1,721,013 research outputs found

    Rehabilitation in Multiple Sclerosis: challenging high intense exercise therapy

    No full text
    Dit doctoraatsproject omvat twee grote onderzoeksdoelstellingen (A & B). Ten eerste richtte dit project zich op het onderzoeken van de impact van hoog-intense interval training (HIIT) als therapeutische bewegingsinterventie op gezondheidsgerelateerde comorbiditeiten (bvb. cardiovasculaire risico’s) die veelal het gevolg zijn van MS gerelateerde inactiviteit (A). Ten tweede trachtten we in dit project om HIIT als revalidatiestrategie in MS verder te optimaliseren (B). Om dit te verwezenlijken hebben we getracht de algemene HIIT prestatie en functionele uitkomst na HIIT te verbeteren (B1). Verder hebben we strategieën onderzocht om de haalbaarheid en therapietrouw van HIIT in de revalidatie van personen met MS te optimaliseren (B2). Om de impact van HIIT op enkele belangrijke gezondheidsgerelateerde MS comorbiditeiten zoals cardiovasculaire aandoeningen, die vaak veroorzaakt worden door inactiviteitsgerelateerde secundaire symptomen, is het eerst nodig om te weten welke cardiovasculaire risicofactoren verstoord zijn in personen met MS. Eerder onderzoek heeft uitgewezen dat personen met MS inderdaad een verhoogd risico op cardiovasculaire aandoeningen hebben vergeleken met gezonde controles. Echter is het niet duidelijk of dit verhoogde risico te wijten is aan veranderingen in lichaamssamenstelling, bloeddruk, bloed lipidenprofiel of controle van de suikerregulatie. Daarom hebben we in Studie 1 (doelstelling A) onderzocht welke cardiovasculaire risicofactoren voornamelijk bijdragen aan het verhoogde risico op cardiovasculaire aandoeningen in MS, en hebben we de relatie tussen al deze factoren bekeken. In andere populaties is het positieve effect van hoog intense oefentherapie op gezondheidsgerelateerde parameters, inclusief cardiovasculaire risicofactoren, reeds bewezen. Op basis van de resultaten uit Studie 1, en omdat dit nooit eerder onderzocht werd in MS, hebben we in Studie 2 onderzocht of een hoog intens oefenprogramma het potentieel heeft om een aantal belangrijke en verstoorde cardiovasculaire risicofactoren in MS patiënten te verbeteren. Onlangs werd aangetoond dat MS patiënten verhoogde concentraties lactaat in het bloed hebben t.o.v. gezonde controles. Of deze bloedlactaatconcentraties ook verhoogd zijn tijdens inspanning bij MS patiënten is echter niet geweten. Dit is zeer relevante informatie, aangezien verstoorde inspanningsgerelateerde bloedlactaatconcentraties tijdens HIIT kunnen leiden tot grotere subjectieve vermoeidheid en mogelijks snellere opgave van de fysieke activiteit. Indien zo, kan dit leiden tot een ontoereikende hoog intense prikkel en dus een verzwakte en verlaagde klinische uitkomst. Om deze redenen hebben we in Studie 3 onderzocht of opstapeling van lactaat in het bloed, tijdens sub- en maximale inspanning, verschillend is in MS patiënten t.o.v. gezonde controles. De tweede doelstelling (B) van dit doctoraatsproject omvatte het optimaliseren van de algemene HIIT prestatie/revalidatie in MS (doelstelling B1). Hiermee willen we inspanningscapaciteit, spierkracht, functionaliteit en levenskwaliteit in deze populatie verder verbeteren. Bovendien, en dankzij de veelbelovende resultaten van HIIT in MS, is het nodig om de bestaande HIIT protocollen te optimaliseren en zodoende de haalbaarheid en therapietrouw op lange termijn te verbeteren (doelstelling B2). Dit is noodzakelijk om de integratie van HIIT in de bestaande revalidatiestrategieën te vergemakkelijken. In de sportwereld is β-alanine (doelstelling B1) een zeer populair prestatiebevorderend supplement, aangezien dit de spiercarnosine concentratie verhoogt en hierdoor een verbetering geeft van de sportprestatie, voornamelijk tijdens hoog intens intermittente inspanningen. De onderliggende mechanismen die hier aan de grondslag liggen zijn een verbeterde Ca2+ regulatie en buffering van inspanningsgerelateerd bloedlactaat. Het verhogen van spiercarnosine, door β-alanine supplementatie, leidt dus tot een verbetering van de HIIT prestatie. Echter, vooraleer we de impact van β-alanine supplementatie en verhoogde spiercarnosine op de HIIT prestatie bij