1,720,953 research outputs found
Door grond horizontaal belaste palen: Bestaande ontwerpmodellen
In het algemeen is een door grond horizontaal belaste paal een 3-D situatie, die in 1 fase direct met een 3-D EEM-model (zoals PLAXIS 3D Foundation) kan worden gemodelleerd. Deze modellen zijn echter gecompliceerd en pas de laatste jaren eenvoudiger toepasbaar in de adviespraktijk. Een directe berekening is ook mogelijk met PLAXIS 2D. Het betreft hier een benadering, waarbij de paal als een wand wordt gemodelleerd. Tot voor kort was het gebruikelijk om de analyse te splitsen in 2 fasen: 1. Berekening van de horizontale grondverplaatsing, waarbij de invloed van de paal wordt verwaarloosd 2. Analyse van de deformaties, dwarskracht en moment in de paal als gevolg van de horizontale verplaatsing van de grond berekend in fase 1. De berekening van de horizontale verplaatsing van de grond kan worden uitgevoerd volgens de elasticiteitstheorie met de tabellen van Van IJsseldijk - Loof. Als alternatief kan de horizontale grondverplaatsing worden berekend met de methode van Bourges en Mieussens of een 2D-EEM programma, zoals PLAXIS 2D. Bij fase 2 wordt een berekening uitgevoerd, waarbij de paal als een verend ondersteunde ligger wordt gemodelleerd. In het computerprogramma MSHEET kan een dergelijke berekening worden uitgevoerd. Hierbij wordt vaak een lineair elastisch-plastische veerkarakteristiek van de grond verondersteld. Deze wordt gekenmerkt door een elastische veerconstante k [kN/m3] en een maximale tegendruk, gekarakteriseerd door de horizontale gronddruk coëfficiënt ? [-]. Waarden voor k kunnen worden afgeleid volgens de methode Menard (1968) en Begemannde Leeuw (1972). Waarden voor ? kunnen worden bepaald volgens Brinch Hansen (1961) en vanuit de ?-waarden voor damwanden, die dan met een zogenaamde “schelpfactor” moeten worden gecorrigeerd. Daarnaast zijn er grondkarakteristieken ontwikkeld volgens de zogenaamde PY-methode (API, 2000). De PY-methode wordt met name voor offshore stalen buispalen toegepast en wordt hier verder niet toegelicht
Door grond horizontaal belaste palen: Case Europaboulevard
In dit rapport is de case van de Europaboulevard opgenomen met betrekking tot validatie van modellen met betrekking tot paal-grondinteractie. In de periode tussen maart 1978 en september 1978 zijn in Amsterdam direct ten noorden van de kruising van de rijksweg A10 (Figuur 2-1) met de Europaboulevard bouwwerkzaamheden uitgevoerd. De bouwwerkzaamheden bestonden uit het realiseren van viaducten, het heien van prefab betonpalen met daarop L-vormige keermuren. Vervolgens zijn ophogingen bestaande uit zand aangebracht, en de wegen aangelegd. Door de CIAD-projectgroep ‘Door grond horizontaal belaste palen’ is tijdens en na de uitvoering van de bouwwerkzaamheden een proefproject uitgevoerd. De proef heeft bestaan uit het uitvoeren van diverse metingen (verplaatsings- en rekmetingen) in de grond en aan/in de palen. De door de ophoging veroorzaakte verticale zettingen zullen leiden tot horizontale verplaatsingen van de ondergrond. De palen onder de keerwand worden derhalve door de grond horizontaal belast. De gehele opzet van en de resultaten van deze proef zijn in detail gerapporteerd in 2 rapporten van het CIAD, te weten ‘Eindrapport CIAD projectgroep ‘Door grond horizontaal belaste palen II [proef], deel I en II’ van april 1980
Door grond horizontaal belaste palen: Case no recess
In dit rapport zijn de cases opgenomen met betrekking tot validatie van bestaande modellen voor het bepalen van de horizontale grondvervorming. Het betreft de case NO-RECESS waaraan 2 afstudeerders, afzonderlijk, bij Fugro Ingenieursbureau hebben gewerkt. Het gaat om het afstudeerwerk van I. Cherqaoui en R. Servais. Naar aanleiding van beide afstudeerwerken is een aanvullende analyse opgesteld en gegeven in hoofdstuk 4. In hoofdstuk 5 tenslotte is de samenvatting gegeven van de NORECESS-case in een zodanige vorm dat deze opgenomen kan worden in de CURaanbeveling. De in hoofdstuk 2 beschreven rekenmodellen zijn gevalideerd aan de hand van de praktijkproef, die in het kader van het No-Recess onderzoek is uitgevoerd. De No-Recess “New Options for Rapid and Easy Construction of Embankments on Soft Soils” proeftuin betreft een (demonstratie-) onderzoek naar, voor Nederlandse begrippen, niet conventionele funderingswijzen voor aardebanen voor rail- en weginfrastructuur. In