14 research outputs found

    De wijze van Vriend GGZ

    No full text
    Harrie van Haaster. De wijze van Vriend GGZ. Lessen uit de praktijk van een lerende organisatie. Amsterdam: Uitgeverij Tobi Vroegh, 2017, €5,-, 148 p.  ISBN: 9 78907876160

    Transforming youth care through online simulation gaming. Aligning the positions of practitioners and observers

    No full text
    Transforming youth care through online simulation gaming. Aligning the positions of practitioners and observersThe youth care service in the Netherlands is currently undergoing a major transition from national and regional finance and control to localized regulation and responsibility. The aim is to initiate a transformation towards greater intervention value and to support greater self-reliance in social networks. Effective youth care depends largely on the quality of the network exchange. If efficiency is our concern, we should look into the methods and techniques of network exchange. When it comes to solving hard problems, the significance of situational knowledge construction and network coordination must not be underrated. Professional deliberation is directed toward understanding, acting and analysis. We need smart and flexible ways to direct systems information from practice to network reflection, and to guide results from network consultation to practice.This article presents a proposal for a case study, as a follow-up to a recent dissertation about online simulation gaming for youth care network exchange (Van Haaster, 2014). The results of that research show that it is a valuable exercise to model intricate issues from practice using simulation game design and that youth care professionals appreciate the relevance, usability and usefulness of this new tool. The question in this paper is how to develop a practicable approach using online simulation gaming to improve patterns of action and reflection on dilemmas and hard-to-solve problems in youth care practice. Child-rearing conditions and family behaviour are usually enhanced through sequences of exploration, experimentation and evaluation. Step-by-step progressions are characterized by balancing acting and thinking. The author elaborates this observation through a model that alternates acting in practice with retrospect and prospect reflection in online game sessions.Online simulatiegames voor de ondersteuning van de transformatie van de jeugdzorg. Het nauwkeurig afstemmen van praktijkuitvoering en reflectie.Een belangrijk doel van de huidige transformatie van de jeugdzorg in Nederland is om werkprocessen zodanig te verbeteren, dat zij zowel tegemoet komen aan de toenemende hulpvraag als aan de politieke ambitie van het vergroten van de zelfredzaamheid en verantwoordelijkheid voor zorgtaken van families en sociale netwerken. Daarvoor zijn nieuwe methoden en hulpmiddelen nodig. Dit artikel beschrijft een casestudy-voorstel voor online simulatie gaming als vorm van kennisuitwisseling over complexe vraagstukken binnen de jeugdhulp. Er wordt doorgegaan op eerder onderzoek (Van Haaster, 2014), dat aantoont dat het mogelijk is ingewikkelde kwesties uit te werken in geschikte game modellen. In dat onderzoek geven jeugdzorgprofessionals aan dat de betreffende methode relevant, bruikbaar en nuttig is voor de uitwisseling van kennis over vooral complexe vraagstukken. Dit artikel werkt een casestudystrategie uit voor implementatie, experimentatie en empirisch onderzoek, waarin posities van uitvoering en reflectie op elkaar worden afgestemd. Het handelen in de praktijk is input voor reflectie in online simulatie sessies. De uitkomsten uit sessies zijn input voor nieuwe stappen op weg naar verbetering. Actie en reflectie wisselen elkaar af, tot het gewenste resultaat is bereikt