MS kunnen onderzoeken, is het nodig om de impact van MS op deze concentraties van spiercarnosine te begrijpen. In Studie 4 (doelstelling B1) hebben we daarom onderzocht of carnosine concentraties in de spieren van een proefdiermodel voor MS (EAE, Experimentele Auto-immune Encephalomyelitis) en MS patiënten, verschilt van gezonde controles. Omdat zowel EAE als MS de spiercarnosine concentraties lijken te beïnvloeden, hebben we eerst het effect van carnosine/ β-alanine supplementatie in dieren onderzocht (Studie 5, doelstelling B1). In de topsportwereld worden trainingsprogramma’s vaak geperiodiseerd in opeenvolgende fases en cycli. Dit om specifieke trainingsdoelen en optimale prestaties op lange termijn te bereiken en ook overbelasting en het ontstaan van blessures te minimaliseren. In de huidige MS revalidatie wordt echter nog steeds gebruik gemaakt van monotone, uniforme belasting en progressief lineaire revalidatie/trainingsprogramma’s die vaak leiden tot verminderde motivatie, mentale vermoeidheid, slechte therapietrouw, overbelastingsletsels en suboptimale trainingsstimuli. Bovendien en ondanks substantiële klinische verbeteringen na HIIT in MS, lijkt de effectieve implementatie van dergelijke hoog intense trainingsinterventies in de huidige revalidatie moeilijk. Revalidatieprogramma’s die enkel bestaan uit HIIT zijn fysiek zeer veeleisend en dit lijkt de therapietrouw op lange termijn negatief te beïnvloeden. Inderdaad, verminderde klinische uitkomsten, resulterend uit verminderde therapietrouw na hoog intense inspanningen werden reeds gerapporteerd bij sedentaire volwassenen. Daarom hebben we in Studie 6 (doelstelling B2) onderzocht of een geperiodiseerd trainingsprogramma, inclusief veeleisende HIIT sessies, de therapietrouw en haalbaarheid van HIIT in MS kan verbeteren. Doelstelling A Tijdens dit doctoraatsproject hebben we kunnen aantonen dat verschillende cardiovasculaire risicofactoren aan de basis liggen van het verhoogde risico op de ontwikkeling van cardiovasculaire aandoeningen in MS patiënten, met een toegenomen vetmassa als primaire risicofactor. Echter, in vergelijking met andere populaties konden we deze verstoorde risicofactoren niet remediëren m.b.v. een hoog intens oefenprogramma. We veronderstelden dat een toegenomen bloedlactaatproductie tijdens inspanning in MS deze patiënten belemmerde om te kunnen trainen aan een voldoende hoge intensiteit, hetgeen zou leiden tot onvoldoende responsen op cardiovasculaire risicofactoren na deze inspanning. Echter, aangezien de opstapeling van bloedlactaat tijdens inspanning niet verschillend bleek te zijn tussen MS patiënten en gezonde controles, konden we deze hypothese niet bevestigen. Hieruit kunnen we dus concluderen dat, naast HIIT, andere strategieën onderzocht moeten worden om de verstoorde cardiovasculaire risicofactoren in MS te kunnen verbeteren. Doelstelling B Naast de impact op gezondheidsgerelateerde parameters hebben we ook getracht om HIIT als revalidatiestrategie te optimaliseren in MS. Dit probeerden we te bereiken door het verbeteren van de algemene HIIT prestatie, alsook de haalbaarheid en therapietrouw op lange termijn te optimaliseren. Om dit te bekomen onderzochten we twee strategieën, dewelke veelvuldig in de sportwereld worden toegepast om HIIT prestaties te verbeteren, namelijk ergogene supplementatie en training periodisatie. Ten eerste hebben we aangetoond dat zowel dieren als personen met MS substantieel verlaagde carnosinegehaltes in de spier hebben. Dit kan ervoor zorgen dat de HIIT prestatie verslechtert in deze populatie. Echter, d.m.v. β-alanine supplementatie konden we de carnosine concentratie in de spier terug verhogen/herstellen. Verder toonde deze supplementatie veelbelovende resultaten op het klinisch ziekteverloop bij de dieren. Om deze redenen lijkt het erop dat verhoging van de carnosine concentraties in MS een interessante strategie is om verder te onderzoeken. Tenslotte bleek training periodisatie een efficiënte strategie om klinische parameters zoals inspanningscapaciteit te verbeteren, alsook de haalbaarheid en therapietrouw van een HIIT interventie te verbeteren. Deze strategieën dienen nu verder onderzocht te worden in grotere, gecontroleerde studies

