484 research outputs found

    Nederland op een kantelpunt: Interview met Wouter Veldhuis over het Stedelijk Netwerk Nederland en het sociaal netwerk van woonwijken

    No full text
    De stedenbouwkundige en architect Wouter Veldhuis en landschapsarchitect Jannemarie de Jonge zijn per 1 december 2020 Rijksadviseur voor de fysieke leefomgeving. Later in september 2021 komt daar de architect Francesco Veenstra bij als Rijksbouwmeester en dan is het nieuwe trio College van Rijksadviseurs weer compleet. De uitdagingen voor het college zijn groot. De ruimteclaims die er liggen in stad en land, de hooggestemde ambities om klimaatneutraal en circulair te zijn in 2050, de roep om een minister voor de fysieke leefomgeving en of wonen en weer een echt ministerie met budget. Het enorme probleem op de woningmarkt en de druk om één miljoen woningen ergens bij te bouwen.  Op 24 april sprak het team van 1M Homes initiative van de TU Delft met de nieuw benoemde rijksadviseur voor de fysieke leefomgeving Wouter Veldhuis over de aanstaande veranderingen

    Een beeld van een kust: Inspiratie voor de Kustnota

    No full text
    De kust als spiegel / Maurits Groen De levende kust / Govert D. Geldof Integraal beleid : te kust en te keur? / Gerrit Hagelstein en Philip Idenburg De nieuwe kusten van Noordzee en IJsselmeer / Wouter van Dieren De kust als menselijke gradiënt / Reinier Jan Scheele Duinen in een levende kust / Helias Udo de Haas Het verlangen naar de kust : de kust als toeristisch-recreatief domein / Theo Beckers De kust over 25 jaar : een normatief gezichtspunt / Karel Soudijn Een beeld van kust / Anne van der Meidenkustnot

    Van sociale beweging tot vastgoedbedrijf

    No full text
    Boekbespreking: "Het bewoonbare land: Geschiedenis van de volkshuisvestingsbeweging in Nederland" van Wouter Beekers.OTB ResearchOTB Research Institute for the Built Environmen

    De kosten, baten en praktijk van privaat-georganiseerde omgevingsparticipatie

    No full text
    Makkelijk te kwantificeren is het niet, de kosten en baten van omgevingsparticipatie door ontwikkelaars. Onderzoek van Erwin Heurkens en Wouter Jan Verheul (TU Delft) laat niettemin wél zien dat de potentie groot is.Urban Development Managemen

    Architectural metaphors of knowledge: the Mundaneum designs of Maurice Heymans, Paul Otlet, and Le Corbusier

    No full text
    The author discusses the architectural plans of the Mundaneum made in the 1930s by the Belgian modernist architect Maurice Heymans in the footsteps of Le Corbusier and in collaboration with Paul Otlet. The Mundaneum was the utopian concept of a world center for the accumulation, organization, and dissemination of knowledge, invented by the visionary encyclopedist and internationalist Paul Otlet. In Heymans's architecture, a complex architectural metaphor is created for the Mundaneum, conveying its hidden meaning as a center of initiation into synthesized knowledge. In particular, this article deconstructs the metaphorical architectural complex designed by Heymans and focuses on how the architectural spaces as designed by Heymans are structured in analogy to schemes for the organization of knowledge made by Otlet. In three different designs of the Mundaneum, the analogy is studied between, on the one hand, the architectural structure (designed by Heymans) and, on the other hand, the structure of the cosmology, the book Monde, and the vision of knowledge dissemination as invented by Odet. The article argues that the analogies between the organization of architectural space and knowledge, as expressed in the drawings of Heymans and Otlet, are elaborated by means of a mode of visual thinking that is parallel to and rooted in the art of memory and utopian imagination

    7 bedenkingen bij de blijde boodschap van data in gebiedsontwikkeling

    No full text
    De ‘ontwikkelsprong’ naar big data en algoritmische sturing biedt ongekende mogelijkheden voor gebiedsontwikkeling, maar gaat ook gepaard met risico’s en misvattingen. Onderzoeker en adviseur Wouter Jan Verheul behandelt zeven bedenkingen.Urban Development Managemen

