1,721,013 research outputs found
Rehabilitation in Multiple Sclerosis: challenging high intense exercise therapy
Dit doctoraatsproject omvat twee grote onderzoeksdoelstellingen (A & B).
Ten eerste richtte dit project zich op het onderzoeken van de impact van
hoog-intense interval training (HIIT) als therapeutische
bewegingsinterventie op gezondheidsgerelateerde comorbiditeiten (bvb.
cardiovasculaire risico’s) die veelal het gevolg zijn van MS gerelateerde
inactiviteit (A). Ten tweede trachtten we in dit project om HIIT als
revalidatiestrategie in MS verder te optimaliseren (B). Om dit te
verwezenlijken hebben we getracht de algemene HIIT prestatie en
functionele uitkomst na HIIT te verbeteren (B1). Verder hebben we
strategieën onderzocht om de haalbaarheid en therapietrouw van HIIT in
de revalidatie van personen met MS te optimaliseren (B2).
Om de impact van HIIT op enkele belangrijke gezondheidsgerelateerde MS
comorbiditeiten zoals cardiovasculaire aandoeningen, die vaak veroorzaakt
worden door inactiviteitsgerelateerde secundaire symptomen, is het eerst
nodig om te weten welke cardiovasculaire risicofactoren verstoord zijn in
personen met MS. Eerder onderzoek heeft uitgewezen dat personen met
MS inderdaad een verhoogd risico op cardiovasculaire aandoeningen
hebben vergeleken met gezonde controles. Echter is het niet duidelijk of dit
verhoogde risico te wijten is aan veranderingen in lichaamssamenstelling,
bloeddruk, bloed lipidenprofiel of controle van de suikerregulatie. Daarom
hebben we in Studie 1 (doelstelling A) onderzocht welke cardiovasculaire
risicofactoren voornamelijk bijdragen aan het verhoogde risico op
cardiovasculaire aandoeningen in MS, en hebben we de relatie tussen al
deze factoren bekeken.
In andere populaties is het positieve effect van hoog intense oefentherapie
op gezondheidsgerelateerde parameters, inclusief cardiovasculaire
risicofactoren, reeds bewezen. Op basis van de resultaten uit Studie 1, en
omdat dit nooit eerder onderzocht werd in MS, hebben we in Studie 2
onderzocht of een hoog intens oefenprogramma het potentieel heeft om
een aantal belangrijke en verstoorde cardiovasculaire risicofactoren in MS
patiënten te verbeteren. Onlangs werd aangetoond dat MS patiënten verhoogde concentraties
lactaat in het bloed hebben t.o.v. gezonde controles. Of deze
bloedlactaatconcentraties ook verhoogd zijn tijdens inspanning bij MS
patiënten is echter niet geweten. Dit is zeer relevante informatie, aangezien
verstoorde inspanningsgerelateerde bloedlactaatconcentraties tijdens HIIT
kunnen leiden tot grotere subjectieve vermoeidheid en mogelijks snellere
opgave van de fysieke activiteit. Indien zo, kan dit leiden tot een
ontoereikende hoog intense prikkel en dus een verzwakte en verlaagde
klinische uitkomst. Om deze redenen hebben we in Studie 3 onderzocht of
opstapeling van lactaat in het bloed, tijdens sub- en maximale inspanning,
verschillend is in MS patiënten t.o.v. gezonde controles.
De tweede doelstelling (B) van dit doctoraatsproject omvatte het
optimaliseren van de algemene HIIT prestatie/revalidatie in MS
(doelstelling B1). Hiermee willen we inspanningscapaciteit, spierkracht,
functionaliteit en levenskwaliteit in deze populatie verder verbeteren.
Bovendien, en dankzij de veelbelovende resultaten van HIIT in MS, is het
nodig om de bestaande HIIT protocollen te optimaliseren en zodoende de
haalbaarheid en therapietrouw op lange termijn te verbeteren
(doelstelling B2). Dit is noodzakelijk om de integratie van HIIT in de
bestaande revalidatiestrategieën te vergemakkelijken.