    Rehabilitation in Multiple Sclerosis: challenging high intense exercise therapy

    No full text
    Dit doctoraatsproject omvat twee grote onderzoeksdoelstellingen (A & B). Ten eerste richtte dit project zich op het onderzoeken van de impact van hoog-intense interval training (HIIT) als therapeutische bewegingsinterventie op gezondheidsgerelateerde comorbiditeiten (bvb. cardiovasculaire risico’s) die veelal het gevolg zijn van MS gerelateerde inactiviteit (A). Ten tweede trachtten we in dit project om HIIT als revalidatiestrategie in MS verder te optimaliseren (B). Om dit te verwezenlijken hebben we getracht de algemene HIIT prestatie en functionele uitkomst na HIIT te verbeteren (B1). Verder hebben we strategieën onderzocht om de haalbaarheid en therapietrouw van HIIT in de revalidatie van personen met MS te optimaliseren (B2). Om de impact van HIIT op enkele belangrijke gezondheidsgerelateerde MS comorbiditeiten zoals cardiovasculaire aandoeningen, die vaak veroorzaakt worden door inactiviteitsgerelateerde secundaire symptomen, is het eerst nodig om te weten welke cardiovasculaire risicofactoren verstoord zijn in personen met MS. Eerder onderzoek heeft uitgewezen dat personen met MS inderdaad een verhoogd risico op cardiovasculaire aandoeningen hebben vergeleken met gezonde controles. Echter is het niet duidelijk of dit verhoogde risico te wijten is aan veranderingen in lichaamssamenstelling, bloeddruk, bloed lipidenprofiel of controle van de suikerregulatie. Daarom hebben we in Studie 1 (doelstelling A) onderzocht welke cardiovasculaire risicofactoren voornamelijk bijdragen aan het verhoogde risico op cardiovasculaire aandoeningen in MS, en hebben we de relatie tussen al deze factoren bekeken. In andere populaties is het positieve effect van hoog intense oefentherapie op gezondheidsgerelateerde parameters, inclusief cardiovasculaire risicofactoren, reeds bewezen. Op basis van de resultaten uit Studie 1, en omdat dit nooit eerder onderzocht werd in MS, hebben we in Studie 2 onderzocht of een hoog intens oefenprogramma het potentieel heeft om een aantal belangrijke en verstoorde cardiovasculaire risicofactoren in MS patiënten te verbeteren. Onlangs werd aangetoond dat MS patiënten verhoogde concentraties lactaat in het bloed hebben t.o.v. gezonde controles. Of deze bloedlactaatconcentraties ook verhoogd zijn tijdens inspanning bij MS patiënten is echter niet geweten. Dit is zeer relevante informatie, aangezien verstoorde inspanningsgerelateerde bloedlactaatconcentraties tijdens HIIT kunnen leiden tot grotere subjectieve vermoeidheid en mogelijks snellere opgave van de fysieke activiteit. Indien zo, kan dit leiden tot een ontoereikende hoog intense prikkel en dus een verzwakte en verlaagde klinische uitkomst. Om deze redenen hebben we in Studie 3 onderzocht of opstapeling van lactaat in het bloed, tijdens sub- en maximale inspanning, verschillend is in MS patiënten t.o.v. gezonde controles. De tweede doelstelling (B) van dit doctoraatsproject omvatte het optimaliseren van de algemene HIIT prestatie/revalidatie in MS (doelstelling B1). Hiermee willen we inspanningscapaciteit, spierkracht, functionaliteit en levenskwaliteit in deze populatie verder verbeteren. Bovendien, en dankzij de veelbelovende resultaten van HIIT in MS, is het nodig om de bestaande HIIT protocollen te optimaliseren en zodoende de haalbaarheid en therapietrouw op lange termijn te verbeteren (doelstelling B2). Dit is noodzakelijk om de integratie van HIIT in de bestaande revalidatiestrategieën te vergemakkelijken. In de sportwereld is β-alanine (doelstelling B1) een zeer populair prestatiebevorderend supplement, aangezien dit de spiercarnosine concentratie verhoogt en hierdoor een verbetering geeft van de sportprestatie, voornamelijk tijdens hoog intens intermittente inspanningen. De onderliggende mechanismen die hier aan de grondslag liggen zijn een verbeterde Ca2+ regulatie en buffering van inspanningsgerelateerd bloedlactaat. Het verhogen van spiercarnosine, door β-alanine supplementatie, leidt dus tot een verbetering van de HIIT prestatie. Echter, vooraleer we de impact van β-alanine supplementatie en verhoogde spiercarnosine op de HIIT prestatie bij MS kunnen