deze proef zijn geen palen geïnstalleerd. In het programma van eisen zijn grenzen gesteld aan de bouwtijd en de restzetting: - Korte bouwtijden: minder dan 1,5 jaar. - Kleine restzettingen: minder dan 3 cm. - Minimalisatie bouwrisico’s - Minimalisatie van het overschot op de grondbalans. - Voldoende stijf gedrag van de baan bij dynamische belastingen. - Minimalisatie schade bij aanleg van (spoor)wegverbredingen. In januari 1998 is gestart met het bouwrijp maken van het No-Recess proefterrein in de Hoeksche Waard. Negen maanden later waren er 5 testbanen gerealiseerd: - Verticale drains met aardebaan (HW1 conventioneel, bedoeld als referentie) - Gestabiliseerde grondkolommen met aardebaan (HW2). - Gestabiliseerde grondwanden met aardebaan (HW3). - Geotextiel ommantelde zandkolommen met aardebaan (HW4). - Houten palen en AuGeo palen met een baan van gestabiliseerde vrijkomende grond(HW5). Bij de No-Recess proef zijn uitgebreid metingen uitgevoerd van zettingen, verticale en horizontale verplaatsingen in de ondergrond, waterspanningsmetingen en gronddrukmetingen. De metingen zijn in juni 2000 beëindigd
Evaluation Settlement models Test Embankments Bloemendalerpolder – GeoImpuls Program
In the Bloemendalerpolder two test embankments were constructed, starting October 2010, to study the long term behavior of embankments on very soft soils with respect to settlement and lateral pile loading resulting from horizontal soil deformations. A detailed description of the test embankments, performed soil investigation, laboratory tests and instrumentation is given in an accompanying paper. This paper provides a brief description of both test embankments consisting of sand fill with a height of 3.0 m and a plan area 26 × 36 m2 with slopes 1:2. At the embankment overlying 5.7 m of clay/peat, wick drains are installed at a triangular spacing of 1.0 m. The second embankment overlying 4.0 m of clay/peat is not provided with any additional drainage accelerating measures. From the laboratory tests settlement parameters were derived for three settlement models; Koppejan-Terzaghi-Buisman, NEN-Bjerrum isotache model and the a,b,c-isotache model. Additionally parameters for Terzaghi and Darcy consolidation models were derived as well: consolidation coefficient, permeability and strain dependent permeability strain factor. Based on applied field loading increments predictions were made. Test results of both embankments will be shown including predictions. Because of the limited dimensions of the test embankments a correction of the monitoring results is applied to match one-dimensional conditions. Based on the measurements a fit of input parameters for all models have been generated matching the settlement of both embankments. Based on these results recommendations are given for application of the models for the site preparation in the Bloemendalerpolder. Researchers, however, are invited to analyse the data to develop more general settlement models for such very soft soils
Dijkontwerp de Hoven: Polderdistrict Veluwe
In een oude uiterwaard langs de linker IJsseloever ligt de stadswijk "De Hoven" welke beschermd wordt tegen hoge rivierstanden door een zomerkade, thans bandijk. Er zitten drie coupures in de banddijk. De huidige waterkering voldoet niet aan de nu geldende normen m.b.t.: - kruinshoogte - ligging van gas-, waterleiding, electriciteit-, PTT-kabel en riolering in verband met de stabiliteit van de dijk - kruinbreedte - aanwezigheid van enkele bomen in de stabiliteitszone van het buitentalud - waterdoorlatendheid van de buitenste laag Het dijkontwerp kan opgesplitst worden in twee onderdelen: - het tracé van de dijk - en het dwarsprofiel Beide onderdelen kunnen echter niet los van elkaar gezien worden. Voordat het tracé en het dwarsprofiel bepaald kunnen worden moeten eerst alle relevante gegevens m.b.t. de eisen welke gesteld worden aan de waterkering op een rijtje gezet worden. Deze eisen volgen enerzijds uit de functie van de waterkering en anderzijds uit belangen welke in gevaar kunnen komen bij de waterkerende funtievervulling in verband met het ruimtebeslag van de waterkering.Hydraulic EngineeringCivil Engineering and Geoscience
Long Term Monitoring Test Embankments Bloemendalerpolder – GeoImpuls Program
