293 research outputs found
sj-docx-1-evp-10.1177_14747049211046162 - Supplemental material for The Mother–Offspring Conflict: The Association Between Maternal Sleep, Postpartum Depression, and Interbirth Interval Length
Supplemental material, sj-docx-1-evp-10.1177_14747049211046162 for The Mother–Offspring Conflict: The Association Between Maternal Sleep, Postpartum Depression, and Interbirth Interval Length by Annika Gunst, Elin Sjöström, My Sundén and Jan Antfolk in Evolutionary Psychology</p
Jan De Wit
Medium: engravingprints"Jan De Wit" [1996.2022.000.000], Gunst, Pieter Stevens Van, Unknown - UnknownArtist and Role: Unknown - Unknown, EngraverExtent: sheet 14.0 x 8.
Stochastic modeling and statistical analysis of EEG-fMRI data
Gunst, M.C.M. de [Promotor]Bijma, F. [Copromotor]Munck, J.C. de [Copromotor
sj-docx-2-evp-10.1177_14747049211046162 - Supplemental material for The Mother–Offspring Conflict: The Association Between Maternal Sleep, Postpartum Depression, and Interbirth Interval Length
Supplemental material, sj-docx-2-evp-10.1177_14747049211046162 for The Mother–Offspring Conflict: The Association Between Maternal Sleep, Postpartum Depression, and Interbirth Interval Length by Annika Gunst, Elin Sjöström, My Sundén and Jan Antfolk in Evolutionary Psychology</p
H.L. Spieghels Hertspieghel en andere zedeschriften : met verscheidene nooit gedrukte stukken verrijkt, en door aenteekeningen opgeheldert /
Engraved half-title by Andries van Buysen after Jan Goeree. Portrait of Spiegel by Pieter Stevens van Gunst or Philipp van Gunst. Other engravings by Goeree, or unsigned.Errata: p. 361-364.Signatures: *⁸(±*3.4) 2*-4*⁸ 5*² A-Y⁸ Z⁴ 2A².Leeven van H.L. Spieghel / door P. Vlaming -- Hertspieghel -- Verderf-traps beeld-schrift, ofte heilighe letteren, das ist, Hieroglifica -- Gedichten van ernstige stoffe -- Nieuwe jaers lieden ter kamere, in liefde bloejende -- Zedelyke gezangen -- H.L. Spieghels Byspraax almanack -- Mengeldichten -- Tafereel van Cebes den Thebaen -- Lof der vriendschap : aen mynen friendt, Gerard Muiser, op zynen jaerdag.Mode of access: Internet
Role of glucagon in protein catabolism
PURPOSE OF REVIEW: Glucagon is known as a key hormone in the control of glucose and amino acid metabolism. Critical illness is hallmarked by a profound alteration in glucose and amino acid metabolism, accompanied by muscle wasting and hypoaminoacidemia. Here we review novel insights in glucagon (patho)physiology and discuss the recently discovered role of glucagon in controlling amino acid metabolism during critical illness. RECENT FINDINGS: The role of glucagon in glucose metabolism is much more complex than originally anticipated, and glucagon has shown to be a key player in amino acid metabolism. During critical illness, the contribution of glucagon in bringing about hyperglycemia appeared to be quite limited, whereas increased glucagon availability seems to contribute importantly to the typical hypoaminoacidemia via stimulating hepatic amino acid breakdown, without affecting muscle wasting. Providing amino acids further increases hepatic amino acid breakdown, mediated by a further increase in glucagon. SUMMARY: Glucagon plays a crucial role in amino acid metabolism during critical illness, with an apparent feedback loop between glucagon and circulating amino acids. Indeed, elevated glucagon may, to a large extent, be responsible for the hypoaminoacidemia in the critically ill and infusing amino acids increases glucagon-driven amino acid breakdown in the liver. These novel insights further question the rationale for amino acid administration during critical illness.sponsorship: Jan Gunst receives a postdoctoral research fellowship funded by the Clinical Research and Education Council of the University Hospitals Leuven and a research grant from the University of Leuven (C24/17/070). Jan Gunst and Greet Van den Berghe receive a research grant from the Research Foundation - Flanders (T003617N). Greet Van den Berghe receives structural research financing via the Methusalem Program funded by the Flemish Government (METH/14/06), and a European Research Council Advanced Grant (grant number Adv-2012-321670) from the Ideas Programme of the EU FP7. (Clinical Research and Education Council of the University Hospitals Leuven, University of Leuven|C24/17/070, Research Foundation - Flanders|T003617N, Methusalem Program - Flemish Government|METH/14/06, European Research Council Advanced Grant from the Ideas Programme of the EU FP7|Adv-2012-321670)status: Publishe
Steenstabiliteit in een turbulente stroming achter een afstap
Het onderwerp van deze studie is een niet-uniforme stroming waarin sprake is van een plaatselijk verhoogde aanval op het bodemmateriaal door de lokaal hogere turbulentie. In een 15 m lange stroomgoot met een breedte van 40 cm is door middel van een backward-facing step ofwel afstap een niet-uniforme stroming gecreeerd. Om de schade aan de bodembescherming vast te stellen is gebruik gemaakt van een strokenpatroon van stenen met verschillende kleuren. Uit het verloop van het aantal verplaatste stenen bij een toenemend debiet is de kritieke snelheid voor het begin van bewegen bepaald. Dit is gedaan voor zowel een uniforme als de niet-uniforme stromingssituatie zodat door vergelijking van de twee situaties de invloed van een niet-uniforme stroming op de stabiliteit van bodemmateriaal bepaald kan worden. Het begin van bewegen kan eenduidig vast gelegd worden door een enkele losliggende steen in een gefixeerd bed te plaatsen; de steen wordt verplaatst of blijft liggen terwijl bij een los bed van stenen een schadekriterium moet worden vastgesteld. Door in deze situatie de snelheden en drukken