onderzoeken, is het nodig om de impact van MS op deze concentraties van spiercarnosine te begrijpen. In Studie 4 (doelstelling B1) hebben we daarom onderzocht of carnosine concentraties in de spieren van een proefdiermodel voor MS (EAE, Experimentele Auto-immune Encephalomyelitis) en MS patiënten, verschilt van gezonde controles. Omdat zowel EAE als MS de spiercarnosine concentraties lijken te beïnvloeden, hebben we eerst het effect van carnosine/ β-alanine supplementatie in dieren onderzocht (Studie 5, doelstelling B1). In de topsportwereld worden trainingsprogramma’s vaak geperiodiseerd in opeenvolgende fases en cycli. Dit om specifieke trainingsdoelen en optimale prestaties op lange termijn te bereiken en ook overbelasting en het ontstaan van blessures te minimaliseren. In de huidige MS revalidatie wordt echter nog steeds gebruik gemaakt van monotone, uniforme belasting en progressief lineaire revalidatie/trainingsprogramma’s die vaak leiden tot verminderde motivatie, mentale vermoeidheid, slechte therapietrouw, overbelastingsletsels en suboptimale trainingsstimuli. Bovendien en ondanks substantiële klinische verbeteringen na HIIT in MS, lijkt de effectieve implementatie van dergelijke hoog intense trainingsinterventies in de huidige revalidatie moeilijk. Revalidatieprogramma’s die enkel bestaan uit HIIT zijn fysiek zeer veeleisend en dit lijkt de therapietrouw op lange termijn negatief te beïnvloeden. Inderdaad, verminderde klinische uitkomsten, resulterend uit verminderde therapietrouw na hoog intense inspanningen werden reeds gerapporteerd bij sedentaire volwassenen. Daarom hebben we in Studie 6 (doelstelling B2) onderzocht of een geperiodiseerd trainingsprogramma, inclusief veeleisende HIIT sessies, de therapietrouw en haalbaarheid van HIIT in MS kan verbeteren. Doelstelling A Tijdens dit doctoraatsproject hebben we kunnen aantonen dat verschillende cardiovasculaire risicofactoren aan de basis liggen van het verhoogde risico op de ontwikkeling van cardiovasculaire aandoeningen in MS patiënten, met een toegenomen vetmassa als primaire risicofactor. Echter, in vergelijking met andere populaties konden we deze verstoorde risicofactoren niet remediëren m.b.v. een hoog intens oefenprogramma. We veronderstelden dat een toegenomen bloedlactaatproductie tijdens inspanning in MS deze patiënten belemmerde om te kunnen trainen aan een voldoende hoge intensiteit, hetgeen zou leiden tot onvoldoende responsen op cardiovasculaire risicofactoren na deze inspanning. Echter, aangezien de opstapeling van bloedlactaat tijdens inspanning niet verschillend bleek te zijn tussen MS patiënten en gezonde controles, konden we deze hypothese niet bevestigen. Hieruit kunnen we dus concluderen dat, naast HIIT, andere strategieën onderzocht moeten worden om de verstoorde cardiovasculaire risicofactoren in MS te kunnen verbeteren. Doelstelling B Naast de impact op gezondheidsgerelateerde parameters hebben we ook getracht om HIIT als revalidatiestrategie te optimaliseren in MS. Dit probeerden we te bereiken door het verbeteren van de algemene HIIT prestatie, alsook de haalbaarheid en therapietrouw op lange termijn te optimaliseren. Om dit te bekomen onderzochten we twee strategieën, dewelke veelvuldig in de sportwereld worden toegepast om HIIT prestaties te verbeteren, namelijk ergogene supplementatie en training periodisatie. Ten eerste hebben we aangetoond dat zowel dieren als personen met MS substantieel verlaagde carnosinegehaltes in de spier hebben. Dit kan ervoor zorgen dat de HIIT prestatie verslechtert in deze populatie. Echter, d.m.v. β-alanine supplementatie konden we de carnosine concentratie in de spier terug verhogen/herstellen. Verder toonde deze supplementatie veelbelovende resultaten op het klinisch ziekteverloop bij de dieren. Om deze redenen lijkt het erop dat verhoging van de carnosine concentraties in MS een interessante strategie is om verder te onderzoeken. Tenslotte bleek training periodisatie een efficiënte strategie om klinische parameters zoals inspanningscapaciteit te verbeteren, alsook de haalbaarheid en therapietrouw van een HIIT interventie te verbeteren. Deze strategieën dienen nu verder onderzocht te worden in grotere, gecontroleerde studies

