231 research outputs found

    Knowledge intensive Entrepreneurship across regions: Makes being a new industry a difference?

    No full text
    This paper investigates regional sources of entrepreneurial opportunities of knowledge-intensive start-up activity. Thereby it is investigated whether it makes a difference if the knowledge-intensive sector is a newly emerging industry compared to the case where its location across space could develop already over a long period of time. The analysis is on knowledge-intensive business services (KIBS) in East and West Germany in the 1990s. At the time of German re-unification in 1990s in the former socialist East Germany no KIBS sector existed in contrast to West Germany. The findings indicate that being new to the region makes a difference.

    Between text and application:Research into the time-engaged element in the homiletics of Reformed pietists in the Netherlands 1600-1800

    No full text
    The most significant characteristic of Reformed Pietist homiletics is the three phases of the approach it takes: that of first explaining, then teaching and finally applying. Hence, we refer to this concept as the homiletic triad. In this scheme, the doctrinal section forms the bridge between exegesis and application. Various names have been used for that central section of the sermon, but whatever the nomenclature, the teaching points are the linking section in the sermon in which as much Biblical understanding as possible must be inculcated in the hearers to teach the meaning of the text relevant to their current situation. Based on the homiletics examined, we can establish that Reformed Pietists used a homiletic concept tailored to engagement with the times. They addressed this aspect in their homiletics not topically, but rather theologically. The preacher delivers his sermon with God’s warrant and mandate; the sermon is ministry of the Word under the prompting of the Holy Spirit. After the explanation of the text, the preacher fleshes out what the thrust of the message is for the hearers. He then discusses what usefulness the text contains for them. Application is necessary to ensure that the hearer retains the message. In this construct, theological actuality enters the realm of anthropological actuality, and indeed theological actuality determines anthropological actuality. It is of note in this regard that anthropological actuality is allowed to co-determine the choice of text, doctrinal points and applicatory insights drawn from the text; but its substantive interpretation is determined by Scripture itself, in the framework of Reformed hermeneutics

    Aantekeningen van dr. Wilhelmus Hammonius over zijn handelingen als gezant van Stad en Lande van Groningen naar de hertog van Parma (mei-november 1589)