In the Bloemendalerpolder two test embankments were constructed, starting October 2010, to study the long term behaviour of embankments on very soft soils with respect to settlement and lateral pile loading resulting from horizontal soil deformations. A 4 to 6 m thick very soft peat layer underlies the existing grasslands at the Bloemendalerpolder with a groundwater at 0.2 m below ground level. Urban development requires 0.5 to 1.0 m clearance of the ground level above the groundwater table. Two test embankments consisting of sandfill were designed with a height of 3.0 m and a ground area 26 × 36 m2 with slopes 1:2. The Geo-Impuls programme aimed to provide a well-described field test with long time monitoring results. In this paper a detailed description of the test embankments is given as well as detailed descriptions of soil investigation, laboratory tests and instrumentation for monitoring. Finally the monitoring data will be presented which form a basis for further analyses for interested researchers. Analyses of the tests regarding the validation of settlement models and the lateral behaviour of the piles due to horizontal soil displacement are presented in two accompanying papers
IJssel: Strijd voor een vaar- en waterweg : morfologische studie van de IJssel
De Boven-IJssel neemt een bijzondere plaats in bij de morfologische studie. In 1969 is in dit stuk IJssel namelijk de bochtafsnijding bij Rheden-De Steeg tot stand" gekomen". Met betrekking tot de morfologische gevolgen is dit een zeer interessant stuk IJssel. Aan de bochtafsnijding zijn reeds meerdere studies gewijd. Dit werd o.a. in 1970 gedaan door het Waterloopkundig Laboratorium. Door vergelijking van" deze resultaten met de gedane bodempeilingen in de periode 1969-1976, kan erg veel inzicht verkregen worden in de morfologische verschijnselen. Met name is het interessant om te weten: - hoe groot de gemiddelde uitschuring bovenstrooms van de nieuwe bocht bedraagt; - hoe de invloed van de bochtafsnijding zich voortplant; - hoe snel de morfologische processen bij deze afsnijding zich voltrekken. Tevens kan nu, achteraf, door toetsing van de resultaten bekeken worden of de destijds gedane aannamen ook tot kwantitatieve overeenstemming tussen voorspelling en werkelijk gemeten bodemliggingen hebben geleid. Wanneer dit niet het geval zou zijn, kan dezelfde morfologische berekening opnieuw gedaan worden met andere, naar huidige inzichten betere, aannamen. Gezien de grote hoeveelheid gegevens (met name wat betreft de bodemligging) lijkt het goed mogelijk om deze bochtafsnijding te gebruiken bij de toetsing van een morfologisch model.Hydraulic EngineeringCivil Engineering and Geoscience
Schelpfactoren bij door grond horizontaal belaste palen
Piles subjected to horizontal soil displacements are a common phenomenon at constructions next to soil embankments, for example an abutment of a bridge. Shell factors play an important role in the analysis of these piles with 2-dimensional (2D) design methods. This study investigates if the limitations of a 2D method, in relation to the 3-dimensional reality, can be covered by shell factors. Starting points for this study were the conclusions from the recently published CUR-report 228: Ontwerprichtlijn door grond horizontaal belaste palen. First, by a literature study and an analysis of current 2D-methods, the role of shell factors in these methods is investigated. It appears that shell factors are being used in different ways, to take care of different 2D limitations, depending on the method. In current design practice, this difference in function of the shell factor is often not taken care of. Second, a PLAXIS 2D finite element model is made to calculate shell factors. With this model a parameterstudy is been executed, in which the influence of the following parameters on the value of the shell factor is been determined: \u95 Horizontal soil stress; \u95 Soil parameters: soil stiffness, cohesion and angle of internal friction; \u95 Pile diameter and pile shape; \u95 Size of the relative pile-soil displacement. A single pile is being considered, and time-dependant factors (consolidation and creep) are being neglected. Finally, a calculation is made with a 2D method, with calculated shell factors. The results are validated on the measurements of a laboratory test. From the study, it can be concluded that it is possible to make good predictions of bending moments in piles, with the use of correct shell factors. Because the study is executed with a 2D model, validation with a 3D finite element method is necessary. Further investigation of the time-dependant aspects, such as creep, is highly recommended.Hydraulic EngineeringCivil Engineering and Geoscience
