2,997 research outputs found

    Design of a new Faculty of Architecture - Investigation and design of Media Facades

    No full text
    Graduation Project [G.J. Smit] for both Architecture & Building Technology. [architecture] : design of a new Faculty of Architecture [building technology] : investigation and design of Media FacadesStrategic Architectural Design DevelopmentArchitecture & Building TechnologyArchitectur

    Pretoriana, no. 066 & 067, Aug-Dec 1971

    No full text
    Haak & Zoon -- Oud-rugbyspringbokke na wie name van strate en lane in Danville-uitbreiding no. 1 in Pretoria vernoem is / G.J. van Eck -- Die ou begraafplaas / A.S. Malherbe -- Rente op trane / Aletta Lubbe -- Aandeelhouers van die Pretoria Oost-Einde Skool Vereniging Beperkt" / Jan Ploeger -- Correspondence -- Old Pretoria Society annual report 1970 / N.L.P. van der Walt -- Ledelys = List of member

    Fire responses of bushland plants after the January 1994 wildfires in northern Sydney

    No full text
    In early January 1994 wildfires burned areas of bushland in northern Sydney (lat 33° 45’ S, long 151° 05’ E) in coastal south-eastern Australia. This paper reports observations of the fire responses for 828 species of bushland plants – 576 native species and 252 exotic species in the Lane Cove River and Narrabeen Lagoon catchment areas. Information recorded includes whether a species was killed by fire or resprouted post-fire, when seedlings were first observed following fire, and the times of first flowering and first fruiting (or spore production) after the fires. The estimated peaks of post-fire flowering or fruiting for a few species are given. It was not practicable to record data in all categories for all of the 828 species due to the logistical challenges involved in recording data across a large area of bushland, over a number of years. The data presented add to the growing body of knowledge on plant fire responses and will assist the management and conservation of bushland in the study areas, as well as the broader Sydney region

    Watertovenaars: Delftse ideeën voor nog 200 jaar Rijkswaterstaat

    No full text
    Een bundel artikelen met inspiratie voor Rijkswaterstaat voor de ontwikkeling in de volgende 200 jaar. Watertovenaar of tovenaarsleerling? (K. d'Angremond, P. Huisman en G.I. Schiereek) De oudste deltawerken: dammen en duikers uit het begin van de jaartelling (T. de Ridder) Een erfenis uit de Bataafse periode (W.M. de Jong) Wat eerst: wonen, water, wegen of welvaart? (T.M. de Jong) Een nieuwe rol voor de waterstaatsingenieur (F.M. Sanders) De terugkeer van de stedenbouwkundige discipline (V.J. Meyer Water (P. Huisman, K. d'Angremond en G.J. Schiereek) Dynamische buffers in autosnelwegen (D. Westland en P.H.L. Bovy) Op de automatische piloot door de Randstad? (R. van der Heijden, V. Marchau, E. Molin en K. van Wees) Niet bruggen bouwen, maar zelf brug zijn (B. Enserink, M.P.M. van der Ploeg, WAH. Thissen en G.J. de Vreede) Nederland als vervoersemplacement? (M.P.C. Weijnen, W.A.H. Thissen en E.F. ten Heuvelhof) Immobilisatie van gevaarlijk afval (Ch.F.Hendriks) Dubbel verduurzamen van wegconstructies (A.A.A. Molenaar) Innovatie van de geometrische infrastructuur (P.J.G.Teunissen) Radarhoogtemetingen en de (voorname) rol van Delft (M. Naeije) Een hoog(water)standje (T. Rientjes, C. van den Akker en P. van der Veer) Naar één beslismodel voor de veiligheid (J.K. Vrijling en J. Stoop) De betrouwbaarheid van dijken (A. Verruijt) Windgolven, een fascinerend fenomeen (L.H. Holthuijsen en J.A. Battjes) Mijn droom: het railvaartuig (B. Boon) Een waterfilm in plaats van wielen (A. van Beek) Uren worden minuten (E.A.H. Vollebregt, H. Jansen en M.R.T. Roest) Een kwestie van schuiven (R.Brouwer, A.Hof en J. Schuurmans) Energie door vergisting van slib (M.S.M. letten en M.C.M. van Loosdrecht) Nóg een poldermodel: hoge-sterkte beton (J.C. Walraven) Atollen voor de Noordzeekust (J. Kristinsson) Van maker naar regisseur (H.A.J. de Ridder

    Sustainable Chemical Processes and Products. New Design Methodology and Design Tools

    No full text
    The current chemical industry is not sustainable, which leads to the fact that innovation of chemical processes and products is too often hazardous for society in general and the environment in particular. It really is a challenge to implement sustainability considerations in the design activities of chemical engineers. Therefore, the main question of this thesis is: how can a trained chemical engineer develop a conceptual design of a chemical process or a chemical product in such a way that the final result clearly contributes to sustainable development? This question is answered after a profound discussion about the current chemical engineering practice and its relation to the sustainability debate. This dissertation claims that sustainable development of chemical engineering practices requires a general design methodology accompanied by a set of design tools. Such a combination of methodology and tools does not exist in the chemical engineering field. The author developed a new design methodology and seven new design tools that enable the incorporation of sustainability issues into the design practice of the chemical engineering field. The application and validity of the methodology and its tools are shown in seven, mainly industrial, case studies.Applied Science

