschrijven. Alleen voor het extreme geval, zeer elastisch, is een goede beschrijving mogelijk. Meer resultaten in stationaire en tijdsafhankelijke stromingen zullen nodig zijn om een volledig beeld te krijgen.Technologie van Macromoleculaire stoffenApplied SciencesKramers Laboratorium voor Fysische Technologi
Handboek uitvoering bodemverdedigingsconstructies van losgestorte granulaire materialen
Bodem-en oeververdedigingswerken vormen vaak een belangrijk onderdeel van waterbouwkundige constructies. Deze bodem- en oeververdedigingsconstructies worden veelal opgebouwd uit relatief "dunne" lagen granulair materiaal. De uitvoering hiervan geschiedt hoofdzakelijk met behulp van stort-schepen, die hun lading stortmateriaal storten vanaf de waterlijn, om zodoende een zekere laagdikte over een gewenst oppervlak op te bouwen. De kwaliteitscontrole van dit veelal ambachtelijke werk richt zich met name op het achteraf meten en controleren van het gemaakte werk (eindprodukt) en in mindere mate op het meten en controleren van het stortproces zelf. Het tot stand komen van de vereiste kwaliteit van het eindprodukt wordt hierbij onvoldoende beheerst. Bij de bouw van de Oosterscheldekering is veel ervaring opgedaan en inzicht verkregen in het stortproces. De grote omvang van deze werkzaamheden maakte het noodzakelijk het stortproces te optimaliseren om met een minimum aan materiaal, de gewenste laagdikte te realiseren. De hierbij opgedane ervaring en kennis omtrent bestortingsmethodieken, alsmede de systematische aanpak van de kwaliteitsbeheersing van het stortproces, is voor de Hoofdafdeling Waterbouw aanleiding geweest om deze ervaringen vast te moeten leggen in de vorm van een handboek. Na het inleidende hoofdstuk 1, wordt in hoofdstuk 2 ingegaan op de verschillende in aanmerking komende constructie-typen en hun toepassingsgebieden, gezien in het licht van dit handboek. In hoofdstuk 3 wordt een beschrijving gegeven van de in aanmerking komende granulaire materialen, hierbij wordt specifiek ingegaan op de kenmerkende eigenschappen en de milieuhygienische aspecten. In hoofdstuk 4 worden enkele ontwerpaspecten beschreven die van direkt belang zijn voor de uitvoering. Het gaat hierbij om een beschrijving van de funkties van een bodemverdedigingsconstructie en de hiervan afgeleide functionele eisen, de ontwerp-filosofie en -methodiek, de faalmechanismen en de hiervan afgeleide ontwerpeisen. Als laatste vindt de vertaling plaats van de ontwerpeisen naar uitvoeringstechnische eisen. In hoofdstuk 5 wordt een beschrijving gegeven van het materieel waarmee de bestortingen kunnen worden aangebracht. Eveneens wordt in dit hoofdstuk ingegaan op de toepassingsmogelijkheden van de verschillende in aanmerking komende plaatsbepalings-systemen. In hoofdstuk 6 wordt een uitvoerige beschrijving gegeven van de verschillende fasen van het stortproces en de hierop van invloed zijnde stortparameters. In hoofdstuk 7 wordt ingegaan op de ongewenste gebeurtenissen, die zich in het stortproces voor kunnen doen. Deze nadelige effecten worden vervolgens geanalyseerd naar fase, oorzaak, afhankelijkheid en de te nemen maatregelen hiertegen en de te treffen voorzieningen. Hoofdstuk 8 behandelt de modellering van de in hoofdstuk 6 genoemde procesfasen, zoals die zijn geschematiseerd in het speciaal voor dit doel ontwikkelde computerprogramma "STORTSIM". Hoofdstuk 9 gaat in op de verschillende in aanmerking komende stortmethodieken, zoals die toegepast kunnen worden bij het gebruik van een zijstorter en een splijtbak. In hoofdstuk 10 wordt, op basis van de in hoofdstuk 6, 7 en 9 geanalyseerde kwaliteitsparameters van het stortproces, een vertaling gemaakt naar de kwalitatief te stellen eisen aan het stortproces, om zodoende een beheerst proces te kunnen bewerkstelligen. In hoofdstuk 11 komt de kwaliteitsbeheersing van het stortproces aan de orde. Hierbij worden achtereenvolgens behandeld; het principe van kwaliteitsbeheersing, de beheersingsaktiviteiten en de voordelen van een dergelijke aanpak. Hoofdstuk 12 behandelt de voor de bestortingsdoeleinden in aanmerking komende inspectiemiddelen, te weten: dieptemeting, sonarmeting en duikerinspectie. Er wordt eveneens globaal ingegaan op de toepasbaarheid van het simulatiemodel "STORTSIM" als beoordelingsmiddel van de gerealiseerde kwaliteit van het eindprodukt bestorting. Hoofdstuk 13 en 14 gaan in op de richtlijnen, bedoeld voor het opstellen van een kwaliteits-, uitvoerings- en keuringsplan. Hoofdstuk 15 handelt over de kwaliteitskosten en de te bereiken kostenoptimalisatie. Als praktijkvoorbeeld wordt hier een vergelijking gemaakt tussen de kwaliteitskosten van een tweetal systemen, zoals die ervaren zijn bij de bestortingswerkzaamheden van de Stormvloedkering Oosterschelde. In hoofdstuk 16 tenslotte worden met behulp van "STORTSIM," de in hoofdstuk 9 geanalyseerde stortmethoden met elkaar vergeleken op de te storten hoeveelheid materiaal als functie van de gerealiseerde laagdikte
Een Dijk van een Kwelder : een verkenning naar de golfreducerende werking van kwelders
Dit rapport geeft een samenvatting van relevant onderzoek naar de golfreducerende werking van kwelders en schetst de randvoorwaarden voor kweldervorming. Kwelders vormen een zone in het intergetijdengebied die de golven beïnvloeden door de weerstand van de bodem en de kweldervegetatie. De golfreducerende werking is afhankelijk van de hoogte en breedte van de kwelder, maar ook van de optredende waterstanden. Het is nog onduidelijk in hoeverre kwelders een bijdrage kunnen leveren aan de waterveiligheid in een veranderend klimaat. De studie is verricht in opdracht van het Deltaprogramma Deelprogramma Waddengebied en vormt een stap in het verkennen van geschikte waterveiligheidsstrategieën in het Waddengebied die zich naast waterveiligheid richten op doelstellingen voor natuur en ruimtelijke kwaliteit
- …
