1,720,968 research outputs found
De wenselijkheid van doelregelgeving: een rechtseconomisch analyse-instrument
We stellen in deze bijdrage een analyse-instrument voor om de wenselijkheid van doel-vs. regelgeving in te schatten. Rechtseconomische inzichten rond overheidsmotieven, kenmerken van de beleidsomgeving en handhaving worden aangewend om beleidsmakers van een praktisch instrument te voorzien om een weloverwogen keuze voor doel-of middelregelgeving te maken. en [email protected]. (1) Het artikel is gebaseerd op een studieopdracht uitgevoerd voor de Vlaamse overheid door w. MarneFFe, P. PoPelier, C. billieT, T. Jans, k. Van aeken en K. de beCkker (2021), Methodologische onderbouwing en conceptuele uitwerking van het gebruik van doelregelgeving en open normen met behulp van experimentwetgeving en regelluwe zones binnen het omgevingsrecht van de Vlaamse overheid. De beleidsmatige en wetenschappelijke belangstelling voor alternatieve vormen van regelgeving, die minder prescriptief en meer flexibel zijn, is doorheen de jaren steeds toegenomen. De discussies over regelgeving die meer vrijheid biedt aan burgers, bedrijven en organisaties, hebben de afgelopen twee decennia een steeds belangrij-kere plaats gekregen in de beleidsagenda's van vele lan-den als gevolg van een bredere beleidsfocus op 'betere regelgeving' en de vermindering van de regeldruk voor het bedrijfsleven. De Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) heeft bijvoorbeeld lange tijd het standpunt ingenomen dat in regelgevingsbeleid, waar mo-gelijk, de voorkeur dient gegeven te worden aan doelregel-geving. 2 In de Verenigde Staten steunden de regeringen-(2) OECD (2012), Recommendation of the Council on Regulatory Policy and Governance, Parijs, Council of OECD
De wenselijkheid van doelregelgeving: een rechtseconomisch analyse-instrument
We stellen in deze bijdrage een analyse-instrument voor om de wenselijkheid van doel-vs. regelgeving in te schatten. Rechtseconomische inzichten rond overheidsmotieven, kenmerken van de beleidsomgeving en handhaving worden aangewend om beleidsmakers van een praktisch instrument te voorzien om een weloverwogen keuze voor doel-of middelregelgeving te maken. en [email protected]. (1) Het artikel is gebaseerd op een studieopdracht uitgevoerd voor de Vlaamse overheid door w. MarneFFe, P. PoPelier, C. billieT, T. Jans, k. Van aeken en K. de beCkker (2021), Methodologische onderbouwing en conceptuele uitwerking van het gebruik van doelregelgeving en open normen met behulp van experimentwetgeving en regelluwe zones binnen het omgevingsrecht van de Vlaamse overheid. De beleidsmatige en wetenschappelijke belangstelling voor alternatieve vormen van regelgeving, die minder prescriptief en meer flexibel zijn, is doorheen de jaren steeds toegenomen. De discussies over regelgeving die meer vrijheid biedt aan burgers, bedrijven en organisaties, hebben de afgelopen twee decennia een steeds belangrij-kere plaats gekregen in de beleidsagenda's van vele lan-den als gevolg van een bredere beleidsfocus op 'betere regelgeving' en de vermindering van de regeldruk voor het bedrijfsleven. De Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) heeft bijvoorbeeld lange tijd het standpunt ingenomen dat in regelgevingsbeleid, waar mo-gelijk, de voorkeur dient gegeven te worden aan doelregel-geving. 2 In de Verenigde Staten steunden de regeringen-(2) OECD (2012), Recommendation of the Council on Regulatory Policy and Governance, Parijs, Council of OECD
Besteding gemeentelijke saneringsbijdrage Actualisering 2022
In dit onderzoeksrapport worden op basis van cijfers van de Vlaamse Milieumaatschappij de boekhoudkundige opbrengsten en kosten, alsook de inkomende
en uitgaande kasstromen tussen 2015 en 2020 in kaart gebracht die voortvloeien uit het beheer van afvalwater. De belangrijkste opbrengsten zijn de
gemeentelijke saneringsbijdragen (gemiddeld 91% van de totale opbrengsten in de sector). De belangrijkste kosten zijn de kosten gelinkt aan investeringen
(gemiddeld 52% van de totale kosten in de sector) en de exploitatiekosten (gemiddeld 27% van de totale kosten in de sector). Over het algemeen wordt
een negatieve trend geconstateerd wat betreft de financiële positie van de sector. Hoewel boekhoudkundig nog winst gerapporteerd wordt, blijkt een
duidelijke daling in het resultaat tussen 2015 en 2020. De stijging in opbrengsten (13%) is opvallend lager dan de stijging in kosten (45%) over dezelfde
periode. De boekhoudkundige resultaten wijzen dus op een winstgevende activiteit voor de sector. Het gebruik van lange afschrijvingstermijnen voor
rioleringsinvesteringen (tot 50 jaar) maakt echter dat de boekhoudkundige resultaten slechts een partieel beeld bieden van de financiële positie van de
sector. In dit rapport werden daarom aanvullend de huidige en toekomstige kasstromen bekeken.