In de sportwereld is β-alanine (doelstelling B1) een zeer populair
prestatiebevorderend supplement, aangezien dit de spiercarnosine
concentratie verhoogt en hierdoor een verbetering geeft van de
sportprestatie, voornamelijk tijdens hoog intens intermittente
inspanningen. De onderliggende mechanismen die hier aan de grondslag
liggen zijn een verbeterde Ca2+ regulatie en buffering van
inspanningsgerelateerd bloedlactaat. Het verhogen van spiercarnosine,
door β-alanine supplementatie, leidt dus tot een verbetering van de HIIT
prestatie. Echter, vooraleer we de impact van β-alanine supplementatie en
verhoogde spiercarnosine op de HIIT prestatie bij MS kunnen onderzoeken, is het nodig om de impact van MS op deze concentraties van spiercarnosine
te begrijpen. In Studie 4 (doelstelling B1) hebben we daarom onderzocht
of carnosine concentraties in de spieren van een proefdiermodel voor MS
(EAE, Experimentele Auto-immune Encephalomyelitis) en MS patiënten,
verschilt van gezonde controles. Omdat zowel EAE als MS de spiercarnosine
concentraties lijken te beïnvloeden, hebben we eerst het effect van
carnosine/ β-alanine supplementatie in dieren onderzocht (Studie 5,
doelstelling B1).
In de topsportwereld worden trainingsprogramma’s vaak geperiodiseerd in
opeenvolgende fases en cycli. Dit om specifieke trainingsdoelen en optimale
prestaties op lange termijn te bereiken en ook overbelasting en het
ontstaan van blessures te minimaliseren. In de huidige MS revalidatie wordt
echter nog steeds gebruik gemaakt van monotone, uniforme belasting en
progressief lineaire revalidatie/trainingsprogramma’s die vaak leiden tot
verminderde motivatie, mentale vermoeidheid, slechte therapietrouw,
overbelastingsletsels en suboptimale trainingsstimuli. Bovendien en
ondanks substantiële klinische verbeteringen na HIIT in MS, lijkt de
effectieve implementatie van dergelijke hoog intense trainingsinterventies
in de huidige revalidatie moeilijk. Revalidatieprogramma’s die enkel bestaan
uit HIIT zijn fysiek zeer veeleisend en dit lijkt de therapietrouw op lange
termijn negatief te beïnvloeden. Inderdaad, verminderde klinische
uitkomsten, resulterend uit verminderde therapietrouw na hoog intense
inspanningen werden reeds gerapporteerd bij sedentaire volwassenen.
Daarom hebben we in Studie 6 (doelstelling B2) onderzocht of een
geperiodiseerd trainingsprogramma, inclusief veeleisende HIIT sessies, de
therapietrouw en haalbaarheid van HIIT in MS kan verbeteren. Doelstelling A
Tijdens dit doctoraatsproject hebben we kunnen aantonen dat verschillende
cardiovasculaire risicofactoren aan de basis liggen van het verhoogde risico
op de ontwikkeling van cardiovasculaire aandoeningen in MS patiënten, met
een toegenomen vetmassa als primaire risicofactor. Echter, in vergelijking
met andere populaties konden we deze verstoorde risicofactoren niet
remediëren m.b.v. een hoog intens oefenprogramma. We veronderstelden
dat een toegenomen bloedlactaatproductie tijdens inspanning in MS deze
patiënten belemmerde om te kunnen trainen aan een voldoende hoge
intensiteit, hetgeen zou leiden tot onvoldoende responsen op
cardiovasculaire risicofactoren na deze inspanning. Echter, aangezien de
opstapeling van bloedlactaat tijdens inspanning niet verschillend bleek te
zijn tussen MS patiënten en gezonde controles, konden we deze hypothese
niet bevestigen. Hieruit kunnen we dus concluderen dat, naast HIIT, andere
strategieën onderzocht moeten worden om de verstoorde cardiovasculaire
risicofactoren in MS te kunnen verbeteren. Doelstelling B
Naast de impact op gezondheidsgerelateerde parameters hebben we ook
getracht om HIIT als revalidatiestrategie te optimaliseren in MS. Dit
probeerden we te bereiken door het verbeteren van de algemene HIIT
prestatie, alsook de haalbaarheid en therapietrouw op lange termijn te
optimaliseren. Om dit te bekomen onderzochten we twee strategieën,
dewelke veelvuldig in de sportwereld worden toegepast om HIIT prestaties
te verbeteren, namelijk ergogene supplementatie en training periodisatie.
