1,720,967 research outputs found

    Biological Phallacies in Transgender Pregnancy

    No full text
    This paper delves into the political and philosophical underpinnings and legal implications of transgender pregnancy and parenthood within the European context. The European Court of Human Rights and European Court of Justice have played pivotal roles in shaping the discourse surrounding (trans) families, and in this paper, we argue that it is imperative to reverse that direction of influence, so that trans families are empowered to shape the legal discourse to become more inclusive. We refer to recent landmark judgments that have brought to the forefront the need to adapt existing conceptual and legal frameworks to the evolving landscape of family planning and parenthood for transgender individuals. We also compare the social and legal situation of trans pregnancy with surrogacy and anonymous birthing as analogies which also call for conceptual space between pregnancy and motherhood. This paper analyses case law, particularly under Article 8 of the European Convention on Human Rights, demonstrating the impact of European jurisprudence on European gender politics. We highlight the importance of reconceptualising pregnancy and parenthood away from what we describe as ‘(bio)logic’ in the pursuit of reproductive justice for all

    Reimagining Parenthood: Challenging (Bio)logic in Legal Cases of Trans Families

    No full text
    The legal recognition of transgender parenthood is a rapidly evolving issue in European courts, shaping the rights of trans families across the continent. Our recent article, (Bio)logical Phallacies in Legal Cases of Trans Families, examines the ways in which European jurisprudence has reinforced rigid, binary notions of parenthood—often to the detriment of transgender parents and their children. By unpacking the legal logic that underpins these rulings, we argue for a more inclusive approach that better reflects the lived realities of trans families