Paalfundaties onderworpen aan tijdsafhankelijke horizontale belastingen door zachte bodems / Piled foundations subjected to time dependent lateral loads by soft soils
In 2010 design guidelines for piles that are subjected to lateral loads by soils were published in CUR-report 228. The design guidelines are developed by a committee who did several case studies. A few recommendations were made from these case studies. To complement the case studies a long term field test on time dependent soil behavior and a study of the shell factor to take account for 3D pile-soil interaction in a 2D model are desired. Two previous students made their master thesis on these recommendations. This master thesis is a follow-up of the previous studies. A long term field test to investigate both time dependent behavior and lateral pile loads by soils is situated in the Bloemendalerpolder. It consists of a 3 m height embankment made of sand on a 3.6 m thick peat layer, see figure. In the embankment a number of measurement devices are installed. Like casings to measure lateral soil deformation with an inclinometer and two HEA300 piles, which are also equipped with a casing for measurements. From this field test a previous thesis student developed a FEM 3D model in Plaxis 3D. Results of the site investigation and laboratory tests are used for parameter determination for this model. Validation was done in Plaxis 2D with available measurements of deformations and pore pressures. The field test was still ongoing when the 3D Plaxis model was ready. A comparison of the modeled piles and more recent field data shows a good resemblance at depth. However the soil and water pressures are falsely simulated in the model and the modeled embankment shows too stiff pile-soil interaction. The falsely simulated pressures can be solved by using the updated water pressure function in Plaxis 3D, which isn’t available yet. One can cope with the stiff pile-soil interaction by using a more advanced soil model for the embankment sand. The use of the Hardening Soil Model instead of the used Mohr-Coulomb Model may offer a solution. For more insight in the lateral behavior of pile and soil the stress development around the pile in the 3D simulation is looked into. Three depths spread over the peat layer are looked at. In the stress points in front of the pile lateral soil pressure increases and the soil relaxes behind the pile. The difference in lateral soil pressures around the pile increases mainly in the beginning of the consolidation phase. Lateral pile displacements also show the fastest build-up in this phase. During the creep phase the soil pressure around the pile do not change significantly. This is also seen for the bending moments of the pile, which do not change or even decreases in the creep phase. The decrease of bending moments is due to the pile head displacement, as the rest of the pile doesn’t move. The pile head displacement causes the upper part of the pile to stretch, whereby the bending moments decrease. With 2D FEM one models a cross section, whereby piles are modeled as walls. The shell factor translates the pile stiffness to a wall stiffness. A 2D simulation of the 3D model is made. Only one of the piles is modeled in this 2D model to avoid inclusion of the soil between the wall elements. A high and low shell factor is applied and results of the lateral pile behavior are compared with the 3D model and the field test. On the short term a higher shell factor shows the best results. On the long term the high and the low shell factor show insignificant differences in pile displacements, however the higher shell factor shows better results for the bending moments in the pile.Geotechnical EngineeringGeoscience & EngineeringCivil Engineering and Geoscience
Tijdsafhankelijke effecten bij door grond horizontaal belaste palen
In dit afstudeeronderzoek is aan de hand van meetresultaten van een proefterp in de Bloemendalerpolder een model in PLAXIS 3D gecreëerd om de tijdsafhankelijke effecten bij door grond horizontaal belaste palen te onderzoeken.Geo-Technical EngineeringGeoscience & EngineeringCivil Engineering and Geoscience
- …