    Evergreen: Vitalisatie van oud Amsterdam

    No full text
    Woningbouw project in het centrum van Amsterdam, waarbij tuinieren en wonen gecombineerd worden

    Reparatie van steenachtige materialen

    No full text
    Een mortel kan worden gedefinieerd als een mengsel van één of meerdere bindmiddelen, toeslagstoffen en eventueel toegevoegde hulpstoffen, meestal aangemaakt met water. Mortel wordt gebruikt om te metselen, te voegen, te pleisteren of aan te vullen en wordt daarnaast soms ook gebruikt als constructief materiaal. Reparatiemortels zijn mortels die worden gebruikt in de conserveringspraktijk om ontbrekende delen van diverse (in dit geval steenachtige) materialen aan te vullen.Repareren, stoppen, aanhelen, aanvullen en herstellen zijn allemaal termen die gebruikt worden bij restauratie met behulp van mortels. Naast het niets doen, het consolideren en (deels) vervangen van natuur- en baksteen is het repareren met mortel een veelgebruikte methode. Het gebruik van reparatiemortels leidt tot afwisselend zeer goede en minder goede resultaten met betrekking tot compatibiliteit met het bestaande en duurzaamheid van de reparatiemortel zelf.Tijdens de WTA-studiedag “reparatie van steenachtige materialen” en in deze syllabus zullen ethische, esthetische, technische en financiële aspecten van het gebruik van deze mortels aan de orde worden gesteld. Hierbij gaat het om diverse in de handel beschikbare kant-en-klare producten en zelf-samengestelde mortels.De eerste twee bijdragen aan deze syllabus komen voort uit onderzoek dat is gedaan in het lopende samenwerkingsverband tussen TU Delft, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed en TNO. In het eerste paper gaat Michiel van Hunen in op de resultaten van een enquête die is gehouden onder (Nederlandse) verwerkers van reparatiemortels: welke producten worden zoal gebruikt en wat zijn de ervaringen. Daarnaast laat hij aan de hand van een groot aantal voorbeelden zien hoe reparatiemortels zich gedragen in de praktijk. Barbara Lubelli, Rob van Hees en Timo Nijland gaan – mede gebaseerd op laboratoriumonderzoek – in op de keuzecriteria voor het kiezen van een geschikte reparatiemortel.Het derde paper is in het geheel gewijd aan het stadhuis van Antwerpen, beter gezegd aan het onderzoek naar de meest geschikte mortel en verwerkingstechniek voor het repareren van het rode Belgische marmer aan de gevel van dit stadhuis. Deze bijdrage is geleverd door Tanquil Berto, Sam Huysmans, Laurent Fontaine en Roald Hayen. Ook gericht op casuïstiek is de bijdrage van Wouter Callebaut. Hij gaat vanuit het perspectief van de restauratiearchitect in op de keuze voor behoud (niets doen), verstevigen, vervangen, of bijwerken met mortels bij restauratie van natuur- en baksteen.Heleen Schroyen gaat in haar bijdrage in op het gebruik van kunststeen in de erfgoedcontext en hoe het agentschap Onroerend Erfgoed hiermee om gaat. In de bijdrage worden tussentijdse resultaten besproken die de basis vormen waarop het agentschap in 2019 in richtlijn zal gaan opstellen.De laatste drie teksten in deze syllabus richten zich op ervaringen in de praktijk. Ben Massop deelt zijn ervaringen met diverse typen reparatiemortels die hij tegenkwam of heeft gebruikt aan de Onze-Lieve-Vrouwekerk te Breda en de Sint-Janskathedraal te ’s-Hertogenbosch. Delphine Vandevoorde richt zich op drie verschillende soorten mortels en hun voor en nadelen bij toepassing in de praktijk, terwijl Paul van Laere in de laatste bijdrage ingaat op zijn rol als beeldhouwer bij de uitvoering van reparaties met mortel.Heritage & Technolog