    Testudo: haar schepper en opvolgers

    No full text
    Discrete Mathematics and Optimizatio

    Shields op de Helling? Het ontwerpen van een steenbestorting op een oever onder stromingsaanval

    No full text
    Voor de berekening van de stabiliteit van stenen moet een beschouwing worden gemaakt van de krachten welke werken op een steen in een stroming. Deze krachten zijn natuurlijk ten eerste het gewicht van de steen onder water en verder de kracht welke de stroming op de steen uitoefent. 1) De krachten door het water zijn evenredig met het kwadraat van de watersnelheid, met het oppervlak van de steen en de dichtheid van het water. Evenredig met het oppervlak van de steen houdt in evenredig met het kwadraat van de diameter van de steen. 2) Het steengewicht is evenredig met de inhoud van de steen en daarmee met de steendiameter tot de derde macht. Verder is het natuurlijk evenredig met het verschil in steengewicht en het gewicht van het water. De evenredigheidsparameter werd door Shields in een iets andere vorm in zijn onderzoek Psi genoemd. Deze factor bleek nog afhankelijk te zijn van het Reynoldsgetal. Wanneer de theorie van Shields wordt toegepast op stenen op een oever is het de vraag welk punt op de helling maatgevend is. Dit kan zijn onder aan het talud of juist hoger op het talud. Onder aan het talud is de dieptegemiddelde stroomsnelheid hoog maar door de grotere diepte is de relatieve aanval op de stenen lager. Hoger op het talud is de dieptegemiddelde stroomsnelheid weliswaar lager, maar is de relatieve aanval op stenen door de geringere diepte juist lager. De eerste conclusie die uit dit onderzoek kan worden getrokken is dat op een oever de situatie aan de teen altijd de maatgevende is. De hogere snelheden op het diepere gedeelte hebben duidelijk een groter effect dan de geringere diepte hoger op het talud. De resultaten van dit onderzoek geven verder aan dat de hellingcorrectiefactoren volgens Lane (1955) en Ikeda (1982) waarden geven welke aan de voorzichtige kant liggen. Uit de resultaten zou men zelfs kunnen concluderen dat de bewering van Maylord (1989) die zegt dat een hellingcorrectiefactor niet nodig is voor hellingen flauwer dan 1:2,5 juist is. Voor praktische toepassingen is het echter aan te bevelen de hellingcorrectiefactor wel mee te nemen in de berekening. Dit vanwege de onzekerheden die in vele onderzoeken naar dit onderwerp naar voren komen. Er kan zonder problemen gewerkt worden met de eenvoudige formules van Lane omdat de afwijkingen van de formule van Ikeda met de gevonden waarden van A niet bijzonder groot zijn. Bij het berekenen van het benodigd steengewicht aan de teen van een talud moet de snelheid aan de teen van het talud bekend zijn. Indien gewerkt wordt in een bestaande situatie kunnen de snelheden het beste in het veld gemeten worden, anders zal men stromingsmodellen moeten gebruiken. De conclusie van dit rapport is dat de huidige gebruikelijke berekeningswijze met de methode van Shields met de hellingcorrectiefactor volgens Lane aan de veilige kant zit. Verder onderzoek is nodig om eventuele ontwerpnormen aan te scherpen.Civil Engineering and Geoscience

    Author response

    No full text
    Most motile bacteria sense and respond to their environment through a transmembrane chemoreceptor array whose structure and function have been well-studied, but many species also contain an additional cluster of chemoreceptors in their cytoplasm. Although the cytoplasmic cluster is essential for normal chemotaxis in some organisms, its structure and function remain unknown. Here we use electron cryotomography to image the cytoplasmic chemoreceptor cluster in Rhodobacter sphaeroides and Vibrio cholerae. We show that just like transmembrane arrays, cytoplasmic clusters contain trimers-of-receptor-dimers organized in 12-nm hexagonal arrays. In contrast to transmembrane arrays, however, cytoplasmic clusters comprise two CheA/ CheW baseplates sandwiching two opposed receptor arrays. We further show that cytoplasmic fragments of normally transmembrane E. coli chemoreceptors form similar sandwiched structures in the presence of molecular crowding agents. Together these results suggest that the 12-nm hexagonal architecture is fundamentally important and that sandwiching and crowding can replace the stabilizing effect of the membrane

    Verslag omtrent den aanleg van stroomleidende dammen in de Zandkreek en Veergat: opgemaakt door den ingenieur van den Rjjksvvaterstaat G.J. van den Broek

    No full text
    Onderzoek naar kribben om de erosie van de steile oevers van het Veerse gat en Zandkreek tegen te gaa
    corecore