De intergemeentelijke rioolbeheerders vertonen in de volledige periode tussen 2015 en 2020 kastekorten. De uitgaande kasstromen blijken elk jaar groter
te zijn dan de inkomende kasstromen. Aan de kant van de uitgaven vloeit het meeste geld naar investeringen, gemiddeld 63% van de uitgaven. De
prognoses qua kasstromen van de rioolbeheerders geven aan dat ze in de toekomst steeds een negatieve kaspositie verwachten. De gemeenten vertonen
in 2020 eveneens kastekorten. De prognoses bij de gemeenten duiden wel op een verbetering van de kaspositie in de toekomst. De aanhoudende negatieve
kaspositie van de sector is een aandachtspunt omdat mogelijke ‘cash’ tekorten geplande investerings- en onderhoudsritmes onder druk kunnen zetten en
kunnen leiden tot toenemende financiële kosten.
Uit het rapport blijkt duidelijk dat reeds belangrijke stappen gezet zijn naar verhoogde financiële transparantie bij de rioolbeheerders. Dit rapport geeft ook
verdere inzichten in de overheadkosten, andere operationele kosten, leningen, en investeringen per rioolbeheerder. Toch kunnen er nog verdere afspraken
gemaakt worden om te komen tot een meer eenvormige financiële rapportering (o.a. afstemming van definities bij rapporteringen, methodieken,
kostenallocatie, afschrijvingstermijnen).
Een externe financiële analyse van de sector levert een momentopname en heeft analytische beperkingen. Het is daarom van belang om de controle- en
analysecapaciteit van de economische toezichthouder (VMM) te versterken. Onder impuls van de toezichthouder kan enerzijds de financiële rapportering
gekoppeld worden aan beleidsdoelstellingen en kwaliteitsindicatoren (nl. efficiëntie en effectiviteit van de uitgaven) en kan er anderzijds op toegezien
worden dat de gemeentelijke saneringsbijdrage uitsluitend voor het beheer en onderhoud van riolering aangewend wordt
Besteding gemeentelijke saneringsbijdrage Actualisering 2022
In dit onderzoeksrapport worden op basis van cijfers van de Vlaamse Milieumaatschappij de boekhoudkundige opbrengsten en kosten, alsook de inkomende
en uitgaande kasstromen tussen 2015 en 2020 in kaart gebracht die voortvloeien uit het beheer van afvalwater. De belangrijkste opbrengsten zijn de
gemeentelijke saneringsbijdragen (gemiddeld 91% van de totale opbrengsten in de sector). De belangrijkste kosten zijn de kosten gelinkt aan investeringen
(gemiddeld 52% van de totale kosten in de sector) en de exploitatiekosten (gemiddeld 27% van de totale kosten in de sector). Over het algemeen wordt
een negatieve trend geconstateerd wat betreft de financiële positie van de sector. Hoewel boekhoudkundig nog winst gerapporteerd wordt, blijkt een
duidelijke daling in het resultaat tussen 2015 en 2020. De stijging in opbrengsten (13%) is opvallend lager dan de stijging in kosten (45%) over dezelfde
periode. De boekhoudkundige resultaten wijzen dus op een winstgevende activiteit voor de sector. Het gebruik van lange afschrijvingstermijnen voor
rioleringsinvesteringen (tot 50 jaar) maakt echter dat de boekhoudkundige resultaten slechts een partieel beeld bieden van de financiële positie van de
sector. In dit rapport werden daarom aanvullend de huidige en toekomstige kasstromen bekeken.