Ten eerste hebben we aangetoond dat zowel dieren als personen met MS
substantieel verlaagde carnosinegehaltes in de spier hebben. Dit kan ervoor
zorgen dat de HIIT prestatie verslechtert in deze populatie. Echter, d.m.v.
β-alanine supplementatie konden we de carnosine concentratie in de spier
terug verhogen/herstellen. Verder toonde deze supplementatie
veelbelovende resultaten op het klinisch ziekteverloop bij de dieren. Om deze redenen lijkt het erop dat verhoging van de carnosine concentraties in
MS een interessante strategie is om verder te onderzoeken. Tenslotte bleek
training periodisatie een efficiënte strategie om klinische parameters zoals
inspanningscapaciteit te verbeteren, alsook de haalbaarheid en
therapietrouw van een HIIT interventie te verbeteren. Deze strategieën
dienen nu verder onderzocht te worden in grotere, gecontroleerde studies
Rehabilitation in Multiple Sclerosis: challenging high intense exercise therapy
Dit doctoraatsproject omvat twee grote onderzoeksdoelstellingen (A & B).
Ten eerste richtte dit project zich op het onderzoeken van de impact van
hoog-intense interval training (HIIT) als therapeutische
bewegingsinterventie op gezondheidsgerelateerde comorbiditeiten (bvb.
cardiovasculaire risico’s) die veelal het gevolg zijn van MS gerelateerde
inactiviteit (A). Ten tweede trachtten we in dit project om HIIT als
revalidatiestrategie in MS verder te optimaliseren (B). Om dit te
verwezenlijken hebben we getracht de algemene HIIT prestatie en
functionele uitkomst na HIIT te verbeteren (B1). Verder hebben we
strategieën onderzocht om de haalbaarheid en therapietrouw van HIIT in
de revalidatie van personen met MS te optimaliseren (B2).
Om de impact van HIIT op enkele belangrijke gezondheidsgerelateerde MS
comorbiditeiten zoals cardiovasculaire aandoeningen, die vaak veroorzaakt
worden door inactiviteitsgerelateerde secundaire symptomen, is het eerst
nodig om te weten welke cardiovasculaire risicofactoren verstoord zijn in
personen met MS. Eerder onderzoek heeft uitgewezen dat personen met
MS inderdaad een verhoogd risico op cardiovasculaire aandoeningen
hebben vergeleken met gezonde controles. Echter is het niet duidelijk of dit
verhoogde risico te wijten is aan veranderingen in lichaamssamenstelling,
bloeddruk, bloed lipidenprofiel of controle van de suikerregulatie. Daarom
hebben we in Studie 1 (doelstelling A) onderzocht welke cardiovasculaire
risicofactoren voornamelijk bijdragen aan het verhoogde risico op
cardiovasculaire aandoeningen in MS, en hebben we de relatie tussen al
deze factoren bekeken.
In andere populaties is het positieve effect van hoog intense oefentherapie
op gezondheidsgerelateerde parameters, inclusief cardiovasculaire
risicofactoren, reeds bewezen. Op basis van de resultaten uit Studie 1, en
omdat dit nooit eerder onderzocht werd in MS, hebben we in Studie 2
onderzocht of een hoog intens oefenprogramma het potentieel heeft om
een aantal belangrijke en verstoorde cardiovasculaire risicofactoren in MS
patiënten te verbeteren. Onlangs werd aangetoond dat MS patiënten verhoogde concentraties
lactaat in het bloed hebben t.o.v. gezonde controles. Of deze
bloedlactaatconcentraties ook verhoogd zijn tijdens inspanning bij MS
patiënten is echter niet geweten. Dit is zeer relevante informatie, aangezien
verstoorde inspanningsgerelateerde bloedlactaatconcentraties tijdens HIIT
kunnen leiden tot grotere subjectieve vermoeidheid en mogelijks snellere
opgave van de fysieke activiteit. Indien zo, kan dit leiden tot een
ontoereikende hoog intense prikkel en dus een verzwakte en verlaagde
klinische uitkomst. Om deze redenen hebben we in Studie 3 onderzocht of
opstapeling van lactaat in het bloed, tijdens sub- en maximale inspanning,
verschillend is in MS patiënten t.o.v. gezonde controles.
