261 research outputs found

    Innovatieve toepassingen van OV chipkaartdata: Buiten de lijntjes van data-gedreven OV onderzoek

    No full text
    Afgelopen CVS congressen is er veel gesproken over nieuwe databronnen die helpen bij de uitdagingen in de OV wereld. De OV chipkaart is één van de bronnen, waarmee we het OV beter en efficiënter kunnen maken. Maar tot nog toe gebruikten we deze data vooral om binnen de lijntjes te kleuren: de data als vervanging van eerdere handmatig verkregen data. In dit paper gaan we een stap verder. Aan de hand van drie innovatieve cases laten we zien dat er ook buiten de lijntjes te kleuren valt. Met OV chipkaart data stelden wij een OV-model op voor Den Haag voor korte termijn prognoses, zoals vorig jaar gepresenteerd op het CVS. Dit is de basis geweest voor de drie cases: De vraag voor eerste case was: zijn elasticiteitsparameters af te leiden uit revealed preference data voor verschillende praktijksituaties? Wij merken dat dit goed mogelijk is. En dat het gedrag van reizigers verschilt per context: reizigers reageren heftiger op ‘tijdelijk ongemak’ dan in een vergelijkbare structurele situatie. De elasticiteitsparameter kan tot 25% hoger liggen. Ook kijken wij naar een belangrijk, maar vaak in modellen genegeerd aspect van reisbeleving: comfort. Voor de regio Den Haag nemen wij expliciet comfort op in de (model) kostenfunctie door rekening te houden met de capaciteit van voertuigen. De bestaande vraag leiden wij direct af uit OV chipkaartgegevens. Onze studieresultaten tonen aan dat het niet beschouwen van capaciteit en comfort kan leiden tot een onderschatting van de vervoerwaarde-effecten tot 30%. We laten ook zien dat deze aanpak kan worden toegepast in de praktijk: de rekentijd is kort en het leidt tot een betere vraagraming van openbaar vervoer. Tot slot kijken we naar de bruikbaarheid en inzet van andere databronnen. Als pilot hebben we een vergelijkende analyse tussen OV chipkaart- en GSM data uitgevoerd voor de regio Emmen. We tonen aan dat de GSM data aanvullend is: deze is namelijk ook bruikbaar voor analyse van de niet-ov-reizigers. Tot slot laten we zien dat het combineren van de twee databronnen inzicht verschaft in de potentie voor OV op specifieke HB relaties. Zo benoemen wij een aantal relaties in de regio Emmen waar op basis van de data het OV gebruik (vooralsnog) achter blijft en dus potentie heeft. Alle drie de cases laten innovatie zien op onderzoek en toepassing van OV chipkaartdata. Wij gaan door met buiten deze lijntjes te kleuren voor een beter en efficiënter OV!Transport & PlanningCivil Engineering and Geoscience

    De concurrentiepositie van Nederlandse steden: Van agglomeratiekracht naar netwerkkracht

    No full text
    Deze publicatie bespreekt de belangrijkste resultaten van het NAPOLEON-onderzoek. De bevindingen dragen bij aan de discussie over economische groei in Europese – en vooral Nederlandse – steden. Uit het onderzoek blijkt dat de stedelijke regio’s een belangrijke troef in handen hebben om economische functies van elkaar te lenen. De publicatie biedt handvaten voor steden en stedelijke regio’s om de Nederlandse polycentrische structuur optimaal te benutten.OTBArchitecture and The Built Environmen

    Robuustheid van multi-level openbaar vervoer netwerken: Een methodologie om (on)robuustheid te kwantificeren vanuit een reizigersperspectief

    No full text
    Ondanks het belang van robuuste openbaar vervoer netwerken, wordt dit onderwerp door wetenschap en praktijk nog niet volledig vanuit een reizigersperspectief benaderd. Traditioneel wordt robuustheid vanuit een mono-level perspectief benaderd: voor elk netwerk op een bepaald functioneel niveau apart. Dit onderzoek analyseert het totale multi-level openbaar vervoer netwerk (de netwerken op alle functionele niveaus van alle vervoerders tezamen) wat voor reizigers beschikbaar blijft na het optreden van een verstoring. We hebben een nieuwe methodologie ontwikkeld om de meest kwetsbare links in het multi-level netwerk te identificeren. Zover ons bekend, is dit de eerste methodologie waarbij zowel de mate van blootstelling aan verstoringen als de impact van deze verstoringen systematisch geanalyseerd wordt voor openbaar vervoer netwerken. De case study van de Randstad Zuidvleugel benadrukt het belang om verstoringskansen expliciet mee te nemen in deze methodologie. Het al dan niet in beschouwing nemen van de verstoringskans, naast de verstoringsimpact, beïnvloedt namelijk in sterke mate het resultaat van de methodologie. Ook wordt in dit onderzoek de maatschappelijke waarde van robuustheid voor reizigers gemonetariseerd. Tot op heden zijn alleen de kosten van robuustheidsmaatregelen bekend. Toepassing van onze methodologie geeft daarnaast ook inzicht in de robuustheidsbaten van deze maatregelen. Hiermee ondersteunt en rationaliseert onze methodologie besluitvorming wat betreft de implementatie van robuustheidsmaatregelen.Transport & PlanningCivil Engineering and Geoscience