    Ventilatory function during exercise in multiple sclerosis and impact of training intervention: cross-sectional and randomized controlled trial

    No full text
    Background Patients with MS (pwMS) often experience resting ventilatory anomalies. Ventilatory function during exercise and impact of long-term training intervention remains however uncertain. Aim To examine the ventilatory function during exercise and impact of a 6-month training intervention in pwMS. Design Combination of a cross-sectional (part 1) and randomized controlled trial (part 2). Setting University rehabilitation facility. Population Caucasian patients with MS and healthy controls. Methods In part 1, the ventilatory function during submaximal endurance exercise was compared between pwMS (n=37) and healthy participants (n=15). In part 2, pwMS were then randomly assigned to a 6-month training intervention (n=16) or usual care (n=11). Following training intervention, ventilatory function during exercise was re-evaluated. Results Despite comparable relative exercise testing intensities between groups in part 1, significantly elevated steady-state exercise dead space/tidal volume ratio, O2 uptake and CO2 output equivalent, end-tidal O2 pressure, ratings of perceived exertion and lowered end-tidal CO2 pressure and O2 pulse was observed in pwMS (p<0.05). The degree of ventilatory dysfunction during exercise correlated significantly with ratings of perceived exertion and blood lactate content (p<0.05). In part 2, despite an improved exercise tolerance (based on reductions in heart rate, blood lactate content and ratings of perceived exertion during exercise at similar workload) after a 6-month training intervention, ventilatory dysfunction remained present during endurance exercise (p>0.05). Conclusion Patients with MS experience a ventilatory dysfunction during endurance exercise, which is related to worse exercise tolerance. This ventilatory anomaly remains present after long-term training intervention. Clinical rehabilitation impact Patients with MS experience ventilatory dysfunction during exercise. This dysfunction is related to exercise tolerance and ratings of perceived exertion. Long-term exercise training did not remediate this ventilatory dysfunction. The systematic examination of the pulmonary/cardiovascular system at rest and during exercise is recommended in MS

