1,957 research outputs found

    Zandstorten onder water

    No full text
    In het Oosterscheldebekken zijn t.b.v. het Deltaproject twee compartimenteringsdammen voorzien: de Oesterdam en de Philipsdam. Op economische gronden is bij deze dammen gekozen voor een sluiting d.m.v. zand spuiten. Dit gebeurt zowel horizontaal, door zand over de kop van dam te spuiten, als vertikaal, door zand onder water vertiKaal vlak boven de bodem uit een persbuis te spuiten. Dit onderzoek richt zich op het vertikaal onder water spuiten.Hydraulic EngineeringCivil Engineering and Geoscience

    Leidingtunnel onder het Hollandsch Diep

    No full text
    Ontwerp en uitvoering van een geboorde leidingtunnel onder het Hollandsch Diep

    Bouwmethoden onder bestaande bebouwing

    No full text
    In deze studie naar bouwmethoden onder bestaande bebouwing is een aantal mogelijke alternatieven, voor de bouw van de passage van de Noord/Zuidlijn met het Centraal Station, naar voren gekomen. De behandelde alternatieve bouwmethoden voor de passage van de Noord/Zuidlijn met het Amsterdam Centraal Station zijn: De buizenmethode. Het persen van buizen, vanuit een bouwkuip, met een diameter van 1,0 m in horizontale richting die al dan niet met elkaar verbonden zijn. Deze buizen vormen een dakconstructie en soms ook de wanden van de toekomstige doorsnede. Na het persen van de buizen kan hieronder ontgraven worden en de constructie afgebouwd. Bevriezen van grond. Het bevriezen van het grondwater met pekelwater of stikstof om het grondmassief te verstijven zodat de stabiliteit en de waterdichtheid van het grondmassief verzekerd wordt. Het vrieslichaam kan de vorm hebben van de uiteindelijke constructie, maar ook het hele grondmassief kan bevroren worden. Na het ontgraven kan een prefab constructie worden doorgeperst of met spuitbeton de tunnelmantel worden gevormd. Doorpersen. Het doorpersen van prefab elementen onder een bestaande constructie door wordt al regelmatig toegepast. Vanuit een bouwkuip worden ringvormige of rechthoekige profielen doorgeperst. Dit kan met een boorkop met gesloten of open front. Bij een open front kan ook met de hand worden ontgraven. Dit is alleen mogelijk als het grondwaterniveau lager is dan de in te persen buis en de grond voldoende standtijd heeft. Caisson. De caisson methode komt erop neer dat een constructie geheel of gedeeltelijk op maaiveld of in een ondiepe bouwkuip wordt gebouwd. Door vanuit de werkkamer onder de constructie de grond te verwijderen onder luchtdruk zakt de constructie de grond in. Voordeel is dat de constructie wel diep komt, maar geen diepe bouwkuip vereist is. Grouten. Met grout injectietechnieken kunnen constructies of delen van constructies vanaf maaiveldniveau gebouwd worden. Zo kan in de bouwfase een stabiele, waterdichte constructie verkregen worden. Binnen de gevormde omhullende of onder de gevormde dakconstructie kan worden gerealiseerd.Civil Engineering and Geoscience

    Samen onder een dak: VvE's renoveren duurzaam

    No full text
    Rapport in opdracht van Energiesprong SEV. Samen onder één dak betekent in oudere appartementcomplexen vaak: samen gebukt onder een veel te hoge energierekening. En dat hoeft niet! Dat het ook anders kan, bewijzen de zeven VvE's die in dit boekje aan verduurzaming van hun complex hebben gewerkt. Dat hebben ze gedaan door er samen de schouders onder te zetten en creatieve oplossingen te bedenken. Hun argumenten: lagere woonlasten (hypotheek- en energielasten bij elkaar) en waarde toevoegen aan hun woning.Real Estate and HousingArchitectur

    Ontgronding onder pijp

    No full text
    Dit ontwerp omvat een model onderzoek naar het stroombeeld rond een pijp, die horizontaal is opgesteld nabij een zandbed en die dwars op de stroomrichting geplaatst is. Het stroombeeld is eenparig. Onderzocht is in hoeverre de potentiaalstromingstheorie toepasbaar is en of het resultaat hiervan bruikbaar is om een ontgrondingsdiepte te berekenen. Tevens is onderzocht of er verband bestaat tussen de diverse parameters die het stroombeeld beheersen enerzijds en de resulterende grootheden zoals debiet onder de pijp, ontgrondingsdiepte, gemiddelde snelheid onder de pijp en de maximale snelheden aan de pijpwand boven en onder de pijp. Met name de hoogteligging van het scheidingsvlak van de debieten boven en onder de pijp in het ongestoorde snelheidsprofiel heeft hierbij bijzondere aandacht gekregen. Het onderzoek naar het stroombeeld heeft een vrij gedetailleerd beeld opgeleverd van zaken zoals equidebietbanen, loslaatpunten, neren en de turbulente verschijnselen van de stroming. De toepassing van de potentiaalstromingstheorie leidt tot snelheden onder een vlak boven de pijp die een orde twee keer zo groot zijn als de snelheden die gemeten zijn in de goot. Uit de resultaten die naar voren zijn gekomen uit het gedeelte van het onderzoek die erop gericht was empirische verbanden te leggen, zijn geen harde conclusies te trekken. Wel zijn er tendensen aan te wijzen, maar het is gebleken dat het aantal parameters die een rol spelen zo groot is, dat een uitgebreider onderzoek vereist is om te komen tot grafieken of empirische formules die de hoogte van het scheidingsvlak en/of de ontgrondingsdiepte geven als functie van deze parameters.Hydraulic EngineeringHydraulic EngineeringCivil Engineering and Geoscience