De tweede doelstelling (B) van dit doctoraatsproject omvatte het
optimaliseren van de algemene HIIT prestatie/revalidatie in MS
(doelstelling B1). Hiermee willen we inspanningscapaciteit, spierkracht,
functionaliteit en levenskwaliteit in deze populatie verder verbeteren.
Bovendien, en dankzij de veelbelovende resultaten van HIIT in MS, is het
nodig om de bestaande HIIT protocollen te optimaliseren en zodoende de
haalbaarheid en therapietrouw op lange termijn te verbeteren
(doelstelling B2). Dit is noodzakelijk om de integratie van HIIT in de
bestaande revalidatiestrategieën te vergemakkelijken.
In de sportwereld is β-alanine (doelstelling B1) een zeer populair
prestatiebevorderend supplement, aangezien dit de spiercarnosine
concentratie verhoogt en hierdoor een verbetering geeft van de
sportprestatie, voornamelijk tijdens hoog intens intermittente
inspanningen. De onderliggende mechanismen die hier aan de grondslag
liggen zijn een verbeterde Ca2+ regulatie en buffering van
inspanningsgerelateerd bloedlactaat. Het verhogen van spiercarnosine,
door β-alanine supplementatie, leidt dus tot een verbetering van de HIIT
prestatie. Echter, vooraleer we de impact van β-alanine supplementatie en
verhoogde spiercarnosine op de HIIT prestatie bij MS kunnen onderzoeken, is het nodig om de impact van MS op deze concentraties van spiercarnosine
te begrijpen. In Studie 4 (doelstelling B1) hebben we daarom onderzocht
of carnosine concentraties in de spieren van een proefdiermodel voor MS
(EAE, Experimentele Auto-immune Encephalomyelitis) en MS patiënten,
verschilt van gezonde controles. Omdat zowel EAE als MS de spiercarnosine
concentraties lijken te beïnvloeden, hebben we eerst het effect van
carnosine/ β-alanine supplementatie in dieren onderzocht (Studie 5,
doelstelling B1).
In de topsportwereld worden trainingsprogramma’s vaak geperiodiseerd in
opeenvolgende fases en cycli. Dit om specifieke trainingsdoelen en optimale
prestaties op lange termijn te bereiken en ook overbelasting en het
ontstaan van blessures te minimaliseren. In de huidige MS revalidatie wordt
echter nog steeds gebruik gemaakt van monotone, uniforme belasting en
progressief lineaire revalidatie/trainingsprogramma’s die vaak leiden tot
verminderde motivatie, mentale vermoeidheid, slechte therapietrouw,
overbelastingsletsels en suboptimale trainingsstimuli. Bovendien en
ondanks substantiële klinische verbeteringen na HIIT in MS, lijkt de
effectieve implementatie van dergelijke hoog intense trainingsinterventies
in de huidige revalidatie moeilijk. Revalidatieprogramma’s die enkel bestaan
uit HIIT zijn fysiek zeer veeleisend en dit lijkt de therapietrouw op lange
termijn negatief te beïnvloeden. Inderdaad, verminderde klinische
uitkomsten, resulterend uit verminderde therapietrouw na hoog intense
inspanningen werden reeds gerapporteerd bij sedentaire volwassenen.