    No full text
    Getranscribeerd en toegelicht door Jan van den Broek. In de jaren 1580-1594 was het gewestelijk bestuur van Stad en Lande van Groningen in handen van burgemeesters en raad van de stad Groningen en de ‘verordenten’ van de Ommelanden. Dit bestuur was trouw aan koning Filips II van Spanje en zijn Nederlandse regering, die in Brussel resideerde en geleid werd door Alexander Farnese, beter bekend als de hertog van Parma. Het koninklijke gezag werd in Stad en Lande uitgeoefend door stadhouder Francisco Verdugo en een college dat ’s Konings Kamer werd genoemd: de Hoofdmannenkamer onder voorzitterschap van luitenant-stadhouder dr. Johan de Gouda. Groningen en Groningerland hadden in deze jaren in toenemende mate te lijden onder de druk die de Staatsgezinden op het gewest uitoefenden. De Staatse stadhouder van Westerlauwers Friesland, graaf Willem Lodewijk van Nassau, slaagde er stapsgewijs in Stad en Ommelanden van de buitenwereld af te snijden. Mede daardoor viel het de koningsgezinde bestuurders in Groningen steeds moeilijker om nog langer het geld op te brengen dat nodig was voor het onderhoud van de vele garnizoenen, die op vele plaatsen in de Ommelanden waren ondergebracht om Staatse invallen te verhinderen, maar daarin steeds minder goed slaagden. Om hun nood te klagen en aan te dringen op spoedige en effectieve hulp, stuurden de heren van Groningen in het voorjaar van 1589 de stadssyndicus, dr. Wilhelmus Hammonius, naar de hertog van Parma. De Spaanse ambtenaar Francisco Vázquez de Humana, een medewerker van stadhouder Francisco Verdugo, ging met hem mee. Het gezantschap vertrok op 13 mei 1589 uit Groningen en ging ervan uit dat het de hertog in Brussel zou treffen. Omdat de Staatsgezinden in Gelderland en aan de Nederrijn sterke posities bezet hielden, moesten de gezanten een wijde omweg maken door Münsterland, de streek langs de Ruhr en Keulen. Daar aangekomen vernamen ze dat de landvoogd, die met ernstige lichamelijke klachten kampte, zich naar Spa had begeven om er ‘het water te drinken’. Ook de naaste assistenten en adviseurs van de hertog van Parma bevonden zich daar. Dientengevolge verbleef de Groningse syndicus ruim drie maanden in het kuuroord, waar hij met vele hoge functionarissen, onder wie ook de hertog zelf, sprak. Vázquez aanvaardde op 28 augustus 1589 de terugreis naar Groningen, maar omdat Hammonius ook nog zaken te regelen had met enkele Brusselse instanties, vertrok deze eind september via Namen naar de Brabantse hoofdstad. Half november 1589 keerde hij terug naar Groningen, waar hij op zondag 3 december, rond vier uur in de middag, arriveerde. De volgende dag kon hij, aan de hand van de aantekeningen die hij tijdens zijn gezantschap had gemaakt, verslag doen aan zijn opdrachtgevers. Hij kon hen vertellen dat de regering bereid was Stad en Lande te helpen, dat ze soldaten, geld en munitie zou sturen en dat de bevelen daartoe al uitgevaardigd waren. Behalve het hier gepubliceerde notitieboekje (inventarisnummer rvr 2) bevinden zich in het Groningse stadsarchief nog enkele andere documenten betreffende het gezantschap van Hammonius en Vázquez: rvr1084 Geloofs- en recommendatiebrief van burgemeesters en raad met de verordenten van Stad en Ommelanden van Groningen voor stadssyndicus dr. Wilhelmus Hammonius ten behoeve van diens missie naar de hertog van Parma. Mei 1589. rvr 1007 Brieven van burgemeesters en raad met de verordenten van Stad en Lande aan syndicus Wilhelmus Hammonius te Spa. 1589. rvr 1223 Brieven van Wilhelmus Hammonius, vanwege Stad en Lande gezonden tot de hertog van Parma, aan zijn committenten.1589. Met begeleidende brieven van G. Moesyenbroucq uit Keulen. rvr 1064 ‘Minuten wth Spa ende Bruessel.’ Concepten en kopieën van brieven en andere stukken, uitgegaan van stadssyndicus Wilhelmus Hammonius tijdens zijn verblijf in Luik, Spa en Brussel. 31 mei - 13 november 1589. Zoals eerder het geval was bij de uitgave van Hammonius’ ‘verbaal’ over 1587-1589,1 is bij het transcriberen de interpunctie en het gebruik van hoofd- en kleine letters enigszins aangepast aan de hedendaagse gewoonten. Er is geen poging gedaan om de annotatie consequent in te richten. Men vindt daarin opmerkingen over de originele tekst, verwijzingen naar andere bronnen, voorstellen voor de interpretatie van woorden en passages, maar soms ook een inhoudelijke toelichting op Hammonius’ aantekeningen. Een index maakt deel uit van deze uitgave.