    Ontgronding onder een pijpleiding ten gevolge van golven

    No full text
    Het eerste deelprobleem, namelijk de stroomsnelheid rond de pijp, blijkt met de potentiaaltheorie opgelost te kunnen worden. De andere drie deelproblemen zijn tot op heden nog niet opgelost. Deze zijn: a) Hoeveel erosie is er te verwachten op het ribbeltje recht onder de pijp agv toenemend bodemtransport door de sterk tijd- em plaatsafhankelijke stroming onder de pijp? b) Hoe groot is de zandkoncentratie in het water onder de pijp tijdens de kentering agv de neer vlak naast het ribbeltje dat recht onder de pijp zit? c) Hoeveel zand zakt er, tijdens de korte tijd dat de stroomsnelheid klein is, onder de pijp naar de bodem? Tot slot is er een empirische berekeningsmethode gevonden, die als waardevol tussenresultaat gezien kan worden. In de konklusie wordt naar voren gebracht dat het doel van het onderzoek nog niet bereikt is en er nog verder onderzoek verricht moet worden naar de oplossing van de drie nog niet opgeloste deelproblemen.KustwaterbouwkundeHydraulic EngineeringCivil Engineering and Geoscience

    Zandconcentraties onder lopende golven

    No full text
    Er is een onderzoek gedaan naar zandconcentratieverdelingen onder regelmatige, lopende golven. De aandacht is hierbij gericht op een beschrijving van het suspensiemechanisme door middel van de diffusievergelijking. Een aantal aspecten is onderzocht: - de invloed van de niet-uniformiteit van het bodemmateriaal op de diffusiecoëfficiënt voor het sediment. - de verdeling van de korreldiameter over de hoogte. - de relatie tussen de valsnelheid van het bodemmateriaal en de diffusiecoëfficiënt voor het sediment, onder identieke omstandigheden. - de relatie tussen de beta-factor, die de verhouding weergeeft tussen de diffusiecoëfficiënt voor het sediment en die voor de waterbeweging, enerzijds, en de valsnelheid en de diffusiecoëfficiënt voor de waterbeweging anderzijds. Uit meetresultaten wordt een mogelijk verloop van de beta-factor als functie van de laatstgenoemde parameters afgeleid.KustwaterbouwkundeHydraulic EngineeringCivil Engineering and Geoscience

    HISGIS: Golvenmodel HISWA onder GIS pakket ARC/INFO

    No full text
    HISWA is een tweedimensionaal golvenmodel, dat de gebruiker in staat stelt diverse golfgegevens, zoals significante golfhoogte, periode en golfrichting, voor een bepaald modelgebied te bepalen. Op dit moment biedt HISWA al faciliteiten om pre- en postprocessing uit te voeren (zij het in beperkte mate). Onder de gebruikers echter is er behoefte aan meer en uitgebreidere mogelijkheden. Door de functionaliteiten op het gebied van weergave en analyse van gegevens, leent een GIS (Geografisch Informatie Systeem) zich uitstekend voor pre- en post-processing doeleinden. Het doel van het project is het koppelen van HISWA aan een GIS-pakket, en wel op een dusdanige manier dat een gebruikersvriendelijke schil ontstaat, waarbinnen een HISWA berekening kan worden uitgevoerd en tevens van de functionaliteiten van het GIS-pakket gebruik kan worden gemaakt voor pre- en post-processing doeleinden. Aan de hand van de resultaten van een vragenformulier zijn de eisen en wensen van de huidige HISWA-gebruiker, met betrekking tot bovengenoemde koppeling, geïnventariseerd. Tevens zijn uit deze resultaten conclusies getrokken wat betreft de benodigde functionaliteiten van het te gebruiken GIS-pakket. Er is, voorafgaand aan het afstudeerproject, gekozen voor 's werelds meest gebruikte en veruit bekendste GIS-pakket, ARC/INFO. Uit onderzoek, uitgevoerd tijdens het afstudeerproject, blijkt, dat het pakket over vrijwel alle benodigde functionaliteiten beschikt. In ARC/INFO's macrotaai AML (ARC/INFO Macro Language) is een volledig menugestuurde applicatie ontwikkeld, genaamd HISGIS. De applicatie HISGIS bestaat uit een viertal delen, te weten het hoofdprogramma, een 'Pre-processing module', een 'Calculation module' en een 'Post-processing module'. In het hoofdprogramma kunnen de drie modules met behulp van een menu worden aangeroepen.Hydraulic EngineeringCivil Engineering and Geoscience