Daarom hebben we in Studie 6 (doelstelling B2) onderzocht of een
geperiodiseerd trainingsprogramma, inclusief veeleisende HIIT sessies, de
therapietrouw en haalbaarheid van HIIT in MS kan verbeteren. Doelstelling A
Tijdens dit doctoraatsproject hebben we kunnen aantonen dat verschillende
cardiovasculaire risicofactoren aan de basis liggen van het verhoogde risico
op de ontwikkeling van cardiovasculaire aandoeningen in MS patiënten, met
een toegenomen vetmassa als primaire risicofactor. Echter, in vergelijking
met andere populaties konden we deze verstoorde risicofactoren niet
remediëren m.b.v. een hoog intens oefenprogramma. We veronderstelden
dat een toegenomen bloedlactaatproductie tijdens inspanning in MS deze
patiënten belemmerde om te kunnen trainen aan een voldoende hoge
intensiteit, hetgeen zou leiden tot onvoldoende responsen op
cardiovasculaire risicofactoren na deze inspanning. Echter, aangezien de
opstapeling van bloedlactaat tijdens inspanning niet verschillend bleek te
zijn tussen MS patiënten en gezonde controles, konden we deze hypothese
niet bevestigen. Hieruit kunnen we dus concluderen dat, naast HIIT, andere
strategieën onderzocht moeten worden om de verstoorde cardiovasculaire
risicofactoren in MS te kunnen verbeteren. Doelstelling B
Naast de impact op gezondheidsgerelateerde parameters hebben we ook
getracht om HIIT als revalidatiestrategie te optimaliseren in MS. Dit
probeerden we te bereiken door het verbeteren van de algemene HIIT
prestatie, alsook de haalbaarheid en therapietrouw op lange termijn te
optimaliseren. Om dit te bekomen onderzochten we twee strategieën,
dewelke veelvuldig in de sportwereld worden toegepast om HIIT prestaties
te verbeteren, namelijk ergogene supplementatie en training periodisatie.
Ten eerste hebben we aangetoond dat zowel dieren als personen met MS
substantieel verlaagde carnosinegehaltes in de spier hebben. Dit kan ervoor
zorgen dat de HIIT prestatie verslechtert in deze populatie. Echter, d.m.v.
β-alanine supplementatie konden we de carnosine concentratie in de spier
terug verhogen/herstellen. Verder toonde deze supplementatie
veelbelovende resultaten op het klinisch ziekteverloop bij de dieren. Om deze redenen lijkt het erop dat verhoging van de carnosine concentraties in
MS een interessante strategie is om verder te onderzoeken. Tenslotte bleek
training periodisatie een efficiënte strategie om klinische parameters zoals
inspanningscapaciteit te verbeteren, alsook de haalbaarheid en
therapietrouw van een HIIT interventie te verbeteren. Deze strategieën
dienen nu verder onderzocht te worden in grotere, gecontroleerde studies
Challenging the Mont Ventoux with Multiple Sclerosis: a home-based cycle and awareness project
Ventilatory function during exercise in multiple sclerosis and impact of training intervention: cross-sectional and randomized controlled trial
Background
Patients with MS (pwMS) often experience resting ventilatory anomalies. Ventilatory function during
exercise and impact of long-term training intervention remains however uncertain.
Aim
To examine the ventilatory function during exercise and impact of a 6-month training intervention in
pwMS.
Design
Combination of a cross-sectional (part 1) and randomized controlled trial (part 2).
Setting
University rehabilitation facility.
Population
Caucasian patients with MS and healthy controls.
Methods
In part 1, the ventilatory function during submaximal endurance exercise was compared between pwMS (n=37) and healthy participants (n=15). In part 2, pwMS were then randomly assigned to a 6-month training intervention (n=16) or usual care (n=11). Following training intervention, ventilatory function during exercise was re-evaluated.
Results
Despite comparable relative exercise testing intensities between groups in part 1, significantly elevated steady-state exercise dead space/tidal volume ratio, O2 uptake and CO2 output equivalent, end-tidal O2 pressure, ratings of perceived exertion and lowered end-tidal CO2 pressure and O2 pulse was observed in pwMS (p<0.05). The degree of ventilatory dysfunction during exercise correlated
significantly with ratings of perceived exertion and blood lactate content (p<0.05). In part 2, despite
an improved exercise tolerance (based on reductions in heart rate, blood lactate content and ratings of perceived exertion during exercise at similar workload) after a 6-month training intervention, ventilatory dysfunction remained present during endurance exercise (p>0.05).