simultaan te meten en tegelijkertijd video-opnamen van de losse steen te maken, zijn de optredende fluctuaties te relateren aan de verschillende bewegingen en het verplaatsen van de losse steen. Op deze manier is het mogelijk om de bewegingen van stenen te relateren aan specifieke turbulente stromingssituaties. Het blijkt dat het meeste transport van bodemmateriaal optreedt op ca. 6-2 maal de afstaphoogte achter de afstap, wat ook te verwachten was gezien de resultaten van eerder gedaan onderzoek naar stroming achter een backward-facing step (Nakagawa & Nezu, ] 987). De belastingsfaktor in het geval van een niet-uniforme stroming is goed te bepalen met behulp van de gemeten snelheden. Tevens levet1 de vergelijking om een waarde van deze belastingsfaktor te berekenen, waarin de turbulentie-intensiteit wordt meegenomen, goede resultaten op. Voor een eerste ontwerp van een bodembescherming is de nauwkeurigheid van de zo verkregen belastingsfaktor voldoende. Uit vergelijking van de verschillende snelheden in de verschillende situaties blijkt dat de kritieke snelheid in het geval met een afstap ca. 5-7% lager ligt dan in het geval zonder afstap. Dit geldt zowel voor het geval van een strokenpatroon als in het geval van een enkele losse steen. De kritieke snelheid waarbij verplaatsen optreedt in het geval van een enkele losse steen ligt ca. 30% hoger dan in het geval van schade aan het strokenpatroon. Dit geldt zowel voor het geval met de afstap als in het geval van een vlakke bodem. De verschillende bewegingen van de losse steen zijn niet zonder meer terug te vinden in het verloop van het patroon van de snelheids- en drukfluctuaties in de buurt van de steen. Tevens komt het verloop van de drukfluctuaties niet goed overeen met het verloop van de snelheidsfluctuaties. Dit kan betekenen dat het oplossend vermogen van de druksensoren niet voldoende is om de belangrijkste drukfluctuaties te meten, zeker als blijkt dat de hoogfrequente drukfluctuaties de belangrijkste fluctuaties zouden zijn voor het verplaatsen van een steen. Uitgaande van de verwachting dat ook structuren op een zekere afstand van de steen drukfluctuaties ter plaatse van de steen kunnen opleveren, welke kunnen leiden tot het verplaatsen van de steen, zijn kruiscorrelaties van snelheids- en drukfluctuaties bepaald. De kruiscorrelatie van de snelheids- en drukfluctuaties bij de bodem blijkt een kleine waarde op te leveren. De grootste correlatie wordt gevonden tussen de drukfluctuaties bij de bodem en de snelheidsfluctuaties gemeten op ]2 cm boven het bed op een horizontale afstand van 10 cm van de druksensor.Civil Engineering and Geoscience
Management of the brain-dead donor in the ICU: general and specific therapy to improve transplantable organ quality
PURPOSE: To provide a practical overview of the management of the potential organ donor in the intensive care unit. METHODS: Seven areas of donor management were considered for this review: hemodynamic management; fluids and electrolytes; respiratory management; endocrine management; temperature management; anaemia and coagulation; infection management. For each subchapter, a narrative review was conducted. RESULTS AND CONCLUSIONS: Most elements in the current recommendations and guidelines are based on pathophysiological reasoning, epidemiological observations, or extrapolations from general ICU management strategies, and not on evidence from randomized controlled trials. The cardiorespiratory management of brain-dead donors is very similar to the management of critically ill patients, and the same applies to the management of anaemia and coagulation. Central diabetes insipidus is of particular concern, and should be diagnosed based on clinical criteria. Depending on the degree of vasopressor dependency, it can be treated with intermittent desmopressin or continuous vasopressin, intravenously. Temperature management of the donor is an area of uncertainty, but it appears reasonable to strive for a core temperature of > 35 °C. The indications and controversies regarding endocrine therapies, in particular thyroid hormone replacement therapy, and corticosteroid therapy, are discussed. The potential donor should be assessed clinically for infections, and screening tests for specific infections are an essential part of donor management. Although the rate of infection transmission from donor to receptor is low, certain infections are still a formal contraindication to organ donation. However, new antiviral drugs and strategies now allow organ donation from certain infected donors to be done safely.sponsorship: Geert Meyfroidt is funded by the Fonds Wetenschappelijk Onderzoek as senior clinical investigator (grant no. 1846118N). (Fonds Wetenschappelijk Onderzoek as senior clinical investigator|1846118N)status: Publishe
Phaedri, Aug. Liberti Fabularum aesopiarum libri V /
Engraved half-title by P. Boutats after Jan Goeree; folded portrait of Prince Willem Johan Friso by Philipp van Gunst after B. Vaillant; 6 head-pieces, title vignette, 32 tail-pieces, 9 initials, 18 plates, each containing six medallions, designed and engraved by Jan Van Vianen.Title printed in red and black; engraved title vignette, head- and tail-pieces, and historiated initials.Signatures: *-4*⁴ A-2G⁴ 2H².Landwehr, J. Emblem and fable books (3rd ed.)Mode of access: Internet.Library's c.2 bound in old mottled calf; gilt boards and spine; all edges gilt; label of John Landwehr on front pastedown.Library's c.1 bound in old vellum; gilt armorial ornaments on front and back boards; ink title on spine; armorial bookplate of Evelyn J. Shirley on front pastedown; long presentation inscription on second front free endpaper
- …