    Slimmer nieuwe treinreizigers vinden

    No full text
    Voor de middellange termijn (circa 2023) is een nieuwe landelijke dienstregeling voor Nederland ontwikkeld gericht op een rendabele reizigersgroei. Voor de ontwikkeling van deze dienstregeling is op een voor de OV-sector nieuwe wijze te werk gegaan. Gekozen is voor een vraag gedreven aanpak met een diepgaande analyse van de ontwikkelingen in de vervoersmarkt om daarna een product afgestemd op deze vervoersvraag te ontwikkelen. Dit in tegenstelling tot de gebruikelijke aanbod gedreven werkwijze waarbij de mogelijkheden van de infrastructuur en de bestaande patronen vaak leidend zijn. Voor het uit kunnen voeren van de grondige marktanalyse zijn er meerdere methoden gebruikt en ontwikkeld om naar de vervoersmarkt te kijken. Zo is voor het eerst een zogenaamde ‘revenue matrix’ ontwikkeld om inzicht te krijgen in de omzetverschillen tussen reisrelaties. Er is tevens gebruik gemaakt van een vervoersprognose om de ontwikkeling van de vervoersmarkt, nog zonder dienstregelingswijzigingen, in beeld te hebben. Zo wordt zichtbaar dat de groei over het land niet gelijk is. Derde toegepaste methode is het doen van een trendanalyse. Dit moet een beter beeld geven van maatschappelijke ontwikkelingen die de komende jaren de vervoersmarkt kunnen gaan beïnvloeden. Tot slot is er een marktpotentieanalyse uitgevoerd. Hiermee wordt in beeld gebracht waar, op basis van de kenmerken van gemiddelde treinreizigers, nog potentiele markt ligt voor nieuwe treinreizigers, maar die nog niet is aangeboord. Belangrijk voordeel van de vraag gedreven werkwijze is dat het tot een logisch en navolgbaar resultaat leidt. De gemaakte keuzes zijn achteraf goed uitlegbaar. Het toepassen van meerdere manieren om naar de markt te kijken heeft gezorgd voor een brede kijk naar mogelijkheden voor productverbetering. Het risico dat je kansen over het hoofd ziet is daardoor klein. Het toepassen van nieuwe methoden heeft tot het vaststellen van nieuwe kansen geleid. Op basis van de revenuematrix blijken sommige voorstellen eerder haalbaar dan gedacht. De marktpotentieanalyse brengt in beeld dat er in én aan de rand van de Randstad nog gebieden zijn waar met een gerichte productverbetering veel nieuwe treinreizigers kunnen worden gewonnen

    Betere OV prognoses met anonieme OV-Chipkaartdata

    No full text
    Door de introductie van de OV-Chipkaart komen er grote hoeveelheden data over reizigersstromen in het OV beschikbaar. Naast data over de voertuigprestaties (via GOVI bijv.) hebben de inzichten uit deze reizigersdata een enorm potentieel voor de optimalisatie van het OV-product. Dit artikel verkent de mogelijkheden om, de privacy van reizigers respecterend, deze data in te zetten voor de voorspelling van nieuwe reispatronen bij aanpassingen in het netwerk en/of de dienstregeling. Het doel is om een relatief eenvoudige “What-if”-methodiek te ontwerpen, die snel en voldoende nauwkeurig reizigersprognoses kan maken. Hiermee ontstaat een nieuwe generatie verkeersmodellen. De aanpak combineert de eenvoud en snelheid van de “sigarenkist” en de visualisatie- en rekenkracht van een verkeersmodel. We hebben de methodiek ingebed in bestaande OmniTRANS-verkeersmodelsoftware. De anonieme OV-chipkaartdata wordt toegedeeld aan het OV netwerk in het model, waardoor huidige stromen gevisualiseerd kunnen worden. Door gebruik te maken van elasticiteiten over de relatie tussen OV-kwaliteit en OV-gebruik (zowel uit de literatuur als op basis van gangbare vuistregels) kunnen eenvoudige prognoses gemaakt worden. Die dienen bijvoorbeeld om inzicht te krijgen in inkomstenderving door omleidingen of om effecten te schatten van budgettaire maatregelen. We hebben de gepresenteerde methodiek succesvol toegepast op het tramnetwerk van HTM in Den Haag, waarmee sneller en nauwkeurige dan voorheen prognoses gemaakt kunnen worden. Voor het afwegen van scenario’s in de ontwikkeling van het railnetwerk en bij het afwegen van tijdelijke omleidingsscenario’s gebruikt HTM de aanpak inmiddels om reizigerseffecten te prognosticeren. Deze analyses helpen in het maken van betere keuzes en in het besluitvormingsproces met de OV-autoriteit Haaglanden. Hoewel waardevol, zijn er ook een aantal beperkingen aan deze methode. De aanpak is unimodaal en door het gebruik van elasticiteiten slechts toepasbaar voor kleine veranderingen op relatief korte termijn. Nu met de OV-Chipkaartdata meer inzichten kunnen worden verkregen, raden wij aan de gehanteerde elasticiteiten te actualiseren. Gedrag van reizigers bij kleine veranderingen kan relatief eenvoudig bepaald worden nu deze data voorhanden is. De volgende stap in ons onderzoek is het koppelen van de reizigersdata aan de voertuigdata, waardoor gedetailleerdere analyses gemaakt kunnen worden van bijvoorbeeld reizigerspunctualiteit.Transport and PlanningCivil Engineering and Geoscience