    De uitrusting en ondergang der onoverwinnlijke vloot van Philips II. in 1588

    No full text
    DE UITRUSTING EN ONDERGANG DER ONOVERWINNLIJKE VLOOT VAN PHILIPS II. IN 1588 De uitrusting en ondergang der onoverwinnlijke vloot van Philips II. in 1588 ([III]) Cover ( - ) Vortitelblatt ([I]) Titelseite ([III]) Aan Zijne Koninklijke Hoogheid, Willem Frederik Karel, Prins Der Nederlanden ([V]) Voorberigt ([XI]) Inleiding (1) De Uitrusting (10) Oorzaken Van En Voorbereidingen Tot Den Aanleg (10) Staatkundige Handelingen Van Philips, Van 1585 Tot 1588 (31) Toebereidselen En Uitrusting In Spanje (42) Uitrustingen En Verigtingen Van Den Hertog Van Parma, Van 1586 Tot 1588 (56) Vredehandel Tusschen Den Koning Van Spanje En De Koningin Van Engeland (67) Toeristingen Ter Verdediging (76) Verreigtingen Van Koningin Elisabeth In Engeland (76) Verreigtingen En Toerustingen In De Vereenigde Nederlanden (102) Het Lot En De Ondergang (134) De Verreigtingen Met, En Het Lot Van De Vloot, ... (134) Lotgevallen En Bedrijven Van Den Hertog Van Parma (165) Lot Der Spaansche Vloot, Can Het Ankeren Voor Calais, ... (172) Verder Lot En Ondergang Der Vloot (186) Eerste Gevolgen Van Den Uitslag (200) Verrigtingen Van Philips, Na De Uitkomst (200) Verrigtingen Van Der Hertog Van Parma (206) Verrigtingen Van Koningin Elisabeth En Eerste Gevolgen In En Voor Engeland (211) Verrigtingen In Den Nederlanden, En De Eerste Gevolgen Voor Dezelve (217) Besluit (229) Bijlagen (235) No. I. Beschrijving van de Vloot, en derzelver ondergang door Simon Stijl (237) No. II. Naamlijst der Hoofd-Bevelhebbers van de Vloot en der legers van Philips en Parma .... (243) No. III. Bulle van Paus Sixtus V. tegen Elisabeth, Koningin van Engeland (249) No. IV. Aanspraak van Koningin Elisabeth aan het Parlement van Engeland, volgens Bentivoglio (263) No. V. Uitschrijving van den dank- en- bededag, door de Staten Gerneraal der Vereenigde Nederlanden (269) No. VI. Iets over Willem Verheyden, ... (274) Nalezingen En Bijvoegsels (300) Bladwijzer (309

    Agricultural extension - generic challenges and the ingredients for solutions

    No full text
    Is agricultural extension in developing countries up to the task of providing the information, ideas, and organization needed to meet food needs? What role should governments play in implementing or facilitating extension services? Roughly 80 percent of the world's extension is publicly funded and delivered by civil servants, providing a range of services to the farming population, commercial producers, and disadvantaged target groups. Budgetary constraints and concerns about performance create pressure to show the payoff on investment in extension and to explore alternatives to publicly providing it. The authors analyze the challenges facing policymakers who must decide what role governments should play in implementing or facilitating extension services. Focusing on developing country experience, they identify generic challenges that make it difficult to organize extension: a) The magnitude of the task. b) Dependence on wider policy and other agency functions. c) Problems in identifying the cause and effect needed to enable accountability and to get political support and funding. d) Liability for public service functions beyond the transfer of agricultural knowledge and information. e) Fiscal sustainability. f) Inadequate interaction with knowledge generators. The authors show how various extension approaches were developed in attempts to overcome the challenges of extension: 1) Improving extension management. 2) Decentralizing. 3) Focusing on single commodities. 4) Providing free-for-service public extension services. 5) Establishing institutional pluralism. 6) Empowering people by using participatory approaches. 7) Using appropriate media. Each of the approaches has weaknesses and strengths, and in their analysis the authors identify the ingredients that show promise. Rural people know when something is relevant and effective. The aspects of agricultural extension services that tend to be inherently low cost and build reciprocal, mutually trusting relationships are those most likely to produce commitment, accountability, political support, fiscal sustainability, and the kinds of effective interaction that generate knowledge.ICT Policy and Strategies,Decentralization,Enterprise Development&Reform,Agricultural Knowledge&Information Systems,Agricultural Research,Environmental Economics&Policies,Health Monitoring&Evaluation,Agricultural Knowledge&Information Systems,ICT Policy and Strategies,Agricultural Research

    Op den moord van den Hertog d'Enguien /

    No full text
    Europeana-GoogleBook

    Het verbaal van dr. Wilhelmus Hammonius, syndicus van de stad Groningen : Deel II (1589-1592)