    De ondergrond bindt ons: Verkennende studie naar de meerwaarde van onderlinge informatie-uitwisseling voor assetmanagement van netbeheerders

    No full text
    Door verouderende infrastructuren, aankomende vervangingsgolven, verandering in vraag en de steeds drukker wordende ondergrond staan netbeheerders van ondergrondse infrastructuren voor een gezamenlijke uitdaging, waarin de rol van beheer en informatie een prominente plaats heeft. Reageren op basis van storingen wordt hiervoor niet meer als voldoende gezien. Het gevolg hiervan is dat netbeheerders rationeler willen omgaan met het beheer van de netwerken. De manier waarop zij dit (willen) doen is aan de hand van assetmanagement. Assetmanagement is een nieuwe/andere naam voor beheer en zoekt een balans in prestatie, risico en kosten over de gehele levenscyclus van de bedrijfsmiddelen. Aan het nemen van effectieve stuurmaatregelen (beheeracties) zijn een aantal voorwaarden verbonden. Informatie van de omgeving en de infrastructuur is hiervoor cruciaal. Uitwisseling van informatie tussen netbeheerders is op dit moment wettelijk gedreven door de Wet Informatie-uitwisseling Ondergrondse Netwerken, maar dit beperkt zich tot de locatiegegevens voor graafwerkzaamheden. Een andere vorm van informatie-uitwisseling is het delen van de korte termijn planning. Door verdergaande informatie-uitwisseling, worden verdere mogelijkheden gezien voor het beperken van kosten en overlast voor de afnemers van de diensten. Om deze reden is het doel van dit onderzoek een verkenning te maken naar informatie die netbeheerders nu verzamelen en een potentiële meerwaarde te vinden in onderlinge uitwisseling van deze informatie. De meerwaarde is uitgedrukt in mogelijkheden om informatie te delen dat bijdraagt aan het beheer van de netwerken. De beschouwde netwerken in dit onderzoek zijn: drinkwater, riolering, gas, elektriciteit en telecom. Doordat er overeenkomsten worden verwacht in gebruikte materialen voor de netwerken en het feit dat de netwerken zich in dezelfde grondlaag bevinden, wordt in dit onderzoek eenzelfde vorm van informatiebehoefte verwacht voor het beheer van de beschouwde netwerken. De verkenning is uitgevoerd door middel van literatuuronderzoek en interviews. Het literatuuronderzoek geeft een theoretisch kader van de informatiebehoefte van de netwerken en in welke mate netbeheerders daar zichzelf nu in voorzien. In het literatuuronderzoek is een inventarisatie gemaakt van: ? de gebruikte materialen en het aandeel daarvan in de beschouwde infrastructuren. ? de beheerinstanties, de belangen en wettelijke verplichtingen. ? verscheidene benaderingswijzen van beheer en de rol van informatie daarin ? de faalmechanismen van de netwerken. ? de huidige informatie inwinning van de netbeheerders, zowel informatie die zij uit het netwerk halen als uit de omgeving van het netwerk. De interviews zijn voor: ? verdere verdieping van het literatuuronderzoek ? verkenning van de vraag in de praktijk De inventarisatie van de gebruikte materialen en de faalmechanismen van netwerken, laat een overeenkomst in informatiebehoefte zien. Naast graafschade zijn zaken als externe corrosie, belasting door verkeer en wortels, zettingen en druk op vrijwel alle beschouwde infrastructuren van invloed. Informatie over de omgeving is belangrijk voor zowel voor het bepalen van de conditie van de leidingen, de gevolgen van falen, als het afstemmen van werken. Hier worden mogelijkheden tot delen van informatie gezien. Informatie uit het systeem is onderverdeeld in algemene en netwerkspecifieke informatie. Algemeen verzamelde informatie is de registratie van de locatie en van storingen. Door registratie van storingen kunnen analyses uitgevoerd worden op het gedrag van het systeem. Ook kan het aandeel van een specifieke oorzaak van storingen aangetoond worden. Storingsregistratie geeft een objectief beeld van het gedrag van de netwerken. Delen van storingsgegevens kan leiden tot het vinden van relaties in faalgedrag. De ondergrond bindt ons Wouter Bosch © KWR & TU Delft - v - oktober 2012 Netwerkspecifieke informatie-inwinning is onderverdeeld naar: onderzoek naar materiaalgedrag, metingen in de openbare ruimte en bezoeken bij afnemers thuis. Uit de interviews is naar voren gekomen dat op deze drie gebieden naast het uitwisselen van informatie, ook het combineren van werkzaamheden is mogelijk en wenselijk. De interviews hadden een semigestructureerde vorm. Hierdoor kan het zijn dat enkele beschouwde onderdelen diepgang missen. Het resultaat van de interviews is een verkenning van de vraag naar informatie van andere netbeheerders en de aanwezige wil om verder samen te werken. Het resultaat van het onderzoek is een zevental suggesties voor mogelijkheden tot het uitwisselen van informatie, namelijk: 1. gezamenlijk onderzoek naar gemeenschappelijk gebruikte materialen 2. uitwisselen van storingsgegevens 3. verdergaande uitwisseling van basisgegevens 4. informatie over de lokale invloed van de omgeving op de kansen en gevolgen van falen 5. de lange termijn planning 6. het verder combineren van werk in het veld 7. uitwisselen van ervaringen rond de transitie van bouwen naar beheren Op deze gebieden is mogelijke meerwaarde te vinden dat uiteindelijk tot kostenbesparing kan leiden. Dit wordt bereikt doordat er meer informatie over de conditie van de netwerken en de omgeving aanwezig is bij de netbeheerders. Zo kunnen risico’s beter ingeschat worden. Verder worden er mogelijk kosten bespaard en wordt overlast verminderd door het combineren van beheeracties. De belangrijkste aanbeveling van dit onderzoek is om de strekking van dit onderzoek een ochtend of middag in de praktijk te brengen in een zogeheten “basale middag”. Tijdens dit dagdeel kunnen netbeheerders stap voor stap laten zien waar zij dagelijks mee bezig zijn in het besluitvormingsproces en welke informatie zij daarvoor gebruiken. Hierdoor kunnen eventueel nog meer mogelijkheden gevonden worden voor het uitwisselen van informatie. Dit dient op regionaal niveau plaats te vinden.Sanitary EngineeringWater ManagementCivil Engineering and Geoscience