    EERSTE RESULTATEN VAN HET KWALITEITSINSTRUMENT VOOR ZORGBOERDERIJEN

    No full text
    SAMENVATTINGEerste resultaten van het kwaliteitsinstrument voor zorgboerderijenZorglandbouw is een snel ontwikkelende sector in Nederland en andere Europese landen. De Federatie van Zorgboerderijen heeft een landelijk kwaliteitssysteem ingevoerd. Onderdeel hiervan is een kwaliteitsinstrument Vanzelfsprekend. Met dit instrument worden gegevens verzameld over doelen van deelnemers, de mate waarin doelen worden behaald en in hoeverre deelnemers en naastbetrokkenen tevreden zijn over verschillende aspecten. Het instrument is ontwikkeld in samenwerking met deelnemers op zorgboerderijen en zorgboeren. We presenteren de resultaten van 1955 deelnemers en naastbetrokkenen op 162 zorgboerderijen inde periode november 2016–november 2017. Het betreft kinderen, jongeren, deelnemers met een psychische kwetsbaarheid, een verstandelijke beperking of ouderen, vaak met een vorm van dementie. Deelnemers hechten veel waarde aan zinvol bezig zijn, sociale contacten en actiever zijn. Over het algemeen geeft meer dan 95% van de deelnemers aan dat hun doelen in voldoende of grote mate zijn behaald. Het aanbod van de boerderij en de samenwerking met de begeleiders worden hoog gewaardeerd. Deelnemers zijn ook tevreden over hun eigen rol. Ze worden niet betutteld, willen en kunnen actief meedoen. Het contact met andere deelnemers is goed.Naastbetrokkenen zijn zeer tevreden over het contact met de zorgboerderij en over de begeleiding die wordt geboden. Veel naastbetrokkenen geven aan dat ze zich ontlast voelen, meer aan zichzelf toekomen, zich meer ontspannen voelen en er thuis meer rust is. Naastbetrokkenen van kinderen en jongeren geven aan dat hun kinderen gelukkiger worden, meer vrienden maken en beter omgaan met leeftijdsgenoten. Naastbetrokken van ouderen geven aan dat hun naaste gelukkiger is. Ruim de helft van de naastbetrokkenen geeft aan dat er door de zorgboerderij minder zorg nodig is van andere instanties en dat de deelnemer dankzij de boerderij thuis kan blijven wonen.Volwassen deelnemers geven aan dat de combinatie van een persoonlijke betrokkenbegeleiding, zinvolle diverse werkzaamheden, contact met andere deelnemers, onderdeel zijn van een gemeenschap en de groene omgeving voor hen belangrijk zijn om hun doelen te behalen. Vanzelfsprekend wordt elk jaar op meer zorgboerderijen gebruikt. Zo kunnen doelen en resultaten van deelnemers van de verschillende doelgroepen en naastbetrokkenen met elkaar vergeleken worden. Het is voor het eerst dat deze ervaringen van verschillende doelgroepen met  zorgboerderijen zo uitgebreid bij elkaar wordt gebracht met behulp van een meetinstrument. Deze informatie geeft de cliëntenraden en de aanbieders concrete informatie over mogelijke verbeterpunten ABSTRACTFirst results of a qualityinstrument for care farms in the Netherlands Care farming is a fast-developing sector in the Netherlands. The national federation of care farms has developed and implemented a quality system to monitor and improve the quality of care provided by care farmers. The instrument Vanzelfsprekend is part of this quality system. The instrument has been developed in collaboration with participants and family members of participants. With thisinstrument, participants and family members of participants can indicate to what extent they are satisfied with different aspects of the care farm and to what extent their goals are reached. This is the first time that different types of participants and family members of participants can express their experiences with care farms in such a complete way. In this paper, the first results of 1955 participants and family members on 162 care farms are presented. This group includes children, youngsters, adults with mental problems and intellectual disabilities and elderly (with dementia).Participants are generally very positive about the care farm. They appreciate the useful activities, social contacts and the activating environment. They are also positive about the way they are supported by the care farmer or employees on the care farm. Family members express that the contact and support of the care farmer is good, that they are taken seriously and that there is sufficient expertise. The care farm unburdens them. They feel more relaxed. Parents express that their children become happier and that there is more peace at home. Partners or children of people with dementia indicate similar positive effects. More than 50% of the family members indicate that due to the care farm, there is a reduction in more intensive types of care and due to unburdening effect of the care farm, children or elderly with dementia can stay at home.The instrument will be implemented on an increasing number of care farms in the coming years.This helps to get a better view of the experiences of different types of participants on care farms and the impact care farms have on their life and that of their family members. It gives farmers and client organizations of care farms information to improve the quality of the care

    Goede GGZ! Nieuwe concepten, aangepaste taal en betere organisatie

    No full text
    Philippe Delespaul, Micheal Milo, Frank Schalken, Wilma Boevink & Jim van Os. Goede GGZ! Nieuwe concepten, aangepaste taal en betere organisatie. Leusden: Diagnosis Uitgevers, 2016, 368 p., €35. ISBN 978949196911

    TOED: Opleidingen voor ervaringsdeskundigen

    No full text
    In dit artikel wordt verslag gedaan van een opleidingstraject voor ervaringsdeskundigen uit de geestelijke gezondheids- en de verslavingszorg. De cursussen van dit Traject Opleiding ErvaringsDeskundigheid (TOED), bedoeld voor (ex-)cliënten die al werkzaam zijn in het cliëntenwerk, zijn erop gericht dat de cursisten hun ervaringsdeskundigheid kunnen uitbouwen en bruikbaar en professioneel in dit cliëntenwerk kunnen inzetten. Het opleidingstraject, dat nu drie jaar bestaat, is opgezet in een samenwerkingsverband tussen de Fontys Hogeschool Sociaal Pedagogische Hulpverlening, het Cliëntenbelangenbureau van de GGzE en het Instituut voor GebruikersParticipatie en Beleid. Naast een basiscursus zijn er vier vervolgcursussen ontwikkeld: voor kwaliteitstoetsing, training, voorlichting/consult en voor management. In het artikel wordt het begrip ervaringsdeskundigheid verkend en het waarom van de opleiding wordt uitgebreid beschreven. Doel en opzet van de verschillende cursussen komen aan de orde en worden verantwoord. De professionalisering van het cliëntenwerk krijgt een extra dimensie wanneer dit met behulp van eigen ervaringsdeskundigheid wordt uitgevoerd. Het artikel sluit af met een karakterisering van deze meerwaarde