    Reststerkte van dijkbekledingen: Sterkte van klei onder golfbelasting. Deel V: Modelleren reststerkte klei

    No full text
    In het kader van het onderzoek van de reststerkte van klei onder een dijkbekleding is een eerste aanzet tot modellering gemaakt. Dit rapport geeft een overzicht van de inspanningen voor het modelleren van de reststerkte van gestructureerde klei onder golfbelasting. Plastische vervorming van de klei onder belasting met golfklappen bleek het meest belangrijke schade-mechanisme.Steenzettingen - TAW/EN

    Boortunnel onder het Groene Hart

    No full text
    Het doel van dit onderzoek is tweeledig. Het eerste doel omvat het inventariseren van de verschillende soorten hinder voor de korte en de lange boortunnelvariant. Het tweede doel omvat het analyseren van de geconstateerde knelpunten in het Referentieontwerp en het uitwerken van een knelpunt met grote waterbouwkundige relevantie. In deelrapport I is een inventarisatie gemaakt van de milieuaspecten die een mogelijke rol spelen bij de beide boortunnelvarianten. Het deelrapport 11 is toegespitst op het Referentieontwerp van de beide boortunnelvarianten onder het Groene Hart en bevat de vergelijking van de korte en lange boortunnelvariant op milieu aspecten. Het deelrapport III bevat een constructieve uitwerking van een van de knelpunten die uit de vergelijking in het tweede deelrapportnaar voren zijn gekomen. In het derde, en laatste, deelrapport staan tevens de conclusie en de aanbevelingen vermeld. Bij het project boortunnel onder het Groene Hart is het fenomeen "hinder"een groot probleemvoor de omgeving. Het onderzoek richt zich op de aard en omvang van de hinder in de bouwfase en in de gebruiksfase. De hinder laat zich vertalen in de aantasting van de natuur- en landschappelijke waarde van het gebied. Het gaat hier met name om geluidshinder, trillingshinder en visuele overlast in zowel de bouwfase als de gebruiksfase. Om de haalbaarheid van de korte boortunnelvariant te kunnen vergelijken met die van de lange boortunnelvariant, dient er onderzoek gedaante worden naar de optredende hinder in beide varianten. Bij de korte boortunnelvariant met de ligging van het spoor op of net onder maaiveld zal naar verwachting de hindervoor de omgeving aanzienlijk groter zijn dan die bij de lange variant. Dit is niet acceptabel. Maatregelen ter voorkoming van de overlast vormen een belangrijk onderdeel van het Referentieontwerp van de korte boortunnelvariant. Het onderzoek zal moeten aantonen welke knelpunten in het bijzonder bij de korte boortunnelvariant de negatieve effecten veroorzaken. Als bouwproject omvat de HSL-Zuid de aanleg van een gebundelde infrastructuur. Met de hogesnelheidslijn creeert de Nederlandse overheid een nieuw vervoermiddel, waarmee zij onder andere de toenemende Europese mobiliteitkan accommoderen en de interne samenhang binnen de Randstad kan versterken. De projectorganisatie streeft bij de realisatie van de opdracht ernaar zoveel mogelijk het landschappelijk en het lokale milieu te ontzien en een positieve bijdrage te leveren aan de ontwikkeling van de ruimtelijke structuur. De tijdsplanning van het project geeft aan dat de fase van aanlegen realisatie loopt tot en met 31 december 2005. De hogesnelheidslijn kruist de A4 ter hoogte van Hoogmade, waarbij de snelweg ongeveer op maaiveld ligt. De HSL bundelt aan de oostzijde van de autosnelweg tot aan de Bospolder. Vanaf de Bospolder gaat de HSL in een tunnel onder een deel van het Groene Hart door. Ten zuiden van Westeinde komt de HSL weer boven de grond en gaat verder in de richting van Zoetermeer. Het totale project is opgebouwd uit onderdelen als een open toerit in de vorm van een open bakconstructie, een gesloten toerit in de vorm van een "cut&cover" tunnel, een boortunnel en wederom een gesloten en een open toerit. De boortunnel heeft in verband met veiligheid en onderhoud vijf vluchtschachten. In het Referentieontwerp van de lange boortunnelvariant is gekozen voor een boortunnel van ongeveer zeven kilometerlengte. Het Referentieontwerp van de korte boortunnelvariant heeft in tegenstelling tot dat van de lange variant een kortere boortunnel met een lengte van ongeveer twee kilometer. Daarnaast ligt het trace van de korte boortunnelvariant grotendeels op een zettingsvrije plaat op maaiveld. Het trace van de lange boortunnelvariant ligt geheel onder maaiveld.Civil Engineering and Geoscience
    corecore