    Het meten en schatten van de prestaties van een stedelijk wegennetwerk: Toepassing op Den Haag

    No full text
    Met de ontwikkelde datafusiemethode, die snelheden met gewogen intensiteiten fuseert, is het mogelijk om in plaats van Fundamentele Diagrammen op snelwegen en Macroscopisch Fundamentele Diagrammen voor hele netwerken, ook op traject gebaseerde Macroscopisch Fundamentele Diagrammen door complex stedelijk gebied te verkrijgen. Met een traject specifiek gefit Macroscopisch Fundamenteel Diagram is het schatten van missende informatie over zowel intensiteiten als reistijden vervolgens mogelijk wanneer de andere grootheid bekend is. Vooral voor reistijden leidt dit tot relatief goede schattingen. In de beroepspraktijk blijkt daarnaast ook dat vooral het hebben van informatie over reistijden erg waardevol wordt gevonden. Deze kunnen namelijk worden gebruikt voor de verkeerskundige prestatie-indicator “Level Of Service gebaseerd op gemiddelde reistijd per kilometer, met toegevoegde standaarddeviatie van de reistijden die langer dan gemiddeld duren”. Deze indicator is uit een ontwikkelde lijst van getoetste indicatoren als meest geschikte maatstaf aanbevolen voor de beroepspraktijk om de verkeerskundige prestaties van een stedelijk wegennetwerk op een eenduidige en communiceerbare manier weer te geven. Hiermee leiden de resultaten van het onderzoek tot een beter en completer inzicht van de verkeerskundige prestaties van een stedelijk wegennetwerk, om deze vervolgens op een eenduidige en communiceerbare manier weer te kunnen geven
    corecore