Conclusion
Patients with MS experience a ventilatory dysfunction during endurance exercise, which is related to worse exercise tolerance. This ventilatory anomaly remains present after long-term training intervention.
Clinical rehabilitation impact
Patients with MS experience ventilatory dysfunction during exercise. This dysfunction is related to
exercise tolerance and ratings of perceived exertion. Long-term exercise training did not remediate
this ventilatory dysfunction. The systematic examination of the pulmonary/cardiovascular system at
rest and during exercise is recommended in MS
Ventilatory function during exercise in multiple sclerosis and impact of training intervention: cross-sectional and randomized controlled trial
Background
Patients with MS (pwMS) often experience resting ventilatory anomalies. Ventilatory function during
exercise and impact of long-term training intervention remains however uncertain.
Aim
To examine the ventilatory function during exercise and impact of a 6-month training intervention in
pwMS.
Design
Combination of a cross-sectional (part 1) and randomized controlled trial (part 2).
Setting
University rehabilitation facility.
Population
Caucasian patients with MS and healthy controls.
Methods
In part 1, the ventilatory function during submaximal endurance exercise was compared between pwMS (n=37) and healthy participants (n=15). In part 2, pwMS were then randomly assigned to a 6-month training intervention (n=16) or usual care (n=11). Following training intervention, ventilatory function during exercise was re-evaluated.
Results
Despite comparable relative exercise testing intensities between groups in part 1, significantly elevated steady-state exercise dead space/tidal volume ratio, O2 uptake and CO2 output equivalent, end-tidal O2 pressure, ratings of perceived exertion and lowered end-tidal CO2 pressure and O2 pulse was observed in pwMS (p<0.05). The degree of ventilatory dysfunction during exercise correlated
significantly with ratings of perceived exertion and blood lactate content (p<0.05). In part 2, despite
an improved exercise tolerance (based on reductions in heart rate, blood lactate content and ratings of perceived exertion during exercise at similar workload) after a 6-month training intervention, ventilatory dysfunction remained present during endurance exercise (p>0.05).
Conclusion
Patients with MS experience a ventilatory dysfunction during endurance exercise, which is related to worse exercise tolerance. This ventilatory anomaly remains present after long-term training intervention.
Clinical rehabilitation impact
Patients with MS experience ventilatory dysfunction during exercise. This dysfunction is related to
exercise tolerance and ratings of perceived exertion. Long-term exercise training did not remediate
this ventilatory dysfunction. The systematic examination of the pulmonary/cardiovascular system at
rest and during exercise is recommended in MS
Periodized home-based training : a new strategy to improve high intensity exercise therapy adherence in mildly affected patients with multiple sclerosis
Introduction: Although high intensity exercise therapy (HIT) in Multiple Sclerosis (MS) induces substantial effects, longer term compliance to such a training program is not evident. When embedded in a periodized, home-based training strategy, high intensity exercise therapy adherence may improve. This is explored first in mildly affected persons with MS.
Methods: Exercise capacity (maximal exercise test) and body composition (DEXA) of healthy controls (n = 22) and persons with MS (n = 23, EDSS: 1.9 +/- 1.1) were assessed at baseline (PRE). Next and within the context of an MS awareness project (climbing the Mont Ventoux, France), all participants were enrolled in a 6 m home-based periodized HIT oriented cycling program with remote (Polar (R) M200 activity tracker) supervision. Hereafter, POST measurements were performed similar to baseline.
Results: Six months of periodized and home-based HIT oriented training induced improvements in body weight ( - 3%, p = 0.008), BMI ( - 3%, p = 0.01), total mass ( - 2%, p = 0.023), VO2max (+ 5%, p = 0.016), workload (+ 11%, p = 0.001), time until exhaustion (+ 14%, p = 0.001), recovery heart rate (+ 4%, p = 0.04), lactate peak ( + 16%, p = 0.03) and RER (+ 4%, p = 0.04) in MS. Furthermore, all persons with MS safely reached the top of the Mont Ventoux, except for two.