    Ventilatory function during exercise in multiple sclerosis and impact of training intervention: cross-sectional and randomized controlled trial

    No full text
    Background Patients with MS (pwMS) often experience resting ventilatory anomalies. Ventilatory function during exercise and impact of long-term training intervention remains however uncertain. Aim To examine the ventilatory function during exercise and impact of a 6-month training intervention in pwMS. Design Combination of a cross-sectional (part 1) and randomized controlled trial (part 2). Setting University rehabilitation facility. Population Caucasian patients with MS and healthy controls. Methods In part 1, the ventilatory function during submaximal endurance exercise was compared between pwMS (n=37) and healthy participants (n=15). In part 2, pwMS were then randomly assigned to a 6-month training intervention (n=16) or usual care (n=11). Following training intervention, ventilatory function during exercise was re-evaluated. Results Despite comparable relative exercise testing intensities between groups in part 1, significantly elevated steady-state exercise dead space/tidal volume ratio, O2 uptake and CO2 output equivalent, end-tidal O2 pressure, ratings of perceived exertion and lowered end-tidal CO2 pressure and O2 pulse was observed in pwMS (p<0.05). The degree of ventilatory dysfunction during exercise correlated significantly with ratings of perceived exertion and blood lactate content (p<0.05). In part 2, despite an improved exercise tolerance (based on reductions in heart rate, blood lactate content and ratings of perceived exertion during exercise at similar workload) after a 6-month training intervention, ventilatory dysfunction remained present during endurance exercise (p>0.05). Conclusion Patients with MS experience a ventilatory dysfunction during endurance exercise, which is related to worse exercise tolerance. This ventilatory anomaly remains present after long-term training intervention. Clinical rehabilitation impact Patients with MS experience ventilatory dysfunction during exercise. This dysfunction is related to exercise tolerance and ratings of perceived exertion. Long-term exercise training did not remediate this ventilatory dysfunction. The systematic examination of the pulmonary/cardiovascular system at rest and during exercise is recommended in MS

    Periodized home-based training : a new strategy to improve high intensity exercise therapy adherence in mildly affected patients with multiple sclerosis

    No full text
    Introduction: Although high intensity exercise therapy (HIT) in Multiple Sclerosis (MS) induces substantial effects, longer term compliance to such a training program is not evident. When embedded in a periodized, home-based training strategy, high intensity exercise therapy adherence may improve. This is explored first in mildly affected persons with MS. Methods: Exercise capacity (maximal exercise test) and body composition (DEXA) of healthy controls (n = 22) and persons with MS (n = 23, EDSS: 1.9 +/- 1.1) were assessed at baseline (PRE). Next and within the context of an MS awareness project (climbing the Mont Ventoux, France), all participants were enrolled in a 6 m home-based periodized HIT oriented cycling program with remote (Polar (R) M200 activity tracker) supervision. Hereafter, POST measurements were performed similar to baseline. Results: Six months of periodized and home-based HIT oriented training induced improvements in body weight ( - 3%, p = 0.008), BMI ( - 3%, p = 0.01), total mass ( - 2%, p = 0.023), VO2max (+ 5%, p = 0.016), workload (+ 11%, p = 0.001), time until exhaustion (+ 14%, p = 0.001), recovery heart rate (+ 4%, p = 0.04), lactate peak ( + 16%, p = 0.03) and RER (+ 4%, p = 0.04) in MS. Furthermore, all persons with MS safely reached the top of the Mont Ventoux, except for two. Conclusion: The applied 6 m periodized, home-based and HIT-oriented cycling program provided good therapy adherence with similar improvements in exercise capacity compared to healthy controls. Furthermore, this exercise regimen trained mildly-affected persons with MS adequately to climb the Mont Ventoux