    BRT: Een nieuw elan voor HOV bus?

    No full text
    Bus Rapid Transit (BRT) is een interessante hoogwaardige openbaar vervoer oplossing. Als gevolg van de hoge flexibiliteit en kosteneffectiviteit is met BRT relatief snel en eenvoudig een grote kwaliteitssprong te realiseren. Het aantal BRT systemen is wereldwijd de laatste jaren sterk toegenomen. Evenals het aantal systemen, is ook de variëteit aan verschijningsvormen sterk toegenomen. De auteurs hebben onderzoek gedaan naar deze verschijningsvormen en de daarmee geassocieerde prestaties. Dit met als doel om inzicht te krijgen in succesfactoren voor een BRT systeem als lessen voor nieuwe projecten. De basisvoorwaarde voor een succesvol BRT systeem is daadkracht. Daadkracht om compromisloos de keuzes te maken die vereist zijn om het gewenste niveau van snelheid en betrouwbaarheid te bereiken. Om een snel en betrouwbaar systeem te realiseren is het aangewezen te richten op de implementatie van een 12 tal ontwerpvariabelen. Dit zijn ontwerpvariabelen die in een belangrijke mate de kwaliteit van een BRT systeem bepalen. 4 van deze ontwerpvariabelen zijn geïdentificeerd als must do’s; deze gevonden ontwerpadviezen zijn generiek voor ieder BRT systeem. Voor 8 ontwerpvariabelen zijn de omgevingskenmerken van belang, hier is maatwerk dus van belang. Vanuit deze maatwerk gedachte is een tool ontwikkeld die helpt bij de planning van OV. De BRT Design Scanner maakt het mogelijk om voor een specifieke situatie te adviseren over de geschikte verschijningsvorm. Met de ontwikkeling van deze tool is geprobeerd om het ontwerp op een andere manier te benaderen. In plaats van andere systemen als voorbeeld te nemen, wordt er puur gekeken naar wat de kenmerken zijn van de specifieke situatie en de vraag gesteld: “welke ontwerpkeuzes zijn in dit geval vereist om een snel en betrouwbaar systeem te creëren?”. Aan de hand van een analyse van de busdienst tussen Station Vleuten en Utrecht Centraal is de functionaliteit van de tool getoetst. Voor deze specifieke buslijn lijken de suggesties die de BRT Design Scanner genereert waardevol te zijn. Dit onderzoek naar de succesfactoren van BRT is een eerste aanzet in het doorgronden van het BRT concept. Vanuit dit oogpunt moet de BRT Design Scanner ook gezien worden als prototype die uitnodigt doorontwikkeld te worden: ? Verdiepend: De huidige afwegingen geavanceerder maken en onderbouwen met meer data en analyses; ? Verbredend: meer ontwerpvariabelen toevoegen.Transport and PlanningCivil Engineering and Geoscience

    Transit Performance Assessment and Route Choice Modelling Using Smart Card Data

    No full text
    For more than a decade now, automated transit data collection systems (like the smart card and Automatic Vehicle Location) have been implemented, providing access to a massive amount of passively collected data. Being relatively new, they have not yet been explored to their full potential. This thesis focuses on leveraging such data to make advances in transit performance assessment and route choice modeling, in the context of urban multi-modal transit networks.TRAIL Thesis Series no. T2022/11Transport and Plannin

    Transformation to a trunk and feeder network: effects on passenger flows, travel times and reliability

    No full text
    We evaluate a large scale network change in Amsterdam, the Netherlands, where a regional network of many direct bus lines is replaced by a new metro line as a trunk line and buses serving as feeder lines. For the analysis we use realized trip times from automated vehicle location data and ridership details from smart card data. In the new network, we observe a strong shift to the new transfer stations. On the other hand, stops and lines keeping their direct connection in the new feeder network are used more than other stops and lines. From northern direction, the leg on the faster trunk line is too short to compensate for the additional transfer, leading to a slight increase in travel time. From the south, travel time has become shorter: a longer leg is travelled on the new metro line. Finally, all new feeder lines operate more reliably than the former direct lines. These findings can help guide ex-ante evaluations for other networks considering transition to a trunk and feeder system.Accepted Author ManuscriptTransport and Plannin
    corecore