Conclusion: The applied 6 m periodized, home-based and HIT-oriented cycling program provided good therapy adherence with similar improvements in exercise capacity compared to healthy controls. Furthermore, this exercise regimen trained mildly-affected persons with MS adequately to climb the Mont Ventoux
Periodized versus classic exercise therapy in Multiple Sclerosis: a randomized controlled trial
Background: Periodizing exercise interventions in Multiple Sclerosis (MS) shows good high intensity exercise training adherence. Whether this approach induces comparable training adaptations with respect to exercise capacity, body composition and muscle strength compared to conventional, linear progressive training programs however is not known. Methods: Thirty-one persons with MS (all phenotypes, mean EDSS 2.3?1.3) were randomized into a twelve-week periodized (MSPER, n=17) or a classic endurance (MSCLA, n=14) training program. At baseline (PRE), exercise capacity (maximal exercise test, VO2max), body composition (DEXA) and muscle strength (Biodex?) were assessed. Classic, moderate intensity endurance training (60-80% HRmax, 5 training sessions/2w, 60min/session) was performed on a stationary bicycle. Periodized exercise included 4 recurrent 3-week cycles of alternated endurance training (week 1: endurance training as described above), high intense exercise (week 2: 3 sessions/w, 3 ? 20s all-out sprints, 10min/session) and recovery weeks (week 3: one sprint session as described above). POST measurements were performed similar to baseline. Total exercise volume of both programs was expressed as total peak-effort training minutes. Results: For MSCLA, total exercise volume included 1728 total peak-effort training minutes, whereas MSPER included only 736. Despite this substantially reduced training volume, twelve weeks of periodized training significantly (p<0.05) improved VO2max (+14%, p=0.001), workload (+20%) and time until exhaustion (+25%). Classic training significantly (p<0.05) improved workload (+10%) and time until exhaustion (+17%), but not VO2max (+5%, p=0.131). Pre-post improvements for VO2max were significantly higher in MSPER compared to MSCLA (p=0.046). Conclusion: These data show that despite substantially lower training time (57% less peak-effort training minutes), 12 weeks of periodized exercise training in persons with MS seems to induce larger improvements in parameters of exercise capacity compared to classic endurance training. We therefore recommend to further investigate the effect of training periodization on various functional rehabilitation measures in MS.Keytsman, C (corresponding author), Hasselt Univ, REVAL Rehabil Ctr, Biomed Res Inst BIOMED, Agoralaan Bldg A, B-3590 Diepenbeek, Belgium.
[email protected]
Impact of periodized home-based rehabilitation and B-alanine supplementation on muscle characteristics in Multiple Sclerosis: a feasibility study
Deze studie onderzoekt de impact van geperiodiseerde 'high-intensity' training in combinatie met beta-alanine supplementatie bij personen met Multiple sclerosis
What is the effect of training periodisation on exercise capacity and body composition in people with MS, compared to classic linear training?
Trunk and Lower Body Muscle Strength in Soccer
ABSTRACT
Background: Soccer involves intermittent physical activity during high intensity short action sequences requiring numerous skills such as tackling, kicking, etc. This requires adequate lower limb and trunk muscle strength. Norm values of quadriceps/hamstrings, hip abductor/adductor and trunk flexors/extensors for elite and amateur soccer players in comparison to sedentary controls however are unclear.
Objectives: The objective of this study was to compare muscle strength values and ratios of the abovementioned muscle groups between elite-, amateur soccer players and sedentary controls and to normalize these values by using the fat free mass.
Measurements: Isokinetic (knee) and isometric (trunk, hip and knee) measurements were performed using a BIODEX® dynamometer while body composition was measured using
DEXA. Participants signed an informed consent before measurements.
Results: Elite players have a lower fat mass and a higher fat free mass compared to amateur players and sedentary controls. Additionally, they show higher values trunk extension in the semi-standing position (vs. amateur soccer players ranging from 18.4% to 22.0% difference) and isokinetic knee flexion (vs. sedentary controls ranging from 15.7% to 32.8% difference) for all relative strength measurements (TBW, FFM and FFM of the limb). All of the other measurements were not significantly different between groups
- …