De intergemeentelijke rioolbeheerders vertonen in de volledige periode tussen 2015 en 2020 kastekorten. De uitgaande kasstromen blijken elk jaar groter
te zijn dan de inkomende kasstromen. Aan de kant van de uitgaven vloeit het meeste geld naar investeringen, gemiddeld 63% van de uitgaven. De
prognoses qua kasstromen van de rioolbeheerders geven aan dat ze in de toekomst steeds een negatieve kaspositie verwachten. De gemeenten vertonen
in 2020 eveneens kastekorten. De prognoses bij de gemeenten duiden wel op een verbetering van de kaspositie in de toekomst. De aanhoudende negatieve
kaspositie van de sector is een aandachtspunt omdat mogelijke ‘cash’ tekorten geplande investerings- en onderhoudsritmes onder druk kunnen zetten en
kunnen leiden tot toenemende financiële kosten.
Uit het rapport blijkt duidelijk dat reeds belangrijke stappen gezet zijn naar verhoogde financiële transparantie bij de rioolbeheerders. Dit rapport geeft ook
verdere inzichten in de overheadkosten, andere operationele kosten, leningen, en investeringen per rioolbeheerder. Toch kunnen er nog verdere afspraken
gemaakt worden om te komen tot een meer eenvormige financiële rapportering (o.a. afstemming van definities bij rapporteringen, methodieken,
kostenallocatie, afschrijvingstermijnen).
Een externe financiële analyse van de sector levert een momentopname en heeft analytische beperkingen. Het is daarom van belang om de controle- en
analysecapaciteit van de economische toezichthouder (VMM) te versterken. Onder impuls van de toezichthouder kan enerzijds de financiële rapportering
gekoppeld worden aan beleidsdoelstellingen en kwaliteitsindicatoren (nl. efficiëntie en effectiviteit van de uitgaven) en kan er anderzijds op toegezien
worden dat de gemeentelijke saneringsbijdrage uitsluitend voor het beheer en onderhoud van riolering aangewend wordt
Methodologische onderbouwing en conceptuele uitwerking van het gebruik van doelregelgeving en open normen met behulp van experimentwetgeving en regelluwe zones binnen het Omgevingsrecht van de Vlaamse overheid.
Methodologische onderbouwing en conceptuele uitwerking van het gebruik van doelregelgeving en open normen met behulp van experimentwetgeving en regelluwe zones binnen het omgevingsrecht van de Vlaamse overheid Studie in opdracht van de Vlaamse overheid, Beleidsdomein Kanselarij en Buitenlandse Zaken, Departement Kanselarij en Buitenlandse Zaken Herman Teirlinck-gebouw, Havenlaan 88, 1000 Brussel Bestek nr
Methodologische onderbouwing en conceptuele uitwerking van het gebruik van doelregelgeving en open normen met behulp van experimentwetgeving en regelluwe zones binnen het Omgevingsrecht van de Vlaamse overheid.
Methodologische onderbouwing en conceptuele uitwerking van het gebruik van doelregelgeving en open normen met behulp van experimentwetgeving en regelluwe zones binnen het omgevingsrecht van de Vlaamse overheid Studie in opdracht van de Vlaamse overheid, Beleidsdomein Kanselarij en Buitenlandse Zaken, Departement Kanselarij en Buitenlandse Zaken Herman Teirlinck-gebouw, Havenlaan 88, 1000 Brussel Bestek nr
Pilootproject Bemiddelingsvouchers. Onderzoeksrapport in samenwerking met de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding (VDAB).
not availabl
- …