    TOED: Opleidingen voor ervaringsdeskundigen

    No full text
    In dit hoofdstuk wordt verslag gedaan van een opleidingstraject voor ervaringsdeskundigen uit de geestelijke gezondheids- en de verslavingszorg. De cursussen van dit Traject Opleiding ErvaringsDeskundigheid (TOED), bedoeld voor (ex-)cliënten die al werkzaam zijn in het cliëntenwerk, zijn erop gericht dat de cursisten hun ervaringsdeskundigheid kunnen uitbouwen en bruikbaar en professioneel in dit cliëntenwerk kunnen inzetten. Het opleidingstraject, dat nu drie jaar bestaat, is opgezet in een samenwerkingsverband tussen de Fontys Hogeschool Sociaal Pedagogische Hulpverlening, het Cliëntenbelangenbureau van de GGzE en het Instituut voor GebruikersParticipatie en Beleid. Naast een basiscursus zijn er vier vervolgcursussen ontwikkeld: voor kwaliteitstoetsing, training, voorlichting/consult en voor management. In het artikel wordt het begrip ervaringsdeskundigheid verkend en het waarom van de opleiding wordt uitgebreid beschreven. Doel en opzet van de verschillende cursussen komen aan de orde en worden verantwoord. De professionalisering van het cliëntenwerk krijgt een extra dimensie wanneer dit met behulp van eigen ervaringsdeskundigheid wordt uitgevoerd. Het artikel sluit af met een karakterisering van deze meerwaarde

    Kaderdocument Ervaringsdeskundigheid

    No full text
    Dit is de derde versie van het kaderdocument. Eerdere versies verschenen in 2010 en 2011. Het document is tot stand gekomen op verzoek van de Vakvereniging van Ervaringswerkers (VVvE) en de Landelijke Denktank Opleidingen Overleg Ervaringsdeskundigheid (LDOO). In de LDOO zijn vrijwel alle partijen betrokken die zich sterk maken voor de ontwikkeling van ervarings-deskundigheid. Het betreft hier cliënteninitiatieven als HEE, opleidingen (ROC’s en Hogescholen), alsmede kenniscentra en onderzoeksinstituten (IGPB, Kenniscentrum Ervaringskennis en Zelfhulp, lectoraten van hogescholen, Trimbos instituut). Ervaringsdeskundigheid is populair. Met name binnen de GGz en de Verslavingszorg worden steeds meer ervaringswerkers in dienst genomen. Dit doet een toenemend beroep op opleidingsmogelijkheden, zowel op MBO als op HBO niveau, in reguliere opleidingen of in korte trajecten voor deskundigheidsbevordering en traininng. In de loop van de bijeenkomsten van het LDOO zijn deze ontwikkelingen besproken. Er werd gezocht naar de kenmerkende elementen van ervaringsdeskundigheid en naar de bijbehorende competenties. In de loop van deze zoektocht bleek een toenemende behoefte aan een duidelijk begrippenkader. Een helder begrippenkader vergemakkelijkt immers het ontwikkelen van beleid rond zowel ervaringsdeskundigheid zelf, als ook rond opleidingen, onderzoek en inbedding in de praktijk

    Onderwijsprogramma's voor ervaringsdeskundigen

    No full text
    The labour market for experience experts is growing. They work at client organisations and with increasing frequency at mental health care facilities as well. At training institutes, experience experts are more and more often asked to come and lecture. This requires training and curricula for experience experts so that they can properly serve their function as experience experts. The authors describe the courses of study developed in the Netherlands, particularly at the junior college and college level. The aims of the courses of study and the curricula are discussed. Attention is also devoted to a European programme that has been implemented in the field, Ex-In. Lastly, the authors focus on the impact of this development on the mental health care field and on the courses of study for professionals

    Hydrogenases from the Hyperthermophilic Archaeon Pyrococcus furiosus

    No full text
    Hydrogenase is an electron-transfer protein and catalyses the simplest chemical redox reaction, the reversible two-electron oxidation of molecular hydrogen in aerobic and anaerobic microorganisms. A kinetic study of the hydrogen oxidation reaction by Fe-hydrogenase from Desulfovibrio vulgaris (Hildenborough) reveals a biphasic activation mechanism from as isolated, resting enzyme, via an intermediate state of relatively low activity, to maximally active enzyme. Hydrogen itself is the causative agent for the two subsequent enzyme activation processes. Kinetic-model analysis suggests that the steady-state assumption of Michaelis-Menten kinetics does not apply to this hydrogenase. The heterotetrameric, soluble NiFe-hydrogenase-I of Pyrococcus furiosus contains a complex chain of iron-sulfur prosthetic groups for electron transfer between the H2- activating NiFe site and the coenzyme-activating flavin. EPR analysis has shown that this hydrogenase is another member of the group of multiheteromeric iron-sulfur flavin enzymes with Fe/S clusters of elusive redox properties. The steady-state kinetics of the soluble NiFe-hydrogenase-I of P. furiosus has been re-investigated. These results suggest that this enzyme is functionally similar to its NAD-reducing soluble multimeric NiFe-hydrogenase congener in Ralstonia eutropha with a KM = 37 µM for H2. The soluble P. furiosus hydrogenase has KM »37 µ for NADP+. The soluble hydrogenase from P. furiosus is likely to function in the regeneration of NADPH thereby re-using the hydrogen produced by the membrane bound hydrogenase in proton respiration.Applied Science
    corecore