    Periodized versus classic exercise therapy in Multiple Sclerosis: a randomized controlled trial

    No full text
    Background: Periodizing exercise interventions in Multiple Sclerosis (MS) shows good high intensity exercise training adherence. Whether this approach induces comparable training adaptations with respect to exercise capacity, body composition and muscle strength compared to conventional, linear progressive training programs however is not known. Methods: Thirty-one persons with MS (all phenotypes, mean EDSS 2.3?1.3) were randomized into a twelve-week periodized (MSPER, n=17) or a classic endurance (MSCLA, n=14) training program. At baseline (PRE), exercise capacity (maximal exercise test, VO2max), body composition (DEXA) and muscle strength (Biodex?) were assessed. Classic, moderate intensity endurance training (60-80% HRmax, 5 training sessions/2w, 60min/session) was performed on a stationary bicycle. Periodized exercise included 4 recurrent 3-week cycles of alternated endurance training (week 1: endurance training as described above), high intense exercise (week 2: 3 sessions/w, 3 ? 20s all-out sprints, 10min/session) and recovery weeks (week 3: one sprint session as described above). POST measurements were performed similar to baseline. Total exercise volume of both programs was expressed as total peak-effort training minutes. Results: For MSCLA, total exercise volume included 1728 total peak-effort training minutes, whereas MSPER included only 736. Despite this substantially reduced training volume, twelve weeks of periodized training significantly (p<0.05) improved VO2max (+14%, p=0.001), workload (+20%) and time until exhaustion (+25%). Classic training significantly (p<0.05) improved workload (+10%) and time until exhaustion (+17%), but not VO2max (+5%, p=0.131). Pre-post improvements for VO2max were significantly higher in MSPER compared to MSCLA (p=0.046). Conclusion: These data show that despite substantially lower training time (57% less peak-effort training minutes), 12 weeks of periodized exercise training in persons with MS seems to induce larger improvements in parameters of exercise capacity compared to classic endurance training. We therefore recommend to further investigate the effect of training periodization on various functional rehabilitation measures in MS.Keytsman, C (corresponding author), Hasselt Univ, REVAL Rehabil Ctr, Biomed Res Inst BIOMED, Agoralaan Bldg A, B-3590 Diepenbeek, Belgium. [email protected]

    Impact of periodized home-based rehabilitation and B-alanine supplementation on muscle characteristics in Multiple Sclerosis: a feasibility study

    No full text
    Deze studie onderzoekt de impact van geperiodiseerde 'high-intensity' training in combinatie met beta-alanine supplementatie bij personen met Multiple sclerosis

    Trunk and Lower Body Muscle Strength in Soccer

    No full text
    ABSTRACT Background: Soccer involves intermittent physical activity during high intensity short action sequences requiring numerous skills such as tackling, kicking, etc. This requires adequate lower limb and trunk muscle strength. Norm values of quadriceps/hamstrings, hip abductor/adductor and trunk flexors/extensors for elite and amateur soccer players in comparison to sedentary controls however are unclear. Objectives: The objective of this study was to compare muscle strength values and ratios of the abovementioned muscle groups between elite-, amateur soccer players and sedentary controls and to normalize these values by using the fat free mass. Measurements: Isokinetic (knee) and isometric (trunk, hip and knee) measurements were performed using a BIODEX® dynamometer while body composition was measured using DEXA. Participants signed an informed consent before measurements. Results: Elite players have a lower fat mass and a higher fat free mass compared to amateur players and sedentary controls. Additionally, they show higher values trunk extension in the semi-standing position (vs. amateur soccer players ranging from 18.4% to 22.0% difference) and isokinetic knee flexion (vs. sedentary controls ranging from 15.7% to 32.8% difference) for all relative strength measurements (TBW, FFM and FFM of the limb). All of the other measurements were not significantly different between groups
    corecore