    No full text
    Getranscribeerd en van aantekeningen voorzien door Jan van den Broek RHC Groninger Archieven 2008 Voor enkele opmerkingen over Wilhelmus Hammonius en zijn ambtelijke dagboek (‘verbaal’) verwijs ik naar het ‘Ten geleide’ bij deel I. Hammonius’ tweede protocol begint op 23 februari 1589, de dag na Petri ad Cathedram (het kerkelijke feest van Sint Petrus’ Stoel), de dag waarop in Groningen traditioneel het bestuurlijke jaar begon. De syndicus sloot zijn aantekeningen af op Petri ad Cathedram 1592. Net zoals het eerste deel van Hammonius’ ambtelijke dagboek vertoont ook dit protocol hiaten. Het eerste beslaat een half jaar: van 13 mei tot 3 december 1589. Gedurende deze periode bevond de syndicus zich in opdracht van de heren van Stad en Lande in Spa, waar de hertog van Parma aan het kuren was, en later te Brussel, om overleg te voeren met de regeringsinstanties daar. Van zijn handelingen tijdens deze missie heeft Hammonius zorgvuldig aantekening gehouden. Ook van dit ‘reisverbaal’ is een transcriptie beschikbaar. Het tweede hiaat is veel kleiner (3 juli –10 augustus 1591), maar heeft ook te maken met een dienstreis die Hammonius moest ondernemen. Ook dit keer ging hij op bezoek bij de hertog van Parma, die zich toen met een leger aan de Nederrijn bevond. Samen met burgemeester Joachim Ubbena moest de syndicus aandringen op effectieve hulp voor de stad Groningen, die door het succesvolle optreden van Willem Lodewijk van Nassau, de Staatse stadhouder van Friesland, steeds verder in het nauw kwam. Ook de transcriptie van dit tweede verbaal is aangevuld met een synopsis, waarin een beknopt overzicht gegeven wordt van de inhoud van het verbaal, een glossarium en een index.

    Fotoalbum

    No full text
    Foto's van de aanleg van de dijk- en oeverval aan den cal. Willem Annapolder (Gem. Kapelle) 3. Linkerhelft dijkval Willem Annapolder. 30 Dec. 1936 4. Rechtehelft dijkval Willem Annapolder. 30 Dec. 1936 5. Overzicht dijkval Willem Annaolder. 30 Dec. 1936 6. Kleikisting binnendijks aangebacht. 14/15 Dec. 1936 7. Voorbereiding voor het maaken van een zinkstuk groot 2000 M2. 30 Dec. 1936 8. Voltooiing van het zinkstuk groot 2000 M2. met motorschip en rijsklamp. 30 Dec. 1936 9. Overzichtsfoto wiepenstelling en zinkstuk. 30 Dec. 1936 10. Volksverblijf met uitvoerder en dagelijks opzichter. 30 Dec. 1936 11. Zolderbakken met stortsteen in lossing voor den dijkval. 2 Jan. 1937 12. Het zinkstuk is bijna gereed om gezonken te worden. 2 Jan. 1937 13. Het moment van het loslaten der zinklijnen van het zinkstuk groot 2000 M2. 2 Jan. 1937 14. De nabestorting van het zinkstuk wordt aangebracht. 2 Jan. 193

    Cort verhael op de middelen die de cardinael van Lorainen heeft ghehouden ende gebruyct [...] om groot te maken zijn huys [...] met de verderffenisse vande croon ende Conincrijcke van Vrancrijck, daer inne wordt verhaelt de oorsake vande binne[n]lantsche oorlogen [...] aenslagen ende moorderijen [...] bedreuen, door den ghenen die hen noemen Catholijcke /

    No full text
    Vingerafdruk: 156808 - 1b1 A2 oock:1b2K5 : 1b2 K5 vele - 2b1 L nd : 2b2 L3 $rebelCopie van den puncten ende articulen, ghesloten by den Hertoge van Alba, ende zijnen nieuwen Raet van tweluen [...] Inhoudende de persoonen int generael, soo chatholicque als andere, by hen alreede ghecondemneert om lijf ende goet ghebrocht te worden. Ghetranslateert wt de originele Spaensche articulen, gecregen binnen Antwerpen [...] [Met apart titelblad] 1568 inde maent van OctobriVerpakt met de steun van Fonds Inbev-Latour (2010-2012)Herkomst: Vignet Isaac MeulmanCockx-Indestege, E. Belgica typographica ; 7967Machiels, J. Catalogus van de boeken gedrukt vóór 1600 ; K 17 en P 421Valkema Blouw, P. Typographia Batava ; 2856 en 1308Van der Wulp, J.K. Tractaten, pamfletten enz. ; 192Europeana-GoogleBook