    EHRM bevestigt: geen recht op het krijgen van een kind

    No full text
    In een recent arrest besliste het Europees Mensenrechtenhof dat het Tsjechische verbod op post mortem inseminatie geen schending is van hetv recht op privéleven. De voornaamste conclusie van dit arrest is dat het EHRM géén recht op een kind onder artikel 8 EVRM erkent.d0c101a52d59169a012d5c48e1f62413 Veertiendaags (niet in juli en augustus)-26 e jaargang-erkenningsnummer: P409978-prijs 3 euro ISSN 1374 3538-afgiftekantoor brussel x-Wolters Kluwer België-Motstraat 30-2800 Mechelen In een recent arrest besliste het Europees Mensenrechtenhof dat het Tsjechische verbod op post mortem inseminatie geen schending is van het recht op privéleven. De voornaamste conclusie van dit arrest is dat het EHRM géén recht op een kind onder artikel 8 EVRM erkent. Simon Indesteeghe en Aurélie Cassiers E en koppel, getrouwd in 2012, wenst een kind te krijgen. Door de inferti-liteit van de man is dat niet mogelijk zonder het behulp van medisch bege-leide voortplanting (MBV). In decem-ber 2014 tekent het koppel een overeenkomst voor een behandeling met intracytoplasmic sperm injection (ICSI): het sperma van de man wordt ingevroren maar de behandeling wordt nog niet gestart. Zes maanden en één dag later overlijdt de man. Zijn vrouw wenst de behandeling verder te zetten en vraagt aan het fertiliteitscentrum om zijn sperma vrij te geven voor een in vitro inseminatie. Het cen-trum weigert op basis van het gebrek aan ver-dere toestemming van de man. De vrouw stelt een vordering in voor de Tsje-chische rechtbank, het hof en het Hoogge-rechtshof. Dat laatste wijst haar vordering af op basis van verschillende argumenten. Ten eerste is de aanvraag in strijd met de Tsjechi-sche wetgeving: de toestemming van beide partners moet minder dan zes maanden oud zijn omdat er niet kan worden vermoed dat de man niet van mening zou zijn veranderd. Ten tweede laat de Tsjechische wetgeving alleen maar koppels toe om een kind te krijgen via een fertiliteitsbehandeling. Ondanks dat dit strijdig is met het recht op privéleven (artikel 8 EVRM), heeft deze inmenging volgens het Hooggerechtshof van Tsjechië een legitiem doel: het is in het belang van het kind om ge-boren te worden in een gezin met twee ouders, of minstens twee ouders te hebben op het moment van de verwekking. Na het overlijden van de man is er geen sprake meer van een koppel. Ten slotte oordeelt het Hof dat er geen echte inmenging is in het recht op privéleven van de vrouw omdat ze later nog kinderen zou kunnen hebben: ofwel natuurlijk, ofwel door een nieuwe behandeling met een andere partner. Ontevreden met dit arrest trekt de vrouw naar het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) en voert aan dat haar recht op privéleven wél geschonden is. Het EHRM bevestigt vooreerst dat het recht om een kind te verwekken met behulp van MBV beschermd is door artikel 8 EVRM. Het Hof analyseert vervolgens of de inmenging van de staat in het recht op privéleven binnen de gronden tot verantwoording van artikel 8, § 2 EVRM valt. Daarvoor moet het Hof enerzijds bekijken of de wetgeving een legitiem doel heeft. De Tsjechische wetgeving streeft twee legitieme doelen na, namelijk de bescherming van de goede zeden enerzijds, en de rechten en vrijheden van anderen anderzijds. Het Hof oordeelt dat er een billijk evenwicht gevonden is tussen de verschillende in de MBV betrok-ken partijen; iedereen die genetisch materiaal heeft gegeven weet dat er geen gebruik van zal Decreet legt basis voor aparte kwaliteitsnormen voor huisvesting van buitenlandse arbeidskrachten Klokkenluiderswet haalt ethisch hacken uit de illegaliteit Ook de rechter moet rekening houden met de gegevens-beschermingsregels 3 © BelgaImage EHRM bevestigt: geen recht op het krijgen van een kind nr 466-22 maart 2023 Grondwettelijk Hof maakt gevangenenruil tussen België en Iran toch mogelijk Pagina 8-9 Voorstel van 'burgerwet' over regularisatie pleit voor duidelijke criteria 16 © BelgaImage © BelgaImage worden gemaakt zonder zijn of haar voortdu-rende toestemming. Vervolgens moet het Hof bepalen of de maatregelen noodzakelijk zijn in een democratische samenleving. Daarvoor gaat het Hof na of de belangen van de staat en die van de betrokken partijen in evenwicht zijn, en of de staat zijn appreciatiemarge niet heeft overschreden. Omdat MBV een gevoelige morele en ethi-sche materie is, is de appreciatiemarge van de staten ruim, zowel om hierover te legife-reren als voor de inhoud van de wetgeving. Ook is hieromtrent geen Europese consensus: slechts acht staten laten MBV toe voor alleen-staande vrouwen en zeven staten aanvaarden post-mortem MBV (België, Denemarken, Est-land, Italië, Nederland, Griekenland en het Verenigd Koninkrijk). De wil van Tsjechië om de vrije wil van de man te respecteren alsook het recht van het kind om zijn ouders te ken-nen, door de voorwaarde op te leggen dat een koppel zijn voortdurende toestemming geeft voor een MBV-behandeling, overschrijdt de appreciatiemarge van de staat niet. Artikel 8 EVRM verplicht namelijk niet dat een staat post-mortem inseminatie toelaat. Bovendien merkt het Hof op dat er geen verbod onder Tsjechisch recht bestaat om aan medisch toe-risme te doen en naar een oplossing te zoeken in het buitenland, hoewel de spermaover-dracht aan bepaalde voorwaarden onderwor-pen kan zijn. Het Hof concludeert dat er geen schending van artikel 8 EVRM is. Lees verder op pagina 2 5 7 this Jurisquare copy is licenced to Universiteit Hassel

    (Bio)logical Phallacies in Legal Cases of Trans Families

    No full text
    This paper delves into the political and philosophical underpinnings and legal implications of transgender pregnancy and parenthood within the European context. The European Court of Human Rights has played a pivotal role in shaping the discourse surrounding (trans) families, and in this paper, we argue that it is imperative to reverse that direction of influence, so that trans families are empowered to shape the legal discourse to become more inclusive. We refer to recent landmark judgements that have brought to the forefront the need to adapt existing conceptual and legal frameworks to the evolving landscape of family planning and parenthood for transgender individuals. We also compare the social and legal situation of trans pregnancy with surrogacy and anonymous birthing as analogies which also call for conceptual space between pregnancy and motherhood. This paper analyses case law, particularly under Article 8 of the European Convention on Human Rights, demonstrating the impact of European jurisprudence on European gender politics. We highlight the importance of reconceptualising pregnancy and parenthood away from what we describe as '(bio)logic' in the pursuit of reproductive justice for all

    Reimagining Parenthood: Challenging (Bio)logic in Legal Cases of Trans Families

    No full text
    The legal recognition of transgender parenthood is a rapidly evolving issue in European courts, shaping the rights of trans families across the continent. Our recent article, (Bio)logical Phallacies in Legal Cases of Trans Families, examines the ways in which European jurisprudence has reinforced rigid, binary notions of parenthood—often to the detriment of transgender parents and their children. By unpacking the legal logic that underpins these rulings, we argue for a more inclusive approach that better reflects the lived realities of trans families
    corecore