    Carte des environs d'Amsterdam: représentant d'un coup d'oeil les avenues fortifiées avec les inondations autour de cette ville cèlebre, telles qu'elles étoient vers la fin de septembre 1787, et en même tems les quartiers des troupes prussiennes et l

    No full text
    Deze keurig gegraveerde en meetkundig betrouwbare kaart is vervaardigd naar aanleiding van de schermutselingen rond Amsterdam tussen de Hollandse patriotten en de Pruissische interventiemacht onder leiding van de hertog Karel Willem Ferdinand van Brunswijk. Tegen het einde van de 18de eeuw ontstond onder gemotiveerde Nederlandse burgers een democratiseringsbeweging. Deze ‘patriotten’ waren fel gekant tegen het absolutistische bewind van stadhouder Willem V. Zij wilden gekozen volksvertegenwoordigers, die – ook religieus gezien – een afspiegeling van de bevolking vormden. Daarnaast waren de patriotten voorvechters van vrijheid van vergadering en van meningsuiting. Op 9 mei 1787 kwam het in Utrecht tot een treffen tussen patriotten en stadhoudergezinde troepen, waarbij een klein aantal slachtoffers viel. Om verdere escalatie te voorkomen, vertrok prinses Wilhelmina, de vrouw van Willem V, van Nijmegen naar Den Haag om te bemiddelen. Zij werd echter in de buurt van Gouda tegengehouden door patriotten. Daarop riep zij haar broer Frederik Willem II, koning van Pruisen, te hulp. Hij bracht een groot leger op de been, dat in september 1787 de grens met de Republiek overschreed. De patriotten trokken zich in diverse steden terug, waaronder Amsterdam. Rond de stad werden talrijke verdedigingswerken opgetrokken en ook vonden er inundaties plaats. Het mocht allemaal niet baten: op 10 oktober viel de stad in Pruisische handen. De hier getoonde kaart is van Duitse makelij en maakt er ook geen geheim welke partij in de strijd de favoriet van de auteur is. Het document is namelijk opgedragen aan de hertog van Brunswijk: ‘dediee a Son Altesse Serenissime monseigneur Charles Guillaume Ferdinand Duc regnant de Brunswick & Lunebourg’. Bij de kaart hoort ook een bijlage, getiteld: ‘Korte beschryving van alle verschantsingen die tegen het einde der maand September 1787 in den omtrek der vermaarde stadt Amsterdam aangelegt zyn en de attaques der Kon. Pr. trouppes op 1 den eersten October onder bevel van [...] den Hartog van Bronswyck benevens de gemaakte inondatien volgens de hiervan gemaakte nauwkeurige kaart’. Hieruit blijkt onder meer dat de auteur zich hier en daar wat schaalaanpassingen heeft veroorloofd: ‘De uitgestrektheid van het terrein en de smalle dijken waarvan in Holland zelfs de breedste niet meer dan 20 voet bedraagt en waarop al deze gevechten werden gevoerd maakten het noodzakelijk de wegen over de dijken iets breder te tekenen dan de maatstaf voor deze kaart met zich brengt, omdat het anders niet mogelijk zou zijn geweest de verschansingen goed te tekenen’. Met een gele kleur zijn verder alle Amsterdamse batterijen, schansen en toegangen aangeduid. Niet gemerkt met een kleur, maar met een donkere arcering zijn de diverse inundaties te ontwaren. Zie voor een uitgebreide toelichting op deze kaart: http://doccentrum.stelling-amsterdam.nl/publicaties/documenten/patriotten1787/patriotten_1787.pd
    corecore